Het leven van Augustin Thierry

Augustin Thierry wordt gezien als een belangrijke Franse historicus en hervormer van de historiografie. In dit artikel een overzicht van zijn leven en zijn belangrijkste werken. 

Augustin Thierry in 1840. Bron: Wikipedia

Augustin Thierry wordt gezien als een belangrijke Franse historicus en hervormer van de historiografie, zoals die zich in de jaren twintig van de negentiende eeuw in Frankrijk voltrok. Zoals de meeste Franse historici van zijn tijd zocht hij in de geschiedenis een rechtvaardiging en een verdediging van bepaalde politieke principes. Dit zorgde ervoor dat hij niet zozeer om de inhoudelijke kant van zijn werken werd gewaardeerd, maar juist veel meer vanwege zijn schrijfstijl. Toen zijn politieke ambities en interesses afnamen, probeerde hij afstand te nemen van uitlatingen en opvattingen die hij in eerdere werken ten toon had gespreid.

Over zowel de persoon Augustin Thierry als over zijn werken is veel geschreven. Het overgrote deel van deze studies zijn geschreven in het Frans, maar er zijn ook Engelse en Duitse werken over Thierry te vinden. Vanwege de enorme omvang de literatuur die er over Thierry te vinden is, zijn drukke en gecompliceerde leven en de vele werken die hij heeft nagelaten, was het uiteraard niet mogelijk om alle belangrijke gebeurtenissen die in zijn leven plaatsvonden en de vele pennenvruchten die hij ons naliet te beschrijven.

Op basis van een selectie van de beschikbare literatuur heb ik dit essay in drie korte hoofdstukken ingedeeld waarin ik een antwoord wil geven op de vragen hoe Thierry zijn politieke ambities en daaraan gekoppelde standpunten vorm gaf en openbaar maakte en welke veranderingen hij op historiografisch gebied teweeg heeft gebracht.

In hoofdstuk Een komt zijn levensloop ter sprake. In het kort wordt beschreven waar en wanneer hij is geboren, waar en wat hij gestudeerd heeft en met welke figuren hij in aanraking is gekomen en heeft samengewerkt. Tevens worden een aantal werken van zijn hand genoemd, waarvan de drie belangrijksten zullen worden besproken in hoofdstuk drie.

In het tweede hoofdstuk komen de liberale politiek en de hervorming van de historiografie aan bod. Dit hoofdstuk is met name belangrijk omdat het voor Thierry kenmerkend was om zijn politieke opvattingen nooit onder stoelen of banken te steken. Sterker nog: Thierry was van mening dat relevante politieke ervaring onontbeerlijk was voor een goede kijk op het verleden. Op het gebied van de geschiedschrijving wilde Thierry verandering zien: tot nu toe was de geschiedschrijving een constructie van de historicus geweest en geen weergave van de realiteit.

Tot slot worden er in het derde hoofdstuk drie belangrijke werken van Thierry nader bekeken. Het zijn Histoire de la Conquête de l’Angleterre par les Normands, Dix ans d’études historiques en Récits des temps Mérovingiens. Het eerstgenoemde werk is vaak omschreven als het bekendste en belangrijkste werk van de hand van Thierry en zal daarom ook uitgebreider worden behandeld dan de laatste twee.

1. Het leven van Augustin Thierry

Op 10 mei 1795 werd Augustin Thierry geboren in Blois, Frankrijk. Hij was de het oudste kind van Jaques en Catherine Thierry, die in 1797 nog het leven schonken aan Amedee en vervolgens in 1802 aan Adelaide.

Tijdens zijn middelbare schooltijd was de jonge Augustin buitengewoon geïnteresseerd in Latijnse studies. Zijn studie vervolgde hij aan de Ecole Normale in Parijs, waar hij werd onderwezen door mensen als Burnouf, een autoriteit op het gebied van Latijn en Grieks en door Villemain, later een bekend politicus. Studerende aan de Ecole Normale kreeg Thierry kennis van de Verlichting en er wordt zelfs beweerd dat Thierry het boek Emile van Rousseau uit zijn hoofd kende. Invloeden van Montesquieu en Voltaire hebben hem in dit stadium eveneens gevormd.

