|
Dichter versus Pooier |
|
Rimbaud was in 1876 door zijn ruzie van drie jaar eerder met de dichter Verlaine uit de gratie geraakt in literaire kringen. Hij was op zoek naar avontuur en wilde naar het Verre Oosten. Daarom had hij zich aangemeld bij het Koninklijk Nederlandsch-Indisch leger (KNIL) voor een opleiding in het Koloniaal Werfdepot van Harderwijk. Het KNIL had nieuwe rekruten nodig om te vechten in de opstandige provincie Atjeh. Daarvoor werden ook buitenlanders aangeworven. Algemeen wordt aangenomen dat Rimbaud vanaf het moment dat hij in Harderwijk kwam, opgehouden is met dichten en avonturier werd. Na die tijd heeft hij immers niets meer geschreven dat van betekenis was. Begin 2009 wordt er in het Stadsmuseum van Harderwijk een muurplaquette met webcam erin geplaatst ter ere van Rimbaud’s verblijf in de Gelderse plaats. Harderwijk zal daarmee de eerste niet-Franse plaats zijn die een gedenkteken aan Rimbaud wijdt. Later zullen dezelfde Rimbaud-dozen ook geplaatst worden in Parijs, Marseille, Brussel, Charleroi, Stuttgart, Londen, Nicosia, Djibouti, Harar en Aden. Allemaal steden waar Rimbaud gewoond of gewerkt heeft in zijn korte leven. Rimbaud werd immers slechts 37 jaar. Hij stierf door een tumor aan zijn been. Het Koloniaal Werfdepot-gebouw aan de Smeepoortstraat, bestaat nog steeds. Tegenwoordig bevinden er zich luxe appartementen in. Onbevoegden mogen niet op de binnenplaats komen, maar niemand die er echt op let. Het geheel ziet er nog steeds zo uit als vroeger. Op de buitenpoort staat: ik ging op weg, A. Rimbaud De achterkant van het Koloniaal Werfdepot biedt uitzicht op het Veluwemeer, in Rimbaud’s tijd nog de Zuiderzee geheten. Men zou denken dat hij hier vandaan per boot vertrok naar het Verre Oosten, maar dat is niet waar. Van 18 mei tot 10 juni 1876 verbleef Rimbaud in het werfdepot waarna hij ingescheept werd in den Helder voor de reis naar Nederlansch-Indië. In Harderwijk werden de nieuwe rekruten alleen gereed gemaakt voor vertrek. De soldaten kregen zwemles en hen werd uitgelegd hoe wapens werkten en de nodige hygiënevoorschriften bijgebracht. De echte militaire training zou pas op Java plaatsvinden. Voordat Rimbaud naar Den Helder ging, had hij in Harderwijk nog een aanvaring met een pooier. Rimbaud werd bedreigd door een souteneur met de naam Rotte Pietje, maar werd succesvol uit de brand geholpen door een kerel met de bijnaam Louis Hangjas. Rimbaud vertrok op 10 juni 1876 definitief uit Harderwijk. Met het schip de Prins Van Oranje reisde hij naar de Oost om op Sumatra tegen sultans te vechten, zoals dat toen officieel heette. Rimbaud was niet de enige Fransman die dat jaar als huurling in Atjeh ging vechten. In totaal waren er in die provincie in 1876 zo’n 1100 Franse rekruten actief als KNIL-soldaat. Het KNIL-avontuur van Rimbaud in Nederlands-Indië duurde echter niet lang. Het kostte een maand voor hij in Indië aankwam. Nog een maand later besloot hij te deserteren nadat hij de begrafenis van een van zijn collega’s had bijgewoond. Rimbaud zwierf nog enige tijd door het Verre Oosten om enkele maanden later weer op te duiken in Europa. In de boeken van het KNIL staat dat hij op 15 augustus 1876 als vermist werd geregistreerd. Harderwijk zou hij nooit meer terugzien. Meer artikelen door Paul Prillevitz:
|
|
|
|
|
| |