De Eerste Wereldoorlog en het ‘nieuwe christelijke denken’ in Nederland (deel 2)

Nederland lijkt achteraf een oase van rust te zijn geweest in de woelige tijden van de Eerste Wereldoorlog. We waren immers neutraal? Maar niets is minder waar, legt Enne Koops uit. Ook de Nederlandse protestantse kerken werden beïnvloed door deze ‘Groote Oorlog’. Deel 2 van een tweedelige serie.Mobilisatie had grote sociale gevolgen. 

soldaten_eerste_wereldoorlog

De mobilisatie van zoveel christelijke mannen had grote invloed op de gezinnen. Foto: Ineke Evink

Het oorlogsgeweld veranderde niet alleen de boodschap van de preken, zoals in het vorige artikel is geconstateerd, maar raakte de Nederlandse kerken ook op andere manieren. De kerken kregen te maken met enkele praktische belemmeringen.

Een goede illustratie is het Gelderse dorp Herwijnen, waar tijdens de Eerste Wereldoorlog de hervormde predikant Domus Martinus Vermet (1881-1966) voorganger was. Volgens Vermet raakte het gemeenteleven in de jaren 1914-1918 op diverse manieren gefrustreerd in de jaren 1914-1918. Zo lag het beroepen van predikanten tijdens de oorlog nagenoeg stil.

Verder was het tijdens de oorlog voor predikanten niet altijd mogelijk om in andere gemeenten te preken, dit vanwege de geldende reisbeperkingen. De Nederlandse spoorwegmaatschappijen en hun materieel waren namelijk al sinds 31 juli 1914 van overheidswege gevorderd voor troepentransporten, en daarom had Vermet een militaire pas nodig om de nabijgelegen forten Loevestein, Asperen en Vuren te passeren.

Consistorie

Ten slotte kon Vermet tijdens de Eerste Wereldoorlog weinig tijd vrijmaken voor zijn eigen gemeenteleden, omdat hij vaak voor gemobiliseerde militairen moest preken. Hij gebruikte hiervoor de consistorie van de gereformeerde kerk, die op dat moment vacant was.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog groeiden door deze samenwerking de plaatselijke contacten – al was het misschien maar tijdelijk en stond het praktisch nut voorop – tussen gemeenten uit de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland.

Ook in andere plaatsen, zoals Klundert en Doesburg, werkten predikanten van hervormde en gereformeerde huize tussen 1914 en 1918 succesvol samen. De oorlog bevorderde in neutraal Nederland dus de onderlinge christelijke verbondenheid.

Mobilisatie

De Eerste Wereldoorlog had ook gevolgen die dieper gingen en langer doorwerkten. Ondanks het feit dat Nederland neutraal was, had het land wel te maken met de ruim vier jaar durende algemene mobilisatie.

In 1914 was bijna 95 procent van de Nederlandse bevolking christen, althans op papier, wat inhoudt dat ongeveer 190.000 van de 200.000 gemobiliseerden tot die categorie behoorden. Op een bevolking van 6,2 miljoen betekende dit dat 3 à 4 procent van de totale bevolking van 1914 tot 1918 een militair tenue droeg. Als we de vrouwen uit deze berekening filteren, betrof het ongeveer 7 procent van alle Nederlandse mannen.

Procentueel zien deze cijfers er misschien niet indrukwekkend uit, maar we moeten ons realiseren dat deze categorie mannen vanwege de mobilisatie langdurig van het eigen gezin gescheiden was. De afwezigheid van zoveel christelijke vaders had effect op het gelovige thuisfront.

Zo klaagde de Protestantenbond, een vrijzinnig samenwerkingsverband in de Nederlandse Hervormde Kerk, dat ze sinds de mobilisatie haar grip op de jeugd was kwijtgeraakt. Het gebrek aan mannelijke leiding in de gezinnen leidde ertoe dat de kinderen massaal de ‘godsdienstlessen’ (de catechisaties) verzuimden.

Zorgen

Een ander voorbeeld van de christelijke zorgen over de mobilisatie treffen we aan in een lezing van de orthodoxe hervormde predikant Johannes Langman (1871-1958), gehouden in april 1917 in Leeuwarden voor het Nederlandsch Jongelingsverbond (NJV).

Langmans betoog had als titel De oorlog en de jongeling en behandelde in drie punten de effecten die de wereldoorlog op jongeren had, de Nederlandse niet uitgezonderd. Allereerst moesten verscheidene NJV-afdelingen in Nederland worden opgeheven of konden geen vergaderingen meer houden, doordat er zoveel leden gemobiliseerd waren.

Ten tweede kwamen christelijke jongeren door de mobilisatie ‘onder andere invloeden’. De spreker wees hier op het ‘gering aantal militairen dat de prediking van het woord Gods bijwoont’, op het vloeken, noemt het soldatenleven een lui leven, wijst op ‘het zoutelooze, niet zelden gemeen en onzedelijke’ van de door vele soldaten gevoerde gesprekken.

En ten slotte, dat was zijn derde punt, betoogde Langman dat de kerk gefaald had in het propageren en najagen van de vrede, en dat zij dit na de oorlog daadkrachtiger diende op te pakken. Ook de NJV moest in de toekomst deze taak gaan vervullen.

Relaties

Protestanten en katholieken kwamen tijdens de mobilisatie aan de grenslinies in contact met andere levensbeschouwingen. Zo merkt het katholieke periodiek De Engelenbewaarder op dat de komst van duizenden protestantse noordelingen in het zuiden van het land ertoe leidde dat zij een positiever beeld krijgen van de katholieken:

‘Zij hebben hier de katholieken, het katholieke leven, de priesters en de kloosterlingen van nabij leeren kennen. Dat was voor vele andersdenkenden onder hen een openbaring. Van jongs af in de grofste vooroordelen opgevoed, hadden ze zich van de katholieke Zuiderlingen de monsterachtigste voorstellingen gevormd. De nadere kennismaking echter deed bij hen die vooroordeelen als rook voor den wind verdwijnen.’

Meermalen leidde het contact ertoe dat er intieme relaties ontstonden. Zo zei de burgemeester van Urk, A. Gravenstein, in een interview in het Algemeen Dagblad in april 1918 dat twee mannelijke dorpsgenoten door de mobilisatie met katholieke dames uit de regio Eindhoven getrouwd waren, terwijl een Urker meisje een relatie had gekregen met een niet-christelijke marinier.

Dit zijn misschien geen spectaculaire aantallen, maar omdat Gravenstein dit zo expliciet noemde in een interview geeft wel aan dat het invloed had op een geïsoleerde dorpsgemeenschap als Urk. Omgekeerd, van katholiek naar protestant, vonden er natuurlijk ook verbintenissen plaats.

Geestelijke sporen

Mij lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat de Eerste Wereldoorlog, ondanks de politieke neutraliteit van Nederland, de nodige geestelijke sporen achterliet in het kerkelijk landschap.

De prediking veranderde ingrijpend, van optimistisch naar cultuurkritisch en eschatologisch, terwijl het kerkelijke leven op diverse manieren beïnvloed werd door de mobilisatie die vier jaar duurde.

Lees ook het voorgaande artikel van Enne Koops: De Eerste Wereldoorlog en het ‘nieuwe christelijke denken’ in Nederland

Schrijf je in voor TOEN!