Toen ik ’s avonds langs mijn lievelingsboekhandel naar huis liep, zag ik toevallig in de etalage een dikke, onlangs vertaalde roman liggen, die De lange tocht heette en geschreven was door Dan Sleigh, de Zuid-Afrikaanse historicus…
Laatst ben ik eindelijk weer eens op reis geweest. Een week lang allerlei nieuwe indrukken opdoen was heerlijk en het bleek ook heel fijn te zijn om daarna weer thuis te komen. Een mooi voorbeeld van twee halen, één betalen. Daarna ben ik steeds aan reizen blijven denken, dwars door het onvermijdelijke dagelijkse bestaan heen.
Zou ik in het voetspoor van van de 18e-eeuwers Robinson Crusoe, Lemuel Gulliver en Claas Klim ook eens gaan proberen om ’s avonds in bed een imaginaire reis te maken? Maar die tochten hadden helaas bijna altijd didactische bijbedoelingen. Dan kon ik me misschien toch beter op de wachtlijst van de teletijdmachine van professor Barabas laten zetten.
Maar ook met tijdreizen moest ik oppassen. Want hoe kon ik bij historische gebeurtenissen zelf op de eerste rang terechtkomen. Dat lukte me in het heden al niet! En dus zou ik in 772 bijvoorbeeld vrijwel zeker niet te zien krijgen hoe Karel de Grote eerst met zijn beide handen vier hoefijzers tegelijk samenkneep en daarna zijn Longobardische echtgenote onverhoeds de bons gaf omdat hij zich zo aangetrokken voelde tot de dertienjarige Hildegard. En in 1590 zou ik ongetwijfeld niet zelf kunnen vaststellen of schipper Adriaen van Bergen zich echt had verslapen, toen hij ’s nachts met zijn turfschip stiekem een lading soldaten voor prins Maurits naar Breda zou gaan brengen.
Toen ik ’s avonds langs mijn lievelingsboekhandel naar huis liep, zag ik toevallig in de etalage een dikke, onlangs vertaalde roman liggen, die De lange tocht heette en geschreven was door Dan Sleigh. Was dat niet die Zuid-Afrikaanse historicus? In de winkel zag ik direct dat het om een echte reis uit het verleden ging: de lange tocht die ruim 10.000 Griekse soldaten in de jaren 401-399 v. Chr. hadden gemaakt: eerst vanuit het zuidwesten van het huidige Turkije helemaal naar het tegenwoordig in Irak gelegen Babylon en toen bovenlangs weer terug, eerst via Armenië naar de Zwarte Zee, toen verder langs de kust naar Byzantium en van daaruit ten slotte terug naar de streek waarvandaan zij vertrokken waren.
Ja, het was duidelijk dat Dan Sleigh zich voor zijn boek heel sterk had laten inspireren door de klassieke schrijver Xenofon, wiens beroemde ooggetuigenverslag de Anabasis ook een paar keer in het Nederlands is vertaald. Op de heenweg was Xenofon opgetreden als adviseur van de Perzische prins Cyrus, die uiteindelijk zijn broer Artaxerxes van de troon bleek te willen stoten. Maar toen zijn troepen in de slag bij Cunaxa de overwinning behaalden, sneuvelde Cyrus helaas zelf en bleef Artaxerxes dus toch koning van het grote Perzische rijk. Tijdens de erg lange en erg barre terugtocht werd Xenofon toen tot legeraanvoerder gekozen.
Het bijzondere van Sleighs aanpak is niet alleen dat de lezer een breed uitgewerkte versie van Xenofons verhaal te lezen krijgt, maar daarbij ook kennismaakt met een zeer belezen en vele talen sprekende joodse man, Nagri geheten, die als balling in Babylon was opgegroeid en zich daar had ontplooid tot een bekwame schrijver. Na gedeserteerd te zijn uit het leger van Artaxerxes was Nagri bij Xenofon als diens raadsman en secretaris in dienst getreden, wat ook inhield dat hij de aantekeningen van zijn werkgever kopieerde en van al het verzamelde materiaal uiteindelijk een compleet boek maakte. Aanvankelijk zag Nagri als een gelovige jood met profetische trekken in Xenofon de Verlosser op wie het joodse volk al eeuwenlang gehoopt had, maar uiteindelijk zag hij in dat hij zich had vergist en maar moest terugkeren naar zijn eigen vaderland.
In De grote tocht heb ik niet alleen een fascinerende reis meegemaakt, dwars door allerlei landen en culturen heen, maar ben ik ook in heel uiteenlopende omstandigheden terechtgekomen. Vooral tijdens de terugtocht kreeg ik keer op keer de neiging om doodmoe, hongerig en dorstig langs de weg te blijven zitten, maar dan moest ik weer meevechten tegen nieuwe vijanden, partij kiezen in een muiterij, hopeloos verdwalen of hopen dat een offer aan een god uitkomst zou bieden. Bovendien voelde ik nogal verreikende vragen in me opkomen: rond de identiteit van mensen en volkeren, het komen en gaan van machtige heersers en de rol van de democratie, het geloof in hogere machten en de zin van het leven, barbaarsheid en seksualiteit.
Aan gevoelens van ontgoocheling viel op den duur niet meer te ontkomen, bijvoorbeeld op de avond voordat de officieren uit Byzantium vertrokken. Ze voelden smart, pijn en diepe, diepe teleurstelling. Ze hadden duizenden mijlen in een droom afgelegd, in dromen gevochten, gedroomd dat ze als helden naar huis gingen, geloofd dat alles was voor de vrijheid van het vaderland, maar vanavond voelden ze zich verbitterd over de schrijnende afloop, geen geld, geen eer, geen hoop.
Was alles dan iedere keer weer tevergeefs? Bleef je steeds weer met lege handen achter? Nee, nee, dat kon niet waar zijn. Volgende week ging ik zelf naar zee. En dicht bij de kust zou ik dan evenals de Grieken bij het naderen van de Zwarte Zee zelf ook heel hard gaan roepen: Thalassa! Thalassa! De zee, de zee! Had Willem Kloos daar niet ooit een gedicht over geschreven? Over de eindeloze deining waarin je ziel zich weerspiegeld ziet?
Ick Sing
Meer artikelen door Redactie Historiën:- Huygenscollectie in de Koninklijke Bibliotheek
- Column: Een andere Huygens
- Nederlanders in Sint Petersburg
- Laatste eeuw van Indië
- Dordrecht op de Kaart
- Van Toen tot Nu Canon
- Erelijst van Gevallenen 1940-1945 digitaal monument
- P1500 Monster:Hitler’s supertank
- Hitler’s monstertank: de Landkreuzer P.1000 ‘Ratte’
- Sporen WO II op de Grebbeberg
No related posts.
Related posts brought to you by Yet Another Related Posts Plugin.
Vind ons ook hier: