Column: Portret

‘We moeten eens babbelen’, zeiden twee mannen in een Vlaamse soap laatst tegen elkaar. En dat betekende kennelijk niet een keertje met elkaar gaan zitten kletsen, maar eens met elkaar gaan overleggen. Die taalverschillen tussen Vlamingen en Nederlanders blijven interessant, vind ik. Verklappen betekent in beide gevallen een vorm van verraden, maar als je gewoon praten bedoelt, kun je alleen bij onze zuiderburen gaan zitten klappen. Tegelijkertijd brabbelen opgroeiende baby’s in alle landen op een soortgelijke manier. En via een babbeltruc word je overal op de wereld opgelicht, zodat ik nooit en nergens meer de deur openmaak als een onbekend iemand met me wil praten. Want langzamerhand ken ik mijzelf wel een klein beetje en één keertje zomaar 50 euro kwijt geraakt zijn, was voor mij voldoende als levensles en vergrootte alweer mijn povere zelfkennis.

Bron: Frans Masereel, The Sun, the Idea & Story Without Words. Three Graphic Novels (Dover Publications, Inc. Mineola, New York, 2009).

Heb je eigenlijk, vroeg ik me een tijdje geleden opeens af, veel zelfkennis nodig om een zelfportret te maken? Laatst zag ik een houtsnede van de Vlaamse kunstenaar Frans Masereel (1889-1972) en het was net of ik zelf die zoekende man was. Ik vind houtsneden trouwens in het algemeen een mooi genre. In zachthout wordt er dan met speciale gutsen ofwel beitels een soort tekening uitgesneden, waar je dan met zwarte inktrollen overheen gaat en er ten slotte vellen papier tegenaan moet drukken. Dan krijg je bijvoorbeeld het prachtige zelfportret van Käte Kollwitz.

Maar als je het over een zelfportret hebt, speel je een dubbelrol en moet je jezelf dus ook zélf uitgesneden, getekend of geschilderd hebben en dat kan ik allemaal niet. Stel je voor dat ik steeds urenlang met een half oog in een spiegel naar mijzelf moet kijken, terwijl ik daaraan zit te werken. Trouwens, als ik mezelf tijdens het scheren in de badkamerspiegel zie, vind ik dat ik helemaal niet op mezelf lijk.

Buste keizer Wilhelm II, Huis Doorn. Bron: https://commons.wikimedia.org

Maar, merk ik bij het zoeken op het internet: er zijn veel kunstenaars die in zekere zin een zelfbeeld maken door eerst een tijdje te gaan zitten boetseren en het resultaat daarvan in gips gieten: de basis voor bijvoorbeeld een bronzen beeld van zichzelf. Maar meestal maken zij, al dan niet op verzoek, beelden van anderen. Heel vaak gaat het dan om staatshoofden en legeraanvoerders. Al eeuwenlang hebben die een voorkeur voor bustes ofwel borstbeelden, waarbij het hoofd rust op borst en schouders. Terwijl er honderden voorbeelden uit vele eeuwen zijn, met name van staatshoofden en legeraanvoerders, denk ik dan toch onmiddellijk aan die rottige keizer Wilhelm II, die een groot aandeel had in het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Bij Huis Doorn kun je hem iedere dag tegenkomen.

Omslag Manja de Neef, Negatief Zelfbeeld (Boon, 2010).

Het interessantst vind ik echter het zelfbeeld in een figuurlijke zin. Hoe denk je over jezelf, over jouw persoonlijkheid, over jouw plaats in de samenleving en hoe zie jij er volgens jezelf uit. Wat is je karakter en weet je echt waarom je iets doet of juist nalaat. Heel veelzeggend vind ik de titel die de schrijfster Hella Haasse aan haar autobiografie heeft gegeven: Zelfportret als legkaart (eerste en tweede druk 1954, tegenwoordig opgenomen in de verzamelbundel Het dieptelood van de herinnering). Het blijft inderdaad onvermijdelijk voortdurend zoeken en puzzelen als je af en toe probeert te achterhalen wie je eigenlijk bent. Nee, een zelfportret schrijven, net zoals vaak in een ik-roman gebeurt, daar begin ik niet aan. Trouwens: waar komt je zelfbeeld vandaan? Creëren anderen dat niet in hoge mate? Bijvoorbeeld doordat iedereen je plaagt en pest of juist heel vaak prijst? En het beeld dat anderen van je hebben bepaalt nu eenmaal in hoge mate je plaats en je rol in de samenleving, of je dat nu wilt of niet.

Bij de Utrechtse universiteit kun je een training volgen die je erbij helpt je negatieve zelfbeeld te veranderen. En als je dat slecht uitkomt, dan zijn er ook nog de boeken die de cursusleidster Marja de Neef heeft uitgegeven onder de titels Negatief zelfbeeld (2010) en Zorgen voor jezelf. – Ik? Ik stel niks voor (2013). Maar in mijn nacht- en dagdromen gaat het er gelukkig nooit om hoe ik er zelf uitzie. Het heerlijkste vind ik dan altijd weer het ogenblik waarop een fee of een engel mij zomaar even toelacht, iets wat in het dagelijks leven ook gewone meisjes weleens blijken te kunnen doen. Zou dat ermee mee te maken hebben dat ik, zonder dat ik het in de gaten heb, in het dagelijks leven vaak over meisjes in plaats van over vrouwen schijn te praten? Dat is een rare gewoonte, maar eigenlijk vind ik dat helemaal niet zo erg, tenminste: als ik oplet wannéér ik dat doe.

In romans worden de belangrijkste personages naar innerlijk en uiterlijk uitvoerig geschilderd. Maar ik heb er een hekel aan als dat bij de introductie van een persoon in lange passages gebeurt, terwijl het verhaal intussen helemaal stilstaat. Het is veel fijner als je de ene keer hoort dat zij zulke prachtige bruine ogen heeft en de andere keer merkt hoe intens gelukkig zij iemand anders kan maken door alleen maar even naar hem te glimlachen. En zo groeit, als je een beetje geluk hebt, die fee verder in je dag- en nachtdromen. Een mooiere werkelijkheid bestaat er niet.

Ick Sing

Schrijf je in voor TOEN!