Bataven, handelaren en krijgers

In een tijd dat over zee reizen gemakkelijker is dan over land, kent de Noordzee drukke vaarroutes van wat nu Nederland is naar Brittannië en terug. Zo ook in de Romeinse tijd. In onze streken leefden de Bataven. Het zijn handelaren die vanuit onze streken naar Romeins Brittannië varen om hun koopwaar aan de man te brengen, maar ook strijders maken de oversteek.

Negotiator Britannicus. Dat is hij. Placidus, Vidicus’ zoon, uit de omgeving van Rouen. Dat laat hij weten op het altaar dat hij schenkt aan de godin Nehalennia.

Voor de reis heeft de handelaar de godin om een gunst gevraagd. Wat deze wens is, kunnen we raden. Voor een handelaar die vaart op Brittannië is die gunst zeker de vraag om een veilige zeereis en een voorspoedige en winstgevende handel. Uit zijn thuisland neemt Placidus waarschijnlijk wijn mee, want Franse wijn valt goed in de smaak in Brittannië. Welke goederen hij meeneemt op zijn terugreis, is niet bekend. Ook dat zal hem winst gebracht hebben want hij dankt Nehalennia en lost zijn gelofte aan haar in door een altaar te wijden, graag en met reden, zoals de vaste formulering luidt.

Nehalennia

Fragment altaar voor Nehalennia. Bron: wikimedia.org.

Placidus richt het altaar op in het heiligdom bij het huidige Colijnsplaat in Zeeland. Van Colijnsplaat, beter gezegd Ganuenta, is bekend dat het niet alleen een religieuze plaats is in de Romeinse tijd, maar ook een doorvoerhaven naar en van het Britse eiland.

We hoeven aan Placidus’ oprechtheid omtrent zijn relatie tot Nehalennia niet te twijfelen, want ook in York doet hij een wijding. Dat hij niet de enige handelaar is die de oversteek maakt via de Scheldemonding bewijzen andere altaren uit Colijnsplaat en Domburg. Handelaar in aardewerk Marcus Secund(inius) Silvanus heeft zelfs in beide plaatsen een altaar aan Nehalennia gewijd.

Bataven als hulptroepen

De band tussen de Britse en ‘Nederlandse’ gebieden gaat verder dan de handelsroute. Bataven dienen in het Romeinse leger; wat heet: “Weinig etnische gemeenschappen binnen het Romeinse Rijk zijn zo intensief geëxploiteerd voor de werving van soldaten als de Bataven.” Vier cohorten Bataven vechten in de Slag om Mons Graupius (83 na Chr.) in het noorden van het huidige Schotland op bevel van de Romeinse gouverneur Agricola.

Hulptroepen, auxiliarii, van niet-Romeinse afkomst zijn van groot belang voor de slagkracht van het Romeinse leger. Zij zijn zeker geen ‘kanonnenvoer’, maar worden juist doelbewust ingezet in situaties waar zwaarbewapende en -bepakte legionairs slecht uit de voeten kunnen. Zo zijn de Bataven bij uitstek geschikt om als amfibische troepen in te zetten , maar ook in de hooglanden bewijzen zij hun waarde tegen de Caledoniërs die zich boven op de heuvel Mons Graupius hebben opgesteld. Agricola kan zijn legionairs in reserve houden en toezien hoe de hulptroepen de slag winnen.

Vindolanda tabletten

De Bataven blijven in het noorden. Zij laten hun sporen na. In het fort Vindolanda doet de archeoloog Robin Birley in 1973 een schatvondst. Geen gewone schat, met bergen aan munten en gouden en zilveren artefacten. De schrijftabletten die Birley aantreft, zijn een historische schat. De tabletten dateren veelal van 92-115 na Chr., dus voor de tijd van de Muur van Hadrianus. Ze geven een onthullend beeld van het leven in het fort. Veel zakelijke informatie zoals voorraadlijsten en militaire orders, maar ook persoonlijke zaken. Uit de vele honderden tabletten valt te concluderen dat de geletterdheid hoog is in de militaire gemeenschap.

Vindolanda tablet

Enkele van de Vindolanda tablets. Bron: wikimedia.org.

Ook de Bataven laten zich niet onbetuigd op de schrijftabletten. Vanaf 101 is de Bataafse edelman Flavius Cerialis bevelhebber van het negende Batavencohort. Zijn vrouw Sulpicia Lepidina hoeft zich niet te vervelen in het fort, zoals blijkt uit de tekst op een van de tabletten. Haar vriendin Claudia nodigt haar uit “om naar de viering van mijn verjaardag op 11 september te komen, en mijn dag op te vrolijken met je aanwezigheid. Groet jouw Cerialis van mij. Mijn Aelius groet jou en je zonen. Ik verwacht je, zuster.”

Ook brieven van en aan Cerialis zijn bewaard gebleven. Ritmeester Masclus van de ruiterafdeling schrijft hem:

“Masclus groet zijn koning Cerialis. Ik vraag u, heer, instructies te geven wat u wilt dat wij morgen doen. […] Het ga u goed. Mijn medesoldaten hebben geen bier meer; ik vraag u orders te geven dat te sturen.”

Dat Cerialis slechts enkele decennia na de Bataafse opstand tegen de Romeinen (69 na Chr.) commandant is, bewijst dat een Bataaf kansen heeft om zich te onderscheiden in het Romeinse leger. Ook al betekent dat dat je dienst moet doen in het noordelijkste puntje van het Romeinse Rijk.

Leon Mijderwijk

Leon Mijderwijk (1975) studeerde voor Leraar Geschiedenis 2e graads aan de HU en deeltijd Geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht. Zijn aandacht gaat uit naar de vroege middeleeuwen, in het bijzonder van Engeland. Hij schreef artikelen en recensies voor Westerheem, Archeologie Magazine, So British & Irish, Muntkoerier en Filatelie. Leon is redactiemedewerker van het Detectormagazine en Historiën-redacteur. Hij onderhoudt contact met diverse uitgeverijen, archeologen en historici.

More Posts

Historiën Twitter
Schrijf je in voor TOEN!