Christiaan Huygens: wiskundige wetenschapper

Vandaag (8 juli) is het 320 jaar geleden dat Christiaan Huygens overleed. Wiskundige Christiaan Huygens (1629-1695) stond internationaal bekend als de grootste wetenschapper van zijn tijd. Hij bouwde voort op de ideeën van de filosoof René Descartes en legde de basis voor de moderne mechanica, de optica en de waarschijnlijkheidsrekening. Dankzij zijn verbeteringen van de telescoop ontdekte hij de ringen van Saturnus. Verder is hij de uitvinder van het slingeruurwerk en deed hij vele andere ontdekkingen en uitvindingen.

Nieuwe wetenschap

In de zeventiende eeuw waren wetenschappers vaak óf rationalistisch óf empirisch ingesteld. Rationalisten, zoals René Descartes, geloofden dat de rede de enige of voornaamste bron van kennis was. Zij stonden sceptisch tegenover de opstelling van de empiristen die van mening waren dat kennis voornamelijk op ervaring gebaseerd moet zijn. Twee vormen van waarheidsvinding spelen en speelden een belangrijke rol in de moderne wetenschap: inductief en deductief denken. In de regel wordt bij inductie een algemene gevolgtrekking gedaan op basis van een beperkt aantal specifieke gevallen. Deze gevolgtrekking is niet onontkoombaar, maar waarschijnlijk.

Daar tegenover staat een deductieve manier van denken: uit bepaalde aannames volgt onontkoombaar een logische conclusie. Deductie speelt een centrale rol in formele wetenschappen waarin empirie geen rol speelt zoals logica en wiskunde. Christiaan Huygens was een van de weinige wetenschappers van zijn tijd die de inductieve met de deductieve methode combineerde. In die zin was hij een voorloper van de moderne wetenschappelijke benadering. Hierin verschilde hij dus van mening met Descartes, die vond dat alleen de deductieve methode tot goede waarheidsvinding kon leiden. Christiaan Huygens had met Descartes wel gemeen dat hij vond dat alle natuurverschijnselen met hulp van de mechanica verklaard moesten kunnen worden.

Christiaan Huygens

Christiaan Huygens, geportretteerd door Caspar Netscher rond 1671. Bron: wikipedia.

Huygens Huishouden

Christiaan werd op 14 april 1629 in Den Haag geboren als tweede zoon van diplomaat Constantijn Huygens. Hij groeide op in een omgeving waar kunst, wetenschap en literatuur heel belangrijk waren. Zijn moeder, Suzanne van Baerle, overleed toen hij acht jaar oud was. Daarna werden de vijf kinderen opgevoed door een nicht terwijl huisonderwijzers les gaven aan de kinderen. Christiaan was goed in alle vakken: rekenen, Latijn, Grieks, Frans, Italiaans, logica, dansen, paardrijden en muziek. Er was echter één vak waar hij echt in uitblonk: wiskunde. Toch kreeg hij daar pas vanaf zijn vijftiende les in van een specialist op dit gebied, de wiskundige Jan Jansz. Stampioen.

Wiskunde

Het was de bedoeling dat hij en zijn oudste broer (Constantijn) in de voetsporen van  hun vader zouden treden. Daarom stuurde Constantijn Huygens zijn twee oudste zonen naar Leiden om rechten te studeren. Maar Christiaan werd daar meer gegrepen door de wiskundecolleges van Frans Schooten, een volgeling van de Franse filosoof en natuurkundige René Descartes. In de tijd dat Descartes  in Amsterdam woonde, kwam hij regelmatig bij zijn vader op bezoek. Christiaan was toen nog erg jong. Hij heeft Descartes waarschijnlijk wel eens ontmoet, maar zal de debatten over natuurkunde nog niet hebben kunnen volgen. In zijn studententijd raakte Christiaan echter zeer onder indruk van diens boek Principia Philosophiae uit 1644 over onzichtbare kleine deeltjes die bewegingen en veranderingen van snelheid zouden kunnen verklaren. Christiaan zou later kritisch schrijven over deze theorie.

Hij maakte zijn studie rechten nooit af en begon zich in plaats daarvan in de wiskunde te verdiepen. In 1651 en 1654 publiceerde hij twee werken over de kwadratuur van de cirkel die zijn reputatie als wiskundige vestigden. Met zijn publicatie Tractaet handelende van Reeckening in Speelen van Geluck uit 1560 over kansberekening legde hij bovendien de grondslag van de moderne waarschijnlijkheidsrekening.

