Geschiedenis van Parijs

De geschiedenis van Parijs begint ongeveer rond 55 voor Christus toen de Romeinen het kleine eilandje Ile de la cite veroverden. De bijzondere historie van de ‘stad van de romantiek’.

Eiffeltoren

De Eiffeltoren in Parijs. Het symbool bij uitstek van de Franse hoofdstad. Bron: Flickr (rechtenvrij)

Natuurlijk woonden daarvoor ook al mensen, maar men zegt dat de geschiedenis begint waar de prehistorie eindigt. En de prehistorie in een bepaald gebied eindigt zodra het schrift gebruikt wordt in dat gebied. Dat ging geburen met de komst van de Romeinen. Maar laten we eerst de prehistorie in een notendop nemen.

De Parisii

Zo vroeg als 4500 voor Christus hebben er al mensen gewoond rond het Ile de la Cite. Archeologische opgravingen hebben kano’s opgeleverd uit die tijd. Toen was de Seine dus al een rivier waar flink op gevaren werd. In de derde eeuw voor Christus kwam een Keltische stam, de Parisii, naar het eiland toe en vestigde zich daar. Hieronder een munt die deze Kelten gebruikte. De huidige naam van de stad dankt men aan die stam, ten tijde van de Romeinen heette het gebied nog Lutetia zoals Asterix-lezers wellicht weten. Veel meer is er niet bekend over die stam totdat de stam dankzij de Romeinen in de geschiedenis komt (geschiedenis wil hier dus zeggen, van schriftloos naar schrift). Wat wij dan ook weten over de Parisii komt van de Romeinen:

Omdat de Parisii Kelten waren werden zij waarschijnlijk bestuurd door druïden, een eliteklasse die niet alleen over religieuze zaken gingen maar ook over rechtspraak en bestuur. In het begin waren de Romeinen erg onder de indruk van deze druïden, die over mysterieuze krachten zouden beschikken. Of zo’n druïde ooit een toverdrank heeft gemaakt is niet bekend. Later waren de Romeinen in ieder geval helemaal niet meer angstig voor deze mensen. Op het hiernaast staande fragment van een kaart uit 1705, welke gebaseerd is op de geschriften van onder anderen Julius Caesar, kun je zien hoe Parijs en omgeving er ongeveer uit zag in 52 voor Christus.

De Romeinen komen: De Gallische oorlog

In het jaar 52 voor Christus werden de Galliërs van Parijs verslagen door Labienus de luitenant van Julius Caesar. De Parisii vernietigen hierop hun eigen stad en alle bruggen die het eiland met het vasteland verbonden, om haar zo uit handen van de Romeinen te houden. Hierna volgde nog een felle strijd in het gebied wat tegenwoordig het Champ de Mars heet (toen dus al een oorlogsveld !). De Parisii werden verslagen: Lutetia en de rest van Gallië was in Romeinse handen. Vooral na de slag bij Alesia waarbij Vercingetorix verslagen werd en zijn wapens aan de voeten van Caesar neer gooide.

Alesia zoals het er vroeger uitgexien moet hebben. Bron: Flickr rechtenvrij)

De hoofdstraat van Alesia, zoals het ooit was. bron: Flickr rechtenvrij

 

Stedelijke ontwikkeling

De Romeinen zagen blijkbaar het strategisch en economisch nut van het Ile de la cité en bouwden hier een nieuwe stad en op de linkeroever van de Seine: het Quartier Latin (omdat hier door de eeuwen heen Latijn gesproken werd). Er kwam een stadsmuur, de bruggen werden herbouwd en er werd zelfs een arena gebouwd om het Gallo-Romeinse volk te vermaken met toneel, circus en gladiatoren-gevechten. Later werden hier ook christenen verbrand. Een theater en een badhuis ontbraken ook niet, evenmin het forum waar het centrum van handel en politiek leven was. Op het eiland verrees een tempel zo’n beetje op de plaats waar nu de Notre Dame kathedraal staat.

St.Denis

Het christendom bereikte Parijs in de derde eeuw na Christus . St.Denis werd door de paus naar Lutetia gestuurd om de mensen daar het christendom te brengen. Het verhaal gaat dat St.Denis lang in Lutetia leefde (hij werd wel 100 jaar !!!) maar hij werd in 261 door de Romeinen gearresteerd, in elkaar geslagen, verbrand, aan de leeuwen gevoerd en aan een kruis gehangen. Wonder boven wonder overleefde hij dit alles. Uiteindelijk werd hij op de Mont Martis onthoofd (nu Montmartre (naar martelaar)). Na zijn onthoofding zou St.Denis zijn hoofd hebben opgeraapt, weg gelopen zijn naar een dorpje ten noorden van Parijs en daar gestorven zijn. Nu staat de St.Denis basiliek daar. Of dit allemaal echt gebeurd is valt te betwijfelen maar dat St.Denis een markant figuur was moge duidelijk zijn.

Parijs bedreigd

Honderd jaar later was het christendom een geaccepteerd verschijnsel, vooral door het toedoen van keizer Constantijn. De gouverneur van Gallië in 357 was Julianus (een neef van Constantijn en vanaf 361 keizer van het Romeinse rijk) en hij was een zeer belezen man. Hij bleef de stad Lutetia noemen ondanks het feit dat de stad op papier sinds 212 Civitas Parisiorum heette naar de oorspronkelijke bewoners. In het jaar 285 was de stad reeds aangevallen door barbaren en in de brand gestoken, maar de Romeinen wisten er toch de macht te behouden totdat zij verslagen werden door de Franken. Maar eerst dreigde er ander gevaar vanuit het oosten: Attila de Hun (de gesel van God). Deze koerste recht op Parijs af. De bevolking van de stad was in paniek en wilde vluchten, ook de Romeinse bureaucratie was reeds naar het zuiden verplaatst. Een jonge vrouw genaamd Genevieve had de komst van de Hunnen reeds voorspeld maar riep de bevolking van Parijs nu op om met z’n allen te bidden want dan zou Atilla niet komen. Hier geschiedde het volgende wonder want Atilla kwam werkelijk niet. Genevieve werd later een heilige en stadspatroon, maar was tijdens haar leven al erg bezig met het christendom en de kerk.

De Franken: Merovingen

In 464 viel de Merovingische Childerik de stad binnen en hij gaf Genevieve toestemming een kerk voor St.Denis te bouwen. Zijn opvolger Clovis maakte van Parijs in 508 de officiele hoofdstad. Dezelfde Clovis schijnt door zijn christelijke vrouw en ook door Genevieve beinvloed geweest te zijn om zich te laten bekeren tot het christendom. Op de afbeelding hiernaast zie je zijn doop. Parijs bleef in deze vroege middeleeuwen een belangrijke stad, de voornaamste inwoners bleven de Gallo-Romeinen enhet Romeinse recht bleef lang gelden (tot de Franken de Salische wetten invoerden). Maar ondanks het feit dat Parijs de hoofdstad werd gemaakt van het Merovingische rijk bleef het een kleine rol spelen, de Merovingische vorsten trokken namelijk met hun hofhouding door hun rijk. De Merovingische vorsten staan vooral bekend om hun hofintriges, hun geschiedenis staat bol van de moorden en troonovernames. Dagobert (628) is een van de bekendste Franken, hij verhuisde zijn hof van Metz naar Parijs en is daar gebleven. Hij deed veel voor de kerk. Ondertussen zijn we in de middeleeuwen beland…..

De Karolingen

Tegen het einde van de zevende eeuw was het Merovingische geslacht in verval geraakt, de immer aanhoudende intriges en moorden speelden het geslacht parten. Ook het feit dat de koningen weinig deden zorgden ervoor dat ze de bijnaam rois faineants (niets-doen koningen) kregen. Hun hofmeiers (eerste ministers) waren feitelijk degenen die de macht in handen hadden en het meeste werk verzetten. In de 8ste eeuw dreigde er bijvoorbeeld gevaar vanuit het zuiden waar Moslims het Frankenland binnenvielen, tot aan Parijs zijn ze niet gekomen dankzij het ingrijpen van zo’n hofmeier: Karel Martel. Maar het zou zijn zoon, Pippijn, worden die de macht in handen zou nemen. Deze zette de Merovingische koning af en werd door de paus gekroond in de St.Denis basiliek in 754. Nu was de weg vrij voor de Karolingen om hun macht nog verder uit te breiden, Pippijn deed dit al maar zijn zoon: Karel de Grote (Charlemagne in het Frans en hier boven afgebeeld), deed nog veel meer en wist het rijk flink uit te breiden. Dit rijk stond later bekend als het Karolingische rijk (afgeleid van Karel). Maar Parijs bleef onbelangrijk op politiek gebied, het was op economische gebied wel erg belangrijk.

Parijs opnieuw bedreigd

In de 9de eeuw had de stad te kampen met de invallen van Vikingen, welke plunderden en roofden. Eerst kwamen zij op jaarlijkse strooptochten maar in de loop van de tijd gingen zij zich permanent aan de Seine vestigen om naar willekeur een plundertocht naar de stad te organiseren. Vooral in 885 was het verschrikkelijk. Na verloop van tijd assimileerden deze Noormannen en tegen de 11de eeuw hielden de plunderingen vanuit het noorden op.

Hugo Capet en de Capetingers

Na de dood van Karel de Grote werd het karolingische rijk in drieën gedeeld. Het westelijk rijk omvatte het huidige Vlaanderen, Frankrijk en een stuk van Spanje. Toen in 987 de laatste Karolingische koning van het West-Frankenrijk (of Francia) overleed was er geen opvolger en kwam Hugo Capet op de troon. Hij zou de eerste zijn van een nieuwe generatie koningen die over Francia zouden heersen: De Capetingers. Onder de Capetingers werd in 1163 begonnen aan de bouw van de Notre Dame .

 

Abélard en Héloise

Het verhaal van Abélard en Héloise is een klassiek gegeven. Abélard was de zoon van een rijke familie in Nantes die zijn fortuin opgaf voor de zoektocht naar kennis. Abélard trok naar Parijs waar hij wijsheid zocht en leerde. Hij werd omringd door groepen studenten die aan zijn lippen hingen. Hij was retorisch zeer bekwaam en kon mooi zingen. Héloise was het nichtje van de Canon van de Notre Dame, zij werd verliefd op Abélard en de twee werden geliefden. Zij bedreven de liefde en studeerden daarnaast. Toen de Canon van de Notre Dame, Fulbert, hier achter kwam dwong hij Abélard de stad te verlaten, dit deed hij maar nam Héloise mee (ondertussen zwanger). Zij beviel van hun zoon, Astrolabe. Ondertussen werd Fulbert overgehaald om bij te leggen met Abélard. Dit deed hij en gaf toestemming tot het (geheime) huwelijk tussen de twee en Abélard mocht lezingen blijven geven zolang het paar maar celibatair bleef. Maar dit deden zij niet en toen Fulbert hier achter kwam maakte hij het huwelijk alsnog bekend. Maar Héloise was ondertussen naar een nonnenklooster gegaan en ontkende dat er ooit een huwelijk was geweest. Fulbert werd woedend en liet Abélard castreren. Fulbert won er echter niets mee omdat hij hierna al zijn bezittingen kwijt raakte. Abélard vroeg Héloise om tot het klooster toe te treden en zelf ging hij ook naar het klooster. Ze waren nu uit elkaar maar bleven elkaar hartstochtelijke brieven schrijven, die nu wereldberoemd zijn geworden. Abélard schreef zijn meesterwerken Introductio ad Theologiam, Dialectica en Sic et non. Hij werd vaak uitgemaakt voor ketter en trok zich later ook terug. Toen hij stierf werd hij begraven en Héloise werd later bij hem gelegd. Het grafmonument is nu te zien in Pere Lachaise.

Filips-II-Augustus

Deze vorst versterkte Parijs en liet een muur om de stad bouwen waarvan sommige resten nu nog te zien zijn in het Quartier Latin en onder het Louvre. De muur werd gebouwd om de stad te beschermen tijdens de kruistocht die hij samen met Richard Leeuwenhart van Engeland ondernam. Hiernaast zie je de twee vorsten de sleutel van de stad Akko in ontvangst nemen. Toen Filips weer terug was werd de eerste universiteit van Parijs gebouwd (1200), vier jaar later werd het Louvre gebouwd, in eerste instantie als fort bedoeld. Ondanks de gezamenlijke kruistocht voerde Filips vaak oorlog tegen de Engelsen. Hierdoor veroverde hij grote stukken Engels gebied “terug” aan de westkust van Frankrijk. Hij doet dit zelfs zo extreem dat de Engelse koning Jan in 1215 de bijnaam Jan Zonder Land krijgt. Filips overleed in 1223.

