Column: Tradities en argumenten

Is december niet gewoon de maand van Oel? Een nieuwe column van Ick Sing.

In december, als het buiten koud en donker is, zijn de zondagen nog ellendiger dan anders. Dus als die maand eraan komt, probeer ik ze om te ruilen voor extra woensdagen. Niet alleen omdat die doen denken aan de vrije middagen van vroeger, maar vooral omdat ze genoemd zijn naar Wodan, die volgens de overlevering juist tegen het einde van het jaar graag op zijn achtvoetige schimmel door de lucht rijdt. Zijn speer vind ik een beetje eng en van die meereizende raven en wolven moet ik al helemaal niks hebben. Maar ik kan nog altijd dromen van dat ene knechtje van Wodan, Oel genaamd, die dan extra hard moet werken.

Zal ik het de komende week nog eens proberen? Eerst een paar lekkere wortels buiten klaar zetten en dan in het pikkedonker misschien een glimp opvangen van Oel? Vurig hopend dat die jongeman eindelijk, na mijn gave goedgekeurd te hebben, ook op mijn balkonnetje een handjevol levenszaadjes zal rondstrooien? Een paar daarvan zal ik in een speciaal potje bewaren voor later, als ik oud begin te worden en toch jong wil blijven. En de rest van die zaadjes duw ik in de zwarte aarde van de plantenbakken die aan de balkonrand hangen en evenals ik naar het voorjaar verlangen. Eigenlijk had ik liever gewild dat Oel een elfje was geweest, maar je kunt nu eenmaal niet alles hebben. En bovendien moet je oppassen met het veranderen van oude gebruiken. Denk maar eens aan wat er gebeurd is met de opvolgers van Wodan en Oel. Nee, ik noem hun namen niet. Het is zo al erg genoeg. Maar ja, dat krijg  je als een oud geloof op den duur heidens gaat heten en dus aangepast moet worden, bijvoorbeeld met een christelijk jasje aan. Die truc is vaak toegepast, bijvoorbeeld bij oogstfeesten en wonderbaarlijke genezingen.

Eigenlijk is het raar gesteld met tradities. Eerst worden ze jaren lang blind en met hart en ziel in stand gehouden, maar dan beginnen er opeens heftige discussies los te barsten. Tegenstanders beginnen dan druk te argumenteren en voorstanders roepen luid terug dat tradities in stand gehouden moeten worden omdat het nu eenmaal tradities zijn. En dus zijn er in Spanje ondanks alle dierenbeschermers nog steeds torero’s te vinden die voor een juichend publiek een gevecht op leven en dood leveren met een eerst tot het uiterste geprikkelde stier. En al gelooft er in Nederland bijna niemand meer in het bestaan van boze geesten en is het algemeen bekend dat veel dieren (en ook sommige mensen) niet tegen die keiharde, luchtvervuilende knallen kunnen, toch is het afschieten van vuurwerk populairder dan ooit. En hoe ontroerend is het niet als een vader bij een huwelijkssluiting met zijn mooie dochter aan zijn arm naar voren schrijdt om haar weg te schenken aan de bruidegom. Dat het idee van zo’n schenking teruggaat op met succes afgesloten onderhandelingen over de hoogte van de bruidsschat die de bruidegom heeft moeten betalen, nee, daar moet je natuurlijk niet bij stilstaan. En je moet wel een erg felle feministe zijn om de vraag op te werpen waarom moeders eigenlijk nooit hun zoon wegschenken bij een bruiloft.

Nu de laatste maand van het jaar steeds dichterbij komt, neemt mijn zenuwachtige spanning toe. Ga ik wel iets leuks doen met de kerstdagen? Waar ga ik zo’n pril dennenboompje kopen, dat nog niet weet dat het hooguit een paar weken mag blijven leven? En hang ik daar dan veilige, maar saaie elektrische lampjes in of kies ik eindelijk weer eens voor echt vlammende kaarsjes en een moderne blusdeken? Waar kan ik het beste al mijn oude rommel heenbrengen als ik wil bijdragen aan een Nieuwjaarsvuur dat dit jaar de kampioen van Nederland wordt? En reis ik dan de volgende ochtend af naar Scheveningen om daar samen met Mark R. en Jan N. roekeloos de koude zee in te rennen of kies ik voor een locatie die dichter bij huis is, maar veel minder beroemdheden trekt.

Bronzen beeldje, vervaardigd door Mohana van den Kroonenberg. Foto: Ick Singh

Maar ik moet wel oppassen, want van nature ben ik helaas een sukkel. Laatst werd er bijvoorbeeld bij ons in de buurt St. Maarten gevierd en had ik geen snoep in huis voor de zingende kinderen met hun op batterijtjes levende lampionnen.  Toen ik met een paar onnozele mandarijntjes kwam aanzetten, werd ik ‒ omdat ik nu eenmaal een man ben ‒ gelukkig nog net niet uitgemaakt voor een juffrouw kikkerbil, die ons weer niks geven wil. Maar toch. Nee, geef mij de paashazen maar. Wat zijn dat toch wonderlijk aardige dieren. Zou ik na verloop van tijd zelf niet kunnen reïncarneren als haas? Misschien heeft dat idee er wel een héél klein beetje mee te maken dat ik veel meer van zachte chocolade eitjes houd dan van die keiharde letters, waarvan mijn smalle letter I evenveel kost als de driepotige M. Maar dat er een verband zou bestaan tussen het in stand houden en bevorderen van tradities aan de ene en de belangen van winkeliers aan de andere kant, nee, daar geloof ik natuurlijk helemaal niks van. Verkoopsters vragen mij immers toch altijd of ze mij ergens mee kunnen helpen?

Ick Sing

Bron afbeelding Wodan: http://extraordinaryintelligence.com

Schrijf je in voor TOEN!