Optica en slingeruurwerk

Christiaan Huygens verwierf nog meer wetenschappelijke bekendheid als onderzoeker op het gebied van de optica. In 1653 schreef hij Tractatus de Refractione et Telescopiis (verhandeling over de breking van het licht en telescopen). Het was zijn doel om de in zijn tijd bestaande telescopen te verbeteren. Daarom sleep hij samen met zijn broer Constantijn eigen lenzen en ontwikkelde zo in 1662 een oculair dat uit meerdere lenzen bestond en een ongewone vergroting opleverde. Met behulp van een door hemzelf ontworpen telescoop ontdekte hij de maan Titan van Saturnus en toonde hij aan dat de ‘armen’ van deze planeet in feite ringen zijn.

In 1655 begon hij te werken aan het ontwikkelen van een nauwkeurig lopende klok om te gebruiken aan boord van schepen. De klok die hij ontwikkelde was niet bruikbaar op een schip, maar wel aan land. Menige kerktoren werd voorzien van zijn slingeruurwerk. Bovendien legde het wel de basis voor een op zee functionerende klok. Die kwam echter pas na zijn dood tot stand.

Ontwerp van een slingerklok door Huygens uit zijn boek Horologium (1658), gebouwd door Salomon Coster te Den Haag. De aandrijving geschiedt met twee gewichten. De slinger kan ver uithalen. Bron: wikipedia.

Wetenschappelijke carrière

Door al zijn wetenschappelijke vindingen werd Christiaan Huygens bekend tot ver buiten de Republiek. In 1663 werd hij opgenomen in het Engelse wetenschappelijke genootschap Royal Society te Londen. Verder kreeg hij in 1664 een uitkering van de Franse koning Lodewijk XIV en werd hij door de Franse eerste minister Colbert uitgenodigd voor een leidende positie binnen een op te richten Académie des Sciences in Parijs. Deze functie bekleedde hij van 1666 tot 1681.

Hij was alleen in de Republiek van 1670-1671 en 1676-1678 om te herstellen van een ernstige ziekte. Toen hij na een derde periode van ziekte in 1683 wilde terugkeren naar Parijs, bleek daar geen plaats meer voor hem te zijn. Dit komt mogelijk door het overlijden van zijn beschermheer Colbert in dat jaar en de sfeer van religieuze intolerantie die daar het gevolg van was. Rivaliteit binnen de Académie kan ook een rol gespeeld hebben.

In 1683 ging Christiaan bij zijn vader in den Haag wonen tot diens dood in 1687. Toen vertrok hij naar het buitenverblijf van de familie, Hofwyck. Daar werkte hij verder aan klokken tot zijn dood op 8 juli 1695. Hij maakte in 1689 nog wel een bijzondere reis naar Engeland. Daar ontmoette hij Isaac Newton. Helaas is niet bekend waar ze over spraken.

Karakter van Christiaan Huygens

Christiaan Huygens was meer dan een typische kamergeleerde. Hij moet een vriendelijke man zijn geweest die vriendschappelijk om kon gaan met wetenschappers met wie hij van mening verschilde. Iets waar René Descartes niet toe in staat was. Verder genoot hij van muziek en theater en was hij mogelijk zelfs enigszins een rokkenjager. Hij is nooit getrouwd, maar hij schijnt wel een relatie te hebben gehad met Suzette Caron. Zij was een jongere nicht van Christiaan die getrouwd was met een zekere François de la Ferté. Christiaan kende haar uit Parijs. Na de herroeping van het Edict van Nantes in 1685 week zij als Protestantse uit naar de Republiek. In de laatste jaren van het leven van Huygens logeerde zij regelmatig op Hofwyck.

Van de ziekte waardoor hij gedurende zijn leven vaak geplaagd werd, is niet meer bekend dan dat hij soms diep neerslachtig was en momenten kende waarop hij godslasterlijk vloekte en tierde. Het is trouwens niet duidelijk waaraan hij precies overleed.

Uitvindingen

1655 Ontdekking manen en ring Saturnus
1656 Slingeruurwerk
1662 Huygens-oculair
1675 Uurwerk met spiraalveer

Bronnen

Gerben Graddesz Hellinga, Meesters van de Gouden Eeuw. Kopstukken uit kunst en wetenschap (Zutphen 2008)
Rienk Vermij, Christiaan Huygens. De mathematisering van de werkelijkheid (Diemen 2004)
Wikipedia

Huygensjaar (huygensjaar2013.nl)

Oorspronkelijke publicatie van dit artikel: 19 mei 2013

Tim Wachelder

Tim Wachelder studeerde geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Tijdens zijn studie specialiseerde hij zich in Europese Expansiegeschiedenis. Behalve over koloniale geschiedenis schrijft hij ook over militaire, culturele en Nijmeegse geschiedenis. Sinds 2007 is hij webredacteur bij Historiën.

More Posts

Schrijf je in voor TOEN!