|
Column: Deadlines |
|
Doodzenuwachtig word je tegenwoordig van al die deadlines. Niet alleen journalisten en programmamakers hebben ermee te maken, maar ook studenten die hun OV-chipkaart moeten activeren, voetbalclubs die spelers bij hun concurrenten gaan wegkopen, firma’s die een collegafirma willen overnemen, bewoners van serviceflats die protesteren tegen de vastgestelde WOZ-waarde, moedige echtparen die toch nog maar even een vakantiereisje hopen te boeken, enzovoorts. Een paar weken geleden las ik in de krant zelfs dat 1 augustus de deadline is voor het aanvragen van een subsidie voor kweekplaatsen. Wat zouden dat nu weer zijn? Mooie glazen kassen in het Westland voor het kweken van plantjes die je voortaan altijd gezond zullen houden? Of verwarmde tonnen waarin je insecten kunt grootbrengen die krijsende meeuwen naar zich toelokken om vervolgens na doorgeslikt te zijn hun volume wat zachter te zetten? Nee, het bleek te gaan om werk- en oefenruimten voor kunstenaars. Zeker een term die nog dateert uit de tijd dat de pabo nog kweekschool heette en staatssecretaris Zijlstra nog nauwelijks geboren was. Ineens ben ik mij gaan afvragen sinds wanneer mensen eigenlijk zo gedachteloos een begrip zijn gaan gebruiken dat ooit echte doodsangst heeft ingeboezemd. Dankzij de onvolprezen krantensites van de Koninklijke Bibliotheek kon ik in een oogwenk op mijn thuiscomputer zien dat de deadlines die met name in de Verenigde Staten al bijna een eeuw lang op het gebied van de journalistiek heel gebruikelijk waren, pas tijdens de laatste decennia ook óns land op alle terreinen zijn gaan overspoelen. Interessant vond ik dat in een heel vroeg voorbeeld uit het dagblad Het Vaderland van 6 december 1924 staat uitgelegd dat er bij de viering van het honderdjarig bestaan van de beroemde Fifth Avenue in New York bepaalde zones waren afgezet met strepen die je beslist niet mocht overschrijden; deed je dat toch, dan gold de regel arrest on sight en shoot to kill. Die lijnen waren dus echte deadlines. Maar waarschijnlijk was die term volgens hetzelfde krantenartikel al ontstaan tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1860-1865), toen de zuidelijke staten bij de Andersonville Prison in Georgia strepen hadden getrokken die gevangenen op straffe des doods niet mochten overschrijden. Zou ik de enige zijn die bij een deadline nog altijd aan een doodsbedreiging denkt? Dat een gestoorde dictator met die term bijvoorbeeld aan vrijheidsstrijders laat weten wanneer zij hun wapens beslist bij hem ingeleverd moeten hebben, kan ik dus volgen. Maar het begint mij een beetje te duizelen wanneer president Obama ― evenals trouwens zijn voorganger Bush ― onlangs weer eens liet weten dat hij nog geen deadline wil stellen voor het terugtrekken van de Amerikaanse troepen uit Afghanistan. Dus juist zónder zo’n lijn wordt er rustig op leven en dood doorgevochten in een land dat door zijn ingewikkelde geschiedenis meer op een lappendeken van stammen en volkeren lijkt dan op een samenhangende natie. En had kolonel Kadhaffi niet in mei van dit jaar de deadline voor het vernietigen van zijn voorraadje mosterdgas overschreden? Stonden die vaten misschien al sinds de Eerste Wereldoorlog in zijn land en zouden NAVO-landen die nu gaan bombarderen voordat er een deadline was vastgesteld voor de terugtrekking van hun eigen troepen? Er zijn verschillende boeken geschreven over de deadlines waarmee journalisten tijdens oorlogssituaties steeds opnieuw te maken krijgen. Een indrukwekkend voorbeeld daarvan is De deadline. Het onthutsende verhaal van een boodschapper van het wereldnieuws (1998) van Pieter Varekamp. Keer op keer is deze verslaggever midden in gruwelijke oorlogssituaties terechtgekomen: in Iran, in Roemenië, in Libanon, in Oeganda, in Israël, in Soedan en nog weer andere landen. En steeds weer probeerde hij het verzamelde oorlogsnieuws zo snel mogelijk door te seinen, want dat hoorde bij zijn vak en maakte het ook spannend. Totdat hij ten slotte dreigde in te storten en het verwerkingsproces begon en hij uiteindelijk zijn persoonlijk getinte ervaringen ging opschrijven. Het grote en eveneens met vaak heel gruwelijke foto’s geïllustreerde boek dat Piet Chielens en anderen in 2002 hebben laten verschijnen naar aanleiding van een grote expositie in het Flanders Field Museum te Ieper, draagt als titel Dead Lines. Oorlog, media en propaganda in de 20ste eeuw. Zoals de ondertitel al aangeeft, vormen de manieren waarop oorlogvoerende partijen vanaf de Eerste Wereldoorlog steeds weer op allerlei manieren hebben geprobeerd de beeldvorming bij het grote publiek te beïnvloeden, een weinig vrolijk stemmende rode draad in de verschillende hoofdstukken. Maar ja, wat is de waarheid, wat zijn de feiten. De niet nader toegelichte hoofdtitel lijkt er allereerst op te duiden dat journalisten in tijden van oorlog eigenlijk dag en nacht te maken hebben met een deadline, omdat iedereen in zulke omstandigheden nu eenmaal zo snel mogelijk van het laatste frontnieuws op de hoogte wil blijven. Toch kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat deadline deze keer niet zomaar met twéé woorden is geschreven, maar dat leidt tot beelden die te erg voor woorden zijn. Zolang als ik mijn verval- en houdbaarheidsdatum nog niet heb overschreden, ga ik eerst maar eens proberen om als fietser uit de dode hoek te blijven als er een vrachtauto rechtsaf wil slaan. Ick Sing Meer artikelen door Redactie Historiën:
|
|
|
|
|
| |