Het Verdronken Land van Saeftinghe

Het Verdronken Land van Saeftinghe is een gebied, dat ooit ingepolderd is geweest en later weer is teruggegeven aan de zee. Een uniek stukje Nederland met een even zo unieke geschiedenis. Op de linkeroever van de Westerschelde ligt een opmerkelijk gebied dat herinnert aan een oeroud spel tussen land en water. Aldaar wordt het spel met minimaal ingrijpen van de mens gespeeld. We spreken dus van een natuurlandschap. Maar geheel met rust laten kan de moderne mens het natuurland niet; hij is actief bezig het unieke land te beschermen.

Het Verdronken Land van Saeftinghe, gelegen nabij Antwerpen, behoort tot de gemeente Hulst.

De naam van het gebied geeft haar geheim al enigszins prijs: het land is verdronken. Eens een heerlijkheid, kende het Land van Saeftinghe tot diep in de zestiende eeuw een intensieve bewoningsgeschiedenis. Toch zag de vroegmoderne mens zich genoodzaakt om het land door het zeewater te laten verzwelgen om niet zelf door een vreemde mogendheid verzwolgen te worden. Wat deze mens uiteindelijk naliet was een oerlandschap met een huidige oppervlakte van ca. 3500 ha. Het vormt een van de grootste schorrengebieden[1] van Nederland. Dat bij vloed het gebied voor een groot deel wordt overspoeld, doet zijn naam eer aan. Het verdronken land valt bij eb droog.

Het unieke landschap heeft kunnen ontstaan door de ligging in het estuarium[2] van de Westerschelde. Deze rivier is de enige in Nederland met een open, brede zeeverbinding sinds de totstandkoming van de Deltawerken. Omdat het Verdronken Land van Saeftinghe achterin het estuarium ligt waar de rivierbedding smaller en ondieper is, stuwt het vloedwater zo hoog op dat er een gemiddeld tijverschil van 4,5 meter (!) ontstaat. Het tijverschil creëert hoge, steile oeverwallen. Samen met de oeverwallen geven de talrijke geulen waar brakwater[3] doorheen stroomt het gebied een bijzonder karakter.  De vroege en recente geschiedenis van het gebied is afwisselend een periode van bloei, van behoud en van bedreiging geweest. De rol van de mens en zijn strijd tegen het zeewater hierin is evident.

Ontstaan van het schorrengebied 

Langs de kust ontstond ongeveer 10.000 jaar geleden een schoorwal[4] met openingen waardoor het rivierwater van de Schelde, Rijn en Maas naar zee kon afvloeien. Achter de schoorwal vormde zich een moerasgebied dat door slibafzetting verhoogd werd. In het zoetwatermilieu vormde zich een veenlaag. De veenlaag verziltte toen stormvloeden bressen in de schoorwal sloegen en het zeewater het gebied binnen kon stromen. Toen ontstond langzaam de voorloper van de Westerschelde, de Honte[5]. De veenlaag kon tot in de zevende eeuw ten zuiden van Zeeuws-Vlaanderen doorgroeien. Ook in het land tussen Hulst en Saeftinghe werd de veenlaag meters dik doordat een oude zandrug het binnendringende zeewater keerde.

Het Verdronken Land van Saeftinghe, gezien vanuit de lucht. Bron: www.citg.tudelft.nl

In de loop der eeuwen steeg de zeespiegel tot het huidige niveau, dat overigens al rond het jaar 1000 werd bereikt. Het zeewater zette klei en zand af waardoor de schorren aanwasten en het gebied deels bewoonbaar werd. In het huidige Verdronken Land van Saeftinghe is het ontstaan van het schorrengebied ter plekke nog steeds zichtbaar.  

Landwinning

Het waren vooral schaapherders die de schorren gebruikten en kleine nederzettingen bouwden op de hoger gelegen delen, die overigens zeer kwetsbaar waren. Permanente bewoning moest hand in hand gaan met het bouwen van dijken.

