Ben Feringa: nanowetenschapper

 

In 2016 kreeg de Groningse scheikunde-professor Ben L. Feringa (RUG) in Stockholm de Nobel-prijs voor de Chemie uitgereikt. Hij ontving de prijs samen met de Fransman Jean-Pierre Sauvage en de Brit Sir James Fraser Stoddart voor de ontwikkeling van moleculaire nano-machines: minuscuul kleine apparaten die minstens duizend keer kleiner zijn dan een haar.

Science Fiction kan de wereld vooruit helpen net als wetenschap. Beiden hebben veel met verbeeldingskracht te maken.

Ben Feringa

 

Ben Feringa. Foto: P. Prillevitz

In 1999 ontwikkelde Feringa een nanomotor die door licht werd aangedreven. Dit wordt algemeen gezien als een fundamentele doorbraak van wereldformaat. In 2011 creëerde hij de moleculaire ‘auto’, de zogenaamde nano-car; een uitvinding die doet denken aan science fiction, maar thans gewoon realiteit geworden is.

Vreemd genoeg had het niet veel gescheeld of boerenzoon Feringa was nooit Scheikunde gaan studeren in Groningen. In zijn jeugd was de Nobel-prijswinnaar immers van plan om de boerderij van zijn ouders over te nemen. Zijn vader adviseerde hem echter om eerst maar eens te gaan leren en daarna verder te zien. De jonge Feringa volgde dit advies op en begon aan een buitengewoon succesvolle carrière met de Nobel-prijs als ultieme bekroning. En passant reed hij in ’97 de Elfstedentocht uit waardoor hij ook nog eens de trotse bezitter van het befaamde kruisje werd. Een unieke dubbelslag.

Momenteel reist Feringa de wereld rond i.v.m. lezingen, congressen en uitnodigingen om te spreken over zijn vakgebied. Ook zijn wetenschappelijk onderzoek gaat door. Feringa is onder andere bezig om kunstmatige spiertjes te bouwen en middelen tegen kanker te vinden.

Hoewel hij talloze mogelijkheden had om voor buitenlandse universiteiten te gaan werken, is Feringa de Rijksuniversiteit Groningen altijd trouw gebleven. De RUG is hem daar zeer erkentelijk voor en beschouwt hem als boegbeeld van de universiteit. Dat blijkt al bij binnenkomst van het Groningse Nijenborgh 4-gebouw waar Feringa zijn kantoor heeft. Daar ziet men eerst een grote beeltenis van de recente Nobel-prijswinnaar staan en iets verderop een kleine foto van Feringa naast een beeld van professor Frits Zernike, die andere bekende Groningse Nobelprijs-laureaat (Natuurkunde:1953). Over een aantal jaren komt op deze plaats een geheel nieuw gebouw te staan dat geheel toepasselijk The Feringa Building zal gaan heten.

Dan kan het interview beginnen in de rommelige maar gezellige chaos van Feringa’s ruime kantoor, waar enkele scheikundige formules op het bord staan, overal papieren en boeken liggen en men uitkijkt op de futuristische gebouwen van de Zernike Campus. Einstein, die zelf ook een rommelig bureau had op Princeton, zei het al eens :“Als een rommelig bureau staat voor een rommelige geest, waar staat een leeg bureau dan voor?” Volgens recent wetenschappelijk onderzoek staan rommelige bureaus voor creativiteit en genialiteit. We zijn hier duidelijk aan het goede adres voor een boeiende uiteenzetting over de mysteries van de micro-wereld, de aarde, het heelal en het leven. Een gesprek met Nobelprijs-winnaar Ben Feringa over nano-technologie, wetenschap, fantasie, science fiction, Kandinsky, Dan Brown, God en The Origin of Life etc.

Ben Feringa: “In de wetenschap is vragen stellen heel belangrijk. Het meest interessant zijn vaak de dingen waarvan we eigenlijk nog niet weten wat we erover moeten vragen ?”

U bent een boerenzoon uit Drenthe. Heeft dat invloed gehad op de keuze van uw studie, onderzoeksgebied en de resultaten die u daarin geboekt heeft?

Feringa: “Ja, ik denk het wel. Ik ben opgegroeid op een boerderij, was veel op het land en hielp mee met mijn vader, zelfs in de tijd dat ik student was. Dat heeft mij heel erg geïnspireerd want we voerden daar thuis eindeloze discussies over. Ten eerste is het zo dat je op een boerderij natuurlijk allerlei observaties doet over plantengroei en gedrag van dieren etc. Ik was altijd bezig met ontdekken en vragen stellen. Mijn vader was iemand die dat stimuleerde. We hadden dikwijls discussies in het land over hoe zo’n plant nu groeit. Dat heeft zeker wel een invloed gehad. De natuur was als een speeltuin en oord van ontdekkingsreizen in mijn vroege jeugd.”

Heeft uw katholieke achtergrond u ook geïnspireerd in uw werk en zo ja, op welke wijze precies ?

Feringa: “Nee, nee. Wij komen inderdaad uit een zeer katholiek dorp, Barger-Compascuum in Zuid-Oost Drenthe en ik ben inderdaad in een vrij traditioneel katholiek gezin opgegroeid. Dat zal ongetwijfeld wel een invloed gehad hebben, maar er is natuurlijk wel een onderscheid tussen het geloof en je werk als wetenschapper. Het idee van: leren, iets begrijpen en je talenten gebruiken is er wel met de paplepel ingegoten. Dat komt ook voort uit de Bijbel natuurlijk (lacht).

Ik ben de één na oudste. Ik heb drie broers en zes zussen. Al mijn broers en zussen hebben doorgeleerd. Mijn jongste broer zit nog steeds op de boerderij. Er waren bij ons thuis altijd eindeloze gesprekken over de natuur, ontdekkingen, kunst, wetenschap, maar ook over geloof en maatschappelijke vragen etc. We hadden felle discussies over de rol van het geloof en zo. Dat hebben we wel meegekregen, jazeker.”

Heeft u het harde werken dat u altijd heeft gedaan ook op de boerderij geleerd? Heeft dat u geholpen bij uw studie en carrière?

Feringa: “Ja, als kind had iedereen op de boerderij zijn eigen taak. We moesten allemaal iets doen. Toen we op de lagere school zaten, had iedereen zijn taken en daar werd niet over gediscussieerd. Dat deed je gewoon. Er werd niet gemopperd. De kippen moesten nu eenmaal gevoerd worden als dat jouw taak was terwijl een ander ging schoffelen in de tuin. De varkens of de kalfjes moesten ook steeds melk krijgen. Dan kun je niet zeggen ‘ik blijf nu even in bed liggen’. Nee, zoiets kun je niet half doen.”

