10 mei 1940: Neergeschoten boven Nederland

 Op 10 mei 1940 vallen Duitse troepen Nederland binnen. De Duitsers winnen, maar hun luchtmacht lijdt grote verliezen die ze, zoals de geschiedenis leert, niet meer te boven komen. Een verloop van de strijd.

Duitse verliezen




De Duitse verliezen waren enorm. De 22e Duitse luchtlandingsdivisie verloor 42 procent van haar officieren en 28 procent van het overige personeel. Een bataljon van het 65e regiment verloor zelfs 50 procent van haar totale sterkte. Duitse radioberichten wezen uit dat vele vliegtuigen niet van hun missie waren teruggekeerd en de vele vernielde vliegtuigwrakken waren stille getuigen van de Duitse nederlaag. Ongeveer 200 transporttoestellen waren rond en boven Den Haag neergeschoten of op de grond vernietigd en 1600 Duitse militairen waren krijgsgevangen gemaakt. De herovering van de vliegvelden op de Duitse troepen zou een unicum blijven in de Tweede Wereldoorlog. De Duitsers waren zowaar in hun hemd gezet door de slechtbewapende ‘Holländische Käsekopfen’.

Nederlandse luchtmacht

De verovering van Nederland door Duitsland. (bron: Wikimedia Commons)

De verovering van Nederland door Duitsland. (bron: Wikimedia Commons)

De Nederlandse luchtmacht deed wat zij kon, maar haar inspanningen bleven helaas een druppel op een gloeiende plaat. Veel Nederlandse vliegtuigen werden in de vroege ochtend van de tiende mei op hun basis vernietigd door Duitse bombardementen, terwijl andere toestellen zwaar beschadigd raakten. De vliegtuigen die wel kans zagen op te stijgen, zoals de G-I jagers van vliegveld Waalhaven, leverden soms indrukwekkende prestaties, zeker als men zich realiseert dat een enkel Nederlands toestel doorgaans vijf tot tien Duitse opponenten tegenover zich vond. Verwoeste thuisbases maakte het voor de Nederlandse vliegers vaak onmogelijk terug te keren. Een noodlanding of uitwijken naar andere luchtmachtbases was dan vaak de enige oplossing.Zoals eerder gesteld heeft het Duitse leger een hoge prijs moeten betalen voor de invasie in Nederland. Een bijzondere rol bij het toebrengen van verliezen aan de Duitse luchttransportvloot was weggelegd voor de Nederlandse luchtdoelartillerie. Hoewel slechts een klein deel van de in het buitenland bestelde wapens was geleverd, vormde de Brigade Luchtdoelartillerie een levensgrote bedreiging voor met name de logge Duitse transportvliegtuigen. Hoewel tijdens de mobilisatieperiode werd geoefend in het neerhalen van luchtdoelen, werd de meeste ervaring opgedaan tijdens de eerste uren van de oorlog. Hierbij gingen wel grote hoeveelheden munitie verloren, maar gelet op het aantal door de luchtafweer neergehaalde toestellen, ruim 200, kan geconcludeerd worden dat de manschappen hun vak verstonden.

Het einde van de strijd nadert

De dagen die na de tiende mei volgden, werden gekenmerkt door hardnekkig verzet, maar de steeds verder oprukkende Duitse troepen maakten duidelijk dat het einde van de strijd nabij was. Hoe lang zou het nog duren? Dagen? Weken? Geen mens kon het op dat moment zeggen. Hoewel de Nederlandse troepen op veel plaatsen werden teruggedrongen, werd er op sommige plaatsen hardnekkig stand gehouden. Zo wisten de Nederlandse verdedigers bij de Afsluitdijk keer op keer Duitse aanvallen af te slaan. Zelfs na zware Duitse luchtaanvallen en stormaanvallen van Duitse infanteristen, werd het Nederlandse bolwerk niet overrompeld.De buitenlandse hulp aan Nederland bleef zeer beperkt en de effecten zijn minimaal geweest. Nadat Londen, Parijs en Brussel in de vroege ochtend van de tiende mei te kennen was gegeven dat militaire steun zeer op prijs gesteld zou worden, verschenen dezelfde dag twee Franse divisies in Zeeland, die het bevel over de Nederlandse troepen aldaar overnamen. Het Franse Zevende Leger was van plan op te rukken naar Noord-Brabant, maar werd gehinderd door voor de Duitsers opgeworpen Nederlandse wegversperringen. De Britten stuurden sabotagetroepen naar Zeeland om de infrastructuur te vernietigen en probeerden met luchtaanvallen de overgebleven Nederlandse vliegvelden onbruikbaar te maken.

