De slag om Iwo Jima

Iwo Jima, 19 februari 1945, 9:00: de Amerikanen vallen binnen. Op dit piepkleine eilandje strijden zij met de Japanners op bloedige wijze. Waarom is dit stipje in de Grote Oceaan zo belangrijk dat er een slag plaatsvindt?

“Uncommon valor was a common virtue”

– admiraal Chester Nimitz

De slag om Pearl Harbor

Toen de  Japanse keizer Hirohito op 1 december 1941 zijn zegen gaf aan de door het kabinet en de legerleiding opgestelde oorlogsplannen voor Zuidoost-Azië en tegen de Verenigde Staten van Amerika, was de aanval op Pearl Harbor feitelijk al in gang gezet. De Japanse leiders wisten dat ze met de aanval op Pearl Harbor een ‘slapende’ de reus wakker zouden maken. Omdat Japan zelf een groot gebrek had aan natuurlijke grondstoffen om een oorlogsindustrie op volle toeren te kunnen laten draaien, hadden de Japanse leiders ingecalculeerd dat ze een oorlog tot 1944 wel zouden kunnen volhouden. Vanaf dat jaar zouden de Verenigde Staten met haar enorme industriële- en militaire capaciteit het verschil gaan maken, zo was de inschatting. Een oorlog was in de visie van Japan echter onvermijdelijk, om zo de geopolitieke belangen (politieke invloed en grondstoffen) van het Keizerrijk tijdig veilig te kunnen stellen. Japan vreesde namelijk dat als men het moment nu niet nam, de macht van de Verenigde Staten rond 1943 te groot zou zijn, om de gestelde doelen nog te kunnen realiseren. In de visie van Japan dreigde er bij niets doen een ondergeschikte rol in Azië.

Oorlog tussen de Verenigde Staten en Japan

Toen de rook na de Japanse aanval op de Amerikaanse Hawaiiaanse marinebasis Pearl Harbor op 7 december 1941 was opgetrokken en de omvang van de schade bekend werd, was duidelijk dat Japan de Verenigde Staten een grote slag had toegebracht. Het was echter niet de knock-out waarop Japan gehoopt had, omdat de Amerikaanse vliegdekschepen zich op het moment van de aanval niet in Pearl Harbor bevonden. Met de aanval op Pearl Harbor begon ook de Japanse zegetocht door Zuidoost-Azië. De oude koloniale machthebbers, waaronder ook Nederland, werden één voor één verslagen. De Japanse verrassingsaanval had er echter ook toe geleid dat de Verenigde Staten op 8 december 1941 Japan de oorlog verklaarden. De Japanse leiders hadden een vooruitziende blik gehad, toen zij in 1941 voorzien hadden dat zij een oorlog tot 1944 wel vol zouden kunnen houden. Na een aantal maritieme nederlagen tegen de Amerikaanse marine geleden te hebben, leverde Japan na 1943 ter land slag na slag tegen de oprukkende Amerikaanse mariniers, waarbij zij telkens de onderliggende partij bleken te zijn. Zo ook op Iwo Jima.

Kaart Iwo Jima

Kaart Iwo Jima

Iwo Jima

Iwo Jima, Japans voor zwavel eiland, is een vulkanisch eilandje van ongeveer 7 km lang en 3,5 km breed en heeft dus een totale oppervlakte van ongeveer 22 km2. De Slag om Iwo Jima (operatie Detachment) begon op 19 februari 1945 en eindigde op 26 maart 1945 en vond plaats tussen Amerikaanse mariniers en Japanse troepen. De slag die zij op dit minuscule vulkanische eilandje in de Grote Oceaan (ook wel: Stille- of Pacifische Oceaan) leverden, is bekend geworden omdat er vreselijk is gevochten om elke meter grond die verdedigd dan wel veroverd moest worden. De vraag is natuurlijk waarom? Waarom was Iwo Jima voor de Japan zo belangrijk om verdedigd en voor de Verenigde Staten om veroverd te worden? Een korte geschiedenis van een beruchte slag uit de Tweede Wereldoorlog.