Het Land van Saeftinghe behoorde in de middeleeuwen formeel gezien tot het grondgebied van het Duitse Rijk, maar voor het bestuur van de Nederlanden interesseerde de keizer zich weinig. Hij liet het liever over aan de bisschoppen van Utrecht en Luik.

Het gebied viel onder het gezag van bisdom Utrecht. Het waren dan ook monniken die vanaf de elfde eeuw het initiatief tot inpolderen namen. Eerst werden defensieve (lage) dijken gebouwd als bescherming tegen de hoogste vloeden, later werden hoge offensieve zeedijken aangelegd om land op zee te winnen.

In het Land van Saeftinghe hebben vooral Cisterciënzers van de abdijen Ter Doest en Ten Duinen een belangrijke rol in landwinning en –bescherming gespeeld. De bedijkers verdienden goed aan de landwinning; zij verpachtten het nieuwe land. Ook verdiende de landsheer eraan, hij had het dijkrecht en verkocht deze voor een bepaald bedrag per gemet[6]. Speciaal voor het landwinningproces werd een tijdelijk bestuur aangesteld met aan het hoofd een dijkgraaf.

Op het land werden parochies gebouwd, schapen gehouden, land verbouwd, turf gestoken en zout gewonnen. Op het water werd gevist en geleidetol[7] geheven. Saeftinghe maakte een bloeitijd door.

Heerlijkheid Saeftinghe

De bisschoppen van Utrecht en Luik moesten vanaf de twaalfde eeuw, nadat ze de macht over de Nederlanden hadden gekregen van de Duitse keizer, op hun beurt – ongewild – het stokje doorgeven aan de ‘hoge heren’ van de Nederlanden. De graven en hertogen heersten als onafhankelijke landsheren over hun gewesten. De naam van de provincie Zeeuws-Vlaanderen verraadt al dat het gebied – hoewel in omvang geringer – lange tijd tot het gewest Vlaanderen heeft behoord. In de literatuur (Gottschalk, 1984. p.110) wordt op basis van twee oorkonden uit 1261 vermeld dat gravin Margaretha van Vlaanderen (en Henegouwen) het gebied rond het jaar 1260 heeft gekocht van ridder Walter de Luchau. Dit lijkt in tegenspraak te zijn met het Oorkondenboek van Holland en Zeeland tot 1299, artikel 774, boek II, p. 426:

21 augustus 1248  Wolfert, ridder, heer van de Maalstede, die het leen dat hij van Margareta gravin van Vlaanderen en Henegouwen hield, na daarvan vervallen te zijn geweest, had teruggekregen, verklaart samen met zijn zoon en erfgenaam Gerard zich nooit meer tegen de gravin en haar opvolgers te zullen keren en steeds te zullen opkomen voor de rechten van de graven van Vlaanderen in Zeeland […] op verbeurte van zijn bezittingen in Hulsterambacht en het land van Saaftinge. 

Uit deze bron zou kunnen worden afgeleid dat het Land van Saeftinghe al vóór 1248 in het bezit was van Margaretha, die al in 1244 de titel gravin kreeg.

Hoe het ook zij, het Land van Saeftinghe was een heerlijkheid[8]. In 1263 vaardigde Margaretha van Vlaanderen en Henegouwen de keuren van Saeftinghe uit. De keuren waren de rechten en plichten van de heerlijkheid. Zo moesten de bewoners landcijns (soort btw) aan de gravin en haar opvolgers voldoen, waterstaatswerken tijdig en goed uitvoeren op straffe van een hoge boete en manschappen leveren ten tijden van oorlog (heervaart). Aan de laatste plicht werd toegevoegd dat de heervaart alleen tussen een vloed- en ebgetijde voldaan hoefde te worden. Dit verwijst ernaar dat delen van het land bij vloed nog onder water kwamen te staan en terugkeer naar de dorpen onmogelijk was. Verder werd bepaald dat het bestuur uit zeven schepenen[9] en een baljuw[10] diende te bestaan.

De bewoners hadden ook rechten, zo genoten ze tolvrijheid in heel Vlaanderen en waren vrij. In de middeleeuwse samenleving waren veel mensen onvrij ofwel horig, ze behoorden tot een heer totdat zij zichzelf konden vrijkopen. Het koloniseren van nieuw gewonnen land leidde ertoe dat mensen privileges van de landsheer kregen, het belangrijkste privilege was vrijheid.

De grootste omvang bereikte het Land van Saeftinghe rond 1350. De heerlijkheid grensde aan Hulsterambacht en had drie dorpen, Saeftinghe, Casuweele en St. Lauwereyns. De Polder van Namen die in de middeleeuwen nog tot het ambacht Hulst behoorde, werd later (doordat de polder in 1715 verdronk) tot het gebied van het Verdronken Land van Saeftinghe gerekend.  

 De heerlijkheid bezat ook het kasteel ‘Saeftingher Slot’ dat Margaretha uit strategische overwegingen rond 1279 aan de oever van de Honte liet bouwen. De Honte vormde een natuurlijke grens tussen de gewesten Vlaanderen, Zeeland en Brabant. Het kasteel voorzag in twee belangrijke functies, namelijk controle over de Honte en machtsuiting van de gravin en haar opvolgers. Vlakbij het kasteel lag een haven waar schepen mogelijk aanmeerden om hun geleidetol te betalen.  

Bureau RAAP heeft onderzoek gedaan naar de locatie van het kasteel. De exacte locatie van Saeftingher Slot is nog niet bepaald, maar een verwachtte plek is aangemerkt[11]

De vloek en ondergang

Het Verdronken Land van Saeftinghe draagt een mysterieuze naam. Het spreekt tot onze verbeelding; er lijken talloze sagen en legenden over te bestaan. Toch, op een zoektocht naar de geschiedenis van het gebied, drijven weinig mysteries naar de oppervlakte. Er is slechts een legende bekend, waarvan de herkomst en datering van de opgetekende versie onduidelijk is.

Dat landt aende Schelde was scone ende vruchtbare met vele lieflijcke dorpen, waervan Saeftinghe metten casteele ende twee kercken wel tvoernaemste was. Maer alsoe de rijckdom de inwoonders van diere hadde ontsteke en ghecorrumpeert duer ijdelheijt ende hoeveerdichijt, dat se vere hadde besleghen ende gouden durpels voer huer lieden huusen waeren gheleijt wijl se die arme lieden verjoeghen met stocken ende honden, soe dattet Gode om wrake slaghede. Oc maekte huerlieder quatede deselve blindt ende dove voer die wondre voerteeckenen ende maeninghen van hanghende straffe.

Soe vingh eenen schipree ene seemeerminne ende bachten de quam huer meerman gedreven, smeeckende om sijn wijfke weder te ghecrijghene, maer de visscher loech hem uitte met schimpiger tale. Doe riep de meerman quaet ende luijdt ‘Tlandt van Saeftinghe sal verghaen, alleen de torens sullen bliven staen.’ Dein woonders voorts kerende totte slemperijen en vonden gheen tijt huerlieder dijcken te voorsiene. Doe eene maerte smorghens waeter quaem sceppen uit den steenputte van de intbecken seevisselkens drijvende ende soe wierdt deselve arme meijd vercondt hoe twaeter van de see al al tlandt duere hadden ondermeijnd soe datse haestelicke van thof wegvlood ende vande straffe ghespaert mochte blijven.

Up Allderheijlighen anno 1570 quam een impetueuse vloet de rijcke polders imindren ende werdt Saeftinghe duer de see verswolghen met alle huusen ende inwoonders, alleenlijck de torens nogh eenighe tijt latende uutghesteken boven twaetere totse see versoncken, maer somwile can men huerlieder clocken hoeren luuden totte onse allere vermaeninghe. 

Uit: G.M.P. Sponselee en M.A. Buise, Het Verdronken Land van Saeftinghe. 

De legende verhaalt over de rijkdom van het gebied en de ijdelheid van de bewoners, die zelfs gouden drempels voor hun huizen hadden. Ze verjoegen arme mensen met stokslagen en honden.  Voor de voortekenen van Gods wraak op hun misdragingen waren de bewoners blind en doof.

