In 1974 staan bergers voor een raadsel: hoe kan de olietanker Metula zichzelf lostrekken nadat het gestand was in de Straat van Magelhaen? De Nederlandse kapitein Piet Kars weet het raadsel twee jaar later op te lossen!
Tussen het uiterste puntje van Zuid-Amerika, Vuureiland en de Falklandeilanden, ligt de zeestraat Magelhaen. Een Nederlandse naam, een gevaarlijke zeeroute. Het is een zeeweg met een vreemde reputatie. De Falklandeilanden kennen we van de Falklandoorlog in de jaren ’80. Het ging om een oorlog tussen Engeland en Argentinië. Magelhaen dankt zijn naam aan een vermaarde zeevaarder uit de zestiende eeuw. Hij was een goed zeevaarder maar zou volgens de overleveringen in 1513 de oorlogsbuit gestolen hebben.
In hetzelfde gebied vond in augustus 1974 een van de ergste en grootste milieurampen plaats. De olietanker van Shell, Metula, met een diepgang van 18 meter, en 325 meter lang, liep vast op de bodem terwijl het vloed was en botste tegen de rotsen. Een ramp; 40.000 ton olie stroomde de zee in. Wat de bergingswerkers ook deden, ze kregen het schip niet vlotgetrokken. Pas na hoogwater, tussen eb en vloed, kwam de supertanker uit zichzelf in beweging en zagen de bergers kans de reus vlot te trekken. De toenmalige kapitein stond voor een raadsel. Hoe kon dit? Het was geen vloed, en toch kwam het schip uit zichzelf los? Er was iets aan de hand in de Straat van Magelhaen.
Piet Kars
Een jaar later, bij een heel andere maatschappij, namelijk Smit-Lloyd, is kapitein Piet Kars werkzaam. In 1975 krijgt hij de opdracht om een booreiland te verplaatsen ergens ver weg, in een ruwe zee waar stromingen vrij spel lijken te hebben. In die zee waar de Stille Oceaan en de Atlantische Oceaan samen komen: de Straat van Magelhaen. Ook Piet had ongetwijfeld over de milieuramp met de olietanker Metula gelezen. Juist in die gevaarlijke zee moet hij in opdracht van de Chileense oliemaatschappij ENAP een booreiland plaatsen.
Smalle strook, sterke stroom
Na 28 dagen varen kwamen Piet Kars en zijn bemanning aan. De stromingen waren sterk maar Piet was al sinds 1973 in dienst van Smit-Lloyd en had veel ervaring in de zeevaart. Het komt heel vaak voor dat er een onderstroming en een bovenstroom is op zee. Kapitein Kars dacht doordat de zeestraat Magelhaen zo smal was, de stroming wel extra sterk zou zijn.
Wandelende booreilanden
Voor het plaatsen van het booreiland voor ENAP wachtte Kars zijn kans af. Het weer moest rustig zijn, het water niet te onstuimig en het tij moest tussen eb en vloed liggen. Toen het moment daar was om het booreiland te plaatsen, leek het alsof het boorplatform heen en weer wandelde. Ze kregen het gevaarte maar niet op zijn plaats. Iets wat ongewoon was, want Smit-Lloyd had jarenlang ervaring met dit soort klussen. De uren verstreken. Het werd vloed en het booreiland bleef wandelen, zo leek het wel. Met het tij leek iets geks aan de hand. Tot zijn verbazing zag de heer Kars, terwijl het vloed was, het water dalen. Dat kon hij zien aan de diepgangmarkeringen op de poten van het booreiland. Dalend water bij vloed? Dat kan niet! Toen het een etmaal later eb werd, gebeurde hetzelfde, maar dan andersom: het was eb maar het water steeg!
Wervelend water
Door de smalle zeestraat Magelhaen wordt al het water geperst. Daarbij komt nog dat het een verbindingsstroom is tussen de Atlantische -en Stille Oceaan. Zouden die ingewikkelde stromingen geen invloed kunnen hebben op die geheimzinnige getijden? Bij een volgende plaatsing van een booreiland hield kapitein Kars rekening met drie stromingen. Een oppervlaktestroming, een onderstroom en een nog diepere stroming. Hij en zijn bemanning namen de proef op de som. Bij het zakken van de geleidebuis (de buis waar de boorkop van het booreiland door moet) ging het eerst moeizaam. Steeds weer werd de buis weggedrukt. Kars beval zijn bemanning vol te houden. Een half uur later zat de buis op zijn plek: loodrecht op de bodem van de zee. De buis, Piet Kars en zijn bemanning waren de drie wervelende waterstromen te slim af!
Iedereen brak zijn hoofd over hoe de supertanker ‘Metula’ zichzelf los kon trekken. Nu werd, dankzij de heer Kars, dit mysterie duidelijk. Doordat het schip een diepgang had van achttien meter, had het erg veel last van die derde stroming, maar dankzij die stroming vlotte het schip, terwijl het eb was. Na uitvoerige berekeningen van Kars werd duidelijk dat tweemaal per etmaal er een derde diepe onderstroming in de straat van Magelhaen is. Wanneer een schip meer dan 15 meter diep is, en dat zijn bijna alle olietankers, is het op die tijdstippen levensgevaarlijk om daar te varen. Als de ‘Metula’ een uur eerder of later was vertrokken dan was er, los van wat golven en waterspatten, niets gebeurd.
Ellende besparen
De Chileense autoriteiten reageerden nogal lauw op de fenomenale ontdekking van Kars. Onterecht, want deze ontdekking kan de wereld en het milieu heel wat ellende besparen. Door de ontdekking van de derde onderstroming in de zeestraat Magelhaen is het misschien tijd voor een ander imago. Weg met die naam van de verrader Magelhaen. De naam ‘Piet Kars- stroom’ is deze geweldige ontdekking wel waard.
Links:
Wikipedia over Fedinand Magelhaen
Nieuwsdossier.nl over Ferdinand Magelhaen
Wikipedia over de Falkland Oorlog
Bronnen:
Telegraaf (22 maart 2008)
Telegraaf (Artikel van Mark Veldkamp)
Artikel van Thijs Broer
Weekjournaal Waalwijk (donderdag 30 oktober 2008)
- Het Twentoldrama
- Het spookmeer Beulakerwiede
- Han Hollander: sportverslaggever
- De geschiedenis van de VVD
- Knallende kastelen: Huis te Woude
- Geschiedenis van het voetbal
- Knallende kastelen: Enghuizen
- Van Jazzhel tot Technohemel
- Knallende Kastelen:Verdwenen Voorst
- Recensie: ‘Herinneringen’
No related posts.
Related posts brought to you by Yet Another Related Posts Plugin.
Vind ons ook hier: