Schaatsen: een geschiedenis

Schaatsen. Nederlanders zijn er goed in en in Sotsji worden ongetwijfeld weer medailles gehaald. Maar hoe is het schaatsen eigenlijk ontstaan?
 

Volkscultuur

Iets is volkscultuur als het ineens heel belangrijk wordt en moeilijk uit te leggen is aan buitenlanders. Ook is iets volkscultuur als het breed gedragen wordt en zich niets aantrekt van hiërarchie of regionale verschillen. Schaatsen is een volksvermaak dat in zowat alle provincies leeft en iedereen -jong en oud, arm en rijk, aanspreekt.

Het oerschaatsen tot aan de zestiende eeuw

Schaatsen is afgeleid van de sneeuwschoen welke oorspronkelijk uit Noorwegen komt. In het begin gebruikte men lange smalle stroken hout met rendierhuid om op te schaatsen. Eigenlijk waren deze “schaatsen” beter geschikt voor sneeuw dan ijs. Voor het ijs gebruikte men later rendierbeenderen.

In het begin werden bij het schaatsen ook nog twee stokken gebruikt om zich mee af te zetten (net zoals de skistokken bij het langlaufen). Opvolger van de beenderschaats was de houten schaats (houtjes). Het bovenstuk van hout, de onderkant was van ijzer. Dit was trouwens een Nederlandse vinding, zoals wel vaker in de vernieuwing van de schaatssport.

De schaatspret werd gaandeweg ook volkspret. Een schildknaap van Filips de Goede hield in 1466 een dagboek bij en beschreef daar een schaatswedstrijd. Dit is het oudste verslag van een schaatswedstrijd, wat de schildknaap de allereerste sportverslaggever maakt.

De schaatscultuur was aan het einde van de middeleeuwen helemaal ingeburgerd. Iedereen schaatste; het was geen elitair gebeuren.

Hendrick_Avercamp_ IJsvermaak

Het schilderij IJsvermaak van Hendrick Avercamp. Bron: wikimedia Commons

De Opstand  en de Gouden Eeuw

De Spanjaarden waren gewend om tijdens de winter steden te belegeren omdat zij dan door de koude en het ijs makkelijker de steden konden binnenvallen. Zij hadden echter niet gerekend op de schaatskunsten van de Nederlanders die op deze wijze hun bevoorrading voort konden zetten. De Spanjaarden waren heel erg onder indruk van dit fenomeen. Alva gaf op een gegeven moment zelfs de opdracht om de Spaanse soldaten ook van schaatsen te voorzien, maar dit was niet zo’n groot succes.

Schaatsen brak nu ook door in de zestiende en zeventiende-eeuwse kunst. Schilders als Rembrandt en Hendrick Avercamp schilderden schaatsers in een natuurlijke houding. En er zijn ook veel schilderijen en tekeningen bewaard gebleven uit die tijd waar het winterlandschap en het schaatsen op afgebeeld werden. Dichters schreven ook over het schaatsen, dichters zoals Vondel, Hooft en vooral Bredero.

Achttiende en negentiende eeuw

In de achttiende eeuw kan met het begin van de Elfstedentocht vinden. Deze werd toen echter heel anders gereden zoals nu. De moderne Elfstedentocht hebben wij te danken aan sportlegende Pim Mulier. De schaats bleef tot ver in de negentiende eeuw het snelste vervoermiddel in Nederland.

Er werden vele wedstrijden gereden en deze werden vaak georganiseerd door kasteleins die een taveerne of herberg langs het water hadden. Zij kregen op wedstrijddagen een heleboel gasten en klanten en de zaken vaarden er zo wel bij.

Vrouwen

Wat opviel was dat vrouwen en mannen op het ijs gelijk waren. Dit in tegenstelling tot de verhoudingen in de ‘buitenwereld’. Vrouwenwedstrijden waren aan het begin van de 19de eeuw populair in Groningen en Friesland. Hier kwamen veel deelnemers en vooral ook toeschouwers op af. In 1809 kwamen er protesten over de kleding van de vrouwen, die zou te veel laten zien en dit zou onbeheersbare driften van stedelingen kunnen veroorzaken; op het platteland waren ze immers wel wat gewend.

Het bleek dat ze in Friesland sowieso nuchterder en minder calvinistisch waren dan in Holland want toen Aletta Jacobs in Amsterdam wilde schaatsen werd ze door veel mensen raar aangekeken, maar er gingen nu wel meer vrouwen in Holland schaatsen.

Spek en bonen

In de negentiende eeuw was het ook heel normaal dat er ‘voor spek en bonen’ gereden werd. Dit moet heel letterlijk genomen worden. Arme mensen reden voor levensmiddelen, brandstoffen of kledingstukken een wedstrijd. Deze wedstrijden zorgden voor veel vermaak onder de toeschouwers. Als men bijvoorbeeld kijkt naar een deelnemerslijst van zo’n wedstrijd in Leeuwarden op 21 januari 1893 zijn er veel bejaarden en mensen met meer dan 10 kinderen die mee doen. Later ging men ook beschaafdere wedstrijden rijden, waar jongeren voor armen en bejaarden reden (een soort sponsorwedstrijd). Met de wedstrijden was ook veel prijzengeld te verdienen en vaak werden vooraf ook al afspraken gemaakt tussen de schaatsers wie er die dag zou winnen. Dan werd de opbrengst gedeeld.

Eliteclubs

Met de opkomst van de moderne sport aan het einde van de negentiende eeuw verschenen ook de zogenaamde eliteclubs die zich afwendden van het volkse karakter van de schaatssport. In 1882 werd de Koninklijke Nederlandse Schaats Bond opgericht en tien jaar later werd de Internationale Schaatsunie (op initiatief van Pim Mulier) opgericht. De tegenstelling tussen de eliteclubs en de lokale clubs bleef lang bestaan.

Groot cultuuraspect

De schaats is misschien een groter cultuuraspect dan de fiets in Nederland. “Op het ijs is alles gemeen, wie geen meid heeft kiest er een”. Alle klassen vallen weg op het ijs, zelfs op plaatsen waar op zondag’s het zwembad dicht is is de schaatsbaan vaak wel open.

De strijd tegen water, de voorwaarde voor het bestaan van Nederland, het water de eeuwige vijand van Nederland maar als het water veranderd is in ijs is het minder gevaarlijk. Met het schaatsen viert Nederland een tijdelijke overwinning op het water.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schrijf je in voor TOEN!