Rotterdam

In de vroege ochtend van 14 mei was het voor generaal Winkelman duidelijk dat de strijd hoe dan ook ten einde liep. Het betekende niet dat de Nederlandse opperbevelhebber wilde capituleren: hoe langer het Nederlandse verzet zou aanhouden, hoe minder Duitse troepen naar België en Frankrijk konden worden gestuurd. Bovendien was het grootste gedeelte van de Nederlandse luchtafweer nog steeds actief en effectief, hoewel het munitietekort hen nu ook parten ging spelen. Rond half elf meldde kolonel Scharroo, bevelhebber van de Nederlandse troepen die in en rondom Rotterdam gelegerd waren, dat er van Duitse zijde een ultimatum ontvangen was waarin de overgave van Rotterdam werd geëist. Indien hier geen gehoor aan zou worden gegeven, zou Rotterdam worden gebombardeerd. Het document was echter niet ondertekend en Scharroo stuurde de Duitse afgezant heen met de mededeling dat hij alleen wilde overleggen over een overgave indien hij een door een Duitse bevelhebber ondertekent document onder ogen zou krijgen. De Duitse koerier keerde in de middag terug met een tweede ultimatum, maar voordat Scharroo kon antwoorden, verschenen kort na half twee Duitse bommenwerpers boven de havenstad.

De Nederlandse luchtmacht was inmiddels gemarginaliseerd en ook de Nederlandse luchtdoelartillerie kon niet voorkomen dat de Rotterdam werd gebombardeerd. Een luchtvloot van meer dan honderd Duitse bommenwerpers legde de stad in de as. Tegen half vier kwam een Nederlandse officier bij Winkelman aan: ‘Generaal, ik kom uit een hel’, zei hij en vertelde dat Rotterdam gebombardeerd was. Winkelman was geschokt door de Duitse actie, maar dacht nog altijd niet aan overgave. Rotterdam was weliswaar gevallen, maar elders in het land waren Nederlandse troepen nog steeds niet verslagen. Inmiddels had een Duitse koerier Utrecht bereikt, waar eveneens een ultimatum werd overhandigd. Winkelman realiseerde zich later die middag dat Utrecht, evenals Rotterdam, niet beschermd kon worden. Na overleg met zijn staf hakte de Nederlandse opperbevelhebber de knoop door: Utrecht moest gespaard blijven. Het Nederlandse leger zou de wapens neerleggen.

Op 14 mei 1940 rond 13.30 uur voerden de Duitsers in het kader van de aanval op Nederland een bombardement op Rotterdam uit. Dit om de eis tot overgave kracht bij te zetten. Foto van de schade met daarop de ruïne van de Laurenskerk in Rotterdam. (bron: Wikimedia Commons)

Op 14 mei 1940 rond 13.30 uur voerden de Duitsers in het kader van de aanval op Nederland een bombardement op Rotterdam uit. Dit om de eis tot overgave kracht bij te zetten. Foto van de schade met daarop de ruïne van de Laurenskerk in Rotterdam. (bron: Wikimedia Commons)

