Column: Linkerhand

Als ik ’s morgens ben opgestaan, stap ik bij het aankleden altijd eerst met mijn linkerbeen in mijn rechter broekspijp. Dat gaat vanzelf zo en volgens mij deed iedereen dat zo in het gezin waarin ik opgroeide.

Twee linkerhanden. Foto: Ick Singh.

En als ik in plaats van moderne instapschoenen nog eens oude sportschoenen met veters gebruik, begin ik met strikken ook aan de linkerkant. Maar wat ik mij nu opeens afvraag, is of dat alleen maar oude gewoontes zijn of dat er meer achter zit. Zijn de rechter- en de linkerkant wel neutrale begrippen? Je wordt bijvoorbeeld nog steeds verondersteld iemand bij een begroeting je rechterhand te geven. En als men tegen je zegt dat je twee linkerhanden hebt, sta je niet bekend als een handig iemand. Het is trouwens nog niet zo lang geleden dat alle kinderen zowel thuis als op school met hun rechterhand moesten leren schrijven en dat allerlei apparaten bij het verrichten van de moeilijkste taken de voorkeur gaven aan de rechtshandigen. Maar dat geldt weer niet voor het bespelen van een strijkinstrument, want hoe belangrijk het hanteren van de strijkstok ook is, de keuze van de tonen wordt bepaald door de linkerhand, die de vingers steeds dichter tegen elkaar aan moet zien te duwen naarmate het octaaf hoger komt te liggen. Maar of je je trouwring aan je linker of aan je rechter ringvinger draagt, heeft nog steeds veel te maken met de godsdienst waarin je bent opgegroeid of het land waaruit je familie afkomstig is.

In feite worden de taken die te maken hebben met taalgebruik en motoriek vanuit de linkerkant van het brein geregeld. Maar dat zegt helemaal niets over de voorkeur voor een bepaalde hand. De oorzaak daarvan is voor mij een mysterie. En wat ik ook vraag aan mijn handen, ze geven lekker geen antwoord. Zoek het zelf maar uit, denken ze. En soms jeuken ze daarbij even van plezier.

Het blijft opvallend dat de moeilijke taken zoals een brief schrijven, een blikje openen, een punt aan je potlood slijpen, een stukje uit de krant knippen of een apparaat bedienen  meestal aan de rechterhand worden toebedeeld, terwijl de linkerhand bijvoorbeeld het vaakst  in de neus mag peuteren of bij mannen tijdens het plassen dat slurfje mag vasthouden. Het heeft dan ook een hele tijd geduurd voordat ook linkshandige kinderen op school niet meer persé ook met hun rechterhand moesten schrijven en in 1976 werd niet voor niets nog de Linkshandigendag gevierd.

Wat mij bij mijn eigen rechts/linksgedrag opvalt, is dat ik rechts naast mijn fiets loop en bij een stoeprand eerst mijn linkerbeen over die horizontale buis probeer te zwaaien en an begin te trappen. Bijna iedereen blijkt aan de rechterkant op te stappen. Maar ik weet nog dat ik als jongen in een park ben gaan oefenen en toen zomaar links begonnen ben. Dat kan ik niet meer terugdraaien, al geeft het in de praktijk veel problemen zoals bij een fietsenstalling in een kelder met je fiets in een gleuf naar beneden lopen; dan moet ik mij zien aan te passen, in de hoop dat niemand tegen me zal zeggen ‘Kan ik u helpen, meneer?’

Vaak moet de regelgeving voor rechts en links afhankelijk geweest te zijn van het toeval. In de meeste Europese landen moet je volgens Wikipedia sinds Napoleon rechts houden met je voertuig en rechts voorrang geven. Maar in Engeland en Noord-Ierland is dat precies omgekeerd evenals bijvoorbeeld in Indonesië en Zuid-Afrika. Kom je uit een ander land, dan valt dat omschakelen niet mee zoals veel toeristen merken.

Assenmblé Nationale van Frankrijk. Bron: wikipedia.

Wat ik interessant vind, is waar de termen links en rechts in de politiek eigenlijk vandaan komen. Wat blijkt? Na de Franse Revolutie gingen de leden van de Assemblée Nationale in een halve cirkel zitten. Daarbij zaten, vanuit de voorzitter gezien, de machthebbers aan de rechterkant en de leden die veranderingen wilden bewerkstelligen aan de linkerkant. Die termen zijn, afgezien van de zitplaatsen in het parlement, heel gangbaar gebleven in de politiek. Mijn motto blijft, zoals ik al eens eerder betoogd heb: rechts rijden, links stemmen!

Rode spinner van Ick Singh.

Gelukkig heb ik tegenwoordig, modern als ik nu eenmaal ben, een spinner. Bij schoolkinderen heb ik gezien dat je met dat ding allerlei spelletjes kunt spelen. Wat ik heel knap van mezelf vind is dat ik, als ik met mijn hoofd achterover ga zitten, mijn spinner op mijn neus al rondjes kan laten draaien. Die kun je zowel naar links als naar rechts laten draaien.

Ick Sing

Schrijf je in voor TOEN!