Het Japanse belang

Iwo Jima behoort tot samen met Haha Jima en Chichi Jima tot de Bonin eilandengroep die destijds, ondanks hun verre ligging van de Japanse thuiseilanden, een onlosmakelijk onderdeel uitmaakten van het Japanse Keizerrijk. Dit blijkt bijvoorbeeld ook uit de omstandigheid dat Iwo Jima administratief tot de hoofdstad Tokio behoorde en diens burgemeester ook de burgemeester van Iwo Jima was. Het enkele gegeven dat Iwo Jima onmiskenbaar Japans grondgebied was, was voor de Japanners voldoende om vanuit hun eergevoel het vulkanische eilandje tot de laatste man te verdedigen. J. Bradley wijst in dit kader nog op bijzondere betekenis van Iwo Jima als creatie van de vulkaan Fuji binnen de Japanse religie, het Shintoïsme. Er zijn echter nog twee andere redenen waarom Japan verbeten om het behoud van Iwo Jima heeft gevochten. Deze redenen hielden verband met het aanstaande noodlot dat Japan te wachten stond: de Amerikaanse luchtbombardementen.

Al vanaf medio 1944 werden de vliegbases op Iwo Jima door de Verenigde Staten gebombardeerd in verband met de verovering van de Marianas eilandengroep waartoe onder andere de eilanden Saipan en Guam behoren. Nadat de Verenigde Staten de Marianas eilandengeroep veroverd hadden, gingen de bombardementen op Iwo Jima echter gewoon door. Japan sloot een Amerikaanse amfibische invasie dan ook niet uit omdat zij hadden ingeschat dat de bombardementen verband hielden met het Amerikaanse belang dat in Iwo Jima gelegen was. Iwo Jima beschikte namelijk over twee grote operationele vliegbases met een derde vliegveld in aanbouw. De Verenigde Staten konden het eiland dan ook ombouwen tot een “onzinkbaar vliegdekschip” van waaruit de Amerikaanse (jacht)vliegtuigen Japan zelf konden bereiken.

Iwo Jima

Iwo Jima

De tweede reden waarom Japan zo hard om Iwo Jima heeft gevochten, houdt dus verband met het gevaar dat een Amerikaanse verovering van Iwo Jima inhield: kon de grote, zware Amerikaanse B-29 bommenwerper na de verovering van de Saipan en Guam bijna geheel Japan al bereiken, vanaf Iwo Jima konden de Amerikaanse overige vliegtuigen, en vooral de jachtvliegtuigen, Japan ook bereiken. Japan wilde de Verenigde Staten de vliegvelden op Iwo Jima dan ook zo lang mogelijk onthouden vanwege het offensieve gevaar dat een inname van Iwo Jima door Verenigde Staten inhield. Ten slotte wilde Japan aan de oprukkende Amerikanen duidelijk maken dat de Japanse thuiseilanden net zo verbeten verdedigd zou worden als het minuscule Iwo Jima. K. Kakehashi betoogt in haar verfilmde boek ‘Letters from Iwo Jima’ dat de Japanse opperbevelhebber op Iwo Jima, luitenant-generaal Kuribayashi, zelf vooral gedreven werd tot het voeren van een guerrillaoorlog omdat hij zo de Amerikaanse luchtaanvallen op de Japanse steden, en daarmee het aantal burgerslachtoffers, zo lang mogelijk probeerde te vertragen. Met Iwo Jima in Amerikaanse handen, zouden de Japanse steden namelijk onbeperkt gebombardeerd kunnen worden. Niet onbelangrijk hierbij is ongetwijfeld ook geweest dat de vrouw en kinderen van Kuribayashi zelf in Tokio woonden. Ondanks dat Kuribayashi wist dat Japan de oorlog tegen de Verenigde Staten niet kon winnen, had hij zijn redenen om tot het uiterste te gaan om Iwo Jima zo lang mogelijk uit Amerikaanse handen te houden.

