De val van Jeb Bush: het ‘kleine broertjes effect’

Vannacht vonden de Republikeinse voorverkiezingen in South Carolina plaats. Na een verpletterende nederlaag maakte Jeb Bush bekend uit de race om het Witte Huis te stappen. Dat terwijl de voormalige gouverneur van Florida een jaar geleden nog de grootste Republikeinse kanshebber leek. Waarom is zijn campagne op een fiasco uitgelopen?

Gedoodverfde Republikeinse kandidaat

Een jaar geleden schreef ik in een artikel dat de Amerikaanse presidentsverkiezingen wellicht een strijd zouden worden tussen politieke dynastieën. Hillary als de gedoodverfde favoriet bij de Democraten, Jeb Bush de ‘golden boy’ van de Republikeinen. Onderzoek heeft uitgewezen dat dynastieke kandidaten een significant voordeel hebben tegenover niet-dynastieke politici. Ze hebben meer donoren, connecties en naamsherkenning. Voor Jeb Bush golden deze factoren allemaal. De zoon van oud-president George H.W Bush en broer van George W. Bush had maar liefst 120 miljoen dollar in de campagnekas en tientallen donoren. Hij leek dan ook de gedoodverfde kandidaat bij de Republikeinen.

Een dynastieke kandidaat in het mediatijdperk

Aan de andere kant schreef ik ook dat een dynastieke kandidaat in het huidige mediatijdperk moet beschikken over een flinke dosis charisma en retorisch talent. Een bekende achternaam geeft voordelen, maar is simpelweg niet genoeg. Daardoor leggen dynastieke kandidaten het soms alsnog af tegen nieuwe politici. Tijdens de Democratische voorverkiezingen in 2008 verloor Hillary Clinton bijvoorbeeld verrassend van senator Barack Obama.

Hetzelfde is tijdens de Republikeinse voorverkiezingen Jeb Bush overkomen. De Republikein daalde in de peilingen door een gebrek aan charisma. Tijdens debatten viel Bush amper op tussen de zeer aanwezige kandidaten Ted Cruz, Marco Rubio en Donald Trump. Die laatste kandidaat trekt door zijn provocerende uitspraken alle aandacht en maakt een grote kans om de Republikeinse presidentskandidaat te worden.

'Gedoodverfde favoriet' Jeb Bush legde het deze voorverkiezingen af tegen Trump, Rubio en Cruz (bron: Wikimedia)

‘Gedoodverfde favoriet’ Jeb Bush legde het deze voorverkiezingen af tegen Trump, Rubio en Cruz (bron: Wikimedia)

Kandidaat van de elite

Jeb Bush werd tijdens de verkiezingen ook vaak verweten een elite-kandidaat te zijn. Leek zijn dynastieke afkomst in eerste instantie een voordeel, later werd het een van de grootste pijnpunten voor Bush. Door zijn afkomst zou hij het gevoel hebben ‘recht te hebben op het Witte Huis’. Genoeg munitie voor het campagneteam van de immens populaire Donald Trump. Die zette Bush neer als een kandidaat zonder echte boodschap. Jeb moest en zou simpelweg zijn vader en broer opvolgden in het Witte Huis. Van visie en leiderschap was volgens Trump geen sprake.

The notion that he was going to go to Washington to fight the pampered elite — Jeb, you are the pampered elite

– Roger Stone, lid van het Trump-campagneteam

De Bush-erfenis

Bovendien werd Bush regelmatig geconfronteerd met de politieke beslissingen van zijn vader en broer. De vraag of het binnenvallen van Irak in 2003 een fout was geweest van George Bush viel hem zwaar. Zou hij dezelfde beslissingen als zijn broer hebben gemaakt? Ja, antwoordde hij in eerste instantie. Om uiteindelijk terug te krabbelen en te zeggen dat het een vergissing was. En niet veel later te zeggen niet op de vraag in te willen gaan omdat dit de overleden militairen in Irak te schande zou maken.

Please clap

– Jeb Bush vraagt zijn publiek om te klappen in New Hampshire, 3 februari 2016

Illustere voorganger

Jeb’s verwarrende visie op Irak is maar een van de kwesties waarmee Bush een slechte indruk maakte op het Amerikaanse kiezerspubliek. Het leverde hem flinke nederlagen op tijdens de voorverkiezingen in Iowa, North Hampshire en tenslotte North Carolina. De oud-gouverneur van Florida leek nooit echt enthousiast. Hij vertoont daarmee veel overeenkomsten met senator Edward M. Kennedy tijdens de presidentsverkiezingen van 1980. Hij was de jongere broer van de vermoorde president John F. Kennedy. Zijn andere broer Robert F. Kennedy had het tijdens de presidentsverkiezingen van 1968 ook bekopen met de dood. De jongste Kennedy had destijds al een succesvolle carrière als Senator van Massachusetts. Hij nam het op tegen de zittende Democratische president Jimmy Carter.

In eerste instantie werd Ted’s kandidatuur met veel enthousiasme ontvangen. Na een aantal teleurstellende optredens daalde zijn populariteit echter in de peilingen. Een interview met Roger Mudd van ABC-news betekende in feite het einde van zijn presidentscampagne. Terwijl die destijds nog maar net begonnen was. De journalist stelde Kennedy de simpele vraag “waarom wil je president worden?”. Kennedy begon vervolgens een minutenlang betoog dat kant noch wal sloeg. Uiteindelijk eindigde hij zijn campagne tijdens de Democratische Nationale Campagne in 1980. Bijzonder genoeg sprak hij op het podium sprak waarschijnlijk zijn meest legendarische woorden:

“For me, a few hours ago, this campaign came to an end. For all those whose cares have been our concern, the work goes on, the cause endures, the hope still lives, and the dream shall never die”

Het ‘kleine broertjes effect’

Jeb Bush en Ted Kennedy hebben gemeen dat ze beiden slachtoffer zijn geworden van wat we maar het ‘kleine broertjes effect’ zullen noemen. Het presidentschap bereiken in navolging van hun beroemde familieleden was geen keuze, maar een verplichting. “I want to be able to look my father in the eye and say, ‘I continued the legacy” zei Bush in 1994 toen hij streed om het gouverneurschap van Florida en verloor. Een race die hij overigens wel won in 1998. Voor dynastieke kandidaten als Bush en Kennedy speelt het familieleden altijd een beslissende rol. Soms is het een zegen, vaak ook een vloek.

Bronnen

  • T. Keane. “Jeb Bush, Ted Kennedy and the little brother syndrome”, 19 augustus 2015.
  • W. Verhaert. “Jeb Bush stapt uit de race, Trump en Clinton zegevieren”, Het Nieuwsblad, 21 februari 2016.
  • C. Wright. “The Problem with Jeb Bush”, The Telegraph, 25 augustus 2015
  • D. Parengkuan. ‘De dubbelzinnigheid van democratie en dynastie in de Verenigde Staten’, de Internationale Spectator, mei 2015
  • M. Kruse. “Jeb put me trough hell”, Politico Magazine, 29 januari 2015
  • “American rhetoric: Ted Kennedy, 12 augustus 1980”
  • Denise Parengkuan

    Denise Parengkuan (1991) studeerde Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen en Internationale Betrekkingen in Historisch Perspectief aan de Universiteit Utrecht. Ze is gespecialiseerd in Amerikaanse en internationale geschiedenis. Daarnaast heeft ze sinds kort haar eigen tekstbureau 'Talent voor Teksten'. Voor vragen/opmerkingen kunt u haar altijd bereiken op info@talentvoorteksten.com.

    More Posts - Website

    Schrijf je in voor TOEN!