Woensdagmorgen 15 mei, om acht uur in de ochtend, verscheen Winkelman volgens afspraak op de Rotterdamse Maasbrug. Vandaar werd de generaal met zijn officieren naar een lagere school in Rijsoord gebracht, alwaar de capitulatie zou worden ondertekend. De Duitse generaal Von Küchler hield een korte toespraak, waarin de Nederlandse troepen gecomplimenteerd werden. Winkelman bedankte voor het compliment, maar hield verder zijn mond dicht. Küchler vond dat prima en ging over tot de orde van de dag en legde Winkelman de capitulatievoorwaarden voor. Toen gebeurde er iets onverwachts. Winkelman weigerde. De Nederlandse opperbevelhebber wilde niet instemmen met de overgave van de Nederlandse troepen in Zeeland, omdat die onder Frans bevel vielen en het Nederlandse opperbevel daarover niets te vertellen had. Küchler stemde uiteindelijk in, maar eiste wel dat de Nederlandse piloten die naar het buitenland waren gevlucht, niet meer aan de oorlog zouden deelnemen. Winkelman weigerde opnieuw: ‘nee’, sprak hij, ‘dat kan niet, want wij sluiten geen vrede. Wij zetten de oorlog door!’. De Duitse officieren probeerden de Nederlanders over te halen, maar zagen uiteindelijk in dat het geen zin had, daar Winkelman buiten Nederland niets te vertellen had. Maar de onzetting bij de Duitsers werd nog groter. Die paar gevluchte Nederlandse piloten en de Nederlandse soldaten in Zeeland kon men nog wel verkroppen, maar waar waren de Nederlandse marine en de koopvaardijvloot? De Nederlandse Schout-bij-Nacht Heeris nam nu het woord en vertelde de aanwezige Duitse marineattaché dat hij slechts enkele uren geleden een telex aan alle onderdelen had gestuurd waarin hij opriep zoveel mogelijk personeel en materieel naar Engeland te sturen.

Diverse marineschepen en 2000 man personeel hadden daarop koers naar Engeland gezet. De Duitsers reageerden geërgerd, zeker toen Heeris zijn verhaal vervolgde en meedeelde dat alle Nederlandse koopvaardijschepen al in de vroege ochtend van 10 mei een telegram hadden gekregen met het bevel niet naar Nederland terug te keren. Slechts tien procent viel in Duitse handen. In totaal was een gezamenlijk tonnage van 2.500.000 weggebleven of weggevaren. Na twee uur onderhandelen zaten de Nederlandse en Duitse officieren tegenover elkaar. Het was doodstil. Op tafel lag het capitulatieprotocol. Om tien uur zette generaal Winkelman zijn handtekening. De Duitse bezetting was begonnen.

Het hogere doel

‘Soldaten van het Nederlandse strijdtoneel! U hebt in vijf dagen een sterk en goed voorbereid leger dat zich achter schijnbaar onneembare hindernissen en versterkingen taai verdedigde, aangevallen, zijn luchtmacht uitgeschakeld en het tenslotte tot overgave gedwongen. U hebt daarmee een unieke prestatie verricht. De toekomst zal de militaire betekenis ervan leren. Slechts door uw voorbeeldige samenwerking, door de vastbeslotenheid van de aanvoerders en de dapperheid van de soldaten, in het bijzonder echter door de moedige inzet van de heldhaftige parachutisten en luchtlandingstroepen is dit succes mogelijk geworden.’

