De waterschappen: woensdagweetje

Er zijn verkiezingen voor de Waterschappen. De wat? “De waterschappen?” Ja de waterschappen.

de waterschappen

Molen aan het water. Fotograaf: Maarten Takens. Bron: Flickr.

Onlangs heeft u weer de acceptgiro gekregen voor de waterschapsbelasting, en wanneer u voor een orgaan belasting betaald is het ook de bedoeling dat u zeggenschap heeft over het besteden van die belasting. Vandaar dat er verkiezingen zijn. Maar wist u dat het waterschap het oudste bestuursorgaan is van Nederland? Kent u de geschiedenis van de waterschappen? Het woensdagweetje van deze week gaat over de waterschappen.

Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden
Omdat ik slechts de beschikbaarheid had over een boek over het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden, is de voorgeschiedenis van de waterschappen gericht op de regio van dit waterschap. Andere regio’s zullen vergelijkbare ontwikkelingen kennen, maar wisselen van plaats en tijd.

De waterschappen ontstaan

In de strijd tegen het water begint men met ontginningen, dat is handig want het levert extra grond op voor bewoning maar vooral voor agrarische doeleinden. Het geval wil echter dat door al die ontginningen de Kromme Rijn begint te verlanden. Het idee ontstond om dan maar een dam in de Kromme Rijn te leggen, wat de ontginning van het land ten goede zou komen. Die dam, bij Wijk bij Duurstede, werd in 1122 gelegd. Het onderhoud van deze dam lag bij alle gerechten (voorlopers van gemeenten) die uitwaterden op de Kromme Rijn en de zuidelijke Vecht. Dat betekende dat deze gerechten moesten gaan samenwerken en dat deden ze onder leiding van de bisschop van Utrecht. Deze samenwerking is een van de oudste interlokale samenwerkingsverbanden op waterstaatsgebied in Nederland.

Dat de gerechten die uitwaterden op deze rivieren samen voor het onderhoud moesten zorgen was anders dan bijvoorbeeld het onderhoud van een dijk.

Onderhoud van dijken
Het onderhoud van de dijk gebeurde per perceel door de eigenaar van het stuk grond dat aan de dijk grensde. De schout voerde de schouw van de dijk uit, of in sommige gevallen de meier. In 1230 kent het gebied rondom de Rijn en de Lek in de omgeving van Utrecht een grote overstroming. De elekt Otto III van Holland, het broertje van de graaf van Holland Floris IV, nam de verantwoordelijkheid voor het herstel en verzwaring van de Lekdijk op zich. Floris IV gaf hem daarbij steun onder de voorwaarde dat de bisschop verantwoordelijk zou zijn voor het onderhoud van deze dijk. De bisschop riep dan ook in 1234 een bovenlokaal dijkgraafschap uit voor het gebied van de Lekdijk in het Nedersticht en de dijken langs de IJssel. De dijkgraaf schouwde samen met de colleges van heemraden, die op lokaal niveau opereerden, de dijken in zijn gebied. Dit dijkgraafschap zou een aantal eeuwen als leen bij de heren van Montfoort te liggen ,tot in 1648 de Staten van Utrecht dit op zich nam.

Het bestuur van een waterschap
Bij ontginningen kwamen de lasten voor het onderhoud van de afwatering bij de landeigenaren binnen deze polder. Het gerechtsbestuur vormde het polderbestuur, met vergaderingen van de landeigenaren over de besteding van het geld dat zij bijeenlegden (naar ratio van morgens land) en de personen die in hun opdracht de schouw zouden uitvoeren. De problemen ontstonden toen polders en gerechten qua grondgebied niet overeen kwamen. Dan moesten er vergaderingen komen van de grondeigenaren uit verschillende gerechten en kon het polderbestuur ook niet door slechts 1 gerecht gevormd worden. De uitkomst was een samenwerkingsverband op waterstaatsgebied. Dit aparte bestuur vormde het waterschap. Het eerste waterschap wordt in 1255 ingesteld door Graaf Willem II van Holland: het Hoogheemraadschap van Rijnland. In de regio van de Stichtse Rijnlanden gaat het om het uitwateringsgemeenschap Willige, Langerak en Cabauw.

Onderdeel van de activiteiten van deze waterschappen zijn de al genoemde schouw, het onderhoud van het afwateringssysteem en bijvoorbeeld de aanschaf en het onderhoud van een molen. Het onderhoud van de dijken blijft de verantwoordelijkheid van de eigenaren van aangrenzende gronden.

Rijkswaterstaat en Provinciale Staten

Dit systeem van samenwerking op waterstaatsgebied blijft zo functioneren tot de grondwetten van 1814 en 1815. In deze grondwetten worden de verantwoordelijkheden met betrekking tot waterstaatswerken verdeeld over de verschillende overheden en komt er een hiërarchische indeling van het toezicht. Aan het hoofd staat de vorst, de geboorte van Rijkswaterstaat.