De straf kwam in de vorm van een vloek toen een visser een zeemeermin gevangen had genomen en ondanks smeekbeden van de meerman niet vrij wilde laten. De meerman sprak de vloek uit: “Het Land Saeftinghe zal vergaan, alleen de torens zullen blijven staan.”

Op Allerheiligen in 1570, zo vertelt de legende, werd Het Land van Saeftinghe verzwolgen door een stormvloed en bleven de (kerk)torens slechts even overeind. Soms kun je de klokken nog horen luiden als vermaning voor ons allen.

Het Land van Saeftinghe was een welvarend gebied, maar het zogenaamde bezit van gouden drempels is meer dan een overdrijving. Ook ging het land niet voorgoed verloren tijdens de Allerheiligenvloed van 1570, al kwam veertien jaar later wel plotseling een einde aan de bewoningsgeschiedenis.

Stormvloeden: bedreiging en behoud

Gedurende de hoge  en late middeleeuwen is het oostelijk deel van Zeeuws-Vlaanderen bedreigd door stormvloeden. Zo waren er stormvloeden in 1134, 1214, 1248, 1262, 1268, 1288, 1318, 1334, 1341, 1356, 1357, 1374, 1375, 1404, 1424, 1467, 1468, 1472 en 1488.

Ook in de zestiende eeuw waren er zware overstromingen, waaronder in 1530 (St. Felixvloed) en 1570 (Allerheiligenvloed). Volgens de legende zou tijdens de laatste stormvloed het Land van Saeftinghe verloren zijn gegaan, maar in werkelijkheid zijn de dijken in 1571 hersteld.

Om het land te behouden, waren de waterstaatswerken – met name dijkherstel – van groot belang.

Dijkherstel na de St. Felixvloed, een reconstructie

Waterstaatswerken waren in principe een lokale aangelegenheid, maar de dijkschade na de St. Felixvloed alarmeerde het regeringscentrum van Karel V te Brussel. Karel V had begin zestiende eeuw de Nederlanden geërfd van zijn vader Filips de Schone.

Door de stormvloed van 5 november 1530 waren het Land van Saeftinghe, delen van Hulsterambacht en een deel van het Land van Beveren overstroomd. De dijkschade was enorm. Het hof te Brussel stuurde daarom enkele onderzoekscommissies naar het gebied. Onder anderen de raadsheer te Mechelen Filips Nigri en de heer van Fiennes, gouverneur van Vlaanderen, gingen op onderzoek uit. Fiennes kreeg twee weken later van de keizer de taak van oppertoezichthouder over het dijkherstel in heel Vlaanderen. Filips Nigri zorgde ervoor dat de materialen voor het dijkherstel werden ingekocht tegen de prijs die voor de stormvloed gold, omdat anders de prijs opgedreven zou worden. Niemand mocht profiteren van andermans ellende. In april 1531 werd de dijken opnieuw beschadigd en bemoeide de keizer zich er zelf mee. Iedereen (geheel en deels overstroomde gebieden, maar ook die gevaar liepen en de tienden en molens) moest in zijn buidel tasten om het dijkherstel te kunnen betalen. De overheid financierde de werkzaamheden voor. In totaal moest 13.500 meter dijk hersteld worden.