U bent aan de ene kant katholiek opgevoed met een Godsbeeld en aan der andere kant acteert u in uw werk als een rationele wetenschapper die heel veel weet van de bouwstenen van het leven en de wereld. Gelooft u nog in een Schepper of een scheppend vermogen? Hoe ziet u dat?

Feringa: “Het is niet zo dat ik daar dagelijks mee bezig ben. Volgens mij is het ook niet zo dat geloof en wetenschap elkaar heel erg bijten of zo. Ik ben het eens met wat Robbert Dijkgraaf al eens gezegd heeft: het is onze taak als wetenschapper om de grenzen van ons weten te onderzoeken en om inzichten en nieuwe ontdekkingen te doen. Ook wil ik voorbij de grenzen gaan van ons huidige kunnen en alles van wat ons meegegeven is, gebaseerd op de geschiedenis. Er is ons een enorme basis gegeven door de wetenschappers en onderzoekers vóór ons: de Giants in the Field. We moeten op deze wetenschap voortbouwen met het heel duidelijke idee dat we moeten kijken in het onbekende en op avontuur moeten gaan.”

Religie en geloof hebben meer te maken met het innerlijk van de mens en het mysterie. Het gaat daarbij voornamelijk om een heel persoonlijk iets dat te maken heeft met jouw eigen geestelijke belevingswereld. Zo zie ik dat.”

Vervolgens komen we bij de vraag: is er een Schepper? Ik ben natuurlijk heel sterk een aanhanger van de evolutieleer, dat is duidelijk. Dat is echter niet bij iedereen zo. Kijk maar eens naar landen als Amerika of Turkije. Daar denkt men er heel anders over, maar er blijven wel hele grote onbegrepen vragen. Met name over The Origin of Life. Dat moet niet een biologische maar wel een chemische evolutie geweest zijn. De theorie van Darwin gaat over de biologische evolutie, maar daarvoor was er ook al leven in hele primitieve vorm. Wat was dat voor leven ? Wat bestond er voor die miljarden jaren ? Dat zijn hele intrigerende vragen voor mij.”

Cartoon uit 1871 waarin Charles Darwin en zijn evolutietheorie belachelijk woren gemaakt. bron: wikimedia commons

Dan is de kwestie vervolgens natuurlijk of er meer onder en in de hemel is dan alleen maar de fysische wetmatigheden, de moleculen en de materie zoals wij die kennen ? Is de mens meer dan een verzameling moleculen die met elkaar interacties vertonen via fysische wetmatigheden ?

Ik denk het wel, maar hoe dat dan zit weten we nog niet. Ik denk dat je de meeste dingen in een mens, inclusief veel van onze geestelijk processen en zo, heel goed met moleculaire en fysische verschijnselen kunt verklaren. Kijk bijvoorbeeld maar naar de functie van hormonen. Dat zijn gewoon moleculaire processen. Iedereen weet dat je gevoelens veranderen als je hormoonspiegel wat wijzigt en dat bepaalde geestelijke denkprocessen te maken hebben met synapsen, moleculaire processen en fysische verschijnselen.”

Wat mij heel erg intrigeert is het mysterieuze aspect van wat er allemaal meer is. Laten we wel zijn: onze kennis is waarschijnlijk ongelofelijk beperkt. Hoe zit het allemaal? Is het misschien toch zo dat er iets is dat meer alomvattend is ?”

Voor mij hebben het geloofs- en het Godsbeeld veel meer betrekking op het goede in de mensen plus de waarden en normen die wij samen delen etc. Ik denk dat dat meer te maken heeft met een geloofs- en een Godsbeeld dan de manier waarop wij denken of wat ons bewustzijn eigenlijk is etc. Want ik denk dat nu en in de toekomst zal gaan blijken dat dit toch voor een belangrijk deel te verklaren is via natuurkundige processen. Het kan best zijn dat wij met ons hele heelal, onze materie, onze mensen en onze wereld maar een heel klein tipje vormen van het grote geheel. Dat zou best eens kunnen.”

Er wordt wel eens beweerd dat we door Einstein nu toch wel weten hoe het allemaal werkt. Denk echter niet dat er over 200 jaar niet een nieuwe Einstein of Newton kan opstaan die zegt ‘het zit toch heel anders in elkaar’ en een uitleg geeft waar we nog niet over hebben nagedacht.”

Zou dat kunnen?

Feringa: “Oh, ik denk dat er over 200 jaar wel weer een nieuwe Einstein komt die zegt dat wij wel heel erg primitief waren met onze theorieën. En waarom zeg ik dat? Ik heb in de loop van mijn wetenschappelijke carrière gemerkt dat ik steeds bescheidener word, omdat ik steeds meer vragen krijg en steeds meer dingen niet weet. Zolang wij, zelfs zo’n 200 jaar na Newton, nog geen idee hebben hoe het komt dat mijn pen naar beneden valt, is enige bescheidenheid wel op zijn plek. Dat heeft toch weer te maken met dat grotere geheel hè.”

Wat is afgezien van die bescheidenheid het belangrijkste dat u geleerd heeft in uw carrière? Of is dat niet te zeggen omdat het zo veelomvattend en complex is wat u gedaan heeft?

Feringa: “Het belangrijkste wat ik geleerd heb, is denk ik wel om niet te bang te zijn om buiten mijn comfort-zone te kijken naar wat we niet weten en om vragen te stellen en te twijfelen. Want kijk, we hebben wel een heleboel mooie dingen ontdekt, ongelofelijk veel geleerd en als onderzoeksgroep een mooie bijdrage geleverd aan ons vakgebied, maar hoe belangrijk is dat? Wat kun je doen? Er zijn duizenden wetenschappers. Je draagt je steentje bij.”

Wat ik vooral geleerd heb, is hoe belangrijk het is om vragen te stellen. De goede vragen zijn namelijk veel belangrijker dan de antwoorden. Wat ik ook heel belangrijk vind, is dat je kijkt naar wat we weten om je daarna af te vragen of het wel echt zo is? Ga voorbij hetgeen we weten en voorbij de vraag “ is het wel echt zo ? ”Kijk ook eens naar wat we nu niet weten. Wat is spannend en wat is bijna onmogelijk? Het meest interessante zijn eigenlijk die dingen waarvan we vooral niet weten wat we eigenlijk moeten vragen ?

Er zijn verschillende gradaties van wetenschap. Aan de ene kant heb je de wetenschap waarvan we de vragen wel weten en de antwoorden ook. Dat is alleen nog maar een invulplaatje. Ik wil niet denigrerend klinken, maar je weet wat ik bedoel. Aan de andere kant van het spectrum begeef je je in bepaalde disciplines zo ver in het onbekende dat we niet alleen niet weten waarnaar we op zoek zijn, maar niet eens weten welke vragen we moeten stellen.”