Nadat hij in 1813 op achttienjarige leeftijd zijn eerste titel had bemachtigd, gaf hij als leraar een tijd les op een school in Compiègne, een plaats ten noorden van Parijs. Na de Oostenrijkse invasie in januari 1814 is hij waarschijnlijk naar Parijs gegaan. Hier begon Thierry in mei 1814 als secretaris van de auteur Henri de Saint-Simon. De volgende tweeëneenhalf jaar werkte Thierry en Saint-Simon samen aan verschillende werken waaronder De la réorganisation de la société européenne (1814), Opinion sur les mesures à  prendre contre la coalition de 1815 en Des nations et le leur rapports mutuels (1817).

Gedurende deze periode kwam Thierry ook in aanraking met enkele invloedrijke personen zoals Charles Comte en Charles Dunoyer, redacteurs van de Censeur, Jean-Baptiste Say, de econoom en Jaques Lafitte van de Franse Bank. Na tweeënhalf jaar was de samenwerking tussen Thierry en Saint-Simon echter ten einde. Thierry wenste meer zelfstandig en onafhankelijk te werken en ging vanaf de eerste helft van 1817 zijn eigen weg.

In de periode 1817-19 schreef hij elf lange artikelen voor de liberale Censeur. In deze artikelen kwam langzaam maar zeker zijn afkeer van de Constitutionele Partij naar voren ten gunste van de Onafhankelijke Partij en kwam hij in contact met LaFayette (5) . Naast LaFayette ontmoette hij nog andere liberale figuren zoals Benjamin Constant, Guizot, Danou en De Barante. Via manifestaties op straat, het opzoeken van de confrontatie en zelfs via een mislukte couppoging (1821) poogden Thierry en LaFayette de vorming van een Franse Republiek te bewerkstelligen.

De jaren 1821-1825 werden doorgebracht met het schrijven van zijn bekendste werk Histoire de la Conquête de l’Angleterre par les Normands, waarin duidelijk de invloeden van Voltaire te merken zijn. Dit werk werd door de critici enorm goed ontvangen. Na het schrijven van dit werk moest hij echter rust nemen, daar de inspanningen hem hadden uitgeput.

Daarnaast was zijn gezichtsvermogen dramatisch teruggelopen en was hij deels verlamd geraakt. Tijdens zijn rustperiode zat Thierry echter niet stil, maar schreef de tweede editie van Histoire de la Conquête de l’Angleterre par les Normands, die in januari 1826 uitkwam. Met financiële hulp van Jaques Lafitte schreef Thierry in de volgende twee jaar Lettres sur l’histoire de France.

Na het schrijven van de tweede editie van zijn levenswerk moest Thierry opnieuw rust nemen. Dit weerhield hem er echter niet van zijn plannen voor het schrijven van een derde editie zover mogelijk voor te bereiden. Bij het schrijven van deze derde editie kreeg hij hulp van Mary d’Espine, die niet alleen wilde helpen maar ook wilde huwen. Thierry was echter niet te vermurwen en huurde zelfs een mannelijke secretaris in na het ontslag van d’Espine (9) .

Op 7 mei 1830 ging een lang gekoesterde wens van Thierry in vervulling. Na enkele malen te zijn afgewezen kreeg hij dan toch een zetel toegewezen in de Académie des Inscriptions. Mei 1831 moest hij het op doktersadvies weer rustiger aan doen en hij vestigde zich in Luxeuil. Hier kwam hij in contact met Julie de Querangal, met wie hij op 7 november 1831 in het huwelijk trad.

In november 1834 werd hem een functie toebedeeld in de historische commissie. Deze commissie was belast met het vormen en publiceren van documenten die gerelateerd waren aan de communes en daarnaast werd hij bibliothecaris in dienst van de hertog van Orleans.

