De paleisschool van Karel de Grote

Het hof van Karel de Grote is altijd een komen en gaan van mensen. Edellieden, diplomaten uit andere koninkrijken, missionarissen, handelaren en geleerden. Hoe druk Karel de Grote ook is met oorlog voeren, hij heeft veel interesse voor de wetenschappen. Hij heeft belangstelling voor de kerkliturgie en muziek en waagt zichzelf –niet al te succesvol-  aan het leren schrijven.

Karel de Grote bezoekt school. Achter Karel een van de wijze leraren die hij aan zijn hof heeft verzameld. Gravure van de Oostenrijkse historieschilder Karl van Blaas (1815-1894).

Karel de Grote bezoekt school. Achter Karel een van de wijze leraren die hij aan zijn hof heeft verzameld.
Gravure van de Oostenrijkse historieschilder Karl van Blaas (1815-1894).

Karolingische Renaissance

Succesvoller is hij in het om zich heen verzamelen van een kring van geleerden. Om te adviseren; om zijn rijk op alle gebieden –staatkundig, juridisch, religieus, educatief en architectonisch- vorm  te geven. om een hub te creëren aan zijn hof waar iedereen bij wil horen. De uitingen van geleerdheid, met name de schriftgeleerdheid, staat in de geschiedschrijving bekend als de Karolingische Renaissance. Een Frankische hergeboorte, deels ‘verwekt’ door Angelsaksische monniken.

Alcuin van York

In Engeland is in de zevende, achtste eeuw schriftcultuur opgebloeid die zijn gelijke niet kent. De schrijfscholen (scriptoria) leveren topproducten af. Topproducten, zowel in perkament (Lindisfarne Gospels) als in vlees en bloed: Beda de Eerbiedwaardige die schrijft in het kille noorden van Engeland, is –altijd betwistbaar- de grootste geleerde van zijn tijd. De missionaris Bonifatius komt uit het zuiden van Engeland. En Willibrord en Alcuin uit York, die verwanten zijn, komen uit Northumbrië.

Volgens Karel de Grotes biograaf Einhard (†840) is Alcuin “de meest geleerde man die je kunt vinden”; Karels andere biograaf Notker de Stotteraar(†912) heeft het over “een man begaafder op alle kennisgebieden dan wie ook in de huidige tijd”. Beiden gebruiken ze formules; mooie woorden, maar clichés. Alcuin is niet de briljante originele denker, niet de literaire gigant.

Paleisschool

Alcuin is wel een goede leraar. Hij kan kennis van anderen doorgeven en zijn leerlingen laten groeien. Hij heeft het vermogen vrienden te maken; contacten te leggen en te onderhouden. Het moeten deze kwaliteiten zijn geweest die Karel de Grote opvallen. Bij een tweede ontmoeting tussen hen (Parma 781) vraagt Karel Alcuin om aan zijn hof te blijven. Het kenmerkt Karels zoektocht naar talent; Alcuin is geen gevestigde geestelijke, geen bisschop of abt, maar ‘gewoon’ een decaan. Alcuin stemt in. Van 782 tot 796 verblijft hij aan het hof van de koning. Alcuin organiseert de paleisschool. Ongetwijfeld  naar het voorbeeld van de gerenommeerde kathedraalschool van York waar hij hoofdmeester was. Alcuin geeft les aan Karels onderdanen. Aan zonen van edellieden, maar ook aan jongens van bescheidener afkomst. Zelfs aan Karel de Grote en zijn familie. Een familie die groot genoeg os om een school mee te vullen.

Kroning tot keizer Karel de Grote

Alcuin schrijft zelf het lesmateriaal. Het lijkt er sowieso op dat hij niet met writer’s block heeft te kampen. Hij schrijft over heiligen, waaronder het Leven van Willibrord, bijbelcommentaren, gedichten en preken. Hij vindt ondanks dat tijd om vriendschappen te onderhouden. Meer dan driehonderd brieven van zijn hand zijn bekend. Nog twee keer gaat hij terug naar Engeland. De rest van de tijd brengt hij door in het Frankische Rijk. Als sleutelfiguur van Karel de Grotes denktank. Karel toont zich een gulle heer. In 796 wordt Alcuin abt van het Sint Martinusklooster in Tours, een van de vooraanstaande kloosters in het rijk. In Tours verblijft hij op zijn oude dag. Hij sterft er in 804. Vier jaar na Karels kroning tot keizer. Of die kroning door de paus nu gewenst was door Karel of niet, Alcuin zal het mogelijk beleefd hebben als de kroon op zijn eigen werk: het opleiden van een christelijk vorst die regeert over zijn rijk zoals een de Bijbelse koning David deed.

Leon Mijderwijk

Leon Mijderwijk (1975) studeerde voor Leraar Geschiedenis 2e graads aan de HU en deeltijd Geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht. Zijn aandacht gaat uit naar de vroege middeleeuwen, in het bijzonder van Engeland. Hij schreef artikelen en recensies voor Westerheem, Archeologie Magazine, So British & Irish, Muntkoerier en Filatelie. Leon is redactiemedewerker van het Detectormagazine en Historiën-redacteur. Hij onderhoudt contact met diverse uitgeverijen, archeologen en historici.

More Posts

Historiën Twitter
Schrijf je in voor TOEN!