Dergelijke vragen naar het onbekende duiden dan een richting aan waarin het onderzoek en het eventuele antwoord mogelijk gezocht moet worden?

Feringa:Ja, denk bijvoorbeeld aan de oorsprong van het leven. De evolutie is nog steeds een heel actueel en intrigerend onderwerp. Ik bedoel de chemische evolutie. Waar komen we vandaan? Er zijn duizenden en misschien zelfs wel miljoenen wetenschappelijke vragen, maar ik denk dat de belangrijkste wetenschappelijke vraag misschien wel is: ‘waar komen we vandaan?’ Waar komt leven vandaan ?”

Dat heeft ook direct met religie te maken natuurlijk. Je kunt dan zeggen dat het te maken heeft met de Schepping van God. Misschien is dat wel zo. Ik zal niet zeggen dat het niet zo is. Als je in een God gelooft en het bovennatuurlijke dan zou dat een mooie verklaring zijn, maar dat is een beetje onbevredigend voor een wetenschapper. Ten tweede kun je zeggen: ‘We komen van buiten deze aarde en leven is oorspronkelijk ontstaan in het heelal’. Dat is heel mooi, maar daar heb je het probleem ook niet mee opgelost. Dan heb je geen antwoord op je vraag, maar verschuif je het probleem.”

Vervolgens komt de vraag: ‘hoe is leven ontstaan?’ Dat is voor mij nu ook heel actueel vanwege de Nationale Wetenschapsagenda. Eén van de thema’s waar ik zelf ook een van de trekkers van ben, is Origin of Life. Fantastisch. Maar welke vragen moeten we dan stellen om antwoorden te krijgen die enigszins relevant zouden kunnen zijn, want we kunnen het leven niet opnieuw maken. We kunnen misschien wel kunstmatig leven bouwen. Daar zijn allerlei wetenschappers al mee bezig en dat is heel spannend. Vervolgens krijg je een hele mooie ethische discussie of we dat willen of niet.

De kwestie is echter welke vragen we moeten stellen om goede experimenten te doen die relevant zijn ? Want het leven zoals dat ontstaan is in de chemische evolutie kunnen we niet meer over doen zoals dat een paar miljard jaar geleden ging. We kunnen hooguit gaan bedenken hoe het wel eens gegaan zou kunnen zijn en hoe we dat kunstmatig na kunnen doen in een laboratorium-setting. Misschien is er niet één pad, maar zijn er wel meerdere wegen geweest naar hele primitieve levensvormen waarvan er net als in de normale evolutie een heleboel weer uitgestorven zijn. Een boel van onze voorouders zijn ook weer verdwenen, denk maar eens aan de Neanderthalers en zo zijn er nog wel een paar te bedenken. Dat intrigeert mij mateloos.”

Kortom: als je vraagt naar een paar ideeën over wat ik geleerd heb en wat me het meest is opgevallen dan kom ik hierop uit. Die bescheidenheid is belangrijk, maar ook de observatie hoe mooi de natuur in elkaar steekt, hoeveel dingen we eigenlijk nog niet weten en hoeveel vragen er naar boven komen als je de natuur bekijkt.”

Vindt u de natuur en de biosfeer inderdaad mooi in elkaar zitten?

Feringa: “Ja, ik vind het fantastisch in elkaar steken. Het biologische systeem is een complex chemisch geheel dat geweldig mooi in elkaar zit. Heel intrigerend. Wat mij vooral fascineert, is de enorme complexiteit en hoe alles op elkaar ingrijpt. Hoe dat ontstaan is en zich ontwikkeld heeft? De levende natuur heeft het, met de blik van een chemicus bekeken, eigenlijk moeten doen met een heel beperkt aantal bouwstenen. Wij als hedendaagse chemici hebben oneindige mogelijkheden om moleculen te bouwen, waarvan wij nog maar een heel klein tipje van de sluier hebben opgelicht. Daar kunnen we nog wel een miljard jaar mee vooruit. Maar kijk eens naar wat Moeder Natuur in de afgelopen miljarden jaren gepresteerd heeft met de weinige bouwstenen: aminozuren, suikers, vetzuren plus nog een paar componenten. Met die beperkte mogelijkheden heeft ze het moeten doen. De belangrijkste zijn die 20 fundamentele aminozuren. Dat zijn al die motortjes in je lichaam en al die functies die je cellen draaiende houden zodat wij alles kunnen doen. Wonderbaarlijk !”

Is dat allemaal op toeval gebaseerd of niet ?

Feringa: “Tja, dat is nog niet zo eenvoudig te beantwoorden natuurlijk. Zo kom je op de vraag of leven toeval is of dat er een schepping achter zit ?”

U als vooraanstaande natuurkundige heeft daar een beter beeld van dan de gewone man in de straat. Heeft u er ideeën over hoe het zit ?

Feringa: “Nou kijk, dat is het punt weer: hoe kun je primitieve levensvormen maken uit moleculen hè ? Hoe kun je moleculen bij elkaar brengen zodat je bepaalde functies krijgt? Hoe bouw je een cel ? We kunnen tegenwoordig wel een soort zeepachtige moleculen bouwen, die een soort celmembraan vormen, een soort capsule, die wel een beetje lijken op de sfeer van een cel. Daar zitten dan echter nog helemaal geen functies in. Dan kun je vervolgens proberen daar wat functies in te zetten, maar dat wil nog niet zeggen dat je dan iets hebt dat zichzelf kan vermeerderen of levend is, wat informatie over kan dragen, wat erfelijke eigenschappen heeft, wat een metabolisme onderhoudt, wat kan bewegen en iets nuttigs kan doen of hogere organismen kan vormen. Zelfs de meest primitieve cel is enorm complex. Ik heb daarom grote bewondering voor hoe de natuur in elkaar steekt.”

Ik denk inderdaad dat het kan dat je in zo’n lange tijdspanne door selectieprocessen etc. kan komen tot dit soort complexe functies, maar het is wel bewonderenswaardig hoe die selectie heeft plaatsgevonden. Want als je kijkt hoe kleine verschillen in eiwitten totaal verschillende functies geven of hoe kleine afwijkingen in moleculen hele verschillende chemische processen in gang zetten en een verschillende werking hebben en al die miljoenen verschillende onderdelen met elkaar in interactie treden dan is dat erg frappant. Dat is een stuk ingewikkelder dan een grote stad als Amsterdam of Rotterdam bouwen in mijn optiek.”