Récits des temps Mérovingiens, een werk van Thierry uit 1840, was het zoveelste hoogtepunt in zijn leven. Voor dit werk werd hij onderscheiden met de prestigieuze Gobert Prijs, die hem jaarlijks, tot zijn dood in 1856 werd uitgereikt door de Academie.

Met het uitbreken van de revolutie in 1848 verdween Thierry’s geloof en vertrouwen in het determinisme van de geschiedenis en zijn idee van de onvermijdelijke en eeuwige heerschappij van de middenklasse binnen de constitutionele monarchie. Acht jaar later, op 22 mei 1856, overleed Augustin Thierry. Hij was 61 jaar geworden.

2. Liberale politiek en de hervorming van historiografie

Thierry stak zij politieke ideeën die in zijn historische werken verwerkt waren nooit onder stoelen of banken. Relevante politieke ervaring was in zijn ogen onontbeerlijk voor een goede kijk op het verleden.

De voorpagina van Le Censeur, uit 1814. Later werdt de naam omgedoopt naar Le Censeur Europeen. Bron: Wikipedia

Voorpagina van Le Censeur, 1814. Le Censeur was de voorganger van Le Censeur Européen, Bron: Wikipedia

In het voorwoord van Dix ans d’études historiques uit 1834 zei hij dat hij met zijn bijdragen aan de Censeur européen (vanaf 1817) zijn politieke denkbeelden kenbaar wilde maken, zonder daarmee een revolutie te willen ontketenen. Hij had een afkeer van militaire regimes en aristocratische pretenties en hij keek uit naar een toekomst met een regering die de individu respecteerde en garanties gaf zonder daarbij al te bureaucratisch te werk te gaan.

Na de triomf van het liberalisme werd Thierry rond 1836 kritisch wat betreft zijn eigen politieke passie en zijn onervarenheid op het gebied van de geschiedenis. Hij vergeleek zichzelf met de filosofische historici van een eeuw eerder, die in zijn ogen in hun werken een samenvatting van feiten opsomden en niet een gedetailleerd verhaal tot stand wisten te brengen.

Het belang van zijn politieke inbreng die in zijn werken naar voren kwam trok hij echter niet in twijfel. De bloei van de historische school was volgens Thierry te danken aan de afwending van de revolutionaire gedachte van directe actie ten gunste van actie door middel van denken en schrijven.

De politieke activiteit van de liberalen rond 1820 kwam dus tot uiting in de geschiedschrijving. De liberalen waren zeer bezorgd wat betreft het onderwijsvraagstuk, want zij zagen in dat onderwijs direct gekoppeld was aan vrijheid en politieke macht. Hiermee veranderde ook de taak van de geschiedschrijvers. Zij moesten niet langer de politieke leiders adviseren over hoe zij over het volk moesten regeren, maar de historici moesten juist het volk leren hoe ze bestuurd wilde worden.

Diegenen die de maatschappij wilden consolideren of vernieuwen moesten echter wel een voorbeeld vormen voor hun opvolgers. In haar strijd tegen de oude geprivilegieerde klassen had de liberale bourgeoisie heroïsme nodig. Het was de taak van de historici om de bourgeoisie te voorzien van voorbeelden uit het eigen verleden.

In zijn Histoire de la Conquête de l’Angleterre par les Normands beschreef hij het Saksische verzet tegen de Normandische heren. Met deze voorbeelden van moed, doorzettingsvermogen en het streven naar vrijheid wilde Thierry de bourgeoisie een steun in de rug geven, en een model creëren waarin voorbeelden van gevoel en de daarbij behorende actie gegeven werden. Zoals gezegd moest hierbij worden teruggekeken naar de eigen vaderlandse geschiedenis. Naar de voorvaderen die de Middeleeuwse communes hadden opgericht en de eerste vorm van vrijheid tot stand brachten.

