Archeologie in Nederland, textielloden

In Archeologie in Nederland (juni 2017) staan twee artikelen over archeologische bronnen die inzicht geven in de geschiedenis van de textielnijverheid, namelijk wevershuizen en textielloden.

 

Het betreft ten eerste het onderzoek naar wevershuizen: ‘Leidse wevershuizen in seriebouw, Een materiële getuigenis van ‘projectontwikkeling’ in de Gouden Eeuw’. In het artikel wordt duidelijk hoe uniform en systematisch de nieuwbouw in de 17e eeuw is aangepakt. Opmerkelijk is dat de bewoners in feite financieel in staat waren hun huis annex werkplaats te kopen. Er was sprake van een zekere welstand. De huisjes die in de 20e eeuw en masse zijn gesloopt omdat het ‘oude troep’ was, zorgden in de 17e eeuw juist voor relatief gunstige woon- en werkomstandigheden.

Textielloden

De tweede archeologische bron voor de textielnijverheid zijn de textielloden. Deze loden werden na een bewerking van de wol en als het een eindproduct was aan de stof gehecht als kwaliteitskeurmerk.

Rotterdams textiellood (staallood). Bron: Museum Rotterdam.

Rotterdam

Zelfstandig onderzoeker Jan van Oostveen schrijft erover in ‘Textielloden uit Rotterdam, Inzicht in textielnijverheid en handelsrelaties’. Na een uitgebreide beschrijving over het productieproces van het maken van wollen stoffen zoals laken, gaat hij in op de verscheidenheid van de Rotterdamse loden.

“Waarschijnlijk zijn deze loden van verschillende grootten te koppelen aan de historisch bekende productiestadia waarbij in de stad Rotterdam in de middeleeuwen werd gelood. Met andere woorden: ná de lakenproductie, ná het veredelen en ná het persen van het laken.”

Bodemvondst

De auteur geeft aan dat het aantal bekende Rotterdamse verfloden beperkt is, evenals het aantal textielloden dat buiten de stad is gevonden. Niettemin vormen de Rotterdamse loden volgens hem “als categorie bodemvondsten een boeiende informatiebron voor een ooit zo belangrijke en grote nijverheid.”
De slotsom is me uit het hart gegrepen: “Door de informatie op de loden te combineren met historische gegevens uit archieven en andere schriftelijke bronnen, kan een beter beeld worden verkregen van de stedelijke textielnijverheid en van de lakenfabricage met haar verschillende productiestadia. Daarnaast verschaffen de textielloden -mits gecombineerd met historische bronnen- nuttige informatie bij onderzoek naar handelsrelaties met andere steden en landen.”

Geschiedenis die nog moet worden geschreven

Een soortgelijke conclusie trok ik zelf in een artikel met de licht dramatische titel ‘De geschiedenis van de Nederlandse textielnijverheid; een geschiedenis die nog moet worden geschreven’. Dat was in 2007. Ik ben sindsdien niet meer intensief bezig met het onderwerp, maar blijkbaar is de stand van zaken nog niet veel veranderd. Tal van detectoramateurs en (amateur-)archeologen en -historici hebben al veel interessant materiaal verzameld, maar een overzichtswerk is er nog niet. Gezien de verscheidenheid aan bronnen, en het gegeven dat eerder onderzoek veelal vanuit een bepaalde stedelijke of regionale context heeft plaatsgevonden, zal het een collectieve onderneming moeten zijn van historici, kunsthistorici, archivarissen en archeologen.

Dat archeologische vondsten daarbij niet alleen voor het plaatje bij de tekst van nut zijn, tonen de artikelen in Archeologie in Nederland wel aan.

Leon Mijderwijk

Leon Mijderwijk (1975) studeerde voor Leraar Geschiedenis 2e graads aan de HU en deeltijd Geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht. Zijn aandacht gaat uit naar de vroege middeleeuwen, in het bijzonder van Engeland. Hij schreef artikelen en recensies voor Westerheem, Archeologie Magazine, So British & Irish, Muntkoerier en Filatelie. Leon is redactiemedewerker van het Detectormagazine en Historiën-redacteur. Hij onderhoudt contact met diverse uitgeverijen, archeologen en historici.

More Posts

Schrijf je in voor TOEN!