Het Amerikaanse belang

Het doel van de Amerikaanse inzet was uiteindelijk natuurlijk de overgave van Japan. Aangezien Japan niet van plan was om zich aan de Verenigde Staten te onderwerpen, werd het al snel duidelijk dat de enige manier om Japan tot overgave te dwingen een uiteindelijke bezetting van Japan zelf was. Vanzelfsprekend was dit voor het trotse Japan onacceptabel. De Verenigde Staten moest zich in de Grote Oceaan dan ook eiland voor eiland richting Japan vechten. De Verenigde Staten waren voor hun acties tegen Japan in de Grote Oceaan echter afhankelijk van ofwel de inzet van hun eigen vliegdekschepen, dan wel van vliegbases op de op Japan veroverde eilanden. De inzet en het bereik van de Amerikaanse vliegtuigen was hiermee in feite ingeperkt. De Amerikaanse bommenwerpers, die de Japanse strategische doelen, als bijvoorbeeld vliegbases of industriële doelen moesten bombarderen, beschikten over het algemeen over een veel groter bereik dan de Amerikaanse jachtvliegtuigen. Deze jachtvliegtuigen waren echter wel belangrijk omdat zij de grote bommenwerpers moesten escorteren tegen aanvallen van Japanse jachtvliegtuigen. De introductie van de grote B-29 bommenwerper, die zijn voorganger de B-24 qua bereik en bommenlading ver achter zich liet liggen, vormde dan ook een nieuw hoofdstuk. Zoals al opgemerkt, kon de B-29 na de verovering van de Saipan en Guam vanaf deze eilanden bijna geheel Japan bereiken. Belangrijk hierbij was dat de route die de B-29-bommenwepers naar Japan moesten volgen, langs Iwo Jima liep. Aangezien Iwo Jima uitgerust was met een radarstation, kon het vasteland tijdig gewaarschuwd worden van de komst van de bommenwerpers, waardoor de Japanners precies wisten wanneer zij hun gevechtsvliegtuigen in actie moesten laten komen. De B-29’s waren zonder escorte van jachtvliegtuigen, die vanwege hun geringere actieradius Japan niet konden bereiken, dan ook zeer kwetsbaar en leden op hun missies naar Japan grote verliezen.

Met de onvermijdelijke noodzaak Japan op korte termijn zelf te bombarderen om het op die manier tot overgave te dwingen, werd Iwo Jima voor de Verenigde Staten erg belangrijk. Niet alleen konden de vliegvelden op Iwo Jima dienen als toevluchtsoord voor de B-29 bommenwerpers die, nadat zij hun bommen op Japan hadden uitgestrooid, gehavend uit de strijd waren gekomen of vanwege mechanische problemen een noodlanding moesten maken, ook konden de jachtvliegtuigen vanaf Iwo Jima de noodzakelijke escortes verlenen. In dit kader was het nog van belang dat Iwo Jima het enige eiland van de Bonin-eilandengroep was dat de voor de B-29 benodigde extreem lange landingsbaan kon ondersteunen.

Kaart Iwo Jima

De Japanse defensie op Iwo Jima

De bekendste en grootste amfibische invasie uit de Tweede Wereldoorlog is natuurlijk operatie Overlord geweest. Operatie Overlord is de codenaam voor de geallieerde landing op 6 juni 1944 op de standen van Normandië in Frankrijk, dat door S.E. Ambrose in zijn boek “D-Day, June 6, 1944. The battle for the Normandy beaches” tot in detail beschreven is. Om een geallieerde landing in Normandië onmogelijk te maken, had Hitler langs de gehele kustlijn een verdedigingslinie van allemaal bunkers laten bouwen, de zogenaamde Atlantikwall. Erwin Rommel, de Duitse generaal die verantwoordelijk was voor de verdediging van de Normandische kust, was van mening dat deze verdedigingslinie een invasie enkel kon ophouden, maar niet kon verhinderen. Rommel was dan ook van mening dat de slag op de stranden uitgevochten moest worden omdat de vijand daar het kwetsbaarste was. De geschiedenis heeft uitgewezen dat de strategie van Rommel gedoemd was te mislukken.

Doorgaans bestond ook de Japanse verdedigingstactiek er uit dat een Amerikaanse aanval op het strand opgevangen zou worden. Echter, door de Amerikaanse overwinningen bij onder andere Tarawa, Saipan en Guam, werd de Japanse legerleiding gedwongen deze strategie te wijzigen. In plaats van de invasie op het strand op te vangen, was de nieuwe strategie er op gericht de verdediging te verplaatsen naar het binnenland. De Japanse legerleiding wilde hiermee de aanvallende Amerikaanse mariniers zo lang mogelijk ophouden en tegelijkertijd zoveel mogelijk slachtoffers creëren. Op deze manier hoopte men dat elke invasie voor Amerika in tijd en bloed zo kostbaar zou worden, dat Amerika gedwongen zou zijn om van een invasie van het Japanse thuisland af te zien. Deze nieuwe strategie werd voor het eerst in september 1944 toegepast tijdens de slag om het eiland Peleliu.