Zoals in het bovenstaande is aangetoond, was de geschiedschrijving voor Augustin Thierry onlosmakelijk verbonden met politieke actie. De ideologische strijd was altijd een belangrijke deel van de politiek. Alle geschiedenis was ideologie en was dus altijd van politiek belang (15) . De hervorming van de historiografie was daarom geen academische aangelegenheid maar juist een politiek fenomeen en Thierry zag deze hervorming als zijn bijdrage aan de revoluties van zijn eigen tijd.

De ideologische functie van de historiografie was dermate belangrijk dat Thierry de geschiedenis van de historiografie ging zien als een belangrijk deel van de geschiedenis in zijn geheel. Een aantal werken, waaronder Lettres sur l’histoire de France (1827) en Dix ans d’études historiques (1834) bevatten een kritische kijk op de Franse historiografie.

Geschiedenis was volgens Thierry niet een directe weergave van de realiteit van voorheen maar een reconstructie van de historicus. De taak van de nieuwe geschiedschrijving is om door dit leugensysteem heen te prikken en om de werkelijke motieven en politieke ambities te achterhalen.

Thierry was ook de uitvinder van de orthografische hervorming. Het ging hierbij om een nieuwe periodisering in de Franse geschiedschrijving. Te vaak werden begrippen als ‘koning’, ‘monarchie’ en ‘Frankrijk’ gebruikt voor periodes waarvoor ze helemaal niet van toepassing waren. Frankrijk in de tijd van Clovis bestond simpelweg niet en Clovis zelf was geen koning, maar meer een stamhoofd.

Zijn positie valt niet te vergelijken met een koning uit de tijd van Thierry. De vroege koningen waren vreemdelingen die het Franse gebied veroverden. Ook de namen van oude plaatsen, streken en personen moesten geschreven worden zoals men dat vroeger deed. Het was dus niet Chilperic, maar Hilpe-rik , geen Dagobert maar Daghe-berht en geen Kenterbury maar Kent-ware-byrig. Het eigentijdse voorkomen van elke beschreven periode moest in een historisch werk bewaard worden, want dat was de realiteit.

De nieuwe geschiedschrijving van Thierry was bedoeld om alle oude stereotypen van de Franse geschiedenis aan de kant te vegen. De historicus kon niet langer de oude verhalen op zijn eigen manier navertellen, maar er moest onderzoek gedaan worden, er moesten nieuwe vragen worden gesteld en er moesten nieuwe antwoorden worden gevonden. Als er geen literatuur of bronnen beschikbaar waren, dienden de nieuwe historici zelf op zoek te gaan naar dergelijke bronnen.

Naast kennis en kritische afweging moest de historicus ook gebruik maken van verbeelding om de betekenis en de bedoeling van de oude documenten te achterhalen. Het inleven in het studieobject, het volledig er voor openstaan om het voldoende te doorgronden, is volgens Thierry de belangrijkste eigenschap die een historicus kan bezitten.

Het voorstellingsvermogen was opgebouwd door de ervaring van de historicus. Zonder deze ervaring zou de historicus niet de interne samenhang van de geschiedenis begrijpen. Zelf schreef Thierry eens dat hij naar het zuiden van Frankrijk zou gaan om daar een aantal ruïnes en monumenten te dateren. Hoewel hij toen al nagenoeg blind was, hielp naar eigen zeggen zijn verbeelding en passie voor geschiedenis om een oordeel te vellen.

3. Thierry’s belangrijkste werken

In dit hoofdstuk zullen drie van zijn bekendste en belangrijkste werken worden behandeld. Het zijn de Histoire de la Conquête de l’Angleterre par les Normands, waar in totaal vier edities van zijn verschenen, Dix ans d’études historiques uit 1835 en tot slot Récits des temps Mérovingiens uit 1840, waarvoor Thierry de prestigieuze Gobert-prijs ontving.

Histoire de la Conquete de l’Angleterre

De Histoire de la Conquete de l’Angleterre par les Normands wijst een belangrijke in het leven van Augustin Thierry aan. Vanaf 1817 raakte hij steeds meer geïnteresseerd in de Britse geschiedenis.

