De keizerskwestie

Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog vlucht de Duitse Wilhelm II naar Nederland. Een vorst zonder land, zonder volk. De internationale gemeenschap wil Wilhelm berechten, maar Nederland weigert uit te leveren. De Keizerskwestie is een feit.

KAISER_WILHELM

De Duitse keizer Wilhelm II. Bron: wikimedia comons

Op 16 januari 1920 ontving de Nederlandse regering een schriftelijk verzoek van Clemenceau, de voorzitter van de Vredesconferentie om de Duitse keizer Wilhelm II uit te leveren aan een internationaal tribunaal, bestaande uit rechters van elk geallieerd land. Clemenceau drong er op aan dat Nederland zich moest houden haar internationale plichten, door aan dit verzoek te voldoen.

De Duitse keizer had zich op 10 november om zes uur s ochtends gemeld aan de Nederlandse grens bij Eijsden in gezelschap van zeventig onderdanen. Generaal Van Heutsz was op 5 november reeds naar Spa – waar de Duitse keizer verbleef – vertrokken om daar op 8 november te praten. Waarover dit gesprek ging is niet bekend, Van Heutsz zei zelf dat het om militaire zaken ging, maar het is ook aannemelijk dat het vertrek van de keizer naar Nederland toen besproken is.

“Wij stonden voor een voldongen feit. Van tevoren had de regeering niet de minste kennis van plannen tot uitwijking naar Nederland” vertelde de Nederlandse premier, Ruys de Beerenbrouck, in de Tweede Kamer. De Nederlandse regering zat dus, al dan niet met voorkennis, met de Duitse keizer opgescheept. Besloten werd om de keizer in ieder geval tijdelijk asiel te geven in het kasteel van Graaf Godard Bentinck in Amerongen.

De Nederlandse regering wilde de keizer, ondanks alle druk van geallieerde zijde, niet uitleveren. Hiervoor had de regering een aantal argumenten:

1. Wilhelm moest beschouwd worden als een ambteloos privaat persoon omdat deze afstand had gedaan van zijn koning- en keizerschap voordat hij in Nederland asiel aanvroeg.
2. De verplichtingen die voortvloeiden uit het vredesverdrag van Versailles hadden alleen betrekking op de landen die het ondertekend hadden. Nederland behoorde hier niet toe.
3. Nederland was gedurende en na de oorlog neutraal gebleven en was daarom ook niet verplicht om met de geallieerden samen te werken.
4. Alleen een internationale rechtbank onder leiding van de Volkenbond zou de keizer mogen berechten

Nederland kreeg steun voor deze opstelling vanuit verschillende landen zoals Griekenland, Thailand, Roemenië, Brazilië en Egypte. Ook de paus was tegen de uitlevering van de keizer aan de geallieerden.

Op 15 februari 1920 ontving de minister van buitenlandse zaken, Van Karnebeek, het tweede uitleveringsverzoek. Deze had dezelfde inhoud en meldde verder dat de geallieerden twijfelden aan de controle op de ex-keizer, die in Nederland – vlakbij de Duitse grens – makkelijk kon werken aan het herstel van het Duitse keizerrijk. Van Karnebeek verzekerde de geallieerden dat de keizer goed bewaakt werd maar weigerde op het uitleveringsverzoek in te gaan.

De geallieerden – met name Engeland – dreigden ook met allerlei dwangmaatregelen om Nederland te dwingen de keizer uit te leveren: terugtrekking van de ambassadeurs uit Nederland, uitsluiting van Nederland uit de Volkenbond en zelfs economische strafmaatregelen. In het uiterste geval konden de geallieerden de oorlog verklaren aan Nederland.

Van Karnebeek was niet echt onder de indruk van deze dwangmaatregelen omdat hij al eerder te horen had gekregen dat Italië en Japen hier niet aan mee zouden doen. Bovendien leken deze dwangmaatregelen, die allemaal van Engelse zijde kwamen, een verkiezingsstunt van Lloyd George.

Nadat Nederland voor de tweede keer het uitleveringsverzoek van de geallieerden had geweigerd, begon er een overleg tussen beide partijen om tot een compromis te komen. De Nederlandse regering besloot de Duitse keizer van Amerongen naar Doorn te verhuizen, dat meer landinwaarts lag. Na een laatste waarschuwing over de verantwoordelijkheid die de Nederlandse regering droeg, gingen de geallieerden akkoord en was deze “keizerskwestie” ten einde.

Geef een reactie

Schrijf je in voor TOEN!