Met de geslaagde geallieerde landing op de standen van Normandië in Frankrijk en de oprukkende Amerikanen in de Grote Oceaan had ook luitenant-generaal Tadamichi Kuribayashi, de Japanse bevelhebber op Iwo Jima sinds juni 1944, al snel door dat een verdediging op het strand weinig effectief was en het geen zin had om daaraan vast te houden. Aangezien de Amerikanen in de lucht heer en meester waren en de Japanse manschappen en verdedigingsstukken kwetsbaar waren voor de bombardementen, gaf Kuribayashi opdracht om zich in te graven op Iwo Jima. Binnen een korte tijd slaagden de Japanse soldaten er onder helse omstandigheden in (vanwege de vulkanische hitte als ook omdat er geen drinkwater op Iwo Jima aanwezig is) om onder Iwo Jima een heel stelsel van tunnels en bunkers te bouwen. Het zou de opmaat worden voor de uitputtingsslag die Kuribayashi in gedachten had en tot zoveel dood en verderf onder zoveel Amerikanen als Japanners zou leiden. Een inname van Iwo Jima moest op deze manier zo lang mogelijk uitgesteld worden. De door Kuribayashi gekozen tactiek zou ook tot veel frustratie onder de Amerikaanse mariniers leiden, omdat een zichtbare vijand om tegen te vechten vaak ontbrak. De ondergrondse bunkers en grotten waren zo gebouwd, dat zij aan het zicht onttrokken waren. Dit betekende dat de kogels en granaten overal uit het niets de mariniers om de oren vlogen.

De invasie

De invasie op Iwo Jima werd vooraf gegaan door de hevigste dag- en nacht bombardementen die in de Grote Oceaan zijn uitgevoerd. Deze bombardementen die zowel vanuit de lucht als ook vanaf de marineschepen plaatsvonden, hadden natuurlijk als doel de Japanse verdedigingswerken uit te schakelen en de invasie te vergemakkelijken. Ondanks dat in een periode van 74 dagen ongeveer 6.000 kilo aan bommen om Iwo Jima was gegooid, bleek dat deze bombardementen lang niet zo effectief waren geweest, als men aanvankelijk had gehoopt. De bovengrondse wereld op Iwo Jima was dan wel verwoest, de ondergrondse niet. Luitenant-generaal Holland Smith, een ijzervreter die het bevel voerde over de mariners die Iwo Jima moesten veroveren, heeft hier nadien over geschreven dat “like the worm which becomes stronger the more you cut it up, Iwo Jima thrived [gedijde] on our bombardment (…) the main body of defenses not only remained practically intact but strengthened.” In de literatuur wordt vaak opgemerkt dat indien het verzoek van luitenant-generaal Holland Smith om een tiendaagse marinebombardement vanuit zee voorafgaande aan de invasie ingewilligd zou zijn, dit wellicht geresulteerd zou hebben in een lager aantal doden en gewonden. In plaats van de gevraagde tien dagen, kreeg Smith slechts drie dagen waarop er gebombardeerd werd. Deze drie dagen werden bovendien gekenmerkt door slecht weer. Nadien is hierover dan ook veel kritiek geuit. Toen de mariniers aan land kwamen, bleek de veronderstelde vernietigde Japanse verdediging dan ook nog prima te functioneren, met alle dodelijke gevolgen van dien.

Invasie Iwo Jima

Invasie Iwo Jima

Toen de eerste troepen op 19 februari 1945 tegen 09:00 uur (D-day) vanuit hun landingsvaartuigen op de zwarte vulkanische stranden van Iwo Jima sprongen, gebeurde er van Japanse zijde aanvankelijk niets….. Meer en meer troepen werden op de stranden gezet, zodat de stranden zich geleidelijk aan vulden met manschappen. Toen het vuur van Japanse zijde uiteindelijk geopend werd, was er geen of weinig natuurlijke dekking. De mariniers waren terecht gekomen in het web dat luitenant-generaal Kuribayashi voor hen gesponnen had. Met de stranden onder hevig geweer- en mortiervuur, probeerden de mariniers zich in veiligheid te brengen. Een groot probleem vormde hierbij de ondergrond waarop zij moesten vechten: de zachte, zwarte vulkanische as op Iwo Jima. Niet alleen zakten de soldaten er tot aan hun enkels in weg en belemmerde het voertuigen om op te rukken, ook konden de soldaten er geen schuttersputjes in graven om een veilig heenkomen te zoeken. Een marinier herinnerde zich dat het ingraven op Iwo Jima was “alsof je een schuttersputje probeerde te graven in een zak graan”. Zo werden de stranden alsnog een bloedbad. Geschat wordt dat er bij de invasie 550 doden en 1.800 gewonden zijn gevallen. Deze aantallen zouden snel gaan stijgen.

Het verloop van de strijd

Het verloop van de strijd

Verloop van de strijd in vogelvlucht

De Amerikaanse legerleiding was er vanuit gegaan dat een overwinning na 10 dagen behaald kon worden. Het veroveren van de vliegvelden had hierin natuurlijk de hoogste prioriteit. Al snel zou blijken dat het opgestelde schema te optimistisch was en gestelde doelen pas veel later gehaald zouden worden. Na één dag vechten waren er dan wel 30.000 manschappen aan land gezet, de doelen voor die dag waren niet helemaal gehaald. Stap voor stap vochten de mariniers zich echter een weg naar binnen. Na twee dagen van strijd (D+1)  werd vliegveld 1 veroverd. Het dodental was inmiddels opgelopen tot 3.500 gesneuvelde mariniers. Het lastige terrein met weinig natuurlijke bescherming waarop gevochten moest worden en de fanatieke weerstand die de Japanners boden, leidde er toe dat nog vóórdat vliegveld nummer 2 ingenomen was, het dodental onder de Amerikanen al was opgelopen tot boven de 4.500 gesneuvelden (D+2). In de ochtend van 23 februari 1945 (D+4) stelden de mariniers een belangrijke uitkijkpost veilig en behaalde zij een belangrijke morele overwinning, door de gedoofde vulkaan Suribachi (Japans voor ‘mortier’) op de Japanners te veroverden. Op de top van de vulkaan werd trots de Amerikaanse vlag geplant (waarover later meer). De strijd om Iwo Jima was hiermee nog lang niet ten einde en ondertussen was de slag om vliegveld 2 gewoon doorgegaan.

Op 25 februari 1945 (D+6) werd vliegveld 2 door de mariniers dan eindelijk ingenomen. Met het definitief veiligstellen van het vliegveld, was het strategische doel van de invasie behaald. De gevechten om Iwo Jima gingen echter onverbiddelijk door. Op 4 maart 1945 (D+13) landde de eerste in nood verkerende B-29 op Iwo Jima. Een historische gebeurtenis, omdat voor deze reden vele mariniers hun leven hadden gegeven. Op 16 maart 1945 (D+24) werd Iwo Jima om 18:00 officieel als ‘veilig’ verklaard. In het uiterste noorden was de strijd toen echter nog steeds niet gestreden en boden de Japanners nog krachtige tegenstand. Op 16 maart 1945 zond Kuribayashi ook zijn afscheidstelegram naar Tokio, waarin hij onder andere schreef: “the battle is entering its final chapter. Since the enemy’s landing, the gallant fighting of the men under my command has been such that even the gods would weep.” Kritisch merkte hij op dat “in particular, I humbly rejoice in the fact that they [de Japanse soldaten, BW] have continued to fight bravely though utterly empty-handed and ill-equipped against a land, sea and air attack of a material superiority such as surpasses the imagination”.

De laatste Japanners

Tegen 25 maart 1945 boden nog slechts een paar honderd Japanners tegenstand, al waren de meeste van hun hoogste militaire leiders in de strijd omgekomen, of hadden zij tegen die tijd al zelfmoord gepleegd. In de nacht van 26 op 27 maart 1945 vond een laatste grote aanval van de Japanners op de Amerikanen plaats. De aanval werd afgeslagen. De hierna nog overlevende Japanse soldaten werden door de mariniers opgejaagd en gedood, ingesloten in hun grotten of tunnels waar zij uit eindelijk stierven door dorst en honger of zelfmoord pleegden. De laatste twee soldaten zouden zich overigens pas in 1949 overgeven aan de Amerikanen. Na de slag om Iwo Jima is het lichaam Kuribayashi nooit teruggevonden en het is dan ook onduidelijk hoe en wanneer hij gestorven is.