Door het lezen van David Humes’ History of England ontdekte hij de ‘veroveringstheorie’, hetgeen inhield dat het huidige klassenverschil afstamde van de oude militaire veroveringen. Nadat de Normandiërs geland waren, namen ze bezit van de Engelse grond, maar ook van het volk dat er leefde.

Voordat Thierry aan zijn ‘Conquete’ begon, wilde hij zeker weten dat zijn werk zou aanslaan bij het gewone volk. De geschiedschrijving moest hiervoor worden verlost van het saaie en droge karakter. Zijn grote voorbeeld was Sir Walter Scott, auteur van Ivanhoe. Scott verstond de kunst om in zijn werk op aantrekkelijke wijze zijn historische en politieke ideeën te verpakken.

De afkeer voor veroveraars en overheersers kwam tijdens het schrijven duidelijk naar voren. Met name de Franken en Normandiërs werden heftig bekritiseerd. Misbruik van macht, zowel militair als politiek als kerkelijk, moest altijd en overal worden bestreden. Herhaaldelijk benadrukte Thierry dat koningen in de vroegste Engelse periodes gekozen werden.

Het revolutionaire aspect in de Histoire de la Conquête de l’Angleterre par les Normands is de gedachte dat Thierry tegenover de macht van de veroveraars en de overheersers de kracht van de massa, het collectief, noemt. In dit kader zijn ook de invloeden van LaFayettes Republicanisme en Concordet’s collectivisme te zien.

Thierry probeerde in zijn Histoire veelvuldig de misstanden ten opzichte van het bezette volk aan te tonen en zo de overheersende macht in diskrediet te brengen. Hij schreef met sympathie en warmte over de veroverde Angelsaksische bevolking wat ongetwijfeld debet was aan de objectiviteit die een historicus zoveel mogelijk dient te handhaven.

Augustin Thierry schreef echter niet alleen over de Engelsen, maar hij gaf ook de Schotten, Ieren en het volk van Wales een eigen geschiedenis waarin een centrale rol was weggelegd voor hun strijd tegen de onderdrukking. Hij liet hun geschiedenis beginnen vanaf het moment dat er geschreven bronnen verschenen en liet het eindigen rond de Franse revolutie.

Nadat Thierry zijn werk openbaar had gemaakt, kwamen de reacties. Het boek werd vrijwel overal goed ontvangen. Niet alleen in Frankrijk, waar Thierry in een adem werd genoemd met de Benedictijner monniken en zelfs Homerus, maar ook in Engeland, waar zijn onderzoeksmethode en stellingname in conflicten veelvuldig werd geprezen.

Negatieve kritiek kwam voornamelijk uit de hoek van de katholieken en de royalisten. De historicus Charles Du Rozoir bekritiseerde het werk van Thierry onder meer omdat Thierry de kerk en de koning te negatief afschilderde en de successen van het volk te veel op de voorgrond plaatste.

In de zomer van 1825, toen Thierry het op doktersadvies wat rustiger aan moest doen, schreef hij zijn tweede editie. In januari 1826 was de herziening afgerond. Naast veel stilistische veranderingen had hij hier en daar voorbeelden ter verduidelijking toegevoegd.

In de derde editie, die in 1830 uitkwam, nam Thierry enigszins afstand van zijn eerdere aanvallen op de kerkelijke autoriteit en zijn beeld van de ongedisciplineerde en brutale Normandische veroveraars. Zelf gaf hij als reden voor deze verandering dat hij zich gedurende het schrijven van de eerste en tweede editie te zeer betrokken had gevoeld met het lot van de onderdrukte bevolking en dat was zijn objectiviteit niet ten goede gekomen.

In zijn laatste herziening (1851-1856) probeerde Thierry nog objectiever te zijn door een deel van zijn eerder geuite kritiek te verzwakken. Met name het beeld van Willem de Veroveraar werd bijgesteld, nadat hij kritiek had gekregen over de manier waarop hij de Normandische veldheer in een overdreven negatief daglicht had gesteld. Het was Thierry’s bedoeling dat de lezer zelf meer in staat zou zijn om een oordeel te vellen over de beschreven misstanden.

