Geschiedenis van de kleipijp

Nederland maakte kennis met het roken van tabak in de zestiende eeuw. In de zeventiende eeuw stortten vele bedrijfjes zich op de fabricage van de kleipijp. Over de hele wereld worden resten van Hollandse pijpen gevonden. 
Nederland maakte kennis met het roken van tabak in de zestiende eeuw. Dat het aansloeg is een feit. Vele schilderijen van de Hollandse meesters tonen tevreden rokers.  In de zeventiende eeuw stortten vele bedrijfjes zich op de fabricage van de kleipijp. De afzet bleef niet lang beperkt tot de regionale markt. Over de hele wereld worden resten van Hollandse pijpen gevonden.
De vraag is waarom we zoveel resten aantreffen van pijpen? De pijp -gemaakt van een speciaal soort klei, de zogenaamde pijpaarde- is een gebruiksvoorwerp met een grote breekbaarheidsfactor, zowel bij productie als bij gebruik. Achteloos werden de afgedankte modellen weggegooid en zijn terug te vinden in het bodemarchief.
 

Archeologie

Het nut van de kleipijp als archeologisch materiaal werd in de negentiende eeuw al ingezien. Professioneel werd de interesse pas in de tweede helft van de twintigste eeuw. Vele publicaties volgden en in menig archeologisch rapport is er ruimte overgelaten voor de pijp. Dit om drie redenen.
Ten eerste om de vondst zelf. De pijp is over het algemeen een knap stukje werk en vorm en/of illustratie zijn het bekijken waard.
Ten tweede kan de vondst iets vertellen over de plaats van afkomst van het kleipijpenafval. Een duidelijk voorbeeld hiervan is de Nieuwehaven in Gouda, waar in 1995 opgravingen zijn verricht. De vondsten uit de voormalige gracht bevestigen de historische betekenis van de vindplaats. Aan het water waren niet alleen vele pijpenmakers actief, maar tevens werd vanaf 1668 een heuse pijpenmarkt gehouden. Andere vondsten zoals gereedschap, pijpewroeters en tabaksdozen kunnen ook aanwijzingen zijn voor handel casu quo gebruik van de pijp.

Datering

De derde reden dat de kleipijp interessant is als vondst, is dat datering mogelijk is. “Mogelijk” is het goede woord. Het is namelijk geen eenvoudige opgave om de pijp te dateren. Een jaartal op een pijp is sporadisch aanwezig, evenals een dateerbaar figuur, zoals de viering van een historisch evenement. En als deze erop staat, is dit vaak onbetrouwbaar: een model kon jaren meegaan. De meeste pijpen bieden ons alleen hun vorm, materiaal en merk als aanwijzing. Datering aan de hand van de vorm vraagt om een geoefend oog, waarbij gezegd kan worden dat de kleine kopjes de oudste zijn (tot ca. 1715).

Maten en soorten

Keus voor die maat was voor de handliggend. De tabak was duur en in een kleine pijp paste niet zoveel. In de tweede helft van de achttiende eeuw gaat men meerdere maten maken, datering op grond van grootte is dan afgelopen. Kenners van kleipijpen herkennen aan het vroege materiaal zelfs de productieplaats. Zo groot waren de regionale verschillen. Aan het eind van de zeventiende eeuw kwamen de standaardmodellen. Toen de tabak voor meerdere mensen betaalbaar werd, gingen ook de pijpenmakers hun productie verbreedden. De kwaliteit van de pijp bepaalde de prijs. De “fijne” kwaliteit stond voor een modieus model, een zorgvuldig afgewerkte pijp. De “grove” pijpen zijn ongepolijst (mat oppervlak).

De grove pijp is slecht te dateren, want niet alleen ontbrak een modegevoeligheid, tevens werd er geen hielmerk geplaatst. De maker van de pijp was aan dit merk (initialen, cijfer of figuur) herkenbaar.

Gilden

De meeste pijpenmakers waren verenigd in gilden. Het gilde controleerde de kwaliteit van de pijp en ging na of het ‘huishoudelijk reglement’ werd nageleefd. Uit de gildenboeken zijn veel gegevens te halen. Onder andere welke merken wanneer en door wie werden gebruikt. Opgemerkt moet worden dat merken verkocht, verpand of geërfd konden worden. Merken konden dus in handen van verschillende personen komen en daardoor meerdere eeuwen trotseren.

Pijpenindustrie

Nog een ding maakt het dateren moeilijk. De pijpenmarkt was zeer divers. Steden kenden hun eigen makers en iedere maker had weer zijn merk. Studies die zijn verschenen zijn daarom veelal van regionale aard. Over de Goudse kleipijp, Gouda was immers het bolwerk van de pijpenindustrie, zijn honderden werken geschreven. Het is daarom raadzaam een zoektocht te starten in een boek over de Goudse pijpenmakers. Maar ook steden als Gorinchem en Utrecht hebben hun pijpenhistorie.

Pijpe tabacco

De kleipijp was niet weg te denken uit de cultuur van de zeventiende tot de negentiende eeuw. Hoewel munten en sieraden vaak meer tot de verbeelding spreken, speelde in het leven van de man of vrouw die na verlies tevergeefs naar duit of ring zocht “een pijpe tabacco” een grote rol.

 

Leon Mijderwijk

Leon Mijderwijk (1975) studeerde voor Leraar Geschiedenis 2e graads aan de HU en deeltijd Geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht. Zijn aandacht gaat uit naar de vroege middeleeuwen, in het bijzonder van Engeland. Hij schreef artikelen en recensies voor Westerheem, Archeologie Magazine, So British & Irish, Muntkoerier en Filatelie. Leon is redactiemedewerker van het Detectormagazine en Historiën-redacteur. Hij onderhoudt contact met diverse uitgeverijen, archeologen en historici.

More Posts

Geef een reactie

Historiën Twitter
Schrijf je in voor TOEN!