– Adolf Hitler , 15 mei 1940

Met bovenstaande woorden sprak Adolf Hitler in een dagorder voor de Duitse soldaten zijn bewondering en tevredenheid uit over de acties in Nederland. Ondanks alle verliezen leek Hitler in zijn nopjes, maar was hij dat werkelijk? Of waren de effecten van Winkelman’s wens zo lang mogelijk vol te houden en de vijand zoveel mogelijk schade te berokkenen nog niet tot de Duitse leider doorgedrongen?Na de voltooiing van de Duitse veroveringen op het vasteland van Europa was Engeland het volgende slachtoffer. Met een raid op de Engelse kust moest Duitsland’s laatste vijand in Europa uitgeschakeld worden. Het draaiboek voor deze invasieplannen, operatie Seelöwe (Zeeleeuw) geheten, lag al lange tijd klaar. Het plan was om eerst de Engelse luchtmacht op de knieën te krijgen, om zo de invasievloot en de noodzakelijke transportvliegtuigen te beschermen tegen Engelse luchtaanvallen. De bevelhebber van de Duitse luchtmacht, Hermann Göring, had Hitler toegezegd dat deze klus aan het eind van de zomer geklaard zou zijn. Om de Duitse invasieplannen op Engelse bodem goed te kunnen beoordelen, is het noodzakelijk de Engelse defensie in de nazomer van 1940 nader te bestuderen. Met de troepen die op tijd van het Europese vasteland hadden kunnen ontsnappen, waren er voor de verdediging van het gehele eiland slechts 27 divisies beschikbaar. Bovendien waren maar liefst 840 stuks antitankgeschut in Frankrijk achtergebleven, waardoor er nog 167 van dit soort wapens over waren ter verdediging van het Britse eiland. Oefeningen mochten niet worden gehouden, wegens een tekort aan antitankgranaten. Verder was ongeveer 70 procent van het artilleriegeschut in Frankrijk achtergebleven en waren de 27 divisies die de Duitse aanval zouden moeten afslaan zeer slecht uitgerust. Zelfs 300 jaar oude kanonnen werden uit diverse musea gehaald om opnieuw in gebruik genomen te worden. De mobiele eenheden van het Britse leger waren niet meer voor hun taak toegerust, daar er zo weinig militaire voertuigen uit Frankrijk waren teruggehaald, dat deze manschappen nu met gevorderde burgerauto’s vervoerd moesten worden. Op deze manier zou het minstens acht uur kosten voordat deze troepen in staat van paraatheid waren gebracht en binnen dit tijdsbestek waren Hitler’s troepen ruimschoots in staat een invasie uit te voeren.

Homeguard

In verband met de te verwachten luchtlandingen werden in en om steden mitrailleurnesten aangelegd, maar men dacht er niet aan om bunkers te bouwen. De Homeguard, het Engelse vrijwilligersleger, stond bekend als en groep oude, in slechte conditie verkerende mannen die, hoewel vastberaden, absoluut geen partij zouden zijn voor de geoefende Duitse soldaten. Bovendien moest de Homeguard, door gebrek aan moderne wapens, zich bedienen van een breed assortiment aan windbuksen, landbouwgereedschap, breekijzers en zelfs enterhaken van Nelson’s vlaggenschip.De Royal Air Force, de Britse luchtmacht, was in 1940 druk aan het moderniseren. Hoewel luchtgevechten tussen Engelse en Duitse vliegtuigen al ruim voor die tijd plaatsvonden, begon de echte Battle of Britain op 13 augustus 1940, de zogeheten Dag van de Adelaar. De Engelsen konden op dat moment slechts 620 jachtvliegtuigen inzetten tegen een Duitse aanvalsluchtvloot van ruim 1100 jagers en 2500 bommenwerpers. Om dit verschil zo snel mogelijk te minimaliseren, werkten de Britse industrieën op volle kracht en ook in het buitenland werd zoveel mogelijk wapentuig aangekocht. Pas vanaf 1941 begonnen de Britten de militaire achterstand op de Duitsers daadwerkelijk te verkleinen en tot die tijd keek de wereld met angstvallige nauwgezetheid toe en vroeg zich af of de Britten stand zouden houden tegenover de Duitse agressor. Tegen het einde van augustus werd de Britse positie met de dag nijpender. Het tekort aan piloten begon de Britten nu serieus parten te spelen.Uit het voorgaande blijkt dat de Britse defensie in zeer bedenkelijke toestand verkeerde en dat het Duitse leger vast van plan was het eiland te veroveren. Maar waarom bleef de Duitse invasie dan uiteindelijk uit, net nu de Britse luchtmacht vrijwel geheel uitgeschakeld was? Voor het beantwoorden van deze vraag moeten we een aantal maanden terug, naar de aanval op Nederland.