Daar komt mijn bescheidenheid inzake kennis over de natuur ook een beetje vandaan. In mijn lezingen zeg ik vaak dat we met nano-motortjes bezig zijn etc., en dan begin ik met een verwijzing naar de Wright Brothers die voor het eerst hebben gevlogen in Kitty Hawk in 1903. Toevallig ben ik gisteren teruggekomen uit Washington. In het weekend dat ik daar was, ben ik even naar het Smithonian Institute geweest waar het oorspronkelijke vliegtuig van de Wright Brothers hangt. Toen had ik echt tranen in mijn ogen, want zij hebben voor het eerst in de geschiedenis gevlogen. Honderden jaren hebben mensen getracht om te vliegen waarbij velen zijn omgekomen, maar zij hebben laten zien dat het echt kan.”

1903. De eerste vlucht van de gebroeders Wright. bron: wikimedia commons

Nu, honderd jaar later hebben we een Airbus of een Boeing die honderden mensen kan vervoeren over de Atlantische Oceaan. De KLM bracht mij in zo’n Boeing met honderden mensen aan boord met een snelheid van 900 km/h in 7 uur van Washington naar Amsterdam. Probeer dat eens te doen met een duif of een andere vogel ! Onmogelijk. Terwijl de mens toch heel lang juist naar die vogel heeft gekeken en we ons afvroegen waarom een mens niet kan wat dit dier deed?

Onze vliegtuigen vliegen niet met klapperende vleugels zoals een duif dat doet, dus het vliegprincipe is anders, net als de 3, 5 miljoen componenten van een vliegtuig volledig anders zijn. Die zijn allemaal synthetisch (materialen, componenten etc.) Voor zijn doel werkt een vliegtuig echter fantastisch, maar 100 à 115 jaar later kunnen we nog steeds geen duif bouwen, laat staan een cel van een duif of één van de machines in een cel van een duif. Al die cel-biologen, chemici en fysici kunnen niet de eenvoudigste component van die cel nabouwen.”

Wat ik dus zeker heb geleerd is bewondering voor de natuur te hebben, voor hetgeen de wetenschap ons aanreikt, voor wat nodig is, maar ook voor de mysteries die er nog voor ons liggen en welke mooie ontdekkingen er nog gedaan kunnen worden. Dat avontuur is nog niet ten einde. Ook voor de generaties die nog gaan komen, liggen er mooie avonturen in het verschiet. Denk niet dat de technologie ophoudt met het feit dat we nu een Iphone hebben. Ik kan het niet genoeg benadrukken, omdat mensen het gewoon vergeten, maar pas tien jaar geleden is de Iphone geïntroduceerd en nu kun je al bijna niet meer zonder. Onze kinderen kunnen zich een maatschappij zonder Smartphone helemaal niet meer voorstellen. Dat is nog maar 10 jaar geleden hè, en heeft de hele wereld totaal op z’n kop gezet: onze communicatie etc. Hoe veel tijd besteedt een doorsnee persoon per dag al niet aan communicatie via z’n Smartphone (contacten etc.) ?”

De technologie daarvoor werd echter al ontwikkeld door fysici en chemische in de 40-er en 50-er jaren: transistors en display-materialen etc. die ook in onze flatscreens zitten. Dat zet de hele zaak wat in historisch perspectief. Ga er maar vanuit dat er over een aantal jaren wel weer een heel ander technologische doorbraak zal komen, of dat nu op het gebied van materialen is, medische toepassingen, het gebied van energie of de manier waarop we autorijden etc.”

Wat zegt dat precies? Dat de biologische, chemische, fysische en technologische ontwikkelingen een grote, snelle vlucht kunnen nemen ?

Feringa: “Ja, ontwikkelingen kunnen heel snel gaan en de wereld op zijn kop zetten. Dat zie je nu bijvoorbeeld ook weer met die gen-editing (CRISPR/Cas9 technieken). Het werd een jaar of 6 à 7 geleden ontdekt. Nu gebruikt de hele wereld van de cel-biologie en de bio-moleculaire wetenschappen die technieken om genen te veranderen en is er onlangs een embryo aangepast (ge-edit) om de erfelijke ziekten eruit te halen. Dat is allemaal gebeurd binnen 10 jaar. Dan zie je hoe waanzinnig snel het kan gaan.”

Daardoor kom je ook in een hele sterke ethische discussie terecht met de vraag of we dat wel zien zitten? Wat willen we er mee gaan doen? Als je uit een familie komt met een sterke erfelijke ziekte en ook wel gezonde kinderen wilt hebben, kan ik me voorstellen dat je zegt: ‘Ik laat mijn gen in dat stadium even herschrijven zodat dat in elk geval in orde is. Aan de andere kant kun je er ook allerlei andere dingen mee uithalen om een soort supermensen te maken, hoewel dat niet zo eenvoudig is hoor. Je hoort er een hoop science fiction-achtige verhalen over natuurlijk. Hoe ver wil je gaan met dit soort technieken? Er is ook veel discussie over voedsel en planten die genetisch aangepast zijn, hoewel we dat al sinds mensenheugenis doen natuurlijk. Een koe is ook niet meer wat een koe ooit was in de vrije natuur. Kijk ook maar eens naar hondenrassen die allemaal gefokt zijn via genetische programma’s. In het laboratorium doen we dat iets anders, maar het bestond natuurlijk al wel. Er zit niet zo’n grote scheidslijn tussen wat in het lab gedaan wordt en wat de mensen zelf doen in de natuur: kweken en rassenselectie etc.”

Wat is uw opinie over dergelijke genen-modificatie ?

Feringa: “Je moet altijd oppassen om een uitgesproken mening te hebben over dit soort dingen, want als ik één ding geleerd heb is dat een mening ook maar een bepaalde waarde heeft. Ik heb liever dat we dingen baseren op feiten, op wat we kunnen en wat werkelijkheid is dan om meningen. Maar ik heb wel een visie. Eén belangrijk aspect daarvan is: ‘laat je niet door angst regeren’. Mensen zijn in zijn algemeenheid angstig en bang voor nieuwe technieken en methoden (genen, kernenergie etc.) en dat is heel begrijpelijk. Aan de andere kant stappen mensen rustig in de auto terwijl dat toch ook redelijk gevaarlijk is. Of men extraheert allerlei blaadjes om er thee van te zetten terwijl je weet dat een heleboel stoffen uit de natuur gewoon hartstikke toxisch zijn. Dan denk ik ook wel eens: het gaat om de perceptie.”

