De soldaat: van held naar slachtoffer

De Eerste Wereldoorlog zorgde ervoor dat wij oorlog niet meer leuk zijn gaan vinden. Hoe kwam dat?

The charge of the light brigade, door Alfred Tennyson. bron: wikimedia commons

The charge of the light brigade, door Alfred Tennyson. bron: wikimedia commons

De Amerikaanse Burgeroorloggeneraal Robert E. Lee (1807-1870) zou eens gezegd hebben: “het is goed dat oorlog zo verschrikkelijk is, anders zouden we het te leuk gaan vinden”. Duizenden jaren lang haalde de mens eer en glorie op het slagveld. Voor de oude Grieken en Romeinen, de Middeleeuwse ridders en zelfs het negentiende eeuwse Europa was oorlogvoeren iets positiefs. De Eerste Wereldoorlog zorgde ervoor dat wij oorlog niet meer leuk zijn gaan vinden. Hoe kwam dat?

Oorlogen vroeger kleinschalig

Een reden hiervoor is dat vóór 1914 oorlogen beperkt waren. Sinds de Middeleeuwen voerden vorsten in Europa zogenaamde kabinettenoorlogen. Dat zijn beperkte oorlogen met huursoldaten waarbij de vorst zijn land als zijn persoonlijke bezitting beschouwd. De beperking was dat als de beurs van de vorst leeg was, hij of zij meestal vrede moest sluiten. Ook de schaal waarop werd gevochten was beperkt. Legers bestonden uit hooguit 30.000 man en veldslagen waren schaars omdat de vorst het risico niet kon lopen om zijn getrainde soldaten te verliezen (om een musket te laden waren tientallen ingewikkelde handelingen nodig). Dus zeer weinig mensen wisten van de gruwelen op een slagveld.

Schaalvergroting op het slagveld

In de negentiende eeuw nam de schaal waarop oorlog werd gevoerd enorm toe. Door de introductie van de dienstplicht en massaproductie konden miljoenenlegers op de been worden gebracht en gigantische hoeveelheden wapens worden geproduceerd. Dat mensen geen idee hadden van de gruwelen op een slagveld, blijkt uit de eerste grote veldslag uit de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). Toen vluchtte de burgerbevolking namelijk niet weg van het geweld, maar de mensen gingen naar het slagveld toe om te kijken! Met verrekijkers en picknickmanden maakten ze er een leuk uitje van, dachten ze.

The charge of the Light Brigade

In Europa waren er halverwege de negentiende eeuw (bijvoorbeeld in 1859, 1866, 1870-1871) vooral relatief kortere oorlogen . De enige grote oorlog, waarbij diverse Europese landen betrokken waren, was de vreselijke Krimoorlog (1853-56). Maar ondanks dat de pers voor het eerst op grote schaal (via landelijke kranten) verslag deed van de gruwelen op het slagveld, bleef maar één beeld hangen: inderdaad “The charge of The Light Brigade”! Kijk maar eens wat u ziet op het schilderij. Ellende? Honger? Bloed, zweet en tranen?

Eer en glorie verdwijnen: oorlog wordt werk

Dus de duur van een oorlog en al het geweld hebben nooit geleid tot een diepgewortelde afkeer onder de bevolking (wel individueel leed natuurlijk!). Pas na 1914 zijn wij oorlog collectief gaan haten. Dat komt waarschijnlijk door de uitzichtloosheid aan het stilstaande front. De eerste en de laatste Britse gesneuvelde in de Grote Oorlog zijn bijvoorbeeld bij precies hetzelfde Belgische dorpje omgekomen (Mons). Daarnaast was er het massale karakter van de oorlog en de verschrikkelijke verhalen die erover verteld werden. Tussen 1914 en 1918 brachten miljoenen mannen hun vreselijke verhalen mee naar huis.

Een ander niet te onderschatten reden is het einde aan de eer en glorie op het slagveld. Vooral tijdens de Middeleeuwen, toen de legers nog niet zo groot waren, kon je je als ridder of voetsoldaat onderscheiden in hand-tot-handgevechten. Soldaten stonden oog in oog met elkaar. Fysieke kracht en moed deden ertoe. In 1914 namen de machines het over. De artillerie (die de meeste doden veroorzaakte) stond op kilometers afstand de soldaten op het slagveld te beschieten. Het waren industriële handelingen geworden. Soldaten pakten granaten en schoven die achterin het kanon alsof ze wasmachines stonden te vullen. Ook de soldaten in de loopgraven volgden een dagelijkse routine die deed denken aan “just another day at the office”

Oorlogvoeren werd werk. Soldaten kregen het gevoel allemaal schroefjes in een machine te zijn: die langzaam voort ploetert door de moddert en niemand wist waarheen. Er was geen eer en glorie te behalen. Individuele fysieke kracht of moed leverde niets meer op. Er waren geen helden meer, alleen slachtoffers.

[bol_product_links block_id=”bol_53edfa0c1686f_selected-products” products=”9200000014231745,9200000011489395,9200000015001587,1002004007442672,9200000022206053,9200000019686480″ name=”WO1″ sub_id=”” link_color=”E94C00″ subtitle_color=”E94C00″ pricetype_color=”000000″ price_color=”E94C00″ deliverytime_color=”C20318″ background_color=”FFDF80″ border_color=”E94C00″ width=”600″ cols=”3″ show_bol_logo=”undefined” show_price=”1″ show_rating=”1″ show_deliverytime=”1″ link_target=”1″ image_size=”1″ admin_preview=”1″]

Erlend van Ark

Erlend van Ark is historicus, docent en schrijver. Hij is geboren in 1977 en opgegroeid in het Noord-Hollandse Middelie. Na de middelbare school heeft hij eerst een bachelor Bank- en Verzekeringsleer gehaald en daarna is hij in 2000 Geschiedenis gaan studeren (UvA) en heeft hij de eerstegraads docentenopleiding (VU) afgerond. Na een aantal jaren gewerkt te hebben als geschiedenisdocent en docent Bestuurskunde kwam de uitgever I-Publish op zijn pad. Inmiddels is zijn eerste boek, over de Eerste Wereldoorlog, gepubliceerd en werkt hij aan zijn tweede, over de Tweede Wereldooorlog. Daarnaast is hij als freelance docent verbonden aan diverse onderwijsinstellingen en heeft hij werk als content schrijver en blogger. Erlend heeft een relatie met Irene Buzzoni en woont in Purmerend.

More Posts

Schrijf je in voor TOEN!