Om een succesvolle landing op een eiland als Groot-Brittannië uit te voeren waren schepen, transportvliegtuigen, luchtlandingstroepen en goed weer nodig. Ook moest het binnen afzienbare tijd gebeuren, daar de Engelsen langzaam maar zeker hun defensiekracht wisten te vergroten. Hoewel de maand september gekenmerkt werd door slecht weer en een ruwe zee, waren er toch genoeg momenten waarbij de omstandigheden gunstig genoeg waren voor het uitvoeren van een landing. Het is daarom zaak de overige factoren nader te belichten. Bij de Duitse verovering van Noorwegen waren diverse schepen van de Duitse marine verloren gegaan. Hierdoor kon Hitler in de tweede helft van 1940 slechts beschikken over een klein slagschip, vier kruisers en een dozijn torpedojagers. Dit tekort hadden de Duitsers voor een deel proberen te compenseren door de inzet van koopvaardijschepen. De vloot van de Nederlandse marine en de Nederlandse koopvaardijvloot waren nu ongetwijfeld een zeer welkome aanvulling geweest op de Duitse vloot, maar de Nederlandse schepen waren het Europese vastenland ontvlucht.

Het grootste probleem vormden daarbij de benodigde vliegtuigen en luchtlandingstroepen. Wilde een invasie kans van slagen hebben, dan waren luchtlandingstroepen onontbeerlijk. Zij konden immers belangrijke punten veroveren en de landingsplaats voor schepen bezet houden. De Duitse invasie op Kreta, vele maanden later, toonden aan hoezeer het Duitse oppercommando op dit soort troepen rekende. Maar liefst 15.000 man luchtlandingstroepen en 750 transportvliegtuigen werden hierbij ingezet. Ook de geallieerde landingen in Normandie in 1944 en later dat jaar de geallieerde aanval op Nederland operatie Market Garden stonden bekend vanwege de inzet van luchtlandingstroepen.

In de tweede helft van 1940 was de Duitse luchttransportvloot bij lange na niet zo groot. Tijdens de inval in Nederland beschikten de Duitsers over ongeveer 430 transportvliegtuigen. Dit grote aantal was nodig, omdat de Duitsers op grote schaal gebruik zouden maken van luchtlandingstroepen om op die manier de Nederlandse vliegvelden te veroveren. Bij evaluatie van de aanval op Nederland komen dan drie belangrijke gegevens naar voren. Ten eerste werden 220 Duitse transportvliegtuigen door het Nederlandse leger neergeschoten of op de grond vernietigd. Ten tweede werden de meeste van deze toestellen niet bestuurd door ‘gewone’ piloten, maar door instructeurs, aangezien er op het moment van de aanval niet genoeg opgeleide piloten beschikbaar waren. Velen van hen zijn omgekomen toen zijn met hun toestel werden neergeschoten en anderen zijn na de landing opgepakt door het Nederlandse leger en direct op transport gesteld richting Engeland. Ten derde had het Nederlandse leger de Duitse luchtlandingstroepen zware verliezen toegebracht. Van de 11.075 ingezette manschappen waren ongeveer 4000 soldaten uitgeschakeld. Twaalfhonderd van hen werden als krijgsgevangene richting Engeland verscheept.

Gevolgen van de verliezen

De verliezen waren dus enorm, maar welke gevolgen kwamen hieruit voort? De onlangs overleden Nederlandse historicus dr. L. de Jong merkt in zijn werk Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog het volgende op: ‘Voorts hebben de Duitsers zelf erkend dat hun verlies aan transporttoestellen in elk geval boven de helft lag; met het verlies aan elitetroepen en geschoolde instructeurs vormde zulks een schadepost die enkele jaren lang merkbaar bleef.’ Als de verliezen zo hoog waren dat het jarenlang merkbaar bleef, dan was een raid op Engeland in 1940 volkomen ondenkbaar. De verklaring van De Jong krijgt steun uit Duitse hoek. Na de oorlog verklaarde de Duitse generaal Kesselring, destijds bevelhebber van de 2e Duitse Luchtvloot, dat de Duitsers dit verlies de gehele oorlog niet meer te boven zijn gekomen. Zijn chef-staf generaal Speidel voegde daaraan toe dat de verliezen zich ‘nog jaren lang’ lieten voelen. Ook de Studiengruppe Geschichte des Luftkrieges ziet een verband tussen de hoge verliezen bij de strijd in Nederland en latere invasieplannen. In een verslag schrijft de studiegroep dat ‘de hoge verliezen aan mensen en materiaal die de actie om Den Haag tot een mislukking bestempelden, het opperbevel waarschuwden voor te verstrekkende bedoelingen bij latere plannen als operatie Seelöwe, Malta, Gibraltar enz.’ In haar conclusie legt de studiegroep dus een duidelijk verband tussen de Duitse verliezen bij de acties rondom Den Haag, die bovendien als een mislukking werden bestempeld, en latere invasieplannen.