Ten eerste: wees daar een beetje reëel in. Wat zijn reële gevaren? En ten tweede: hoe kun je die gevaren behapbaar maken en inschatten? Wij geven iemand autorijles om te leren rijden. Zo moet je met andere dingen ook omgaan. Als je praat over nieuwe ontwikkelingen en nieuwe technieken dan is het heel belangrijk om te kijken naar wat de potentiële gevaren zijn. Maak dus een goede inschatting die gebaseerd is op feiten, data en inzicht. In sommige gevallen ontbreekt dat inzicht en dan moet je er energie in stoppen om die inzichten wel te krijgen. Ik baseer dingen liever op data en inzicht dan alleen maar op meningen. Dat is ook mijn taak als wetenschapper. Als je feiten hebt, kun je in ieder geval een goede afweging maken.”

Dat geldt ook voor de Fipronil-affaire van kort geleden, waarbij men een chemisch stofje gebruikte om luizen in kippenstallen te doden, dat vervolgens in eieren terechtkwam. Kijk, je hoeft niet eens een wetenschapper te zijn om te begrijpen dat wanneer dat stofje er in zulke lage concentraties inkomt het eten van 1 eitje echt niet schadelijk is. Dat zegt niet dat je niet moet proberen om dergelijke stoffen uit eieren te weren. Dit soort stoffen moeten uiteraard niet in eieren terecht komen. Er mogen best insecticiden gebruikt worden om luizen te doden (we kunnen niet goed zonder), maar maak dan in ieder geval stoffen die voor de mens niet toxisch zijn. Wees echter reëel. In die eieren kun je ook wel andere dingen aantonen die schadelijk zijn voor het lichaam hoor. Als het echter gaat over stoffen waarbij je dagelijks 1000 eieren moet eten om überhaupt een effect te zien, dan is het gewoon flauwekul om te zeggen dat je geen eitje meer mag eten. Maar kijk, als ik autorijd en bij de benzinetank sta en benzine- of olie-dampen inadem, dan is dat ook niet erg gezond. In petroleum zitten namelijk ook wel stoffen die mogelijk kankerverwekkend zijn, gelukkig in hele lage concentraties. Als ik een glas water drink en er een paar goede scheppen zout in stop, is dat echter vele malen gevaarlijker dan wat er in die eieren zit. Het gaat er om het in het juiste perspectief te plaatsen, maar nu praat ik als een echte wetenschapper, want emoties en gevoelens zijn soms iets anders (lacht). Dat begrijp ik ook wel. Dat is niet denigrerend bedoeld hoor. Het is gewoon heel menselijk. Mensen denken dan van ‘oh jee, er zit een gifstof in !’ ”

Soms wordt er gewaarschuwd dat nano-technologie en zichzelf voortplantende robots kunnen gaan zorgen voor de verspreiding van zogenaamde Grey Goo (slijmerig grijs spul) over de hele planeet aarde (Eric Drexler en Michael Crichton)? Mogelijk zal deze smurrie het complete milieu en de biosfeer aan gaan tasten. Kan dit inderdaad gebeuren of is het apocalyptische onzin en fictie?

Feringa: “Of dat onzin is? Tja, het is wel science fiction natuurlijk, dat is duidelijk. Het klinkt ook scaring (angstaanjagend) voor de leek als je dat leest. Maar als je (nano-)robotjes maakt, en die zullen ongetwijfeld komen, dan kun je je op een gegeven moment ook voorstellen dat zichzelf-replicerende nano-robotjes kunnen gaan ontstaan. Als je die wilt gaan gebruiken, zul je gewoon safety (veiligheid) in moeten bouwen zodat ze automatisch uitgeschakeld worden na een bepaalde tijd. Ook zou ingebouwd kunnen worden dat ze zich in ieder geval niet repliceren (vermenigvuldigen). Bovendien zou je een nano-robot ook steriel kunnen maken, net zoals je een cel of bacterie steriel maakt.”

Er zijn dus allerlei mogelijkheden om het gevaar en de schade van zaken als Grey Goo te beperken?

Feringa: “Ja, dat denk ik wel. Maar het speelt op meer fronten. Er is nu een hele discussie gaande over het gevaar van robots die in het leger gehanteerd worden. Daar gebruiken ze allerlei robottechnologie met vliegtuigjes en drones (o.a. killer robots). Ik zit daar niet zo goed in, maar er is nu discussie over een ban op robot-achtige wapens omdat ze bang zijn dat die robots op en gegeven moment wel eens autonoom kunnen gaan opereren. Willen we dat eigenlijk wel? Wie weet? Misschien zit er hier op de muur wel een vliegje ons te begluren dat in werkelijkheid een robotje is. Ik kan dat niet beoordelen. Durf jij het te zeggen? Misschien heeft Rusland wel zo’n vliegje bij Trump in de kamer ? Dat weet je niet. Het is niet onmogelijk natuurlijk, want als jij een drone kunt bouwen met een spanwijdte van een meter kun je ook wel een drone bouwen met een spanwijdte van 1 centimeter. Dan kun jij hem op afstand waarschijnlijk niet onderscheiden van een vlieg.”

In het Legermuseum van Soesterberg zag ik inderdaad zo’n spionage-insect hangen.

Feringa: “Ja, ik bedoel maar. Misschien zijn ze al veel verder dan wij weten. Technisch is veel mogelijk. Hoe groot hoeft een computerchip te zijn om jouw mobiel aan te sturen? Zeer klein. Je moet echter wel oppassen dat je niet te paranoïde wordt. Het is vaak ook een beetje angst-kwekerij. Ik herinner me namelijk dat toen het boek Prey van Michael Crichton uitkwam (over nano-technologie), de Britse Prins Charles zei dat er onmiddellijk een ban op nano-technologie moest komen. Dat is nu meer dan jaar tien jaar geleden. Iedereen had er in de krant over gelezen en er was nogal veel over te doen geweest. Ik was in die periode op een congres in Cambridge en toen zei een van mijn Britse collega’s: “We all have our expertise. Scientist should keep it at science and Prince Charles should keep at his expertise which is fox hunting and playing Polo’. Dat is Engelse humor natuurlijk, maar voor mij is, ongeacht of het science of science fiction is, het belangrijkste dat wij gewoon grip op de zaak houden en proberen uit te vinden wat de potentiële gevaren zijn. Ik ben namelijk geen waarzegger. Kijken naar de toekomst is altijd lastig, maar je kan wel aangeven waar je naar zou moeten kijken. Je moet je afvragen wat je wel en niet wilt.”

We hadden het net over Science Fiction (SF). Houdt u van dergelijke SF-verhalen en films ?

Feringa: “Jawel. Het fascineert mij om te lezen wat science fiction auteurs schrijven over de toekomst. Het is interessant om te horen wat mogelijk is en te leren over hetgeen ver voorbij gaat aan wat wij ons nu kunnen voorstellen: Imagine your future. Kijk eens naar wat er de afgelopen 50 jaar al voor elkaar gebokst is. Stel je voor wat er in principe misschien allemaal wel mogelijk is. Ik denk niet dat die ontwikkelingen nu stoppen. Als er straks computerchips geïntegreerd worden met je hersenen zodat iemand op afstand aangestuurd kan worden dan kan ik jou gaan beïnvloeden en jij mij. Dat is een beetje scary, niet ? Maar het is niet helemaal onmogelijk.”

