Das Ahnenerbe

Das Ahnenerbe was een Duitse ‘denktank’ uit de Tweede Wereldoorlog. De denktank hield zich bezig met onderzoek naar de geschiedenis van het arische ras.
De naam SS staat voor de meeste mensen synoniem aan een militaire terreureenheid, louter en alleen door de Nazi’s in het leven geroepen om tegenstand tegen het regime op hardhandige wijze de kop in te drukken. Op zich klopt dit wel, maar een tweede taak die Heinrich Himmler, voorman van de SS, voor de organisatie weggelegd zag, was het doen van wetenschappelijk onderzoek naar het eigen Germaanse verleden.
Rechts: het embleem van Das Ahnenerbe
 
De Nazi’s organiseerden dan ook talrijke ‘wetenschappelijke’ expedities naar verschillende uithoeken van de wereld om op die manier sporen van een oeroude en hoogwaardige Germaanse beschaving te vinden.
In de jaren dertig richtten de Nazi’s Das Ahnenerbe op, een historisch- wetenschappelijke organisatie die onderzoek moest doen naar de wortels van de Germaanse geschiedenis. Das Ahnenerbe bestond uit vijftig onderzoeksafdelingen, waarvan de departementen archeologie en linguïstiek de belangrijkste twee waren.
 
Het traditionele geschiedverhaal was volgens de Nazi’ss verouderd, gaf geen antwoorden op belangrijke vragen en marginaliseerde bovendien de rol die de ‘Arische’ volkeren in de geschiedenis hadden gespeeld.
Aanvankelijk vonden de onderzoeksprojecten van Das Ahnenerbe nog vooral plaats in eigen land. Grootschalige opgravingen moesten helpen om de Germaanse geschiedenis in kaart te brengen.
 
Al snel richtte de organisatie echter haar aandacht op het buitenland. Expedities naar onder meer Oost- Europa, Noord- Afrika, Zuid- Amerika en zelfs Tibet werden door Das Ahenenerbe gefinancierd. Bovendien hield het instituut zich actief bezig met de zoektocht naar legendarische voorwerpen en beschavingen, zoals de heilige graal en de verloren stad Atlantis.
De expedities hadden als voornaamste doel het vinden van historisch bewijs voor het bestaan van een hoogwaardig arisch ras dat in een ver verleden de wereld geregeerd had. Om hun these te onderbouwen maakten de nazi’s gebruik van de welteistheorie van de Oostenrijker Hans Hörbiger. Volgens Hörbiger is het een vaststaand gegeven dat eens in de zoveel tijd de maan op de aarde botst, met als gevolg dat er een nieuwe ijstijd ontstaat die leidt tot het uitsterven van vrijwel alle aardse levensvormen.
 
De maan die we vandaag de dag kennen is de vierde en zou ongeveer 12.000 jaar oud zijn. De derde maan zou dus rond 10.000 v.Chr. op de aarde gebotst zijn en gezorgd hebben voor de verdwijning van een hoogwaardige beschaving die onder meer Atlantis geschapen had. Deze theorie wordt vandaag de dag nog vertegenwoordigd door denkers als Graham Hancock en Robert Bauval.
 
Zij voorzien dan ook het einde van de wereld binnen afzienbare tijd en onderbouwen dit aan de hand van mythische verhalen over de zondvloed uit het Egyptische Boek Der Doden en de  Popol Vuh, het heilige boek van de Maya’s. Architecturale wonderen zoals de piramiden van Gizeh en de Incastad Machu Picchu zijn volgens hen helemaal niet gebouwd door de Egyptenaren of de Inca’s, maar door een veel oudere beschaving die verdween op het moment dat de derde maan de aarde raakte en een nieuwe ijstijd inluidde.
 
De Nazi’s maakten handig gebruik van deze theorie en stelden dat de wereldheerschappij tot 10.000 v.Chr. in handen was geweest van een superieur ‘Herrenvolk’ dat uiteraard Arisch bloed had. Deze superbeschaving was dan wel verloren gegaan, maar had talrijke erfenissen nagelaten in de vorm van monumentale bouwwerken.
 
Ook de wetenschappelijke kennis (wiskundige formules, astronomische informatie) die dit legendarische volk bezat, was door middel van mythen en verhalen in een gecodeerde vorm doorgegeven zodat toekomstige generaties hier opnieuw gebruik van konden maken. De Grieken, Romeinen en Egyptenaren hadden dus helemaal niet aan de wieg van de moderne beschaving gestaan, maar waren er alleen maar in geslaagd om de informatie te ontcijferen die een veel ouder supervolk nagelaten zou hebben.
 