Lodewijk de heilige

Lodewijk IX nam de troon over in 1226 en hij kreeg zijn bijnaam de Heilige niet omdat hij zo super vroom was maar omdat hij ontzettend vaak op kruistocht ging en omdat er na zijn dood in 1270, wonderen gebeurden rondom zijn stoffelijk overschot. In 1297 werd de koning heilig verklaard, geen geringe prestatie voor een koning. Tijdens zijn leven liet hij de Sainte Chapelle bouwen om de doornenkroon van Christus een huis te geven (tussen 1246-1249). Tijdens de regering van Lodewijk de Heilige stichtte Robert de Sorbon de Sorbonne universiteit in het Quartier Latin.

De Honderdjarige Oorlog

Filips de Schone die de Tempeliers nog hun schat had ontvreemd overleed in 1314 en zo was de laatste Capeting overleden en kwam het huis Valois op de troon in de vorm van de zoon van de broer van Filips de Schone: Filips VI. Dit werd niet door iedereen geaccepteerd. De Engelse koning lag wat de opvolging betreft veel dichter bij en de Engelse koning, Edward III, legde een claim op de Franse en wilde deze met geweld veroveren. Zo begon de Honderdjarige Oorlog, welke niet echt 100 jaar duurde (1337-1453).

De oorlog werd in de eerste fase vooral door de Franse verloren en gewonnen door de Engelsen. Deze hadden het land in handen en ook Parijs. Tijdens de Engelse overheersing kwamen de Parijzenaars geregeld in opstand. In de latere fase van de oorlog gingen de Fransen het beter doen in de oorlog en vooral onder de inspirerende leiding van Jeanne Jeanne d’Arc een boerenmeisje uit Orleans kwam Frankrijk uiteindelijk als winnaar uit de strijd. Jeanne werd echter door de Engelsen gevangen genomen en als heks verbrand.

Lodewijk XI en Frans I, de brengers van de Renaissance

In 1453 was de Honderdjarige oorlog tegen Engeland ten einde en kwamen ook de Middeleeuwen voor Frankrijk zo’n beetje ten einde. Parijs lag in puin als gevolg van die oorlog, maar koning Lodewijk XI zorgde weer voor welvaart en de kunst en architectuur vierde hoogtij. De Renaissance die in de 14de eeuw al in Florence was begonnen spreidde zich in de 16de eeuw ook over Frankrijk uit. Leonardo da Vinci, de Renaissance mens bij uitstek kwam op uitnodiging van Frans I, nog meer een Renaissance koning dan Lodewijk XI, naar Parijs en nam zijn Mona Lisa mee, welke nu nog steeds in het Louvre hangt. Ook werden er nu echte pogingen gedaan om de stad te verfraaien met symmetrische bouw en stedenbouwkundige planning. Ook het Louvre kwam gereed als (typisch Rennaissance-)paleis in 1559.

Reformatie

Het officiële begin van de Reformatie wordt meestal geplaatst op het moment dat Maarten Luther, in 1517, met zijn 95 stellingen de katholieke kerk uitdaagde. De Sorbonne uiniversiteit veroordeelde Luther’s ideeën en de verkoop van protestantse boeken werd verboden. Aan katholieke zijde stichtte Loyola de Gemeenschap van Jezus (ook bekend als de Jezuïeten). In 1534 ontdekten de Parijzenaars dat er door de hele stad heen protestantse propaganda was op gehangen. De hele stad hing vol met plakkaten waar de misbruik van de mis in stond. De mis was niet zoals de kerk deed geloven een echte aanwezigheid van Jezus maar juist iets symbolisch. De hostie was niet zijn vlees en de wijn niet zijn bloed. Het resultaat van deze plakkaten was overweldigend, de hele stad in rep en roer, men wilde de kerken plat branden en het Louvre plunderen. Het was het koele optreden van Frans I dat de rust terug bracht, hij stelde de Parijzenaars gerust door met ontbloot hoofd (uit eerbied) ter communie te gaan en daarna alle ketters te veroordelen. Het katholieke geloof leek gered maar toen Calvijn in 1536 begon te publiceren brak de Reformatie pas goed los.

De Sorbonne als bastion en de ketters

De Sorbonne fungeerde in Parijs als het bastion van religieuze orthodoxie. Alles wat afweek van de leer, die op de Sorbonne gehanteerd werd, was per definitie ketters. De Sorbonne bleef contnu de werken van Luther aanvallen en ook de Engelse koning Hendrik VIII (die brak met de katholieke kerk om zo te kunnen scheiden van zijn vrouw) moest het ontgelden. Terwijl een “normale” misdadiger een compleet scala aan straffen had zoals martelen, hangen, vierendelen en levend verbranden, werden ketters vrijwel altijd op de brandstapel verbrand. Soms kwamen zij er vanaf met verbanning, maar na het zogenaamde “incident met de plakkaten” werden ketters harder aangepakt. Vooral op de Place de Grève vonden vele ketters de afschuwelijke dood door verbranding.

De godsdienstoorlogen

Halverwege de 16de eeuw waren er al een heleboel protestanten in Frankrijk (bijna 5% van de totale bevolking). Hendrik II (Frans I stierf in 1547) besloot de “ketters” te onderdrukken. Hendrik II kwam echter om bij een toernooi en nu barstte er in Frankrijk een godsdienstoorlog uit onder het mom van een troonstrijd. De opvolgers van Hendrik II blijken zwak en ongschikt voor de taak te zijn. Frans II is zestien jaar als hij opvolgt en sterft binnen anderhalf jaar, Karel IX volgt op, amper tien jaar oud. Zijn moeder Catherina de Médicis is regentes, zij heeft een grote invloed op haar zonen.

Er was een tweestrijd gaande tussen het leger van de Condé en de Guise (katholiek en koningsgezind) en Bourbon en de Coligny (protestants). Catherina probeert de burgeroorlog te beëindigen maar dit lukt niet. Als de katholieken weer gewonnen hebben en de protestanten een vrede willen aanbieden komen de radicale katholieken weer in opstand. Ondertussen dreigt er ook nog gevaar vanuit het buitenland (Engeland en ook Spanje).