Kan dat positief zijn of heeft het eerder slechte kanten?

Feringa: “Ik weet niet of dat goed of slecht is. Daar kunnen positieve elementen in zitten, maar het kan ook slechte kanten hebben. Ik kan me heel goed voorstellen dat als ik ouder ben en vergeetachtig wordt of uitvalsverschijnselen krijg en een chip ingeplant kan krijgen dat ik het misschien wel zou willen. Dan moeten we wel in staat zijn die techniek voldoende te ontwikkelen zodat het een goede interferentie heeft met bepaalde zenuwfuncties. Maar ja, of je elk kind een chip in wilt laten planten zodat het de proefwerken op de middelbare school beter maakt? Of dat iemand op afstand met jou kan communiceren en jou net als een robotje een bepaalde kant op kan duwen? Dat weet ik ook niet. Het is misschien niet helemaal wat je wilt hè. Daar kunnen we een mooie ethische discussie over voeren.”

Van sommige moderne wetenschappers wordt wel gezegd dat ze op zoek zijn naar eeuwig leven en met innovaties ook een nieuwe schepping willen creëren. Is dat mogelijk? Komt er een nieuwe wereld aan ? Een aarde en maatschappij die totaal verschillend is aan onze huidige? Een science fiction-achtige wereld wellicht? Als je de Middeleeuwen vergelijkt met hoe wij nu leven dan lijkt het wel alsof we nu al in een science fiction wereld leven met raketten, turbo’s, genetische modificatie en ultra-snelle computers. De wereld is al sterk veranderd sindsdien. Gaat dat in de toekomst nog verder evolueren en op welke manier? Heeft u daar ideeën over?

Feringa: “Ja kijk, een heel andere wereld waarin je bijvoorbeeld hybride mensen hebt of hybride robots is niet ondenkbaar, maar wie ben ik om daar over te filosoferen? Ik denk dat we nog maar een tip van de sluier opgelicht hebben van wat de mogelijkheden zijn en dat je een integratie krijgt van informatie-technologie plus allerlei aanpassingen van materialen en noem maar op etc. Dat er een mens-elektronica interface komt daar geloof ik heilig in. Ook zie ik gebeuren dat je onderdelen van je lichaam gaat vervangen door synthetische materialen. Dat doen we nu al met een kunsthart, maar dat zal ook op andere manieren gaan gebeuren in de toekomst. Daar hoef je niet bang voor te zijn. Dat komt gewoon. Het is daarbij wel de vraag hoe ver je wilt gaan ?”

Of dat de wereld zal veranderen ? Laten we wel zijn, we hebben het leven wel veranderd in de zin dat we nu communicatietechnieken, auto’s en vliegtuigen hebben die niet bestonden in de Middeleeuwen, maar een aantal van de basis-dingen is nog steeds het zelfde. Het is niet zo dat de wereld ineens heel anders is geworden.”

In de Middeleeuwen moesten de mensen eten, onderdak proberen te vinden, stierven ze aan ziekten, leefden een stuk korter dan nu (dat hebben we dus aardig weten te verlengen), ze hadden seks, plantten zich voort, maakten ruzie of hadden elkaar lief. Op die punten is er niet zoveel veranderd lijkt mij. Het is niet zo dat sinds de Middeleeuwen de wereld helemaal op zijn kop gezet is.”

We maken het ons tegenwoordig wel makkelijker om dingen te maken. Terwijl we vroeger eindeloos moesten zwoegen om een kanaal te graven, hebben we nu een machine die dat min of meer voor ons doet. Productie in fabrieken en rekenen met een computer doen we nu ook. In plaats van een boodschap met een postkoets naar de andere kant van Europa te moeten sturen, kunnen we dat nu per email doen in een seconde. Er zijn een boel dingen veranderd en er zullen ongetwijfeld nog een aantal revolutionaire veranderingen aankomen, daar geloof ik wel in, maar de basis-dingen voor de mens zijn misschien niet zo sterk aan verandering onderhevig. De manier waarop we het doen en hoe we met elkaar omgaan zijn dat wel.”

De basis-dingen zijn inderdaad ongewijzigd gebleven, maar voor een Middeleeuwer moet een vliegtuig een soort magie zijn geweest. Wat dat betreft is er toch veel veranderd.

Feringa: “Dat magische aspect is altijd fascinerend natuurlijk, zeker wat betreft de technologie die je vroeger nooit voor kon stellen. Voor onze voorouders was het idee dat je een mobieltje in handen hebt en praat met iemand in Japan of een fotootje kan sturen naar iemand in Amerika bijna ondenkbaar. Dat wij hier nu zitten te praten en te schrijven met elkaar en jij daar een fotootje van maakt en verstuurt naar de andere kant van de wereld en een halve minuut later antwoord hebt en een foto terugkrijgt. Dat is voor iemand van 100 of zelfs 50 jaar geleden bijna niet te geloven. Dan zouden ze zeggen ‘dat is allemaal science fiction!’ Ik denk wat dat betreft:‘ The sky is the limit’. De vraag is natuurlijk wat een mens gelukkig maakt en wat de basis-dingen zijn waarvan we vinden dat het belangrijk is. In denk wat dat betreft dat je in elk geval elke dag te eten moet hebben om even een heel elementair ding te noemen.”

Is science fiction ook echt een inspiratiebron voor u in uw werk?

Feringa: “Ja, zeker wel. De boeken van Michael Crichton bijvoorbeeld lees ik graag. Die vind ik schitterend. Zijn boek Prey over nano-technologie is een prachtig verhaal. Dat begint al met een hele mooie pagina waarin hij het beeld oproept waarbij je zo’n honderd jaar geleden over de oceaan vliegt in een vliegtuig en dat je met elkaar kunt praten over de continenten heen etc. Dat hing allemaal af van de ontwikkeling van een transistor die kleiner is dan een postzegel. Ze zijn tegenwoordig nog veel kleiner dan toen Crichton zijn boek schreef. Dat had men zich honderd jaar geleden nooit kunnen voorstellen. Zo gigantisch snel gaat het.”

Welke science fictionverhalen vindt u de moeite waard of hebben u geïnspireerd?

Feringa: “Fantastic Voyage van Richard Fleischer is een van mijn favoriete films. Die is heel mooi omdat hij heel dicht komt bij hetgeen waar wij ook onderzoek naar doen. Het verhaal gaat over het maken van kleine apparaten die als robotjes fungeren etc.