De voornaamste doelstelling van Das Ahnenerbe was het vinden van bewijzen voor deze theorie zodat de Nazistische propaganda die gebaseerd was op het ideaal van een Arisch superras ook wetenschappelijk onderbouwd kon worden.
De bekendste expeditie die door Das Ahnenerbe georganiseerd werd, was de tocht naar Tibet. Omdat de Himalaya het ‘dak’ van de wereld was, waren de Nazi’s er heilig van overtuigd dat vertegenwoordigers van de oeroude superbeschaving de bergen in gevlucht waren om aan de dreigende ramp die hen boven het hoofd hing te ontkomen. In Tibet zouden dus naar alle waarschijnlijkheid bewijzen te vinden zijn die de theorie van de Nazi’s ondersteunden.
Schaefer (l) en Beger (r) in Tibet, 1938
 
De expeditie stond onder leiding van Ernst Schäfer die bijgestaan werd door verschillende wetenschappers, voornamelijk biologen die de plaatselijk planten- en dierenwereld in kaart moesten brengen en antropologen die de taak hadden om een gedetailleerd beeld van de levenswijze van de Tibetaanse bevolking te schetsen.
Rechts: Schäfer en Berger in Tibet, 1938
 
Vooral voor de antropoloog Bruno Beger was een belangrijke rol weggelegd. Hij moest aan de hand van fysieke en geestelijke kenmerken onderzoeken of de Tibetanen afstamden van het beroemde ‘Herrenvolk’ dat aan de wieg van de moderne menselijke beschaving had gestaan. Beger bracht de gezichtskenmerken van de Tibetanen in beeld aan de hand van gipsen gezichtsmaskers die hij van de plaatselijke bevolking maakte en probeerde op die manier aan te tonen dat dit volk van dezelfde gemeenschappelijke voorouders afstamde als de Germanen.
 
Serieuze wetenschappelijke bewijzen die deze theorie staafden werden echter niet gevonden. De nazi’s waren wel onder de indruk van het karakter van het Tibetaanse volk. Met name de Tibetaanse adel vertoonde duidelijk arische trekken en benaderde het ideaal van een superieur Herrenvolk dat bedreven was in de krijgskunst en vakkundig gebruik maakte van symboliek en traditie om de eigen machtspositie te legitimeren. Religie zou er echter voor gezorgd hebben dat de Tibetanen in de loop der jaren ‘zwak’ waren geworden, waardoor de pure, ooit zo machtige krijgersamenleving grotendeels ten gronde was gericht.
 
De oorspronkelijke Tibetaanse samenleving, die strikt hiërarchisch geordend was, kon als voorbeeld dienen voor de toekomstige nazistaat. Het verval van Tibet was volgens de nationaal-socialisten bovendien een historische waarschuwing: Duitsland moest de expansie van de Joodse cultuur tegenhouden en op die manier voorkomen dat de grondbeginselen van de Duitse cultuur aangetast zouden worden.
Vanaf 1943 ging Das Ahnenerbe zich van nieuwe en nogal lugubere wetenschappelijke onderzoeksmethodes bedienen. Bruno Beger was inmiddels een autoriteit in Nazi- Duitsland op het gebied van genetisch onderzoek naar de oorsprong der rassen. Hij bezocht persoonlijk de concentratiekampen in Dachau en Auschwitz en selecteerde krijgsgevangenen die moesten dienen als onderzoeksobject.
 
De gevangenen werden vergast en de lijken vervolgens opgestuurd naar de universiteit van Straatsburg voor anatomisch onderzoek. Verschillende schedels belandden op de bureaus van Beger en Ernst Schäfer, die inmiddels een belangrijke functie binnen Das Ahnenerbe innam. De twee onderzoekers gingen door met het onderzoek waarmee ze in Tibet begonnen waren en probeerden aan te tonen dat raciale verschillen direct samenhingen met de schedelbouw.
Beger werd  in 1961, toen tijdens het proces tegen Adolf Eichmann duidelijk werd dat hij bij minstens 115 experimenten een prominente rol vervuld had, berecht en ter dood veroordeeld. Schäfer heeft nooit voor de rechtbank hoeven te verschijnen en tot zijn dood in 1992 een betrekkelijk rustig leven kunnen leiden.
 
Das Ahnenerbe kon overigens niet op al te veel bijval van Hitler zelf rekenen. Hij zag niet veel in het project en was bang dat een grootscheeps onderzoek naar het Germaanse verleden eerder een averechts effect zou hebben. De Duitse geschiedenis zou juist gemarginaliseerd worden, omdat onderzoek naar alle waarschijnlijkheid uit zou wijzen dat de voorouders van de moderne Duitsers nog in primitieve hutjes van leem en takken woonden toen de Romeinen, Grieken en Egyptenaren al fantastische gebouwen uit massief steen en marmer optrokken.

Geef een reactie

Historiën Twitter
Schrijf je in voor TOEN!