De Bartholomeusnacht was een extreem hoogtepunt in deze strijd. Men denkt dat Karel IX (waarschijnlijk op aandringen van zijn moeder) een massaslachting onder de protestanten, waarbij de Coligny om het leven kwam, heeft bevolen. In ieder geval kostte deze nacht 3000 mensen het leven in Parijs en 8000 in andere steden. Tijdens deze nacht wist een belangrijke protestantse leider te ontsnappen, zijn naam was Hendrik van Navarra, de latere Hendrik IV. Hij was in Parijs aanwezig ter gelegenheid van zijn huwelijk met Margaretha van Valois (de dochter van de koning). Hij had gehoopt door middel van dit huwelijk een vrede tussen katholieken en protestanten te bewerkstelligen, de nacht pakte alleen iets anders uit….

Karel IX snijdt zich vlak hierna aan de pagina’s van een boek welke zijn moeder had ingesmeerd met vergif (om een tegenstander te vermoorden) en na zijn, snelle en pijnlijke, dood kwam Hendrik III op de troon waarna de eindfase van de strijd in zicht kwam waarbij het alleen nog ging om de “drie Hendrikken”: Hendrik III de koning, Hendrik de Guise de leider van de katholieke Liga en Hendrik van Navarra (nu de leider van de protestanten). Hendrik van Navarra is ondertussen de enige troonopvolger geworden (door zijn huwelijk met Margaretha) en dit maakt de katholieke Liga nog feller. Hendrik III wil nu de leiders van de Liga uit de weg ruimen. Hij laat de Guise vermoorden maar nu wordt de Liga een veel ernstigere bedreiging. Hendrik III zag zich nu genoodzaakt om de hulp van Hendrik van Navarra in te roepen, even later wordt de koning door een Ligalid vermoord uit wraak.

Hendrik IV

In 1589 bestijgt Hendrik IV de troon. Het gekke was dat hij protestants was terwijl het merendeel van het land katholiek was. Hij had nog een hoop problemen. De katholieke Liga nam het nog steeds tegen hem op en ook miste hij de steun van Parijs die geen protestantse koning wilde hebben. In 1593 zwoer hij het protestantisme af en vlak daarna wordt hij toegelaten tot Parijs. “Paris vaut bien une messe” (Parijs is mij wel een mis waard) zou hij gezegd hebben. Hij bleef ijveren voor tolerantie voor protestanten en liet het Edict van Nantes uitvaardigen.

Hij heeft veel voor de stad gedaaan, het Hotel Dieu, Arsenal en Louvre liet hij grondig verbouwen (het Grote Plan voor het Louvre is van hem afkomstig). Ook liet hij de, onder zijn voorgangers al begonnen bouw van de, Pont Neuf door gaan. De Pont Neuf werd de eerste brug zonder huizen er op en is nu de oudste brug van Parijs. Een ruiterstandbeeld van deze koning staat midden op de brug. Hendrik IV scheidde in 1600 van Margaretha en trouwde met Maria de Medici. Zij was degene die haar man verzocht iets te doen aan de staat van het Louvre.

Het schijnt dat het Louvre zo verpauperd en verwaarloosd was dat er wilde dieren in rondliepen en vreemde mensen in elke hoek te vinden waren. Hendrik IV liet het Louvre helemal opknappen en liet de Grand Galerie er aan toevoegen. Nadat hij al vele moordaanslagen had overleefd werd Hendrik IV in 1610 vermoord door Ravaillac, een katholieke geloofsfanaat. Hij was in de koninklijke koets gesprongen en had de koning drie keer gestoken met een mes

Richelieu

Na de dood van Hendrik IV in 1610 namen kardinaal Richelieu en Maria de Medici (de vrouw van Hendrik IV en moeder van de jonge Lodewijk XIII) het regentschap op zich. Maar het was vooral Richelieu die de touwtjes in handen had en een succesvolle diplomatie bedreef in het buitenland. Richelieu had drie punten op zijn programma staan: de macht van de Hugenoten verminderen, de macht van de adel verminderen en de macht van de koning vergroten. Een van de belangrijkste successen van Richelieu was het afnemen van de versterkte bolwerken die de Hugenoten van Hendrik IV gekregen hadden. Dit was een gevaar voor de staat en moest daarom aangepakt worden. De adel die probeerde hun macht te vergroten (dit gebeurde altijd als een koning nog minderjarig was) door Richelieu uit te schakelen zagen zich voor een zware taak. Richelieu wist de macht van de staat (en dus de koning) aanzienlijk te vergroten en Lodewijk XIII was (toen hij ondertussen meerderjarig was geworden) hem dan ook erg dankbaar.

Lodewijk XIII en Maria de Medici

Toen zijn moeder, Maria de Medici, hem had proberen te overtuigen om Richelieu uit de weg te ruimen en zelf de volledige macht te nemen had Lodewijk XIII toegestemd, maar zodra hij terug was aan het hof liet hij zijn moeder arresteren en verbannen. Hij had blijkbaar toch doorgehad dat het zijn moeder was die dan de macht over zou nemen. Richelieu wist moeder en zoon later toch weer te verzoenen maar het bleef een kille relatie. In deze periode kwamen vele imposante bouwwerken tot stand in en rondom de stad Parijs, De Tuilerieen kwamen gereed (1624), een paleis in het midden van Parijs, waar nu slechts de tuinen van over gebleven zijn. Het Palais Royal (1629) werd gebouwd onder het bewind van Richelieu. Lodewijk XIII had samen met zijn vrouw Anna van Oostenrijk, waarmee hij op elfjarige leeftijd mee was getrouwd, pas laat een kind gekregen, de latere Lodewijk XIV. Als Lodewijk XIII dan ook in 1643 overlijdt nemen kardinaal Mazarin en Maria de Medici het regentschap op zich totdat Lodewijk XIV oud genoeg is.

Lodewijk XIV

De hele periode van het regentschap had Frankrijk te maken met opnieuw een opstandige adel (de Fronde) maar vanaf het moment dat Lodewijk XIV de absolute heerser werd in 1661 brak een nieuw “tijdperk” aan, de macht werd enorm versterkt, nog meer werd er gedaan aan uiterlijk vertoon en nog meer imposante bouwwerken kwamen van de grond waarvan Versailles het mooiste voorbeeld is. Zijn minister van financien Colbert zorgde voor een streng im- en export beleid.