Fantastic Voyage. bron: wikimedia commons

Wat ik verder hele mooie films vind zijn diegenen die linken aan ontdekkingen. De Dan Brown-boeken zijn daar goede voorbeelden van. In het Bernini mysterie gaat het bijvoorbeeld over iemand die met anti-materie het Vaticaan probeert op te blazen. Dat soort dingen vind ik boeiend. Dan denk ik: ‘hé verrek, er wordt een link naar science (wetenschap) gemaakt! Kijk eens wat je er mee kunt en wat voor gekke dingen mensen zich in het hoofd halen enz. Er zitten een heleboel van dat soort zaken in science fiction.”

Eén van mijn favoriete boeken is ook nog altijd The Hitchhikers Guide to the Galaxy. Dat is een fantastisch verhaal waarin alles in het heelal een beetje in perspectief wordt geplaatst. De aarde moet in dat verhaal bijvoorbeeld opgeruimd worden omdat onze planeet in de weg ligt van een toekomstige Inter Galactic Highway (intergalactische snelweg). Hahaha. Verder bouwen ze in dat boek de grootste computer die ooit gecreëerd is in het universum (Supercomputer Deep Thought). Hij rekent 10 miljoen jaar om een antwoord te vinden op Alles. De mensheid wacht vervolgens in spanning af en uiteindelijk is het antwoord 42 ! (lacht). Dat is wel een mooie boodschap. Het getal 42 is in The Hitchhikers Guide to the Galaxy het antwoord inzake het leven, het Universum en Alles (Wikipedia). Men weet echter niet wat men aan moet met dit exacte antwoord, aangezien men niet weet wat de ultieme vraag nu eigenlijk is. Dat is heel komisch.”

Kan science fiction de wetenschap ook vooruit helpen denkt u?

Feringa: “Ja, ik denk het wel omdat het mensen aan het denken zet over heel andere manieren van benaderen en heel andere manieren van filosoferen. Science Fiction heeft heel vaak te maken met imaginatie en verbeeldingskracht, net als wetenschap.”

In welke zin vooral?

Feringa: “Kijk, als wij moeten nadenken over nieuwe chemische reacties of nieuwe moleculaire bouwstenen dan moeten we natuurlijk onze verbeeldingskracht gebruiken. In de Scheikunde kennen we bepaalde moleculen en materialen en weten we wat de natuur er mee doet. De vraag is dan: wat zouden wij er mee kunnen aanvangen zodat het iets doet zoals het ons voor ogen staat ? Hoe doe je dat? ”

Met fantasie?

Feringa: “Ja, noem het fantasie of verbeeldingskracht. Daarom moet je als wetenschapper ook af en toe de tijd hebben om te fantaseren. Dan krijg je allerlei creatieve ideeën die we vervolgens als experimentele wetenschappers in het laboratorium uit gaan testen. Je kunt immers wel leuke ideeën op papier zetten, maar voor ons is het natuurlijk heel belangrijk dat we dingen goed uittesten en uitproberen of je zo’n molecuul kan maken. Heeft het inderdaad die interessante functie? Nou, dat gaat heel vaak mis natuurlijk, omdat we er bijvoorbeeld naast zitten, het niet bij het goede eind hebben of de natuur ons te slim af is. Er zijn heel veel van dat soort hobbels op de weg. Als antwoord op de vraag ‘hoe het is om wetenschapper te zijn?, zeg ik altijd dat het ontzettend leuk is. Je voelt je als een avonturier. Het is fantastisch om te mogen werken in het onbekende, maar je moet ook een hele hoge frustratie-tolerantie hebben en goed tegen tegenslagen kunnen, anders moet je nooit wetenschapper worden.”

Die hoge tolerantie heeft u dus?

Feringa: “(Lacht) Ja, van tegenslagen en dingen die niet gaan zoals je verwacht, kun je ook weer een heleboel leren. Zo moet je dat zien. Af en toe moet je ook toegeven dat je bij het verkeerde eind zat en zeggen ‘sorry, ik kom er niet uit. Hier moeten we mee stoppen’. Je komt natuurlijk nogal eens in een dode straat terecht.”

Schepper

Voelt u zichzelf wel eens een Schepper of gaat dat te ver ? U creëerde bijvoorbeeld al eens een nano-motortje annex nano-auto.

Feringa: “Nou, schepper in de zin van wat mensen zich voorstellen bij een scheppend opperwezen, dat niet. Dat zou ook niet goed zijn. Schepper zoals dat bedoeld wordt in de Bijbel en in het geloof etc., daar blijf ik verre van. Zo voel ik dat ook helemaal niet. Ik voel me wel schepper in de zin van iets creëren en iets maken natuurlijk. Als wetenschapper zijn we heel erg sterk bezig met het maken van dingen. Ik ben immers iemand die iets bouwt: moleculen en nieuwe materialen die nooit eerder voorgekomen zijn. Dan ben je wel een schepper en een creëerder, iemand die iets maakt. Maar dat doet een architect of een kunstenaar ook. Zo moet je dat zien.”

Voelt u zich ook kunstenaar of architect?

Feringa: “Ja zeker, zo voel ik dat heel duidelijk want wij bouwen moleculen en kijken naar de schoonheid van een molecuul. Je zou kunnen zeggen dat wij (nano-)wetenschappers allemaal bezig zijn met rationele dingen en iets maken dat niet alleen wetenschappelijk interessant is, maar misschien ook nog wel praktisch. Dat geldt zeker voor chemici en misschien iets minder voor filosofen. Ik kan heel enthousiast worden van een mooi molecuul dat we bedenken of een mooi experiment. Dan zie ik echt de schoonheid van de wetenschap en de chemie. Omdat wij dingen bouwen, maken en ontwerpen die nooit eerder bestaan hebben, is dat gevoel heel duidelijk aanwezig. Daar kan ik warme gevoelens van krijgen. Zoiets blijft dan in mijn hoofd zitten en dat kan ik niet loslaten. Dat is ook zo als je een mooi muziekstuk, een mooie tune of een schilderij maakt.”

Wetenschap en kunst komen daar dus samen?

Feringa: “Ja, wetenschap en kunst hebben daar zeker wel raakvlakken. Heel duidelijk. Zo voel ik dat zeker. Ik heb de titel van mijn algemene lezing daarom ook ‘de kunst om klein te bouwen’ genoemd. Het is een kunst om het voor elkaar te krijgen omdat het proces lastig is en nogal wat vergt. Het is echter ook kunstzinnig wat de vragen ‘hoe bouw je zo’n ontwerp?’ en ‘hoe maak je een combinatie van atomen en moleculen? aangaat. Want een schilder gebruikt ook dezelfde soort kleuren als andere schilders, maar hij weet er toch iets heel unieks van te brouwen. Ook een muzikant heeft geen andere noten en tonen ter beschikking dan een collega, maar hij maakt opeens wel een uniek muziekstuk. Dat doen wij met onze atomen natuurlijk ook.”

