|
Column: Het jaar van de oorlog |
|
Alleen al door je geboorte behoor je tot een volk, tot een sekse, tot een bepaald milieu en vaak ook nog tot een godsdienst. Later komen daar door je eigen keuzes allerlei groepen bij, zoals de Partij voor de Dieren, de Koninklijke Notariële Broederschap of de Hells Angels. Zelfs als je op het eerste gezicht moeilijk bent in te delen, blijk je bijvoorbeeld toch onder de genderambigue personen, de halfbloeden of de semiprofs te vallen. In veel opzichten is zo’n groepsverband fijn. Je weet hoe de zaken eraan toegaan in jouw omgeving, je kunt beschikken over een hele voorraad vaste meningen, in geval van nood sta je samen sterk en bij feestelijke gelegenheden kun je lekker met z’n allen zingen en juichen. Bovendien beschik je altijd nog over een groepsidentiteit, als je van jezelf eigenlijk niemand bent. Maar er zijn ook schaduwkanten. Een schurk, een profiteur of een praatjesmaker zijn is niet zo erg. Maar wee je gebeente als je je niet aan de formele regels houdt door verboden dingen te eten of kledingvoorschriften te overtreden, als je niet bij de verplichte samenkomsten aanwezig bent of er een eigen mening op na gaat houden. Het allerergste is natuurlijk als je verkering krijgt met iemand van een andere groep, want dan komt ook het groepsnageslacht in gevaar. Vaak kan dat betekenen dat je wordt bedreigd of verstoten en ieder geval sta je er in zo’n geval voortaan helemaal alleen voor. Wat vooral stof tot nadenken geeft, is dat er pas sprake van een groep kan zijn als er ook een ándere groep bestaat. Groepen moeten zich dus altijd van elkaar zien te onderscheiden, zetten zich daarom altijd en overal graag tegen elkaar af en doen daarbij hun voordeel met bijna onuitroeibare vooroordelen. Vijandschap, vervolging en conflicten blijven nooit lang uit wanneer die anderen in jouw buurt komen en tenslotte wordt een oorlog dikwijls onvermijdelijk.
Wat zij in haar verhalen en betogen echter onderschatte, was het belang van de economische factoren bij oorlogen. Van wie zijn die vruchtbare landbouwgronden, wie is de baas over de schaarse zoetwaterbronnen, waar zit er olie of uraniumerts in de grond, hoe kun je nieuwe afzetgebieden vinden. Het allerergste nu is dat er juist bij zulke zakelijke en dus in principe oplosbare conflicten door sluwe leiders altijd een beroep wordt gedaan op sluimerend aanwezige groepsgevoelens: die van jouw stam, jouw volk, jouw natie, jouw godsdienst, jouw ras. Dan krijgt vrijwel ieder groepslid vroeg of laat een waas voor de ogen en gaat men eensgezind de vijand te lijf, het liefst met een vlag of een vaandel in de hand, voor vorst en vaderland. We kennen tegenwoordig als momenten van bezinning de moederdag, de dierendag, de dag voor de mantelzorg, de dag van het park. Inmiddels kennen we ook de week van de jeugdzorg, van de geschiedenis, van de smaak, van de chronisch zieken. Voor het verschijnsel oorlog zouden we nu eigenlijk een heel jáár moeten gaan invoeren, dat dan ieder jaar als het jaar van de oorlog weer terugkeert. Gewapende conflicten zijn er meer dan genoeg in de wereld. In Darfur, in Oost-Congo, in Irak, in het Midden-Oosten, op de Balkan, in Colombia, tussen de Turken en de Koerden, de Hongaren en de Slowaken, de Tibetanen en de Chinezen en ga zo maar door. Maar er gelden wel strikte voorwaarden. In de eerste plaats mogen de gesneuvelden tijdens het jaar van de oorlog niet meer per groep of per land worden herdacht. En bovendien mogen vorstelijke personen die ooit een rang in het leger hebben gekregen, geen sabels meer dragen bij officiële gelegenheden. Je moet ten slotte ergens beginnen met nadenken. Ick Sing Meer artikelen door Redactie Historiën:
|
|
|
|
|
| |