Autobiografie in de wetenschapsgeschiedenis

De menselijke maat in de wetenschap is deel 11 uit de serie Universiteit & Samenleving onder redactie van Leen Dorsman en Peter Knegtmans.

MenselijkeMaat_Omslag DEF R8_4.indd“De autobiograaf neemt afstand in de tijd om terug te kijken op zijn leven […], een historische blik op zichzelf.” Bij die blik gaat het vooral om de nadruk op het persoonlijk leven, het innerlijk leven.” Is de wetenschapsgeschiedenis gebaat bij (auto-)biografieën over geleerden, is het onderwerp van De menselijke maat in de wetenschap, deel 11 uit de serie Universiteit & Samenleving onder redactie van Leen Dorsman en Peter Knegtmans. Ja, is kortweg het antwoord die uit de bijdragen uit deze bundel is af te leiden, mits de persoonlijke omstandigheden van invloed zijn geweest op zijn werk.

Leopold von Ranke

De eerste drie bijdragen gaan over het theoretische vraagstuk van het belang van de biografie. Daarna volgen vier artikelen die min of meer als voorbeeld dienen dat autobiografische geschriften van dienst zijn voor de wetenschapsgeschiedenis. Leopold von Ranke Hoewel alle artikelen de moeite van het lezen waard zijn, noem ik hier graag het artikel van Herman Paul, ‘’Werken zoo lang het dag is’, Sjablonen van een negentiende-eeuws geleerdenleven’. Het begint met de anekdote dat de aartsvader van de historische wetenschap Leopold von Ranke die dag en nacht werkt, met tegenzin verlof gaf aan zijn assistenten. Op Kerstavond nog wel, al is hij Mr. Scrooge zelf. Niet iedereen leefde voor zijn werk, al wil een autobiografie dat wel soms doen geloven: “Als leven en levenswerk al niet synoniem werden, dan lagen ze dusdanig dicht bij elkaar dat er voor familie, vrienden, politiek of ontspanning weinig ruimte overbleef.” Terecht, bij een slaafse werker als Von Ranke, maar bij anderen is het levensverhaal toch wat te selectief. “Ze zoomen bijvoorbeeld –vooral in mannelijke autobiografieën- dusdanig in op de studeerkamer dat ze de keuken, de woonkamer en het slaapvertrek nauwelijks een blik waardig keuren. Door het volle licht te laten vallen op de carrière, veroordelen ze familie, vrienden en buren tot een bestaan in de schaduw. Er bestaat dus altijd een gat tussen het sjabloon en de werkelijkheid.” Dit laat de auteur ook duidelijk zien aan de hand van de autobiografie van theoloog/hoogleraar Wessel Albertus van Hengel (1779-1871).

Jacques Presser

Niels Graaf heeft een portret van historicus Jacques Presser geschreven waarin hij zich concentreert op Presser als docent. Presser weet in de collegezaal te boeien. “Men verzuimde zijn colleges niet graag en spoorde vrienden aan om ook te komen.” Presser nam zijn werk als docent serieus, blijkt ook uit teksten van zijn eigen hand. Het was zijn bedoeling “niet een beetje te schoolmeesteren”, schreef hij in een brief. Ook hier weer een autobiografische documenten met nut om de hoogleraar te doorgronden. En met hem een deel van de wetenschapsgeschiedenis.

De menselijke maat in de geschiedenis, De geleerden(auto)biografie als bron voor de wetenschaps- en universiteitsgeschiedenis
Universiteit & Samenleving 11
L.J. Dorsman en P.J. Knegtmans red.
(Hilversum 2013)
ISBN 978 90 8704 397 1, € 14,-
www.verloren.nl

 

Leon Mijderwijk

Leon Mijderwijk (1975) studeerde voor Leraar Geschiedenis 2e graads aan de HU en deeltijd Geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht. Zijn aandacht gaat uit naar de vroege middeleeuwen, in het bijzonder van Engeland. Hij schreef artikelen en recensies voor Westerheem, Archeologie Magazine, So British & Irish, Muntkoerier en Filatelie. Leon is redactiemedewerker van het Detectormagazine en Historiën-redacteur. Hij onderhoudt contact met diverse uitgeverijen, archeologen en historici.

More Posts

Schrijf je in voor TOEN!