De uitvoering van de herstelwerkzaamheden werden wel lokaal geregeld. Ridder Jan van Zaemslach en Jan van Steelandt, respectievelijk hoog- en onderbaljuw van het Land van Saeftinghe, moesten de drooglegging in hun land regelen. Zij werden bijgestaan door onder andere vertegenwoordigers van de abdij Ter Duinen, die daar grond bezat, en andere notabelen. Een deel van de financiering kwam van de heerlijkheid zelf, een ander deel kwam van de regering in de vorm van beden[13]. Het benodigde dijkmateriaal bestond uit sparrenhout, elzenhout, zinkrijshout en veel aarde. Arbeiders, zowel mannen als vrouwen, werden uit de stad Antwerpen gehaald. Deze dijkwerkers ontvingen dagloon. In de zomer, waarin de dagen lang waren, verdienden ze meer dan in de winter. Ze werkten hard, want loon was naar prestatie, en lang: in de zomer gemiddeld 15 uur en in de winter gemiddeld 9 uur. De mannen verdienden wel ruim een kwart meer dan de vrouwen. Dus daarin is sinds die tijd niet veel in veranderd als men in acht neemt dat het huidige loonverschil in Nederland tussen mannen en vrouwen gemiddeld 20,8% is, maar dit terzijde. In 1532 was de klus geklaard.

Strategische inundaties: de ondergang

Uiteindelijk was het niet de natuur, maar de mens die voor de ondergang van het Land van Saeftinghe zorgde. Na een hele reeks stormvloeden overleefd te hebben, werd tijdens de Tachtigjarige Oorlog besloten het land om strategische redenen op te geven.

Toen de Spaanse legers vanuit het zuiden oprukten, werden de zeedijken in 1584 op verschillende plekken, waaronder in Saeftinghe, doorstoken. De opstandelingen wilden voorkomen dat de steden Gent, Brugge en Antwerpen in Spaanse handen zouden vallen. Ook moesten de vijandige legers gestopt worden opdat ze gewest Zeeland niet zouden binnendringen. Toch veroverden de Spanjaarden Brugge en Gent in 1584 en Antwerpen in 1585, maar Zeeland bleef behouden.

Door de strategische inundatie[14] van 1584 ontstond het Saeftingher Gat dat voor de definitieve ondergang van het Land van Saeftinghe zorgde. De geul had een diepte van tien meter en een breedte van 231 meter. Het schuurde de veenlagen volledig uit. Begin zeventiende eeuw bleek het resultaat van de inundaties: een verruiming van de Westerschelde van ongeveer 24.000 ha.

Toen het Twaalfjarige Bestand in 1621 eindigde, waren strategische inundaties niet meer nodig in het oostelijke deel van Zeeuws-Vlaanderen; de Staatse gebieden (de gebieden die de Republiek op de Spanjaarden hadden veroverd) Axel en Terneuzen waren al omringd door water. Officieel behoort Zeeuws-Vlaanderen sinds de Vrede van Munster in 1648 – die de Tachtigjarige Oorlog beëindigde – tot het Nederlandse grondgebied. Aan de bewoningsgeschiedenis van Saeftinghe, echter, is sedert 1584 voorgoed een einde gekomen.

Het Verdronken Land van Saeftinghe: een land van betekenis

De ondergang van het Land van Saeftinghe leidde niet tot het einde van de gebiedsgeschiedenis. In de achttiende eeuw is door de mens het gebied langzaam weer op de zee herwonnen. Het afsluiten van het Saeftingher Gat was cruciaal, omdat daardoor de afzetting van klei en zand opnieuw schorren voortbracht. Het Verdronken Land van Saeftinghe zag weer het licht. De schorren konden – net als voorheen – dienstig zijn aan de schaapherders en vissers. De vissers begin vorige eeuw hadden bijnamen als Sieske de Platte, Wannes de Bie, Pietje-pist-in-‘t-water en Staf de Sterke. Dit jaar is de familiekroniek De Sterke van Saeftinghe van Paul de Schipper gepubliceerd.

Tegenwoordig vervult het Verdronken Land van Saeftinghe verschillende functies. Voor een beperkt gedeelte, zo’n 15%, is het gebied voor recreatie vrij toegankelijk; de rest is te bezoeken onder leiding van een gids. Er komen veel vogelsoorten in het gebied voor, zoals het baardmannetje en visdiefje, maar ook de rietzanger, bruine kiekendief, lepelaar, smient en grauwe gans.