Dix ans d’études historiques

Dit werk van Thierry was eigenlijk het eerste deel van een tweedelig werk. Het eerste deel zou bestaan uit historische werken, het tweede deel zou een politieke en literaire inslag hebben. Het tweede deel kwam echter nooit tot stand, omdat Thierry dacht dat dit niet aansloot bij de wensen van zijn potentiële lezers.

Het bleef bij het eerste werk, dat in 1835 uitkwam onder de titel Dix ans d’études historiques . Het werk was echter niets anders dan een verzameling van oudere artikelen van Thierry die al eerder gepubliceerd waren in de Censeur Européen en de Courrier Francais. Het voorwoord was wel nieuw en hierin beschreef Thierry zijn eigen carrière van 1817 tot 1834. Hij noemde zichzelf de ontwikkelaar van de historische revolutie en noemde ook een aantal namen van personen die hem hierin zouden moeten opvolgen, waaronder Villemain.

In alle hoofstukken van Dix ans d’études historiques komt een beeld van Thierry naar voren die een patriot laat zien, een verdediger van vrijheden. Bij herhaling vraagt hij om de ontwikkeling van een nieuwe vorm van poëzie, geïnspireerd door vrijheid en de wil om vrijheid te verdedigen. Het moest geen klassieke maar nationale poëzie zijn.

Recits des temps Merovingiens

Dit werk, dat in zijn geheel in 1840 voor het eerst verscheen, is een beschrijving van het rijk der Franken tijdens de Merovingische periode. Nadat Thierry op 20 mei 1833 een contract had ondertekend bij de Revue des Deux Mondes, verscheen zijn eerste artikel voor de Revue op 15 juni.

Dit was een eerste publicatie en ging over de kinderen van Clothar I. Zijn tweede deel kwam in december van hetzelfde jaar uit, waarin onder andere de dood van Sighebert ter sprake kwam. Op 15 juli 1834 kwam zijn derde werk in deze serie uit, waarin de geschiedenis van Merowig centraal staat. Uiteindelijk zou het complete werk twaalf hoofdstukken gaan tellen.

Ook dit werk werk door de critici zeer goed ontvangen. Robert Flint schreef in zijn Historical philosophy in France dat in de Récits des temps Mérovingiens een voorheen saai en langdradig beschreven periode interessant en levendig naar voren kwam en uitnodigde voor verder onderzoek. Thierry ontving voor dit werk dan ook de prestigieuze Gobert-prijs, die hem tot aan zijn dood in 1856 jaarlijks werd toegekend.

Concluderend
 
Wanneer zijn politieke en geschiedkundige ambities even buiten beschouwing worden gelaten, kan er al gezegd worden dat Augustin Thierry een zeer bijzonder persoon was.

Hij was een goede en snelle leerling, met brede interesses die op zijn achttiende al zijn eerste titel had bemachtigd. Vervolgens kwam hij al snel in contact met vooraanstaande personen uit die tijd zoals de econoom Say en Lafitte van de Franse Bank, alsmede met andere liberale figuren zoals de redacteurs Charles Comte en Charles Duyoner van de Censeur Européen.

Augustin Thierry liet tijdens de periode dat hij voor de Censeur werkzaam was, duidelijk zijn politieke voorkeur blijken. In samenwerking met Lafayette zocht hij zelfs de directe confrontatie op door openbare manifestaties te organiseren met het oog op de totstandkoming van een Franse republiek.

Dit is enigszins merkwaardig, aangezien hij in 1834 in zijn voorwoord van Dix ans d’études historiques aangaf dat hij met zijn artikelen in de Censeur destijds geen revolutie wilde ontketenen. Er kan dus gesteld worden dat er sprake was van een radicalisering van standpunten tussen 1817 (het schrijven van de artikelen) en 1821 (de mislukte couppoging).

