Column: Stokstijf

Altijd heb ik gedacht dat het woord stokoud ermee te maken heeft dat je op hoge leeftijd een stok nodig krijgt om te kunnen lopen. Logisch toch? Maar dat blijkt niet te kloppen,

Wandelstok De edele Bentley. Bron: www.rollatorshopping.nl

want stok– is ooit een voorvoegsel geweest dat zeer, erg betekende. Vergelijk bijvoorbeeld ook stokstil = roerloos, onbeweeglijk. Tja, dat doen mensen vaak: als ze een woord horen dat hun merkwaardig in de oren klinkt, gaan ze het in verband brengen met een woord dat zij wél kennen. Zo wordt het Italiaanse woord scartabello (= een notitie van weinig belang) dan een kattebelletje, een nachtmare (= een spook in de nacht) een nachtmerrie en het aan een oud Duits dialect ontleende schorbuck last van scheurbuik. Tja, volksetymologie heet dat. Een mooi voorbeeld vind ik het woord zondvloed, dat niets met onze zonden te maken heeft, maar is ontstaan uit het Middelnederlandse sintvloed = aanhoudende vloed. Kinderen zijn ook vindingrijk op dit gebied. Bijvoorbeeld: konijnenkaas of homotrainer.

Gelukkig zijn de echte stokken allerminst buiten beeld geraakt, zodat je altijd nog een stok achter de deur kunt hebben als je het met iemand aan de stok krijgt en soms verder kunt springen dan je stok lang is. En eekhoorns die soms stokstijf overeind gaan zitten, vind ik heel ontroerend, terwijl een hond die opeens stokstil staat juist zielig is.

Maar hoe dan ook: waar loop ik met die stok naartoe. De toekomst tegemoet? Ja, want zij – de toekomst is immers niet zomaar een vrouwelijk woord – komt mij dan tegemoet lopen, met een glimlach rond haar mond. En dan gaan wij samen op weg naar het verleden. Dat is onze vaste route, al zou ik wel eens wat anders willen.

Rode eekhoorn (Sciurus vulgaris). Foto: Hedera Baltica. Bron: https://commons.wikimedia.org

Merkwaardig is dat toch. De toekomst is steeds al begonnen. Als er van die kleine bobbeltjes aan de takken van de prunus in je achtertuin komen te zitten, zijn die prachtige roze bloesems eigenlijk al een gegeven en kun je die ook alweer bijna op de grond zien liggen, terwijl de bladeren aan die boom al zichtbaar op komst zijn. Ik ben blij dat ik geen futuroloog ben, want dat wil ik allemaal niet weten. Maar er komt geen eind aan. De stad waar je woont breidt zich al verder en verder uit, dan groeit de economie en de architectuur heeft het daar zo druk mee, dat alles waar je zo aan gehecht bent naar de knoppen dreigt te gaan: een eufemisme voor naar de kloten, de bliksem, z’n mallemoer, dus naar de Filistijnen: het volk waartoe de reus Goliath behoorde die gode zij dank door die kleine, dappere David werd verslagen.

En toch en toch. Dat alles zich overal en altijd weer verder en verder ontwikkelt, is ook heerlijk. Waar zou je zijn zonder gas en licht, zonder radio en televisie, zonder je mobieltje en je computer. En daar komt bij dat je tegelijkertijd voor weinig geld kunt meevaren met zo’n grachtenboot, terwijl de gids uitlegt hoe alles vroeger was. En als je goed kijkt, zie je daar nog allerlei sporen van. Heerlijk is zo’n tochtje door de Haagse grachten, waar je bijvoorbeeld bij het Groenewegje terechtkomt en dan hoort dat de stad daar vroeger ophield, zodat je je er vroeger in de verte het toenmalige dorpje Rijswijk kon zien liggen.

Zuiderstrandtheater in Scheveningen. Bron: www.zuiderstrandtheater.nl

Maar wat ik tijdens mijn rondreisje moest vinden van het Zuiderstrandtheater, wist ik niet. De oorspronkelijke concertzaal op het Spui was gesloopt, hoorde ik. En in afwachting van de geld verslindende nieuwbouwplannen daar, waarover eigenlijk alleen nog maar ruzie wordt gemaakt, kon je nu naar het Zuiderstrandtheater toegaan als je naar het Residentieorkest wilde luisteren: een prachtige zaal dicht bij de zee, ook al loopt er geen doorgang midden tussen de stoelrijen door, zodat je niet links moet beginnen als je helemaal rechts blijkt te zitten. Als dat theater nu eens gewoon bleef staan, zei het echtpaar dat naast mij zat op de rondvaartboot. Er reed immers nu al een stadsbus naartoe en daar kon zonder veel problemen een tram over de Westduinweg aan toegevoegd worden. Ik knikte maar zo’n beetje, terwijl ik zag dat er langs een mooie oude gracht allerlei prachtige bomen (tijdelijk?) aan het verdwijnen waren.

Wat zit het leven toch moeilijk in elkaar. Vóóruit- en achteruitgang lijken altijd bij elkaar te horen. Op welke partij moet ik toch binnenkort stemmen. En niet stemmen is ook niks gedaan. Je wilt toch een beetje invloed hebben? Heer, wij smeken U: wilt U nu eindelijk eens die grondfouten uit Uw systeem halen? U bent toch almachtig? Ik sta klaar, met mijn stok in mijn hand.

Ick Sing

Schrijf je in voor TOEN!