Frankrijk moest zoveel mogelijk zelf doen en zo min mogelijk afhankelijk zijn van de import maar wel zoveel mogelijk exporteren. In de tijd van Colbert kwamen ook de moderne invoertarieven en douane systemen van de grond. In 1667 werd het Louvre verbouwd en in 1670 wordt de Dome des Invalides gebouwd, een plaats waar de oorlogsveteranen, de invaliden van de oorlogen konden wonen, dit complex is tot de dag van vandaag in gebruik geweest. Ook werd de Notre Dame opgeknapt. In 1682 verhuist het hof naar Versailles waar het tot de Franse Revolutie (1789) zou blijven.

De eeuw van Lodewijk XIV wordt over het algemeen dus gekenmerkt door de grote pracht en praal, hij werd dan ook niet voor niets de “Zonnekoning genoemd” (Roi Soleil) Onder zijn bewind verezen talloze bouwwerken. Er was ook een schaduwkant aan dit tijdperk, door de enorme pracht en praal namen de kosten van het koningshuis enorm toe en liepen de schulden inhet buitenland enorm op waardoor de monarchie na de dood van Lodewijk XIV zo goed als bankroet was. In 1614 was de laatste Staten Vergadering geweest en vanaf toen heeft deze niet meer vergaderd tot 1789, de koning was dus alleenheerser geworden. Ook werd Frankrijk tijdens Lodewijks beleid geteisterd door slechte oogsten en hongersnoden. Ook de vele oorlogen die Lodewijk XIV voerde waren niet al te gunstig voor de Franse bevolking en schatkist. Hij stierf in 1715. Tijdens de Verlichting groeide de stad enorm en was Parijs een van de belangrijkste centra van nieuwe ideeen en wetenschappelijke revolutie. Rousseau en Voltaire waren beiden actief in Parijs. het plein dat nu bekend staat als de Place de la concorde werd gemaakt in de jaren 60 van de 18de eeuw.

Franse Revolutie – Voorspel

De adel en de elite waren na de Renaissance en de Verlichting in de moderne tijd aangekomen maar het gewone volk was echter in de Middeleeuwen blijven hangen. Er was veel honger en armoede en de toenemende prijzen, samen met de toegenomen invloed van de publieke opinie, gaven het volk de zet om in opstand te komen tegen de Franse koning Lodewijk XVI. De opstand veranderde in een revolutie toen bleek dat vele dingen die veranderd waren niet meer teruggedraaid werden.

De bestorming van de Bastille

Het begon allemaal op 14 juli 1789 met de bestorming van de Bastille, de gevangenis die sinds de Middeleeuwen gebruikt werd om de vijanden van de monarchie in op te sluiten en voor het gewone volk een beetje het symbool van de onderdrukking was geworden, de gevangenen die er waren (dat waren er toevallig niet veel) werden bevrijd en de Bastille werd afgebroken. De Staten Generaal werd opgeheven en men richtte de Nationale Volksvergadering op waarin bepaald werd dat het feodalisme opgeheven werd.

Feodalisme was een Middeleeuwse oplossing voor de enorme chaos die er na de van vanhet Romeinse Rijk was ontstaan, het zorgde voor een orde en een hierarchie, er waren leenheren en leenmannen, de laatsten in een afhankelijkheidsrelatie t.o.v. de leenheer. Boeren waren niet vrij in het feodalisme maar waren gebonden aan het land waar zij op werkten, een gedeelte van hun opbrengst verdween in de zak van de heer en de rest was net genoeg om in leven te blijven, dit systeem werd nu dus officieel opgeheven, men kondigde de Verklaring van de rechten van de mens en van de burger af. Hierin kwamen de rechten naar voren die een mens altijd heeft gehad en die niet door een ander mens (de koning en/of staat) afgenomen kon worden. Zoals recht op vrije meningsuiting, recht op vrijheid, recht op zelfontplooiing enzovoort.

De Terreur

Na de zogenaamde liberale fase brak de Terreur (1792) aan en werden al gauw verdachten vermoord. De revolutie vrat haar eigen kinderen op zoals dat heet. De Tuilierieen werden ingenomen en Lodewijk XVI werd na een mislukte ontsnappingspoging, naar Varennes, door middel van de guillotine onthoofd (afbeelding rechts en hieronder), zijn vrouw, Marie Antoinette, volgde ook. In een zeer korte tijd werden er 60.000 mensen vermoord, allemaal mensen die volgens de radicalen verdachte personen waren. Op een gegeven moment werden zelfs de leiders van de radicalen het slachtoffer van deze terreur. Kerken werden gesloten, waaronder ook de pas gebouwde Madeleine en het christelijke geloof werd verboden. Men begon met een nieuwe jaartelling omdat men wilde breken met het oude, er was geen verleden meer wilde ze geloven, een idee wat natuurlijk in de praktijk niet werkte omdat mensen dagelijk met het verleden worden geconfronteerd. De Franse Revolutie heeft een enorme impact gehad op de geschiedenis van Europa en daarbuiten. Het Franse volkslied, dat het lijflied was van de revolutionairen is nu het volkslied van Frankrijk: La Marseillaise. De radicale fase liep na ongeveer een jaar ten einde: Robespierre kwam zelf ook onder de guillotine. In de rust die volgde nam een jonge generaal zijn kansen waar en greep de macht toen het er op leek dat de onrust weer zou toenemen door de instabiele regering, zijn naam was Napoleon Bonaparte.

Napoleon

Hij vestigde zich als Consul in de Tuilerieën en in 1804 kroonde hij zichzelf tot keizer (afbeelding rechts) in de Notre Dame. Napoleon verzoende zich met de kerk en gaf het volk weer vertrouwen, hij voerde administratieve systemen in en ook een onderwijsstelsel. Ook in Parijs veranderde hij veel, hij liet ook imposante bouwwerken bouwen zoals de Arc de Triomphe en de Arc du Triomphe Carrousel. Napoleon voerde voortdurend oorlog en had een groot gedeelte van Europa waaronder ook de Nederlanden in zijn greep. Maar aan het begin van de 19de eeuw was zijn macht tanende. Na het Russische debacle en de inval van Pruisische, Oostenrijkse en Russische troepen in Parijs treedt hij in 1814 af en werd verbannen naar Elba. In 1815 komt hij terug en in de volgende 100 dagen laat hij nog een maal zijn volle sterkte zien met het Franse volk achter hem. Bij Waterloo wordt hij echter verslagen en verbannen naar St.Helena waar hij in 1821 sterft. In Frankrijk werd de Franse monarchie weer hersteld en een familielid van Lodewijk XVI werd koning (Lodewijk XVIII)

De Juli-revolutie van 1830, de “burger koning”

In juli 1830 breekt opnieuw een revolutie uit in Parijs, dit keer omdat koning Karel X de macht meer naar zich zelf probeerde te halen en de pers een censuur oplegde. Drie dagen is de stad Parijs het toneel van barricades en rellen, maar het leger durft niet in te grijpen. Karel X kiest eieren voor zijn geld en vlucht naar Engeland. Er volgde een wisseling van de macht, waarbij de held van de Revolutie tijd, Lafayette, een nieuwe koning naar voren schuift: Louis-Phillippe uit het Orleans geslacht. Het schilderij hiernaast is van de hand van Delacroix (Vrijheid leidt het volk) en stelt de Juli-Revolutie van 1830 voor.

