Paleis voor de doden : hunebedden, dolmens en menhirs

In Een Paleis voor de doden prikt Herman Clerinx mythen door die megalithische monumenten van West-Europa, zoals Stonehenge en de hunebedden, omringen.

 

Nadat hij 350 pagina’s over megalithische monumenten heeft geschreven, is Herman Clerinx de eerste die eerlijk toegeeft dat hij niet het laatste woord heeft over de stenen bouwwerken: “Ondanks al de mogelijke verklaringen, hypotheses en speculaties die we de voorbije hoofdstukken de revue lieten passeren, hebben we het laatste woord over de monumenten zeker niet gezegd. Onzekerheid blijft het trefwoord.”

Megalithische bouwwoede

Archeologie blijft nu eenmaal een wetenschap waar geen formules gelden, maar hypothesen elkaar opvolgen. Dat laat onverlet dat er veel wel met zekerheid te zeggen valt.  Bijvoorbeeld dat er in het verleden het nodige onzinnige is beweerd over de stenen bouwwerken. Dat er geen reuzen aan het werk zijn geweest zoals in de zeventiende eeuw nog met droge ogen kon worden beweerd, dat begrijpen we wel. Dat de stenen bouwsels ook geen primitief aftreksel waren van de Egyptische piramiden en ook niet het werk van de Kelten was, werd onomstotelijk bewezen door nieuwe dateringstechnieken in de tweede helft van de twintigste eeuw, maar wordt niettemin nog vaak genoeg herhaald. Zowel de piramiden (uit de derde eeuw voor Chr.) als de Kelten (die verschijnen vanaf 800 v. Chr. op het wereldtoneel) zijn van jongere datum. “De bloei van de megalithische bouwwoede vond in West-Europa plaats tussen grofweg 4000-3500 en 2500 v.C..”

Verzamelpunt en symbool

In heldere woorden ontkracht Clerinx mythen en beschrijft hij wetenswaardigheden over de bouwwerken en de bouwers. Een interessante passage is die waarin hij een theorie beschrijft over de levenswijze van de bouwers:

“Het valt echter op dat veel megalithische monumenten staan in regio’s die minder geschikt zijn voor akkerbouw, maar vooral voor grasland en veeteelt werden gebruikt. […] Voorbeelden van zulke regio’s zijn de grazige kalklanden in Wiltshire waar we niet toevallig Stonehenge en Avebury aantreffen, het zandige heuvelland van Drenthe, het gebied rond Asturië in Spanje, de Calestienne met Wéris in België, de Midi in Frankrijk. […] Gedurende enkele maanden hebben veehouders veel werk […]. Maar in andere periodes kunnen ze het een tikkeltje rustiger aan doen en vinden ze tijd voor andere activiteiten, zoals het deelnemen aan een festival. Of zoals het samen rechtop zetten van een groots monument, dat meteen kan dienen als verzamelpunt en symbool van hun gemeenschap.”

Leesboek en reisgids

Herman Clerinx schrijft aangenaam. Ook doordat de paragrafen kort zijn gehouden en gescheiden zijn door koppen is de tekst zeer toegankelijk. Bijna 150 pagina’s zijn gewijd aan de megalieten in de Benelux, ondanks dat dit  “slechts een afkooksel van de grootse bouwwerken” elders in Europa zijn.  Dit gedeelte kan, mede door de kaarten en kaderteksten met coördinaten, dienen als reisgids.

Een paleis voor de doden laat zien dat de neolithische Europeanen iets groots en tijdloos hebben gepresteerd. Hiervoor verdienen zij alle glorie en niet de reuzen, Egyptenaren of Kelten.

Herman Clerinx,

Een paleis voor de doden, Over hunebedden, dolmens en menhirs

(Amsterdam 2017)

ISBN 978 90 253 0710 3, € 24,99. 352 p.

Uitgeverij Athenaeum

 

Leon Mijderwijk

Leon Mijderwijk (1975) studeerde voor Leraar Geschiedenis 2e graads aan de HU en deeltijd Geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht. Zijn aandacht gaat uit naar de vroege middeleeuwen, in het bijzonder van Engeland. Hij schreef artikelen en recensies voor Westerheem, Archeologie Magazine, So British & Irish, Muntkoerier en Filatelie. Leon is redactiemedewerker van het Detectormagazine en Historiën-redacteur. Hij onderhoudt contact met diverse uitgeverijen, archeologen en historici.

More Posts

Schrijf je in voor TOEN!