Daarnaast groeien er verschillende plantensoorten als de zeeaster, spiesmelde en echt lepelblad, een bijzonderheid van Saeftinghe. Het schorrengebied heeft een educatieve functie, onder andere omdat het laat zien hoe het Zeeuwse oerlandschap gevormd is. In het gebied stijgt het aantal bezoekers ieder jaar. Er is zelfs sprake van een hoge recreatiedruk, die tot extra toezicht noopt. In deze zin kunnen we dan ook spreken van een bloeiperiode, zij het een andere dan ten tijde van heerlijkheid Saeftinghe.

Het Verdronken Land van Saeftinghe was lang een Beschermd Natuurmonument, maar sinds 23 december 2009 is het een Natura 2000-gebied: Westerschelde & Saeftinghe. In totaal zijn er in Nederland 162 Natura 2000-gebieden. Ze beslaan in totaal een oppervlakte van 1,1 miljoen hectare, waarvan 69% water en 31% land is. De gebieden behoren tot een aaneengesloten netwerk van natuurgebieden in de EU, die zijn aangewezen op grond van de vogel- en habitatrichtlijn. Natura 2000 wil voorkomen dat de biodiversiteit achteruitgaat en wil een evenwicht tussen menselijke activiteiten (recreëren, wonen en werken) en natuur creëren. Concrete maatregelen zijn in de beheerplannen uiteengezet; Westerschelde & Saeftinghe hoort tot het beheerplan Natura 2000-Deltawateren[15].

Verdieping en verruiming van de Westerschelde, een bedreiging?

In de zomer van 2009 ontstond er een hevige discussie tussen Nederland en België over de verdieping van de Westerschelde, ten einde het bereiken van de Antwerpse haven te vergemakkelijken. Na bezwaren van onder andere de Zeeuwse Milieufederatie en de Vogelbescherming bepaalde de Raad van State op 28 juli namelijk dat de vaargeul voorlopig niet mag worden verdiept en verruimd. Volgens de gemeente Antwerpen en het Antwerpse havenbedrijf is dit besluit in strijd met eerder gemaakte afspraken, de zogenaamde Scheldeverdragen[16] die in 2008 zijn goedgekeurd door de Eerste Kamer. De Raad van State oordeelde echter dat verdere verdieping en verruiming van de rivier zou leidden tot ernstige schade aan de natuurgebieden, waaronder het Verdronken Land van Saeftinghe.

Op 29 juli 2009 kopt het Reformatisch Dagblad:

‘Nieuwe toekomst voor natuur in Westerschelde’ 

DEN HAAG (ANP) – Opluchting en blijdschap dinsdag bij de Zeeuwse Milieufederatie en de Vogelbescherming. De vaargeul van de Westerschelde mag voorlopig niet worden verruimd en verdiept, zo oordeelde de Raad van State dinsdag. 

De Zeeuwse Milieufederatie en de Vogelbescherming hadden bezwaar gemaakt tegen de verdieping, omdat deze zou leiden tot een aantasting van het natuurgebied Westerschelde en Saeftinghe. De raad oordeelt in zijn voorlopige uitspraak dat minister Verburg (Landbouw en Visserij) „niet met voldoende zekerheid heeft kunnen concluderen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zullen worden aangetast.” 

De natuurorganisaties spreken van een internationaal uniek overgangsgebied van rivier naar zee met slik- en zandplaten, die bij eb deels droogvallen en waar veel (trek)vogels op afkomen. 

De Vogelbescherming zegt na de uitspraak te geloven in een nieuwe toekomst voor de natuur in de Westerschelde. De Milieufederatie is vooral opgelucht. „De Westerschelde kon wel wat goed nieuws gebruiken. Vooral vogels, vissen en zeehonden zullen opgelucht ademhalen”, aldus een woordvoerder. […] 

Bron: Reformatorisch Dagblad

Daarmee was het laatste woord nog niet gesproken want op 13 januari dit jaar besloot de Raad van State in de beroepsprocedure tegen het Tracébesluit[17] en de uitvoeringsbesluiten dat de verruiming van de vaargeul doorgang kan vinden. Het besluit is mede tot stand gekomen doordat in december 2009 de natuurbeschermorganisaties – de Zeeuwse Milieufederatie, stichting Het Zeeuws Landschap, de Vereniging Natuurmonumenten en de Vogelbescherming – hun bezwaar intrekken.