Wat betreft de relatie tussen de Duitse verliezen en de gevolgen daarvan voor operatie Seelöwe zegt de Engelse historicus David Lampe het volgende: ‘Velen in Engeland meenden in die tijd dat de Duitsers zouden trachten een invasie uit de lucht te beginnen, doch de rapporten van de inlichtingendienst wezen uit dat dit uitgesloten was, omdat Hitler niet meer beschikte over de voor zo’n operatie benodigde vliegtuigen en -geoefende- luchtlandingstroepen.’ Een Duitse raid op Engeland was eind 1940 dus niet alleen onwaarschijnlijk maar zelfs onmogelijk, vanwege de opgelopen verliezen in Nederland. Maar waarom begon de Battle of Britain dan? Deze luchtoorlog is te wijten aan Hitler’s rotsvaste vertrouwen in de noodzaak van Duits luchtoverwicht, hoewel de top van het Duitse leger na een uitvoerige analyse had geconstateerd dat een landing op Brits grondgebied, volgens de plannen zoals die in 1940 op tafel lagen, gedoemd was te mislukken.

Het gelijk van generaal Winkelman

Was de Nederlandse strijd in de meidagen van 1940 hopeloos? Wanneer het doel was Nederland vrij te houden van Duitse bezetting dan is het antwoord achteraf ‘ja’. Maar als de vraag wordt gesteld of het Nederlandse leger haar haalbare doelen bereikt heeft, kan eveneens bevestigend worden geantwoord. Hitler sprak in zijn dankwoord aan de Duitse soldaten over een sterk en goed voorbereid Nederlands leger, maar de werkelijkheid was geheel anders. Desondanks vocht dit leger voor wat het waard was en heeft het de Duitse invaller volgens het plan van Winkelman enorme schade toegebracht. Het Duitse leger heeft een hoge prijs betaald voor haar agressie jegens Nederland en het heeft de Duitse invasieplannen voor Groot-Brittannië, waarmee de Duitse verovering van Europa voltooid zou zijn, de grond in geboord. Generaal Winkelman heeft waarschijnlijk nooit gedacht dat zijn geloof in het aanhoudende verzet en de schadeberokkening aan Duitse troepen en materieel zulke grote gevolgen teweeg zouden brengen.Hoe groot de uiteindelijke gevolgen van de Duitse verliezen in Nederland zijn geweest voor het verloop van de oorlog is nooit met zekerheid vast te stellen. Oorlogen zijn dynamische processen en een overwinning valt of staat doorgaans niet met één enkele gebeurtenis.

Generaal Winkelman nadat hij de Nederlandse overgave aan de Duitsers heeft ondertekend, 15 mei 1940. (bron: Bundesarchiv, Wikimedia Commons)

Generaal Winkelman nadat hij de Nederlandse overgave aan de Duitsers heeft ondertekend, 15 mei 1940. (bron: Bundesarchiv, Wikimedia Commons)

Toch zijn er een aantal belangrijke kanttekeningen te maken en roept een situatieschets belangrijke vragen op. Wanneer een aanval op Engeland met voldoende transportvliegtuigen, getrainde piloten en luchtlandingstroepen het te verwachten geslaagde resultaat zou hebben gehad, dan had de bezetting van Engeland een belangrijke wending aan het verloop van de oorlog in Europa kunnen geven. Want hoe had Europa bevrijd moeten worden? Engeland was dan immers als nabije ‘springplank’ naar Europa bezet geweest en Europa en Noord-Afrika zuchtten onder het juk van de As-mogendheden. Een invasie op de kusten van Normandië, waarmee uiteindelijk de bevrijding van Europa werd ingeluid, was dan onmogelijk. Welke andere opties waren voor handen geweest om een enorm invasieleger te herbergen? IJsland lag te ver weg. Als de Duitsers het nodig vonden, konden ze Ierland eveneens makkelijk bezetten. In Noord-Afrika was een invasieleger van dergelijke omvang niet te verbergen en bovendien zou het fijne woestijnzand een desastreuze uitwerking hebben op het wapentuig. Bovendien moest een invasievloot dan een langere afstand over zee moeten afleggen en liep dan ook eerder de kans opgemerkt te worden door vijandelijke vliegtuigen. Vanwege de beperkte actieradius van jachtvliegtuigen kon een invasievloot, welke een grote afstand moest overbruggen tot de landingsplaats, slechts beperkt rekenen op de bescherming van de eigen luchtmacht.

