De Eerste Wereldoorlog en het ‘nieuwe christelijke denken’ in Nederland

Nederland lijkt achteraf een oase van rust te zijn geweest in de woelige tijden van de Eerste Wereldoorlog. We waren immers neutraal? Maar niets is minder waar, legt Enne Koops uit.  Ook de Nederlandse protestantse kerken werden beïnvloed door deze ‘Groote Oorlog’. Deel 1 van een tweedelige serie.

valentijn_hepp

Valentijn Hepp, vanaf 1922 hoogleraar aan de Vrije Universiteit, preekte in 1916 over de aanstaande ‘troonsbestijging van den antichrist’. Foto: Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme (1800-heden)

Nederland was neutraal tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar de oorlog ging zeker niet ongemerkt aan de inwoners voorbij. Het oorlogsgeweld raakte bijvoorbeeld de theologie en het kerkelijke leven in ons land. Deze eerste bijdrage gaat over de invloed die de oorlog had op de protestantse, en dan met name de gereformeerde, prediking.

Tot op heden is de invloed van de Eerste Wereldoorlog op het Nederlandse christendom en de geloofsbeleving onderbelicht gebleven in de geschiedschrijving. Al in 2002 stelde de historicus dr. Hans Krabbendam in het christenhistorische tijdschrift Transparant dat de ‘religieuze aspecten van de oorlog in Nederland nog op behandeling wachten’.

Wie de recente literatuur erop naslaat, moet constateren dat er sinds de uitspraak van Krabbendam weinig veranderd is: het accent in de Nederlandse historiografie ligt nog steeds op politieke, diplomatieke en economische aspecten en niet op cultuur of religie.

Archiefmateriaal als preken of kerkelijke brochures, maar ook recent gedigitaliseerde periodieken die online te vinden zijn op www.delpher.nl en www.digibron.nl, tonen echter aan dat de Eerste Wereldoorlog in religieus opzicht wel degelijk zijn sporen achterliet in het neutrale Nederland.

Antichrist

Voldoende reden dus om aandacht te besteden aan deze thematiek. Een onderzoek naar de protestantse prediking en naar berichtgeving in christelijke tijdschriften uit de jaren 1914-1918, wijst uit dat in de beleving van tijdgenoten in het neutrale Nederland een geestelijke strijd gaande was die stevig gevoed werd door het oorlogsgeweld.

Tien jaar geleden maakte ik voor mijn doctoraalscriptie De leeuw heeft gebruld (2003) een analyse van 250 gereformeerde preken uit de jaren 1911-1918. Die analyse toont aan dat de cultuurvisie van de gereformeerden, die 10 procent van de bevolking uitmaakten, vanaf augustus 1914 omsloeg van optimistisch naar cultuurpessimistisch.

Natuurlijk staan gereformeerden door hun wereldbeeld a priori al kritisch tegenover de cultuur. Uit de uitvoerige analyse blijkt echter dat de balans na het uitbreken van de oorlog duidelijk verschoof. Het optimisme maakte plaats voor eschatologie – dat is de leer van het einde van de wereld en het laatste oordeel – en een aanzienlijk sterkere beklemtoning van zonde en schuld dan voorheen het geval was.

Zonden

De opvatting dat de Eerste Wereldoorlog een straf van God was voor de zonden van Europa, Nederland en de christelijke kerken, was algemeen gangbaar in orthodox-protestantse kringen.

In het boek De eeuw van mijn vader (1999) voert de historicus Geert Mak zijn gereformeerde grootmoeder ten tonele, die bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog zei: ‘We worden bezocht om onze zonden. De Here toornt over ons.’

Wie het feit dat God met zijn straffen kwam niet erkende, moest wel stekeblind zijn, zo meenden ook veel predikanten. Om de haverklap werden in de preken termen gebezigd als ‘de slaande hand Gods’, ‘den donder zijner stem’ en ‘goddelijke oordelen’.

Of, in de woorden van Laurens Boone (1860-1935): ‘ nu is de Heere met zijn vreeselijke oordeelen aanwezig, vreeselijke vuurmonden zijn daar, en brengen verwoestingen en verschrikking. Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop. Het is Gods vinger aan de deur van Nederland.’

Beest

De gereformeerden meenden dat het einde der tijden voor de deur stond en de antichrist (de grote tegenstander van de christenen) in aantocht was. Eschatologie, voor 1914 zeldzaam in de prediking, was daarna een veelvoorkomend verschijnsel. Gereformeerde voorgangers hielden veelvuldig kanselredes over de antichrist en het einde der tijden.

Zo preekte de latere VU-hoogleraar Valentijn Hepp (1879-1950) in 1916 over de aanstaande ‘troonsbestijging van den antichrist’. Gedurende de oorlog hield Hepp over dit onderwerp dikwijls lezingen en preken, hetgeen in 1919 resulteerde in de publicatie van zijn cultuurpessimistische boek De Antichrist. In dit boek beweerde Hepp dat niet met zekerheid te zeggen was of de tijd van de antichrist al aangebroken was, maar één ding stond wel vast: hij was in aantocht.

De gereformeerde predikant Bastiaan Wielenga (1873-1949) was dezelfde mening toegedaan. Wielenga schreef Het blonde beest, een boek uit 1916 dat gebaseerd was op twee artikelen die eerder verschenen waren in Stemmen des Tijds, Maandblad voor christendom en cultuur. Daarin beargumenteerde hij dat de tegenwoordige tijd in het teken stond van het door Nietzsche geprofeteerde blonde beest: ‘Nu moet de Nietzscheaan lachen, omdat in Europa weergekeerd is het tijdperk van het blonde beest.’

Met ‘het blonde beest’ doelde Nietzsche op de ‘perfecte’ mens, de Übermensch, die dwingend zijn wil aan de samenleving oplegt. Voor christenen stond deze idee symbool voor het dier dat in de mens was ontwaakt, wat feitelijk de komst van de antichrist betekende.

Voorspel

Met de oorlog was dus het sluimerende dier in de mens ontwaakt, maar dit alles was nog slechts het voorspel van wat komen ging. De beslissende slag tussen God en de antichrist zou de laatste fase in de wereldgeschiedenis inluiden: ‘De beteekenis van dezen wereldoorlog is, dat hij ons op die laatste phase heenwijst, en u oproept tot de keuze, tot den heiligen oorlog.’

Volgens deze en andere predikanten stond buiten kijf dat het begin van het einde der tijden een aanvang had genomen. Een veelgebruikte metafoor was de klok van de wereldgeschiedenis, die op enkele minuten voor twaalf stond:

‘Hij komt als een dief in de nacht. Wanneer? Wel, de Zijnen hebben op de groote klok der wereldgeschiedenis te zien; de cijfers zijn de teekenen der tijden en Jezus’ profetie is de wijzer ( ) De wijzer is bijna rond, nog één cijfer, het laatste’, zoals een gereformeerde predikant het op de kansel verwoordde.

Maar de Eerste Wereldoorlog had natuurlijk niet alleen invloed op het gereformeerde theologisch denken, het raakte ook het dagelijks leven. Het tweede artikel gaat daarom over de gevolgen van de oorlog en van de jarenlange mobilisatie van een jonge generatie Nederlanders op het kerkelijk leven.

Lees het vervolg op dit artikel: De Eerste Wereldoorlog en het ‘nieuwe christelijke denken’ in Nederland, deel 2

Schrijf je in voor TOEN!