Column: een bestand van 12 jaar

TrevezaalDe ondertekening van het Twaalfjarig Bestand te Antwerpen heb ik indertijd gemist, want daarvoor ben ik net een paar eeuwen te laat geboren. Dus heb ik laatst maar eens een bezoek gebracht aan…TrevezaalDe ondertekening van het Twaalfjarig Bestand te Antwerpen heb ik indertijd gemist, want daarvoor ben ik net een paar eeuwen te laat geboren. Dus heb ik laatst maar eens een bezoek gebracht aan de tentoonstelling Nederland op eigen benen. Het Bestand van 1609: nog tot 16 augustus te zien in De Verdieping van Nederland,  d.w.z. de expositieruimte die de Koninklijke Bibliotheek en het Nationaal Archief met elkaar delen. Toen mijn ogen waren gewend aan het documentveilige schemerdonker, zag ik al gauw dat ik vroeger waarschijnlijk nooit in Antwerpen zou zijn aangekomen. In een van de vitrines lag namelijk een voorbeeld van het in fraaie letters geschreven paspoort dat je in die jaren nodig had om toegang te krijgen tot de Zuidelijke Nederlanden, maar dat alleen verkrijgbaar was bij de allerhoogste instanties, mits je zelf ook een zeer hoogstaand iemand was.

Wie op de knopjes bij de afzonderlijke archiefstukken drukt, krijgt steeds een korte toelichting te lezen, in het Nederlands of in het Engels. Maar voor een samenvattend overzicht blijft men jammer genoeg aangewezen op de eigen school(?)kennis, die ook nodig is voor documenten uit latere periodes. Gelukkig wist ik nog dat de Spaanse koning indertijd de soevereiniteit over de Nederlanden als huwelijkscadeau aan zijn dochter Isabella en haar echtgenoot Albrecht (Albertus) van Oostenrijk had geschonken, nadat de paus eerst het probleempje had opgelost dat Albrecht eigenlijk ook kardinaal-aartsbisschop was. Door de Tachtigjarige Oorlog waren de jonggehuwden in 1598 in feite alleen de baas geworden over de Zuidelijke Nederlanden. Toch was het een grote stap toen het aartshertogelijk paar en de over hun schouders meekijkende Spaanse koning Philips III, via het ‘Tractaet’ van het Bestand het bestaan van de zeven opstandige noordelijke gewesten min of meer erkenden. Men had immers onderhandeld met de ‘Heeren Staten Generael van de Vereenighde Provinciën in qualiteyt ende de selve houdende voor vrye [!] Landen, provinciën ende Staten’. Nederland stond dus vanaf 1609 inderdaad met vallen en opstaan op eigen benen.

Volgens goed diplomatiek gebruik hadden de oorlogvoerende partijen alleen een wapenstilstand weten te bereiken door de grote twistpunten te laten rusten en de kwestie van de overzeese handel via geheime afspraken te regelen. Wie echter zou denken dat men nu in de Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden ging genieten van een periode van vrede en rust, vergist zich. Zoals vaak gebeurt, gaf het (tijdelijk) wegvallen van de gezamenlijke vijand ook toen weer veel ruimte aan onderlinge ruzies. Ook daarnaar verwijst de tentoonstelling soms, maar het blijft bij de overbekende conflicten tussen Maurits en Oldenbarnevelt en tussen de remonstranten en de contraremonstranten.

Een vraag die me bleef bezighouden, was waarom men van tevoren had afgesproken dat het bestand precies twaalf jaar zou gaan duren. Dus ben ik direct in de aangrenzende bibliotheek gaan zoeken naar een antwoord. Dat vond ik ten slotte in een al wat oudere studie van H.Ch.G.J. van der Mandere. Het bleek vooral een kwestie van handjeklap geweest te zijn. ‘15 jaar’, hadden de vertegenwoordigers van de Staten Generaal geroepen. ‘Nee, 10 jaar’, hadden de Spaans-Oostenrijkse onderhandelaars gezegd. En dus werd het 12 jaar, ofschoon 12½ nog net iets eerlijker geweest zou zijn.

Oorspronkelijk betekende het woord bestand in het Nederlands dat je stil bleef staan en dus niet meer doorliep om verder te vechten. Tegenwoordig lijkt zo’n bestand niet veel meer waard te zijn als je bijvoorbeeld denkt aan Israël en Hamas, Cambodja en Thailand of aan de conflicten in Centaal-Afrika en Pakistan. Maar tijdens ons eigen roemruchte bestand heeft men jarenlang alleen nog maar een keertje stiekem gevochten in de buurt van Gulik en de Marokkanen een beetje geholpen bij hun zeeoorlog. Het gevolg van die wapenstilstand was wel dat veel mensen met een oorlogsbaantje tot de langdurige werklozen waren gaan behoren. Maar toen aartshertog Albrecht in 1621 kinderloos was overleden en de Spaanse koning zelf weer aan de macht kwam, gingen beide partijen er zonder een directe aanleiding al gauw weer flink tegenaan. Raar lijkt me dat. Zeg, jongens, morgen loopt het bestand af, dus maak je klaar, hè. En dan maar doorknokken tot in 1648: de vrede van Münster (Westfalen).

Op weg naar huis bedacht ik dat ik rond april 2009 niets gehoord had van de Dichter des Vaderlands. Dat was in 1609 wel anders geweest, want Vondel, Hooft en verschillende minder bekende collega’s hadden toen wél goed hun best gedaan. Ook in 1621 was het niet stil gebleven in dichtend Nederland. Hoe begon dat anonieme geuzenlied ook al weer… O ja.

Weetje wie korts is ghestorven
En bedolven worden sel
Als de klocken van de Hel
Nou eerst sullen weder luyen
En beduyen, Nederlandt
Dat de Treves leyt int sandt.

Ja, het Franse woord trêve betekent bestand. Daar is op het Binnenhof nog een zaal naar genoemd, want ook daar had men aan lange tafels zitten onderhandelen. We moeten eens rond de tafel gaan zitten is inmiddels een gevleugelde uitdrukking geworden. Soms denk ik dat een stukje varen op de Hofvijver een heel plezierige afwisseling zou kunnen zijn voor Jan Peter en zijn collega’s.

Ick Sing

Geef een reactie

Historiën Twitter
Schrijf je in voor TOEN!