Column: Cécile en Elsa, strijdbare freules

Nee, jammer genoeg heb ik geen zusje, laat staan twee. Dan had ik die vroeger alles kunnen vertellen en vragen denk ik. Zou ik daarom zodra ik er iets over gehoord had direct die dubbelbiografie Cécile en Elsa, strijdbare freules omslag_strijdbarefreuleshebben willen kopen? Geschreven door Elisabeth Leijnse, in 2015 verschenen bij uitgeverij De Geus en nu al aan de derde druk toe? Ik heb dat vuistdikke boek achter elkaar uitgelezen, nou ja, het laatste stuk nadat ik een paar uurtjes had geslapen. En toen wist ik zo ongeveer alles over die twee zusjes: Cécile (1866-1944) en Elsa (1868-1939) de Jong van Beek en Donk.

De mooi en helder schrijvende biografe was in de gelukkige omstandigheid komen te verkeren dat zij grote stapels dagboekachtige aantekeningen, brieven en nog weer andere documenten van de twee freules in handen had gekregen en bovendien in contact was gekomen met een kleinzoon van Elsa en andere familieleden of goede bekenden. Ik vond het prachtig en soms ook ontroerend om te kunnen lezen wat de twee zusjes elkaar vooral in hun jeugd allemaal hadden toevertrouwd en kon ook daarna hun levens van dichtbij blijven volgen. Op den duur groeiden zij uit elkaar en kregen ze zelfs ruzie, maar ten slotte kwam dat toch weer een beetje goed. Gelukkig maar.

Cécile en Elsa, die allebei verschillende talen leerden en ook hun muzikale talenten ontwikkelden, sloegen ieder een eigen weg in: de eerste door na haar succesvolle romandebuut Hilda van Suylenburg (1897) ten slotte schrijfster te worden, de ander door een tijdje rechten te studeren en in Amsterdam de eerste Nederlandse logopediepraktijk te openen. En intussen werd het natuurlijk de vraag met wie zij zouden gaan trouwen, ook in verband met de normen van hun tijd en hun milieu. De oudste van de twee koos uiteindelijk voor de projectontwikkelaar Adriaan Goekoop, de jongste voor de musicus Alphons Diepenbrock, wat ook weer veel nieuwe contacten opleverde.

Bron: ontleend aan het boek zelf.

Bron: ontleend aan het boek zelf.

Waar het mij echter vooral om ging, was dat zij van jongs af aan met veel belangstelling zo’n beetje alles volgden wat er in de roerige wereld om hen heen gebeurde vanaf het fin de siècle tot het aanbreken van de nieuwe tijd: vooral op politiek-sociaal en cultureel gebied. Meer dan eens probeerden zij daar dan ook zelf een rol in te spelen. Dat lag het meest voor de hand bij de verschillende stromingen in de vrouwenbewegingen. Een hoogtepunt daarbij was het samen organiseren van de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid, in 1898 te Den Haag. Verder wil ik vooral hun culturele interesses noemen, die – mede via Diepenbrock – ook dikwijls leidden tot kennismaking met vooraanstaande musici als Richard Wagner, Arnold Schönberg, Willem Mengelberg en Matthijs Vermeulen (met wie Elsa een buitenechtelijke verhouding had) en met schrijvers rond de Beweging van Tachtig zoals Herman Gorter, Lodewijk van Deijssel en Louis Couperus.

Ik ga daar allemaal verder niet op in, evenmin als op hun huwelijks- en gezinsleven. Het bijzondere was voor mij dat ik in hun ontwikkelingsgang zoveel herkende uit mijn eigen vormingsperiode, toen wij met een groepje vrienden en vriendinnen ook overal op af gingen, zoals de oprichting van de PvdA, het ontstaan van de NOVIB als organisatie voor ontwikkelingshulp, de opkomst van het existentialisme en de neergang van het Rijke Roomse Leven, de concerten van befaamde jazzmusici in Amsterdam en Den Haag, het optreden van de dichters die samen de Vijftigers gingen heten, enzovoorts. Nog steeds ben ik blij dat ik dat allemaal heb meegemaakt en het is veel van mijn huidige interesses blijven bepalen. Je wordt van zo’n periode een denkend en vragend iemand, met af en toe het fundamentele gevoel dat je bestaat en bij kunt dragen aan het veranderen van de wereld.

Optocht van de Action française in 1927. Links vooraan Léon Daudet, rechts van hem Charles Maurras. Door Agence de presse Meurisse - Bibliothèque nationale de France, Publiek domein. Bron: Wikipedia.nl

Optocht van de Action française in 1927. Links vooraan Léon Daudet, rechts van hem Charles Maurras. Door Agence de presse Meurisse – Bibliothèque nationale de France, Publiek domein. Bron: Wikipedia.nl

Wat mij bij Cécile en Elsa uiteindelijk erg teleurstelde, was niet alleen dat zij uit elkaar groeiden, maar vooral dat zij bij het weer naar elkaar toegroeien allebei in Frankrijk in een klimaat terecht kwamen dat ik niet voor mogelijk had gehouden. Ik bedoel daar niet alleen mee dat zij toen alsnog in de ban raakten van het traditionele katholieke geloof, maar ook dat zij de neiging hadden zich aan te sluiten bij de nationalistische, uiterst rechtse beweging L’Action française, met inbegrip van de vorm van antisemitisme die inhield dat joden door hun afkomst nooit goede Fransen zouden kunnen worden. Daar schrok ik erg van. Waar waren die vooruitstrevende freules van vroeger gebleven…

Ick Sing

 

Elisabeth Leijnse, Cécile en Elsa, strijdbare freules (De Geus, Breda 2015). ISBN: 9789044534825. E-book ISBN 9789044529067.

C. de Jong van Beek en Donk, Hilda van Suylenburg (Book on demand Ltd., 2013). ISBN 9785518938373.

 

Schrijf je in voor TOEN!