De monarchie bleef dus overeind en omdat deze koning zich in burgerkleren kleedde en het liefst met een paraplu liep, kreeg hij hierdoor de bijnaam “burgerkoning”.

In 1831 verscheen de Klokkenluider van de Notre Dame van Victor Hugo (foto links) en in 1840 werd Napoleons lichaam van St.Helena overgebracht naar Parijs waar het in Les Invalides geplaatst werd in een tombe. De eerste spoorweg stamt ook uit deze periode.

De Februari-revolutie van 1848

Louis-Phillipe begon goed maar hij zou niet lang koning blijven. Ook hij onderdrukte bepaalde republikeinse organisaties en kranten en nadat het land door een crisis met Pruisen gegaan is (de Rijncrisis) welke nog net niet tot oorlog leidde, de armoede en werkloosheid gestegen zijn. De roep om hervormingen wordt halverwege de jaren ’40 steeds luider. Door de steeds strengere maatregelen tegen publikaties neemt de oppositie zijn toevlucht tot het houden van banketten waar de kritiek vrij geuit wordt. Als ook deze banketten in februari 1848 verboden worden vliegt de vlam in de pan en breken er net zoals in 1830 drie dagen lang rellen uit in de hoofdstad. Er worden barricades opgeworpen en Louis-Phillippe, achttien jaar eerder binnen gehaald als held, vlucht naar Engeland. De geschiedenis herhaalt zich alleen nu wordt de tweede republiek uitgeroepen.

De Tweede Republiek

Wat nu volgt is een instabiele periode, de tweede republiek begint met een tijdelijke regering waarbij men het gooit op een sociaal-experiment. Onder leiding van de socialist Louis Blanc worden er allerlei maatregelen genomen om de omstandigheden van de arbeiders en het volk te verbeteren. Er komen staatswerkplaatsen, de zogenaamde ateliers om iedereen aan het werk te helpen en tegelijkertijd als een soort vakbond te functioneren. Maar het gaat allemaal te langzaam in de ogen van het volk en het volk wordt weer roerig. Bij de eerste verkiezingen in april 1848 winnen niet de socialisten maar juist de bourgeoisie en notabelen. Dit zorgt voor onrust in het linkse kamp, die nu doormiddel van een staatsgreep toch de ingeslagen weg wil blijven volgen. In juni komt het tot een grote climax komt als het leger in grijpt om de linkse opstand neer te slaan. Het resultaat is 4000 tot 5000 doden in de straten van Parijs. De rust is echter terug gekeerd en men werkt hard aan de grondwet en men roept verkiezingen uit voor de eerste president van de nieuwe republiek. Er dienen zich drie kandidaten aan: Cavaignac (de man die verantwoordelijk was voor het ingrijpen van het leger), Ledru-Rollin (lid van de eerste voorlopige linkse regering), Raspail, Lamartine en een zekere Lodewijk Napoleon Bonaparte.

Lodewijk Napoleon Bonaparte en het Tweede Keizerrijk

Het gaat hier om de neef van Napoleon I. Hij wint de verkiezingen zonder problemen en wordt de eerste president van de Tweede Republiek. Maar dit is nog niet alles, langzamerhand schuift hij alle macht naar zich toe en roept zich in 1851 uit als keizer van het Tweede Franse Keizerrijk. Het volk vindt het schitterend en voor vele mensen herleeft de tijd van het Eerste keizerrijk. Lodewijk Napoleon Bonaparte heet vanaf nu Napoleon III. Hij heeft ontzettend veel voor de stad Parijs gedaan (door middel van Baron Haussmann) en bracht Frankrijk weer op de kaart van Europa terug als serieuze natie na de vele lange jaren sinds de Revolutie en Napoleon I. Door middel van de wereldtentoonstellingen liet Frankrijk zien wat het in huis had, deze wereldtentoonstellingen waren in de tweede helft van de 19de eeuw het medium per uitstek om de nationale prestige mee te vergroten. De Opera wordt gebouwd in deze periode, Victor Hugo schreef zijn Les Miserables.

De Frans-Pruisische oorlog en het einde van het Tweede Keizerrijk

Aan het einde van de 19de eeuw, in 1870 kwam het tot een treffen tussen Frankrijk en Pruisen waarbij Frankrijk een flinke nederlaag moest incasseren bij Sedan. Napoleon III trad af en er kwam een nieuwe Republiek welke als zware taak had om de economie te herstellen. Ondertussen hielden twee Franse zakenlieden zich aan hun gelofte om een kerk ten ere van het heilige hart van Christus op te richten als Parijs de oorlog, zonder al te veel schade zou overleven: er werd begonnen aan de bouw van de Sacre Coeur. Vanaf 1890 kwamen er steeds meer nieuwe dingen in het leven van de Fransman: Telefoon, vliegtuig, automobiel, film en grammofoonplaten. Het werd het tijdperk van de Belle Epoque, Parijs werd een bruisende stad en het culturele centrum van Europa.

Ter gelegenheid van de wereldtentoonstelling in 1889 werd de Eiffeltoren gebouwd, eigenlijk als tijdelijke publiekstrekker maar het bleef staan als permanent markeerpunt voor de stad Parijs, het is nu zelfs het symbool van Parijs. De eerste metro ging in 1891 rijden. Allerlei wetenschappelijke zaken werden geïntroduceerd in Parijs en ontwikkeld. Langzaam ging men af naar een nieuwe eeuwisseling.