Nadat het liberalisme rond 1836 had getriomfeerd werd Thierry kritisch ten opzichte van zijn eigen politieke passie. Hij kreeg een zekere afkeer van revolutie door directe actie ten gunste van het verspreiden van het revolutionaire gedachtegoed door schrijven en denken.

Het volk moest leren hoe het bestuurd wilde worden en hierin zag Thierry een taak voor de geschiedschrijver weggelegd. Politiek en geschiedschrijving waren dus onlosmakelijk met elkaar verbonden. In hun strijd tegen de oude geprivilegieerde klassen had de bourgeoisie heroïsme nodig. De historicus moest de bourgeoisie voorzien van voorbeelden uit het eigen verleden. Dit komt onder andere tot uitdrukking in Histoire de la Conquête de l’Angleterre par les Normands waarin het Saksische verzet tegen de Normandische heren beschreven wordt.

Ook op historiografisch gebied had Thierry revolutionaire gedachten. Een aantal werken, waaronder Lettres sur l’histoire de France (1827) en Dix ans d’études historiques (1834) bevatten een kritische kijk op de Franse historiografie. Geschiedenis was volgens Thierry niet een directe weergave van de realiteit van voorheen maar een constructie van de historicus. De taak van de nieuwe geschiedschrijving is om door dit leugensysteem heen te prikken en om de werkelijke motieven en politieke ambities te achterhalen.

Een andere belangrijke historiografische innovatie was de ‘orthografische hervorming’, waarmee een nieuwe geschiedkundige periodisering werd aangeduid. De nieuwe geschiedschrijving van Thierry was bedoeld om alle oude stereotypen van de Franse geschiedenis aan de kant te vegen.

De historicus kon niet langer de oude verhalen op zijn eigen manier navertellen, maar er moest onderzoek gedaan worden, er moesten nieuwe vragen worden gesteld en er moesten nieuwe antwoorden worden gevonden.

Als er geen literatuur of bronnen beschikbaar waren, moesten de nieuwe historici zelf op zoek gaan naar dergelijke bronnen. Dit is zeer kenmerkend voor de manier waarop vandaag de dag historisch onderzoek plaatsvindt.

Het feit dat de politieke voorkeur van Thierry valt af te leiden uit zijn werk, is iets wat heden ten dage eveneens voorkomt. Ook nu worden historici vaak ingedeeld in ‘links’ en ‘rechts’,  hoewel de manier waarop zij hun politieke voorkeur naar voren brengen meestal niet zo direct en pontificaal is als de wijze waarop Augustin Thierry dit deed.

Van groter belang is de nieuwe manier van geschiedschrijving waarbij bronnenonderzoek en het stellen van nieuwe vragen vooropstaat. Ook dit is zeer kenmerkend voor de wijze waarop de hedendaagse geschiedwetenschap beoefend wordt. Mede hierdoor mag Augustin Thierry worden gerekend tot een grondlegger van de moderne geschiedschrijving.
 
Bronnen
Flint, R., Historical Philosophy in France (New York, 1894)
Gossmann, L., Augustin Thierry and liberal historiography, in: History and Theory. Studies in the philosophy of history volume XV, nummer4 (z.p. 1976)
Johnson, D., Guizot: Aspects of French history, 1787-1874 (London 1963)
Smithson,Rulon Nephi, Augustin Thierry. Social and political consciousness in the evolution of a historical method, (Geneve 1973)
Thierry, Augustin A., Augustin Thierry d’après sa correspondance et ses papiers de la famille (Paris 1922)
Thierry, Augustin A., Dix ans d’études historiques  (Parijs 1867)

Erik Sweers

Erik Sweers studeerde van 1997 tot 2004 geschiedenis aan de universiteit van Utrecht. Sinds 2008 is hij redacteur voor Historiën. Erik heeft in samenwerking met diverse uitgeverijen lesmateriaal voor het voorgezet onderwijs gemaakt, zoals GeschiedenisNU en de geschiedenislesmethode Columbus.

More Posts - Website

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schrijf je in voor TOEN!