In het Tracébesluit van 2008 staat dat onderzoek heeft uitgewezen dat er ‘geen significante negatieve gevolgen voor de natuur in de Westerschelde’ zullen zijn. Op de website van Project Verruiming Vaargeul (www.verruimingvaargeul.nl) is de volgende beoordeling voor Nederland te vinden:

“De maatregelen voor verruiming en onderhoud hebben een beperkt zichtbaar effect op het Westerscheldegebied. Het betekent een kleine wisseling van typen beschermd gebied: Waardevol ondiep en droogvallend gebied op de ene locatie wordt vervangen door waardevol gebied op een andere locatie.

De overgang tussen zout en brak water in de Westerschelde kan iets veranderen. Normaal wijzigt het zoutgehalte echter ook, afhankelijk van de zeestand en de rivierafvoer. Het effect vereist daarom geen maatregelen.
Kenmerkende gebieden waar bodem en water relatief rustig op hun plaats blijven, kunnen de komende jaren deels verdwijnen als er niets gebeurt. Het flexibel storten op de plaatranden maakt dat dit minder snel gebeurt.

Voor de tureluur, zwarte ruiter en groenpootruiter kan er op korte termijn door de verdieping iets veranderen. Ze komen graag op slibgebieden die lang droog liggen. Door veranderende waterstand en waterbeweging zijn deze gebieden tijdelijk minder aantrekkelijk. Het effect op de middellange termijn is echter zeer gering. Het aantal paren broedende visdieven zal door toename van slib in het water met enkele exemplaren afnemen, maar dat is gezien de totale populatie te verwaarlozen.

Gewone zeehonden, die gebruik maken van rustplaatsen rond de Zimmermangeul, Platen van Valkenisse en Walsoorden, kunnen verstoord worden door baggerschepen. Daarom wordt in de stortvakken afstand gehouden tot hun rustplaatsen.”

Voor de natuurbeschermorganisaties was het van belang dat er een compensatie voor de natuurschade zou komen. De commissie Nijpels concludeerde reeds in 2008 dat voor het natuurherstel van de Westerschelde het ontpolderen van de Hertogin Hedwigepolder de best mogelijke oplossing is. De Hertogin Hedwigepolder is in 1907 ingepolderd en heeft een agrarische bestemming.

Het kabinet komt in oktober 2009 tot dezelfde conclusie na een grondig onderzoek te hebben laten verricht naar een alternatief voor het natuurherstel, namelijk buitendijkse schoraanleg en eventueel verlaging van Saeftinghe[18]. In maart 2010 bevestigt demissionair minister Verburg dat de ontpoldering van de Hertogin Hedwigepolder doorgang zal vinden.

In het regeerakkoord van de aantredende coalitie van VVD en CDA staat echter dat er naar een alternatief gekeken moet worden. Het Reformatisch Dagblad kopt op 30 september jl.:

Alternatief voor ontpolderen Hedwigepolder 

DEN HAAG (ANP) – Het plan om de Zeeuwse Hertogin Hedwigepolder onder water te zetten ziet de nieuwe regering niet zitten. Dat blijkt uit het donderdag gepresenteerde regeerakkoord. „Nu de verdieping van de Westerschelde is afgerond, wordt er in overleg met Vlaanderen een alternatief ontwikkeld voor de ontpoldering van de Hedwigepolder in Zeeuws-Vlaanderen”, staat in het stuk. […] 

Bron: Reformatorisch Dagblad

Geconcludeerd kan worden dat de mens overwegend verantwoordelijk is voor de bloeitijd, behoud en bedreiging van het unieke landschap. Wat de gevolgen voor de verruiming en verdieping van de Westerschelde voor het Verdronken Land van Saeftinghe en de Hertogin Hedwigepolder zullen zijn, zal alleen de toekomst kunnen uitwijzen.