De Eerste Wereldoorlog

Frankrijk was betrokken bij de Eerste Wereldoorlog (foto rechts: een surrealistisch landschap met loopgraaf en tank) maar Parijs bleef redelijk buiten schot. Een granaat wist toch door te dringen tot St-Gervais-St-Protais. Tijdens de oorlog werd Mata Hari, een nachtclub-danseres van Friese oorsprong, gearresteerd en veroordeeld wegens spionage. De vrede van de Eerste Wereldoorlog, welke de meest bloedige oorlog uit de geschiedenis van de mensheid is geweest met enorme slachtoffers en verwoesting van het Franse landschap rondom de Marne en de Somme, werd getekend in de Spiegelzaal in Versailles. Hier werden de beroemde 14 punten opgetekend. Een mounment voor de Eerste-Wereldoorlog kwam onder de Arc de Triomphe te liggen in de vorm van het graf van de onbekende soldaat met de eeuwige vlam.

De “roaring twenties”

Na de oorlog heerste er in Frankrijk een gevoel dat de rustige en mooie wereld van voor de oorlog voorgoed verloren was. De Belle Epoque zou nooit meer terug komen. De vele auto’s die nu de straten van Parijs gingen opeisen lieten de rust verdwijnen, “vrouwen rookten sigaretten en kleedden zich in korte rokken, deden aan sport…”, aldus een verontruste Parijzenaar. Parijs rolde door de jaren 20 waarin Parijs werd nog meer het culturele centrum voor de kunst in Europa. Allerlei nieuwe bewegingen ontstonden hier zoals kubisme en surrealisme, de Dada-stroming en expressionisme leefden hier erg op. Picasso en ook Dali (foto rechts) waren hier aktief. De toeristen- stroom naar Parijs nam in deze tijd ook steeds meer toe, vooral Amerikanen ontdekten de stad massaal en er ontstond een ware Amerikaanse kolonie in de stad.

Vooral kunstenaars zochten een plaats in deze stad zoals de eerdergenoemde Picasso en Dali, Cezanne, Braque maar ook schrijvers zoals Hemmingway. Al deze mensen vertoefden in Montmartre, Montparnasse of het Quartier Latin. De Amerikaanse danseres Josephine Baker (foto links) trad op in de Folies Bergeres (een nachtclub).

De jaren ’30

Men deelt de tijd van het Interbellum (periode tusen de Eerste en Tweede Wereldoorlog) in Frankrijk meestal in twee periodes: de jaren ’20 als de tijd waarin illusies overheersten en de jaren ’30 als crisistijd (vanaf 1932). Misschien dat deze breuk niet helemaal zo precies is, maar een feit is dat de jaren ’30 voor vele mensen een sombere tijd was. De crisis die in 1929 in Wall Street begonnen was had zich over de hele wereld verspreid en werd alleen maar erger. Enorme werkloosheid, geen geld, de Duitse herstelbetalingen hielden (onder invloed van de crisis) ook op. Al leefde Frankrijk vlak voor de Tweede Wereldoorlog weer wat op, het bleef toch een crisistijd. In 1937 werd het Palais de Chaillot gebouwd voor de wereldtentoonstelling. Op deze tentoonstelling waren twee deelnemers die elkaar probeerden af te troeven: de Sovjet-Unie en Nazi-Duitsland. Dit in tegenstelling tot de tentoonstelling van 1900 waarbij het vooral Duitsland en Frankrijk elkaar probeerden af te troeven. De tentoonstelling van 1937 gaf dus al een vroorproefje op wat er ging komen…..

In 1940 raakte Frankrijk in oorlog met Duitsland en al vrij snel marcheerden de Duitse legers over de Champs-Elysees.

De Tweede Wereldoorlog: Capitulatie en consolidatie

In de Tweede Wereldoorlog moest Frankrijk capituleren en werd Parijs bezet door de Duitsers nadat de stad gebombardeerd was. Hiernaast zie je het Duitse leger onder de Arc de Triomphe marcheren. Vier jaren bleef de stad in Duitse handen. Toch ging het leven van alledag gewoon verder. Vlak na de capitualtie kwamen de meeste gevluchtte Parijzenaars al weer terug en hervatten hun dagelijkse bezigheden. Er waren wel verschillen natuurlijk. De standaard tijd was nu Duits, kranten publiceerden onder censuur, Duitse soldaten zag je overal en het was verboden auto te rijden voor prive doeleinden. Dus de metro moest overuren maken. Door de weeks dan want in het weekend lag deze ook stil. Ook het intellectuele leven hervatte, de schrijvers en intellectuelen zoals Jean-Paul-Sartre, Simone de Beauvoir en Albert Camus negeerden de Duitsers en trokken naar hun plaatsen van voor de oorlog zoals de Deux Margots bijvoorbeeld. Zij schreven voor zichzelf, kunstenaars als Picasso schilderden ook voor zichzelf.

Na verloop van tijd kwamen er tekorten in de stad. Hitler bezocht de stad en dacht de Parijzenaars blij te maken door het stoffelijk overschot van de zoon van Napoleon ook vanuit Wenen naar les Invalides te brengen. Maar de meeste Parijzenaars zagen het als een oneerlijke ruil: de Duitsers haalden Franse kolen weg en gaven er as voor terug. En dat was precies wat het was.

De Tweede Wereldoorlog: bezetting, Joden en verzet

Vier jaren bezetting waarin de stad leeggehaald is en heel veel mensen gedeporteerd werden waaronder vele Joden. Zij werden eerst geïsoleerd: buitengesloten van bepaalde beroepen, van bepaalde winkels en uitgaansgelegenheden. Zij mochten alleen in de laatste metro-wagon meerijden. Het werd haast onmogelijk om normaal te leven als Jood zijnde. Hoe de Parijzenaars daarop reageerden was heel verschillend. Sommigen vonden het prima dat de Joden buitengesloten werden en gedeporteerd werden, anderen protesteerden hevig en droegen zelf de gele Davidsster en hielpen Joden onderduiken of vluchten. (Dit was bijvoorbeeld mogelijk via het niet-bezette deel van Frankrijk).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd er ook veel verzet gepleegd vooral door de communistische bewegingen. Eerst was het vooral een pamfletten-oppositie en een niet-mee-willen-werken, maar nadat Pierre Fabien een Duitse officier neerschoot in een metrostation veranderde alles en werd het verzet gewelddadig.