Foto van de tweede vlaghijsing door J. Rosenthal

Foto van de tweede vlaghijsing door J. Rosenthal

Het icoon: dé foto

In de ochtend van 23 februari 1945 (D+4) hadden de mariniers een belangrijke uitkijkpost veiliggesteld en een belangrijke morele overwinning behaald, door de gedoofde vulkaan Suribachi op de Japanners te veroverden. Op de top van de vulkaan werd dan ook trots de Amerikaanse vlag geplant. De vele toekijkende mariniers juichten en de oorlogschepen voor de kust lieten hun magnifieke scheepshoornen bulderen.

Tijdens en na de oorlog is over deze gebeurtenis veel gespeculeerd en geschreven. De hierboven genoemde gebeurtenis betrof de éérste vlaghijsing op de Suribachi. Ondanks dat deze gebeurtenis door fotograaf Lou Lowery op foto is vastgelegd, zijn de foto’s van deze eerste en dus belangrijkste vlaghijsing niet de wereld in gegaan als dé vlaghijsing op Iwo Jima. De foto die wereldgeschiedenis heeft gemaakt en velen vast wel een keer gezien hebben, is die van de tweede vlaghijsing op Suribachi. Hoe kan dat?

Op bevel van luitenant-kolonel Johnson werd de eerste (kleinere) vlag vanwege zijn historische waarde vervangen om het zo veilig te stelen voor het korps mariniers. Het zou vervangen worden door een door een veel grotere Amerikaanse vlag. Waar de eerste vlaghijsing een hele gebeurtenis was, volgde niemand de tweede vlaghijsing. Omdat het een vervangende vlag was, deed het er niet toe. De fotograaf die deze tweede vlaghijsing op filmrol heeft vereeuwigd, Joe Rosenthal, is er nadien veelvuldig van beschuldigd dat hij deze tweede vlaghijsing in scène heeft gezet. Zelf heeft Rosenthal dit tot aan zijn dood in augustus 2006 altijd ontkend.

In het boeiende en verfilmde boek ‘Flags of our fathers’ beschrijft J. Bradley de vlaghijsing uitvoerig. Dat is ook niet vreemd, aangezien zijn vader één van de zes mariniers was die de tweede vlag omhoog heeft gehesen. Bradley gaat er in zijn (niet onaannemelijke) reconstructie vanuit, dat er van een in scène gezette foto geen sprake kan zijn. Bradley voert hiertoe aan, dat aangezien alles in secondes plaatsvond Rosenthal nog maar net op tijd was om überhaupt een serie foto’s te maken. Rosenthal heeft hierover onder andere zelf gezegd dat “By being polite to each other [tegen Genaust een andere fotograaf, BW] we both damn near missed the scene. I swung my camera around and held it until I could guess that this was the peak of the action, and shot.”  “(…) I didn’t pose it.”  (…) “Had I posed the shot, I would of course, have ruined it. I would have picked fewer men, for six are so crowed in the picture that one of them- Sergeant Michael Strank- only the hands are visible”. E. Hammel merkt in zijn prachtig geïllustreerde boek “Iwo Jima. Portrait of a battle. United States marines at war in the Pacific” daarnaast op dat Rosenthal op het moment dat hij de foto’s nam op een stapeltje wiebelige stenen stond. Rosenthal was dan ook niet zeker over de foto’s die hij genomen had. Immers, een stabiele ondergrond is erg belangrijk voor een goede, scherpe foto.

Iwo Jiwa Monument te begraafplaats Arlington

Iwo Jiwa Monument te begraafplaats Arlington

Toen Rosenthal zijn foto’s genomen had, had hij dan ook geen idee wat hij precies met zijn camera had vastgelegd. Omdat de foto van Rosenthal van de tweede vlaghijsing door een snellere verbinding met het vasteland als eerste in de kranten verscheen, is het (overigens ten onrechte) de geschiedenis in gegaan als de vlaghijsing op Iwo Jima. Al snel bleek dat de foto een enorme aantrekkingskracht op het Amerikaanse thuisfront had. De foto belichaamde namelijk hoop en overwinning. De zes mariniers die de vlag hesen, werden nationale helden, al zouden slechts drie van hen, waaronder de vader van J. Bradley, Iwo Jima levend verlaten en terugkeren naar de Verenigde Staten. Dat de foto van Rosenthal een enorme indruk op Amerika had gemaakt, bleek onder andere op 10 november 1954, toen de foto vereeuwigd werd in brons op de nationale militaire erebegraafplaats Arlington bij Washington.