Het uitblijven van de raid op Engeland betekende ook dat de Duitsers grote troepenconcentraties in Europa moesten houden, terwijl deze ook hadden kunnen worden ingezet om de olievelden van het Duitsgezinde Perzië te bereiken. Hoe was de oorlog verlopen als de Duitsers hadden kunnen beschikken over de natuurlijke rijkdommen van de overwonnen landen?

Maar zoals gezegd, oorlog zijn dynamische processen en het heeft dan ook geen zin door te schieten in mogelijke scenario’s over hoe de oorlog had kunnen verlopen. Het is en blijft te speculatief. Laten we ons ter afsluiting richten op de bedoelingen van generaal Winkelman. Hoewel het ook voor hem duidelijk was dat de strijd om Nederland uiteindelijk niet te winnen was, probeerde hij door voortzetting van de strijd de eveneens door de Duitsers aangevallen landen te ontlasten. Hij rekende op de slagkracht van met name zijn leger en luchtafweer. Dat het Nederlandse leger zo’n grote schade heeft kunnen toebrengen aan de Duitse agressor, dat het daarmee zelfs diens invasieplannen voor Groot-Brittannië tot het verleden lieten behoren, is in dat geval de bekroning van Winkelman’s strategie. De strijd om Nederland is niet voor niets geweest.

Bronnen

  • Nieuwe Rotterdamsche Courant, 10 mei 1940.
  • Amersfoort, H, en P. Kamphuis (redactie), Mei 1940, De strijd op Nederlands grondgebied, 2e herziene druk (Den Haag: Sdu, 1995).
  • Bezemer, K.W.L. Zij vochten op de zeven zeeën. (Uitgeversmaatschappij W. de Haan N.V, 1954)
  • War over Holland: May 1940: the Dutch struggle

Lees ook:

[bol_product_links block_id=”bol_554f28a9c9de7_selected-products” products=”9200000035796405,9200000006899852,9200000007376971,1001004001506067,9200000026168159″ name=”bezetting” sub_id=”” link_color=”E94C00″ subtitle_color=”E94C00″ pricetype_color=”000000″ price_color=”E94C00″ deliverytime_color=”C20318″ background_color=”FFDF80″ border_color=”E94C00″ width=”314″ cols=”1″ show_bol_logo=”undefined” show_price=”1″ show_rating=”1″ show_deliverytime=”1″ link_target=”1″ image_size=”1″ admin_preview=”1″]

Erik Sweers

Erik Sweers studeerde van 1997 tot 2004 geschiedenis aan de universiteit van Utrecht. Sinds 2008 is hij redacteur voor Historiën. Erik heeft in samenwerking met diverse uitgeverijen lesmateriaal voor het voorgezet onderwijs gemaakt, zoals GeschiedenisNU en de geschiedenislesmethode Columbus.

More Posts - Website

1 Reactie op 10 mei 1940: Neergeschoten boven Nederland

  • P.Lasker schreef:

    Als ik dit allemaal zo lees dan lijkt het net of “we” de moffen hebben verslagen.
    Tsja,… de werkelijkheid is anders. Eén bombardement op Rotterdam en dat was het dan en Holland hield het voor gezien.
    Indien de Engelsen waar veel steden in puin werden gegooid ook zo “heldhaftig” waren geweest dan was er nooit een D-Day geweest.
    Onze koningin was in de meidagen van 1940 de eerste die op de loop ging.
    Na de oorlog kreeg zij de Militaire Willemsorde voor betoonde moed etc.
    Een gotspe.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schrijf je in voor TOEN!