Bevrijding en de vierde republiek

In augustus 1944 werd de stad bevrijd door de Franse strijdkrachten en de geallieerden. Generaal De Gaulle (hier links afgebeeld terwijl hij in 1944 de parade van de nazi’s ongedaan maakt met deze bevrijdingsparade), de leider van de vrije Fransen tijdens de Tweede Wereldoorlog, had een belangrijke rol gespeeld bij de bevrijding van Frankrijk en van Parijs. De jaren na de oorlog stonden vooral in het teken van de wederopbouw en het normaliseren van de samenleving. De vierde republiek was de noodrepubliek van vlak na de oorlog welke tot 1958 aanbleef. In die periode bleef De Gaulle in de oppositie omdat hij deze nieuwe republiek een slap aftreksel vond van de derde republiek. In ’58 werd hij gevraagd om in te grijpen. Na het schrijven van een nieuwe grondwet, welke door 80% van de bevolking werd goed gekeurd, werd De Gaulle de eerste president van de nieuwe vijfde republiek.

De jaren ’50 en ’60

Het artistieke en intellectuele leven kwam terug naar Parijs maar spitste zich nu vooral op film en literatuur onder anderen Simone de Beauvoir die werkte aan haar feministische werken en de Franse filmindustrie leefde helemaal op. De jaren 60 waren ook de jaren waarin grote gedeelten van Parijs werden gerestaureerd. En er werden wolkenkrabbers gebouwd, ook midden in de stad zoals de Tour Montparnasse. En er werd hard gewerkt aan de verbetering van het openbaar vervoer, niet alleen in de stad maar ook naar de voorsteden. De RER werd zo geboren.

Ondertussen schortte er aan de Parijse universiteiten het een en ander: er kwamen steeds meer studenten terwijl de universiteiten daar niet op gebouwd waren, het resultaat: erbarmelijke omstandigheden. Er was te weinig woonruimte, te kleine collegezalen etc. In 1968 barstte de bom doordat er andere factoren bij kwamen zoals de oorlog in Vietnam en protesten tegen de Gaulle. In 1968 vonden de grote studentenoproer en arbeiders stakingen plaats in het Quartier Latin. Deze liepen helemaal uit de hand waarbij met molotov-cocktails en stenen gesmeten werd, terwijl de politie op haar beurt studenten bruut in elkaar sloeg en probeerde tegen te houden met traangas. Het betekende het politieke einde voor de Gaulle die nadat de onrusten voorbij waren aftrad het jaar daarop

De jaren ’70 en ’80

In de jaren 70 werd het Centre Pompidou geopend, een in die tijd controversieel bouwwerk dat plaats moest bieden aan moderne kunst. In 1971 kwam Doors zanger Jim Morrisson om het leven, onder nu nog steeds niet helemaal opgeklaarde omstandigheden. Hij ligt begraven op Pere Lachaise. Parijs groeide ondertussen verder. In 1981 kwam Mitterand aan de macht na Pompidou en Giscard d’Estaing en hij zette de stilzwijgende afspraak voort dat elke president sinds Pompidou iets aan de stad achter laat. Mitterand heeft dit tot grote proporties gedaan vooral rond 1989:

1989-2000

In 1989 werd de 200-ste verjaardag van de Franse Revolutie gevierd. President Mitterand heeft veel aan de stad toegevoegd, zoals het moderne zakencentrum La Defense, de nieuwe Opera Paris-Bastille en de piramide van het Louvre . De nieuwe opera op het Place de la Bastille, waar de gevangenis stond die in 1789 bestormd was, kwam gereed in 1989 en is een heel apart gebouw. In het zakencentrum La Defense vind je ook La Grande Arche, (afbeelding rechts) een ontzettend grote boog die men van heinde en ver al ziet. In 1992 opende EuroDisney (nu Disneyland Parijs) haar deuren onder luid protest van de Franse intelligentsia die het zagen als een verloedering van de Franse cultuur. Misschien dat daarom het Parc Asterix (foto onder), vlak boven Parijs, drie jaar eerder geopend werd ? Het Disneypark deed het in ieder geval in het begin ontzettend slecht maar lijkt het nu wat beter te doen. Een jaar later was de Eurotunnel (of Chunnel) voltooid waardoor een direkte treinverbinding tussen Frankrijk en Engeland mogelijk werd. De eerste treinen tussen Parijs en Londen gingen in 1994 rijden.

In 1995 en 1996 werd Parijs opgeschrikt door een tweetal bomaanslagen in de RER, die vermoedelijk het werk waren van Algerijnse terroristen. De laatste toevoeging aan de stad van Mitterand is de grote nationale bibliotheek aan de Seine die zijn naam heeft gekregen. Mitterand overleed in 1996. Hij was in 1995 al opgevolgd door de huidige president van Frankrijk Jacques Chirac die in 1977 nog burgemeester van Parijs is geweest. Nu resideert hij voornamelijk op het presidentiele paleis in plaats van op het Hotel deVille. Eind augustus 1997 kwam Diana princes van Wales om bij een ongeluk vlakbij de Place d’Alma. (krantenknipsel onder) De plaats is nu een soort pelgrimsoord geworden voor alle mensen die haar een warm hart toedragen.
Na de zomer van 1996 bezocht de paus de stad en hield hij een mis op de Champs de Mars. In de zomer van 1998 werd Frankrijk in het Stade de France (bij St.Denis) wereldkampioen voetbal in het door Frankrijk georganiseerde WK. Dit werd gevierd met een enorme overwinnings-defile over de Champs-Elysées. Een domper op het gefeest was een autobestuurder die in paniek over de feestende massa heen reed. In de herfst van ’98 werd de 14de metrolijn (De METEOR) geopend, een snelle metro zonder bestuurder die tussen Madeleine en de TGB (“Tres Grande Bibliotheque”) rijdt.

Op de drempel van de 21ste eeuw, in het laatste kerstweekend van de 20ste eeuw, werd Noord-Frankrijk en dus ook Parijs getroffen door een enorme storm die een enorme schade aan de stad aanrichtte. Op de Champs-Ellysées waaiden grote bomen om en werden vele auto’s beschadigd. De overgang naar het nieuwe millenium ging desalniettemin toch gepaard met een hoop spectaculair vuurwerk vanaf de Eiffeltoren.

Bekijk de geschiedenis van Parijs in een 3D animatie

https://www.youtube.com/watch?v=-64kHmCJGMA

Bronnen

Hussey, A. Parijs. De verborgen geschiedenis (mei 2007)

6 Reacties op Geschiedenis van Parijs

Geef een reactie

Schrijf je in voor TOEN!