De grondwetsherziening van 1848 legt het toezicht en de regelingsbevoegdheid bij de Provinciale Staten. Deze krijgen het recht waterschappen te verenigen, op te heffen of te stichten. De hervormingen door de Provinciale Staten hadden tot doel het waterschapsbestuur als zelfstandig bestuur te vestigen, de taken van het waterschap duidelijk te scheiden van de gemeenten, de invloed van ingelanden op beleid en bestuur te verzekeren en een goed financieel beheer te waarborgen. Het toezicht kwam bij de Provinciale Staten te liggen, in plaats van bij de vorst. In praktische zin veranderde er weinig ten opzichte van de eeuwen daarvoor, het was een samenwerking van grondbezitters die vrij conservatief waren in hun bestuur en praktijk.

In 1856 wordt het Algemeen Reglement ingevoerd dat zorgt voor hoofdlijnen qua organisatiestructuur gericht op de samenstelling van het bestuur. Het stemrecht bleef een getrapt stemrecht waarbij de omvang van het grondbezit leidend was voor de invloed van de stem. Hoe meer grond, hoe meer invloed. Het ging hierbij alleen om grondeigenaren, pachters hadden hierin geen stem. Pas in 1992 krijgen die de mogelijkheid zich als eigen categorie van belanghebbenden in het waterschap te kunnen doen vertegenwoordigen.

Unie van Waterschappen
In 1927 gaan de verschillende waterschappen een samenwerkingsverband aan in de Unie van Waterschappen.

Nieuwe taken

In 1955 wordt er een taakomschrijving toegevoegd aan het Algemeen Reglement, die pas in 1987 de toevoeging krijgt van de waterkwaliteit. Pas op dat moment ging natuur, landschap, milieu en ecologie een rol spelen bij de waterschappen.

Wegenbeheer
Wegenbeheer was van oudsher ook onderdeel van de waterschappen.

Na de Tweede Wereldoorlog ontstond de behoefte deze verantwoordelijkheid te verschuiven richting de gemeente. In de jaren 60 van de vorige eeuw werd de 1/3e-regeling ingevoerd, de financiën voor het wegbeheer kwamen voor 1/3 uit het waterschap, 1/3 uit de gemeente en 1/3 uit het rijk.

Per 1 januari 1993 ligt het beheer van het wegennet bij de gemeente, tenzij het om provinciale wegen gaat (Provincie) of om autowegen/autosnelwegen (Rijk). Dat het wegenbeheer voorheen de verantwoordelijkheid was van het waterschap is nog zichtbaar in het feit dat Rijkswaterstaat nu die verantwoordelijkheid draagt voor de autowegen en autosnelwegen (de ‘rijkswegen’).

Waterschapsverkiezingen

Kandidaatstelling
In 1970 wordt de kandidaatstelling ingevoerd voor de heemraden. Voorheen werden de heemraden aangewezen bij een vergadering van de grondeigenaren. Vanaf 1970 vindt er een kandidaatstelling plaats met een verkiezing door de ingelanden. In 1984 wordt het Algemeen reglement gewijzigd en komt er ook een Kiesreglement. Hierdoor wordt het heemraadschap geen levenslange toewijzing meer maar een 4 jarig lidmaatschap van het Algemeen bestuur en kiest het algemeen bestuur het Dagelijks bestuur. Ook het getrapte stemrecht wordt vervangen door een enkelvoudig stemrecht en komt er een open kandidaatstelling.

Waterschapswet
In de jaren 90 gaan vele kleinere waterschappen een fusie aan waarbij  stroomgebieden leidend zijn. In 1992 gaat de waterschapswet in werking. Deze wet bepaalt dat iedere ingezetene van Nederland waterstaatszorg nodig heeft, hierover zeggenschap heeft en er aan meebetaald. Sindsdien zijn het niet de landeigenaren die het waterschap financieren, maar alle inwoners van Nederland. En die zeggenschap bepaalt dat ook alle inwoners van Nederland het beleid mogen bepalen middels verkiezingen. In 2008 zijn de laatste verkiezingen voor de waterschappen geweest, toen is het lijstensysteem ingesteld waarbij partijen hun intrede deden in de waterschapspolitiek.

Stemmen
Om de opkomst bij de verkiezingen iets op te vijzelen is in 2012 besloten nog te wachten met nieuwe verkiezingen tot de Provinciale Staten verkiezingen in 2015. En dat is het vandaag! Neem uw stempassen en legitimatie mee en wandel even binnen bij het dichtstbijzijnde stemlokaal in uw eigen provincie, zodat u uw stem uit kunt brengen op een van de oudste bestuursorganen in Nederland.

Bronnen

Marijke Donkersloot – de Vrij ea, De Stichtse Rijnlanden. Geschiedenis van de zuidelijke Utrechtse waterschappen (Utrecht 1993).

waterschappen.nl

Schrijf je in voor TOEN!