In deze weergave van het Verdronken Land van Saeftinghe is de Hertogin Hedwigepolder die grenst aan de, in België gelegen, Prosperpolder niet aangemerkt als behorende tot het schorrengebied. Goed zichtbaar is dat het natuurgebied omgeven is door cultuurland ofwel landbouwgrond.

Bron: Sysbiosis

Zien en lezen!

Het verdronken Land van Saeftinghe op YouTube:

Deel 1

Deel 2

Deel 1 (6:56 min.): Deel 2 (8:21 min.): Het omvangrijke werk van A.J.M. de Kraker, Landschap uit balans: de invloed van de natuur, de economie en de politiek op de ontwikkeling van het landschap van de Vier Ambachten en het Land van Saeftinghe tussen 1488 en 1609, Utrecht 1997.

Literatuur:

  • Gottschalk, E.M.K., De Vier Ambachten en het Land van Saaftinghe in de Middeleeuwen, Assen 1984.
  • Kempen, P.A.M.M. van en V. Vreugdenhil, Kasteel van Saeftinghe, gemeente Hulst; een archeologisch rapport, Amsterdam : RAAP Archeologisch Adviesbureau, 2001.
  • Kraker, A.J.M. de (red.), De Westerschelde, een water zonder weerga, Kloosterzande 2002.
  • Kraker, Adrie de, ‘Een kwestie van geld en organisatie. Dijkaanleg en dijkherstel in noordoost-Vlaanderen tijdens de zestiende eeuw’, In: Tijdschrift voor Waterstaatsgeschiedenis, 2 (1993); webversie 2006, p. 26-37.
  • Sponselee, G.P.M.  en M.A. Buise, Het Verdronken Land van Saeftinghe, Kloosterzande 1979.

Internet:

www.hetzeeuwselandschap.nl

www.minlnv.nl

www.deltawerken.nl

www.geschiedeniszeeland.nl

www.awnzeeland.nl

www.verruimingvaargeul.nl

www.refdag.nl

www.natura2000beheerplannen.nl

www.citg.tudelft.nl


[1] Buitendijks aangeslibd land dat begroeid is met zoutminnende flora en dat alleen bij springvloed geheel overstroomt.

[2] Trechtervormige riviermonding die onder invloed van de zee (getijdenstromingen) staat.

[3] Brakwater is een mengsel van zeewater en rivierwater.

[4] Aan de kust gevormde zandrug of zandbank.

[5] Pas in de zeventiende eeuw spreken we van de Westerschelde en Oosterschelde.

[6] Oud oppervlakte maat van ca. 0,4 ha.

[7] Voorbijvarende schippers moesten tol betalen voor bescherming tegen roof en andere overlast.

[8] Een gebied waarvan de rechten (en plichten) gekocht zijn van de landsheer, die het grondgebied in eigendom heeft.

[9] Leden van de bestuursraad, belast met het dagelijkse bestuur.

[10] In de Nederlanden de naam voor de ambtenaar (van het Vlaamse hof) belast met de rechtspraak.

[11] Zie figuur 6 en 7 in het rapport Kasteel van Saeftinghe, gemeente Hulst; een archeologisch onderzoek.

[12] Zie Adrie de Kraker, Dijkaanleg en dijkherstel in noordoost-Vlaanderen tijdens de zestiende eeuw.

[13] Verzoek tot geldelijke ondersteuning.

[14] Onderwaterzetting, overstroming.

[15] Zie voor meer informatie http://www.natura2000beheerplannen.nl.

[16] Zie voor een complete lijst van afspraken tussen Nederland en België: http://www.refdag.nl/nieuws/regio/verdieping_westerschelde_van_1995_tot_2009_1_347034.

[17] Zie voor verdere informatie www.verruimingvaargeul.nl.

[18] Zie ook de brief betreffende Ontwikkelingen natuurherstel en verdieping Westerschelde van minister Verburg aan de Eerste Kamer van 9 februari 2010 (www.minlnv.nl).

Geef een reactie

Historiën Twitter
Schrijf je in voor TOEN!