Zit de overeenkomst tussen wetenschapper en kunstenaar ook in het streven naar schoonheid en esthetiek?

Feringa: “Ja, de schoonheid, het ontdekken en de mooie functie zijn belangrijk. We hebben nu net een spiertje gebouwd met onze motor. Die gaat bewegen als je er licht op zet, net als een echt spiertje. Het is zo mooi als je dat ziet. Dat ontdekken, vinden, en zien dat het werkt, geeft een Eureka-moment. Het is prachtig als na het klussen uiteindelijk blijkt dat iets gelukt is en werkt. Geweldig”

Heeft u een favoriete kunstenaar? Een kunstenaar waar u iets van uzelf in herkent of die u heel boeiend vindt?

Feringa: “Ik ben altijd een groot liefhebber van Kandinsky geweest. Zijn werk vind ik heel mooi. Dat komt misschien wel omdat het zo abstract is. Die vormen en die geometrische figuren boeien mij gewoon. Maar ik kan ook van veel andere kunstvormen genieten hoor, ook van muziek etc.”

Werk van Vassily Kandinsky. bron: wikimedia commons

Houdt u van Mondriaan met zijn (geometrische) vlakken?

Feringa: “Nee, ik ben niet per se een Mondriaan-liefhebber, hoewel zijn kunst misschien niet eens zo ver van Kandinsky afligt.”

Ook de Impressionisten vind ik heel erg mooi. Die kleuren en dat mysterieuze aspect van de Impressionistische schilderijen vind ik erg de moeite waard. Dat mysterieuze trekt mij heel erg aan want daardoor ga je nadenken over wat er achter zit. Hoe kun je zoiets op het doek krijgen ? Dat heeft iets te maken met je denkwereld.”

Wordt u ook in de wetenschap naar het mysterieuze getrokken? Zoekt u dan naar de ontrafeling ervan ?

Feringa: “Ja, je probeert toch te kijken of het allemaal wel zo logisch is of dat er misschien een mysterie achter zit dat je niet begrijp? Dat vind ik heel mooi.”

Richard Feynman

Is Nobelprijs-winaar, nano-wetenschapper Richard Feynman een inspiratie voor u geweest ? Hij was een van de grote pioniers van de nano-technologie.

Feringa: “Nou, ik heb wel het een en ander gelezen van hem. Het is als nano-natuurkundige bijna onmogelijk om dat niet te doen want hij was niet alleen een man die een geweldig geleerde was, maar ook iemand die de wetenschap heel erg gepopulariseerd heeft. Feynman heeft veel nagedacht over wetenschap en was een visionair iemand. Zijn ideeën over de wereld van de nano, het hele kleine, de moleculaire wereld en het feit dat die oneindig is en wat je daar allemaal mee zou kunnen gaan bouwen zoals moeder natuur dat gedaan heeft, dat heeft mij wel geïnspireerd. Zeker.”

Met wat voor onderzoek bent u momenteel bezig?

Feringa: “We zijn nu bezig te proberen om de nano-motortjes die we gemaakt hebben (en op een oppervlak zijn gezet) te gebruiken om allerlei slimme oppervlakten te maken: oppervlakten die veranderen en zich aanpassen dus. Daarnaast proberen we apparaten te ontwikkelen die zich voort kunnen stuwen over een weggetje – waarmee we dingen kunnen transporteren. Ook zijn we bezig om kunstmatige spiertjes te bouwen die heen en weer kunnen bewegen en iets weten op te pikken etc.”

Vordert dat onderzoek goed ?

Feringa: “Jawel, het onderzoek gaat prima. Ons team werkt er met enthousiasme aan, maar ikzelf heb momenteel te weinig tijd om me met onderzoek te bemoeien omdat ik zoveel op pad ben i.v.m. lezingen en uitnodigingen over de hele wereld etcetera etcetera. We hebben mooie resultaten geboekt, zeker.”

Welke toepassingen zal dat onderzoek mogelijk krijgen?

Feringa: “Dat is heel lastig te zeggen omdat het nog heel vroeg dag is. Ik kom net van een congres in Amerika en het werd daar heel helder dat responsieve materialen er in de toekomst aan zitten te komen. Dat zijn materialen die veranderen van vorm en eigenschap, oppervlakten die zich aanpassen, zelfhelende materialen en krassen die zichzelf repareren etc. Daar moet je aan denken.”

We zijn ook bezig om slimme geneesmiddelen te maken die je aan en uit kunt zetten met een lampje. Dat zijn de soort toepassingen waar we momenteel aan zitten te denken, maar er zijn nog een heleboel andere mogelijkheden denkbaar. Als je eenmaal iets kunt laten bewegen, bijvoorbeeld met betrekking tot je lichaam, dan kun je vervolgens gaan denken aan kunst-spiertjes bouwen of zaken die iets kunnen transporteren.”

Hoe gaat nano-technologie de wereld veranderen ?

Feringa: “Nano-technologie heeft natuurlijk al grote invloed gehad in de wereld als je bijvoorbeeld kijkt naar computer-chips etc. Men zit nu met de nieuwste transistors al in het nano-bereik. Dat is sub-micro. Sub-micro is namelijk nano. Dat heeft al veel veranderd. Bovendien bestaan er momenteel natuurlijk al allerlei nano-toepassingen. Ik geloof dat er in Nederland al 110 à 120 producten op de markt zijn waar nano in toegepast wordt. Dat gaat meestal om kleine deeltjes van nano-grams tot dure coatings en lakken enz.”

Nano-technologie zal in de toekomst ongetwijfeld een grote invloed hebben op energy-storage (energiedragers), de manier waarop we geneesmiddelen afleveren of hoe we dingen kunnen detecteren plus materialen die we kunnen maken etc. Het heeft veel

mogelijkheden.”

Om nog even een concreet voorbeeld te noemen: als je naar High Definition televisies kijkt (HD-tv) dan kun je hele mooie scherpe kleuren krijgen door nano-gestructureerde materialen te gebruiken. De deeltjesgrootte bepaalt dan de kleur bijvoorbeeld. Die hele scherpe kleuren hebben dan weer te maken met die structurering. Je kunt door die nano-technologie goed te gebruiken allerlei hightech-oplossingen vinden. Ook die hele mooie, dure zonnecrèmes die zo lekker aanvoelen, hebben te maken met nano-deeltjes.”

http://www.benferinga.com/

Schrijf je in voor TOEN!