Column: historische desillusies

Zuchtend legde ik het decembernummer van History Today weg. Het leek dus wel vast te staan dat Richard II niet door toedoen van Henri IV was vermoord. Nu nog even bladeren in dat boek van Lendering over maar liefst vijftig misvattingen inzake de klassieke oudheid.Zuchtend legde ik het decembernummer van History Today weg. Het leek dus wel vast te staan dat Richard II niet door toedoen van Henri IV was vermoord. Nu nog even bladeren in dat boek van Jona Lendering over maar liefst vijftig misvattingen inzake de klassieke oudheid. Ach, dat die beroemde stelling van Pythagoras al zo’n duizend jaar vóór het optreden van die beroemde Griek bekend was geweest, vond ik het ergste niet. En dat Archimedes ooit met een paar spiegels een hele vloot in brand had gestoken, had ik altijd al onwaarschijnlijk gevonden. Maar dat nu ook het wereldwonder van die Hangende Tuinen van Babylon nooit had bestaan, vond ik echt heel verdrietig. Ik had het juist altijd zo lief gevonden van koning Nebukadnezar II dat hij die terrasvormige tuinen had laten aanleggen voor zijn bruid Amytes, omdat zij zo gekweld werd door heimwee naar haar bergachtige geboortestreek met al dat groen. Dat was dus een verzinsel, waar nog bijkwam dat die Babylonische vorst er een hele reeks echtgenotes op nagehouden had. En wie was zo’n beetje de laatste die dat allemaal nog niet wist?

Schilder: Tethart Haag, bron: Rijksmuseum Amsterdam

Toen ik laatst bij mijn zwager in de auto via Oudewater naar Gouda reed, riep ik ineens enthousiast: ‘Goejanverwellesluis! Dat moet hier ergens zijn!’ Omdat hij mij een beetje ongerust aankeek, legde ik uit dat een groepje laffe patriotten daar in 1787 de dappere prinses Wilhelmina van Pruisen had aangehouden. O, wat had ik vroeger ‒ toen wij met de hele klas een rondleiding kregen in het Rijksmuseum ‒ juist haar bewonderd temidden van al die historische vrouwen: zoals zij daar stoer op haar paard zat, niet met twee benen aan één kant, maar schrijlings, als een echte ruiter. Ja, het moest hier ergens gebeurd zijn, bij die brug. Toch nog maar even vragen? ‘Ja en nee, meneer,’ zei de gepensioneerde dorpsonderwijzer. ‘Ze heeft hier wel een tijdje in een boerderij op een stapeltje kazen zitten wachten tot zij weer terug kon keren naar Nijmegen, terwijl die soldaten erg brutaal tegen haar deden. Maar dat zij hier ook is aangehouden, nee, dat is niet waar, ook al stond het vroeger in alle schoolboeken. De koets waarmee zij naar Den Haag wilde rijden om steun te krijgen voor die slome Willem V, is een eindje verderop tot stoppen gedwongen, bij het gehucht Bon Repas, aan de Vlist. En iedereen had zich daar overgegeven, zonder enig wapengekletter.’ Bon Repas…, zuchtte ik onhoorbaar. ‘Zeg, we moeten nu echt doorrijden, hoor,’ hoorde ik m’n zwager zeggen, ‘het is al half vier.’ Ik knikte.

Plotseling moest ik terugdenken aan die vakantie van een paar jaar geleden in Egmond aan Zee. Van daaruit was ik naar Heiloo gefietst, want daar moest immers een oude put uit de Germaanse tijd zijn te vinden, waar ik eindelijk die geheime wens kon doen of desnoods een glaasje bubbelvrij wonderwater drinken. Heiloo betekende toch heilig bos? En had de godin Baduhenna daar niet gewoond, toen zij volgens de geschiedschrijver Tacitus de Friezen had geholpen bij het verslaan van de Romeinen?

Na een tijdje zelf zoeken en een keertje beschroomd vragen had ik ten slotte achterhaald dat er in Heiloo twéé oude waterputten te vinden waren: eentje bij een Mariakapel en eentje bij het Witte ofwel het Willibrorduskerkje. Die laatste put moest ik natuurlijk hebben, want ik wist heus wel dat die vroegere christenpredikers bij herhaling heel sluw de heiligdommen van hun heidense voorgangers hadden ingepikt. Maar nee, nergens zo’n kokervormige diepte te zien. Ten slotte zeiden een paar pijp rokende mannen die mij zoekend zagen rondkijken: ‘Die put staat nu verderop, meneer. Ze hebben hem gewoon verplaatst.’ De woede stond nog op hun gezicht te lezen en zelf had ik er ook opeens helemaal schoon genoeg van. Een put verplaatsen…, al dan niet tijdelijk.  Dan kon ik net zo goed thuis in het bad water uit de kraan gaan zitten drinken. En dat oerbos van die strijdbare godin? Dat bleek overal in Kennemerland gelegen te kunnen hebben of nog weer ergens anders. Wat kon de geschiedenis je toch teleurstellen. En waarom overkwam juist mij dat iedere keer weer.

Tegenwoordig probeer ik soms zélf een aandoenlijk en historisch aandoend verhaal te bedenken om daarmee de mensen eeuwenlang voor de gek te houden. Dat blijkt echter nog niet zo gemakkelijk te zijn als ik er zélf plezier aan wil beleven. Ik kan immers pas met mijn onthulling beginnen als mijn verzonnen gebeurtenis in een ver verleden had plaatsgevonden en dan ook nog eens jarenlang was doorverteld. Pas dan kon ik met een trotse grijns op mijn gezicht het programma Andere Tijden binnenlopen. Nee, dat kon natuurlijk allemaal niet. Ik kon hooguit proberen op mijn beurt ook eens een al lang bestaande mythe door te prikken. Maar dan moet ik eerst proberen zelf minder goedgelovig te worden. Wat een vreselijk idee.

Nee, nee. Ik zou van de week gewoon die dubbeltentoonstelling over prinses Marianne gaan bekijken: in het museum Leidschendam-Voorburg én in paleis het Loo. Zij was vroeger zowel bemind als verguisd geweest. Dat had ik een keer in een romantische biografie gelezen, dus nu kon er zeker niks misgaan.

Ick Sing

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schrijf je in voor TOEN!