Column: de schreeuw

“Ik houd niet van nutteloos geschreeuw: als je ergens om schreeuwt, moet dat een doel hebben”. Reinout Hubbers over schreeuwen, voetbal, the Red Hot Chilli Peppers en andere zaken die vandaag of gisteren belangrijk zijn of waren. 

Schreeuwt de leeuw ook op 11 juli? Bron: Wikipedia

Ik houd niet van nutteloos geschreeuw: als je ergens om schreeuwt, moet dat een doel hebben. Misschien uit je met een schreeuw je schrik wanneer je een vreselijke ontdekking doet of gebruik je een schreeuw om iemand te waarschuwen voor die aanstormende wagen die kennelijk nog niet is opgemerkt door je vader. Maar schreeuwen zonder reden, of schreeuwen om het schreeuwen – dat is niets voor mij.

Ik begrijp nooit dat allerlei volksstammen gaan schreeuwen wanneer ze een popicoon, sportlegende of andere beroemdheid ontmoeten. Soms is de ontmoeting slechts het op grote afstand waarnemen van vermeende beroemdheden. Alleen het zien wekt al een extase op. Je ziet het steevast op tv en niet alleen maar bij TMF of MTV. Nee, je ziet het ook op de publieke en commerciële zenders in documentaires over Michael Jackson of Diego Armando Maradona. De beroemdheid komt een lintje knippen, is in de stad om op te treden in de plaatselijke concertzaal of is gewoon voor de lol op pad. Plotseling sta je oog in oog met een fameus persoon wiens gezicht en voorkomen je herkent van de televisie… Waarom zou je dan ongecontroleerd hysterisch schreeuwen? Kun je dat moment niet beter gebruiken om de desbetreffende figuur -waar je kennelijk tegenop kijkt- juist in een korte dialoog te betrekken? Dat lijkt me toch een zinvollere besteding van de seconden of hooguit minuten die jij in je leven gaat doorbrengen met je idool.

Gebruik de tijd om je mening te geven, iets te vertellen over hoe deze beroemdheid je persoonlijk heeft weten te raken of stel een (brutale) vraag die je altijd al had willen stellen. “Ik vond uw werk fantastisch, maar het is erg jammer dat u The Red Hot Chili Peppers verlaten heeft, want uw gitaarwerk van de laatste albums werd gekenmerkt door een ongekende harmonie met de pompende basgitaar van Flea en het licht onzuivere gezang van Anthony Kiedis en ik ben van mening dat uw eigen band die symbiose zal ontberen.”, althans, woorden van die strekking zou je tegen John Frusciante, voormalig gitarist van RHCP kunnen zeggen.

Of je stelt de vraag “Wat vindt u nu echt van Rinus Michels die tot twee maal toe uw aanstelling als bondscoach van Oranje uit jaloezie blokkeerde, maar u vervolgens wel de zwarte piet wist toe te schuiven?” aan Johan Cruijff. Of nog actueler, je vraagt aan Mark van Bommel hoe hij nu echt terugkijkt op de periode onder Marco van Basten en of hij nu zijn gram gehaald heeft, en straks een lange neus maakt en Van Basten met een woest armgebaar op zijn plaats wijst en zegt dat deze als coach volledig mislukt is en dat diens geknoei Nederland aansprekende resultaten op de afgelopen twee toernooien heeft gekost! Tjonge, die vraag zou wat zijn, maar die komt sowieso nog wel eens ter sprake als het toernooi afgelopen is – het gebeurt nu trouwens ook al. 

Stel je voor dat je in de bovenstaande gevallen daadwerkelijk per ongeluk tegen zo’n beroemdheid was opgebotst en in plaats van die interessante vraag te stellen juist was gaan…schreeuwen!

Nee, ik houd niet van de schreeuw en je zult me er niet zomaar op betrappen. Er zit te weinig logica in.

Afgelopen vrijdag had ik de wedstrijd tussen Oranje en Brazilië op de buis. Gelukkig kon ik me afzijdig houden tijdens die angstige eerste helft. Ik was een of ander stuk aan het typen en er zat zoveel druk achter dat ik de wedstrijd op de achtergrond aan had staan en me alleen richting de tv spoedde zodra ik aan het opgewonden stemgeluid van de commentator merkte dat er iets van belang gebeurde – de vele herhalingen stelden me nooit teleur. Met groot genoegen zag ik in de tweede helft -in de herhaling uiteraard- een door Wesley Sneijder verzonden bal achter de normaliter zo zeker ogende Braziliaanse keeper Julio César ploffen. Er zat nog net een Braziliaans hoofd tussen, zodat het doelpunt pas dagen ná de wedstrijd aan Sneijder werd toegekend. Pardon? Meestal zijn organisaties zoals de FIFA en UEFA alleen geïnteresseerd in het afnemen van doelpunten zoals bij Patrick Kluivert tijdens Euro 2000 (Joegoslavië). Maar goed, we klagen niet – het is toch leuk om een duidelijke topscorer te hebben en kennelijk acht de FIFA onze Sneijder wel een geschikt baasje.

Niet veel later veerde ik nogmaals op toen duidelijk werd dat Nederland door Sneijder op voorsprong was gekomen. Ik rende naar de tv om de herhaling compleet in me op te nemen en onderwijl gebeurde het: ergens tussen de bureaustoel en de bank schreeuwde ik “JAAAAA”. Mijn eigen oren deden er zelfs pijn van…

Was er iemand die me kon horen? Misschien de buren, want ik was alleen thuis. Kon ik er iets mee bereiken? Wat had mijn schreeuw veranderd of teweeggebracht? Was het anders geweest als ik niet had geschreeuwd en ingetogen de voorsprong had gevierd?

Mijn schreeuw was volslagen nutteloos. Er werd geen enkel doel mee gediend; ik had lekker stilletjes kunnen genieten en dan was de wereld er niet anders van geworden. Nederland had nog steeds met 2-1 voor gestaan.

Maar voor het eerst in mijn leven vond ik zoiets heel normaal. Zeker toen ietsje later die akelige Felipe Melo op de hamstring van Robben ging staan – kennelijk had Melo de dvd van Nederland-Hongarije gezien en wist hij dat de achilleshiel van Robben véél hoger in het been zat. Zeker toen die opgefokte Robinho met zijn ongebreidelde klaagpartij liet zien dat hij misschien wel de Maradona van dit WK was: hij zette net zulke grote lepe ogen op als Pluisje na zijn doelpunt op het WK 1994 tegen Griekenland, waarna hij wegens cocaïnegebruik geschorst werd.

Met deze schreeuw verrekende ik de kwartfinale tegen Brazilië in 1994 en de halve finale in 1998. Beide wedstrijden had ik intensief gevolgd. Ik weet nog heel goed dat ik in 1994 in een Eindhovense kroeg op een afgedekte biljarttafel zat toen Aron Winter gelijkmaakte. Na de viering was er zoveel glas op deze tafel kapot getrapt dat je er nauwelijks meer kon zitten, maar afijn, dat namen we voor lief. Het gewonde afdruipen na de vrije trap van Branco zal ik niet snel vergeten. Vier jaar later herhaalde het drama zich in een wedstrijd die Nederland onterecht niet won. Als ik dat kon vereffenen met een schreeuw naar de tv, dan mocht dat wel. Voor deze ene keer dan. Nou vooruit, als er op zondag 11 juli wat te schreeuwen valt, zal ik het ook niet laten…

Geef een reactie

Schrijf je in voor TOEN!