Epiloog

Na iets meer dan één maand vechten op Iwo Jima, op slechts 22 km2, waren er aan Amerikaanse zijde in totaal 6.821 doden en 19.217 gewonden te betreuren. Het korps der mariniers had in de slag 1/3 van al haar in de Grote Oceaan gesneuvelde manschappen verloren. De gesneuvelden aan Japanse zijde zijn nog schokkender: tussen de 20.000 en 22.000 manschappen. Slechts 1.083 Japanners lieten zich in krijgsgevangenschap nemen.

Na de slag om Iwo Jima is de vraag gerezen of het hoge aantal doden aan Amerikaanse zijde het doel van de operatie wel kon rechtvaardigen. In deze discussie is er ter verdediging vaak op gewezen dat door de inname van Iwo Jima meer dan 26.000 mensenlevens zijn gered. In totaal maakten namelijk 2.400 B-29’s een noodlanding op Iwo Jima. Er vanuitgaande dat één B-29 een elfkoppige bemanning heeft, betekent dit dat er meer dan 26.000 mensenlevens mogelijk zijn gered door de inname van Iwo Jima. Daardoor zouden er vier keer meer mensenlevens zijn gered dan er bij de inname verloren zijn gegaan. Hammel merkt naar mijn mening terecht op dat in deze discussie “de dood van de ene groep gerationaliseerd wordt, om het leven van een andere groep mensen te rechtvaardigen.” Immers, hoeveel van de in problemen verkerende B-29’s landden niet gewoon op Iwo Jima omdat het eenvoudigweg mogelijk was en hadden anders nog veilig de vliegvelden op Guam of Saipan kunnen halen. We zullen het wellicht nooit weten, maar de veronderstelling bij de Amerikaanse nabestaanden dat hun geliefde gestorven is voor iets dat een verschil heeft gemaakt, zal voor menig familielid destijds wellicht een troost zijn geweest.

Wat wel vast staat, is dat de slag om Iwo Jima behoort tot de meest onderscheiden slagen uit de Tweede Wereldoorlog voor wat betreft buitengewone moed en dapperheid. De hoogste militaire onderscheiding die Amerika toekent voor bewezen buitengewone moed en dapperheid, is de Medal of Honour. Volgens Bradley zijn van de 353 toegekende Medal of Honours tijdens de Tweede Wereldoorlog, 84 toegekend aan leden van het korps mariniers, waarvan alleen al 27 zijn toegekend vanwege de slag om Iwo Jima. Volgens Bradley een record in de geschiedenis van de Verenigde Staten. Het was dan ook niet zomaar dat admiraal Nimitz, de Amerikaanse de opperbevelhebber in de Grote Oceaan, direct na de strijd opmerkte dat “Among the Americans who served on Iwo island, uncommon valor was a common virtue”. (“onder de Amerikanen die op Iwo eiland dienden, was ongewone dapperheid een gewone deugd/eigenschap”).

Literatuur

– Alexander, J.H., ‘Across the reef. Amphibious warfare in the Pacific” in: Marston, D. The Pacific War. From Pearl Harbour to Hiroshima (Oxford, 2005)

– Ambrose S.E. D-Day, June 6, 1944. The battle for the Normandy beaches (London 2002)

– Bradley, J. Flags of our fathers (New York 2001)

– Hammel, E. Iwo Jima: Portrait of a battle. United States marines at war in the Pacific (St. Paul 2006)

– Kakehashi, K. Letters from Iwo Jima (London 2007)

– Keegan, J. The second World War (London 2005)

 

1 Reactie op De slag om Iwo Jima

  • richard w schreef:

    De slag om iwo jima blijft fascineren, zelfs bijna 70 jaar na dato, vooral het hijsen vd tweede vlag spreekt nog steeds tot de verbeelding. Jammer dat de 3 gesneuvelde Amerikaanse mariniers nooit hebben kunnen vermoeden hoe legendarisch ze zouden worden

Geef een reactie

Historiën Twitter
Schrijf je in voor TOEN!