Column: Monsters

Een tijdje geleden waren er op de televisie beelden te zien van een soort anti-pretpark dat in een badplaats in de buurt van Bristol tijdelijk was opgezet door een zichzelf Banksy noemende kunstenaar. Dat het om een persiflage op Disneyland ging, viel direct al op te maken uit de benaming Dismaland (dismal = akelig, somber).

'Cinderella Castle' door Katie Rommel-Esham. Licensed under CC BY-SA 3.0 us via Wikimedia Commons - https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Cinderella_Castle.jpg#/media/File:Cinderella_Castle.jpg

‘Cinderella Castle’ door Katie Rommel-Esham. Licensed under CC BY-SA 3.0 us via Wikimedia Commons

Een werk dat in dat kader veel aandacht trok, beeldde uit hoe de bekende sprookjesfiguur Assepoester zonder context zomaar dood uit haar gecrashte koets hing. Iedereen schrok daar erg van, zeker de kinderen die ondanks alle waarschuwingen toch met hun ouders waren meegegaan.

Ik blijf het altijd weer eigenaardig vinden dat kinderen enge verhalen meestal wél leuk vinden als het om sprookjes en dergelijke gaat, die dus niet echt gebeurd zijn en goed aflopen. Maar zelf gruw ik nog altijd van dat verhaal over Roodkapje: niet alleen als die boze wolf behalve de grootmoeder ook Roodkapje zelf opeet, maar ook als de jager even later voor de goede afloop van het verhaal zorgt door met zijn mes de buik van die boze wolf helemaal open te snijden. En wat een ellende als een andere gemene wolf maar liefst zes van de zeven geitjes achter elkaar opeet. Ja, ze komen weer levend tevoorschijn, maar dan moet ook die moeder wel eerst even een buik openknippen en die daarna vol met stenen stoppen, zodat het beest verdrinkt als hij zich bukt bij een waterput.

Zulke wolven hebben veel weg van vraatzuchtige monsters, maar dát zijn geen werkelijk bestaande dieren. Al die enge monsters lijken er plezier in te hebben met hun scherpe klauwen, hun gemene stekels, hun afschuwelijk grote tanden of hun lange roltongen mensen te verscheuren, te verstikken of te vergiftigen. Ze komen in allerlei culturen al eeuwenlang in honderden verhalen voor. In het westen bereikte hun populariteit een hoogtepunt tijdens de romantiek, terwijl in onze tijd de science fiction hun bestaan weer een nieuw leven heeft ingeblazen. Het rare is en blijft dat al die monsters keer op keer door mensen zijn verzonnen. Uit een niet aflatende angst voor het onbekende? Uit een onuitroeibare hang naar het bovennatuurlijke, in samenhang met de behoefte altijd iemand ergens de schuld van te kunnen geven? Uit het projecteren van de eigen monsterlijke neigingen op andere wezens?

Ik weet het niet. Maar wat ik bij nader inzien ineens heel raar vind, is dat monsters meestal tot de mannelijke soort lijken te behoren en maar af en toe vrouwen zijn. Uit de Griekse mythologie herinner ik me van mijn schooltijd behalve Medusa ook nog de Hydra van Lerna, maar veel verder kom ik niet, want de sirenen die met hun mooie gezang mannen verleiden, reken ik natuurlijk niet mee.

Copyright: historien.nl

Copyright: kleinzoon van Ick Singh

Als ik het goed zie, zijn het tegenwoordig vooral kinderen die nog geïnteresseerd zijn in verzonnen gruweldieren. Een merkwaardig voorbeeld daarvan zag ik laatst bij mij thuis, toen een vriendelijke vader zijn kleuterzoontje rustig probeerde te houden door hem zijn laptop te geven met de woorden: ‘Ga maar even fijn een monster tekenen.’ Het jongetje ging onmiddellijk aan de gang: eerst via gekkekleurtjes en daarna via www.leukvoorkids.nl: programma’s die hij zelf met gemak wist te vinden. Ik wist niet wat ik zag, maar ontdekte later dat het op het internet wemelt van de monsterspelletjes voor kinderen. Dat was vast al een tijdje een nieuwe trend en ik liep dus weer eens jaren achter, maar diep in mijn elfjes- en feeënhart vond ik dat helemaal niet zo erg.

1024px-Machuteskerk_-_Monster-3

Beeld van de H. Machutus, vervaardigd door Louis Veneman (bron: Wikipedia)

Toch kon ik mij niet inhouden toen ik een tijdje terug in Hoek van Holland was beland en daar een bus zag staan die naar Monster reed. Zou dat stadje in het Westland ooit iets met monsters te maken hebben gehad? En wat dan wel? Toen ik uitstapte in de buurt van een grote protestantse kerk, las ik op een bordje dat er op diezelfde plaats in de elfde eeuw ook al een kerkje had gestaan, waarvan de patroon Machutus heette: een heilige die vooral geliefd was bij pelgrims op zoek naar genezing van epilepsie. Na de reformatie moest dat allemaal afgelopen zijn, maar een hele tijd later kreeg Machutus een eindje verderop toch weer een eigen katholieke kerk.

Toen ik op het plein om me heen zat te kijken, vertelde een vriendelijke oude man mij wat meer over Monster. Nee, die naam had niets te maken met gruweldieren, maar was evenals bij de Duitse stad Münster naar alle waarschijnlijkheid afgeleid van het Latijnse woord monasterium, dat klooster betekent. Van de rijke geschiedenis van Monster was overigens niets terug te vinden in het centrum, waar je alleen maar de bekende moderne winkels en een paar cafés kon vinden. Toch hadden lang geleden de bewoners van het toenmalige kleine dorpje Die Haghe die gingen trouwen of iets anders officieel wilden regelen, nog een hele tijd naar Monster moeten reizen. Daar begon pas verandering in te komen toen graaf Willem II en zijn opvolgers hun oorspronkelijke jachtcentrum in de loop van de 13e eeuw begonnen uit te bouwen tot een echt bestuurscentrum, waar op den duur de stad ’s-Gravenhage uit voortgekomen is en waar de bewoners van Monster nu op hun beurt vaak naartoe gaan.

Ick Sing

Schrijf je in voor TOEN!