Huispersoneel vroeger en nu

Dienstmeisjes voeren in veel gegoede burgerhuishoudens in de eerste helft van de twintigste eeuw dagelijkse werkzaamheden uit. Vaak onder leiding van een butler of kamerheer. Een schets van het Nederlandse huispersoneel.

‘Wie heerschen wil over anderen, die moet zelf kunnen dienen, die moet zelfbeheersching en redelijkheid tot zijn deugden kunnen rekenen.
Onredelijk is het: van een dienstbode diensten te verlangen waarvoor zij niet is gehuurd.
haar te laten overwerken wanneer zulks niet strikt noodzakelijk is. Haar voor herhaald overwerk niet extra te beloonen.
haar te berispen wanneer men om andere redenen wrevelig gestemd is.
haar wanneer de dagtaak extra vroeg is afgeloopen, gauw nog iets anders te laten doen.
inbreuk te maken op haar vrijen tijd.
haar alleen oudbakken eten (brood, klieken, enz.) te geven, terwijl men ‘binnen’ andere kost nuttigt, die door de dienstbode moet worden toebereid.
haar des avonds na het werk in een koude keuken te laten zitten.’

Zo luidt een citaat bij het hoofdstuk ‘Dienstboden’ uit het befaamde en meest verkochte boek over de etiquette ‘Hoe hoort het eigenlijk’ uit 1939  van Amy Groskamp-Ten Have.  Regels die in deze tijd ouderwets overkomen, maar voor wie de onderliggende boodschap goed leest en verstaat, biedt dit citaat nog steeds volop stof tot nadenken in de omgang met het huispersoneel.  Dit onder het motto: Wie de schoen past, trekke hem aan.

Dienstboden

Een dagmeisje, een dienstmeisje voor dag en nacht, was of werkvrouw in dienst hebben was begin 20e eeuw heel gebruikelijk bij de gegoede burgerij, adel en rijke boeren. Deze meisjes waren doorgaans afkomstig uit eenvoudige en dikwijls grote (land)arbeidersgezinnen, en gingen al heel jong ‘in betrekking’, dikwijls al op 12 à 14 jarige leeftijd. De dikwijls grote gezinnen woonden in kleine huisjes en moesten leven van een gering inkomen. Iedere extra gulden die ingebracht kon worden door de kinderen was meer dan welkom, en doorleren na de lagere school was er beslist niet bij. De meisjes leerden het vak van dienstbode ‘in de praktijk’ bij hun mevrouw, maar sinds 1937 konden werkloze meisjes een opleiding tot dienstbode volgen in Kasteel Bouvigne te Ginneken. Deze opleiding was slechts een heel kort bestaan beschoren, want na de Tweede Wereldoorlog werd deze opleiding veranderd in een opleiding voor kraamverzorgsters en bejaardenhulpen.

Familieportret. "Huishouden van Oom Jan van Esch". Esch, 1870. Bron: www.flickr.com/

De dienstboden maakten hele lange dagen  en moesten keihard werken voor een klein loon. Zij hadden niets te vertellen en moesten  onderdanig zijn, en precies doen wat hun werd opgedragen. Een grote mond of werkweigering werd bestraft met ontslag op staande voet en slechte referenties met als consequentie geen inkomen en ook geen werk bij een andere familie. Hoewel overal keihard moest worden gewerkt, maakte het wel verschil of er ‘gediend’ werd bij een rijke boer op het platteland of bij een rijke gegoede burgerfamilie in het dorp of de grote stad.  Bij de boeren moesten de dienstmeisjes behalve schoonmaken, wassen, schrobben en koken ook koeien melken (met de hand) en tuinonderhoud. Bij de burgerfamilies werden alleen huishoudelijke werkzaamheden verricht, en moesten ook dikwijls de kinderen verzorgd worden.  Meestal aten en sliepen de dienstmeisjes apart in de meidenkamer of in de stal, maar in sommige gezinnen aten de meisjes wel samen aan een tafel met de familie en werden ze ook goed behandeld. Of een dienstmeisje goed of slecht werd behandeld,  viel en stond met de mentaliteit van haar ‘mevrouw ‘ en de familie. Er waren goede en slechte werkgevers, en de ervaringen van het huispersoneel waren heel verschillend.  De dienstmeisjes moesten 6 dagen per week werken, en waren alleen zondags vrij, en de ‘vakantie’ was slechts een weekje. De dienstmeisjes werden per jaar ‘besteed’ en de contracten liepen van mei tot mei.
De letterlijke omschrijving van een dienstbode is iemand die in loondienst huishoudelijk werk verricht. Meestal was zij een jonge ongehuwde vrouw, die ook wel dienstmeisje werd genoemd.
Volgens onderstaande grafiek  werkte  in de eerste helft van de 20e eeuw een groot deel van de vrouwelijke beroepsbevolking in Nederland als dienstbode. De vrouwen werkten als inwonende dienstbode of als dagmeisje dat alleen overdag kwam om te werken in de huishouding.

Vrouwelijk huishoudelijk personeel in Nederland. Bron: wikipedia.org

Tussen 1920 en 1940 gingen de jonge vrouwen ook in andere sectoren zoals de industrie en winkels werken, waar zij meer konden verdienen en steeds minder als dienstbode. Daardoor nam het aanbod van dienstboden steeds meer af, maar de vraag bleef groot. Daardoor werden tussen 1920 en 1940 veel Duitse dienstmeisjes aangenomen en werd gesproken over het ‘dienstbodeprobleem.’  Na 1950 nam door mechanisatie van het huishouden en stijgende lonen de vraag naar dienstboden steeds meer af, en stierf dit beroep in Nederland vrijwel uit. In de jaren vijftig verdwenen ook de kinderjuffrouwen, gouvernantes, naaisters en kokkinnen uit de Nederlandse huishoudens.

De butler en ander mannelijk huispersoneel

Wie aan een butler denkt, denkt al gauw  aan de Engelse onkreukbare statige heer in livrei of deftig zwart kostuum, die het bezoek met een minzame glimlach binnenlaat en officieel aankondigt bij mijnheer en mevrouw. In Nederland is de butler in het begin van de 20e eeuw niet echt gemeengoed geworden, maar in Engeland daarentegen wel. Een butler of kamerheer is in het huishouden het hoofd en chef van het huispersoneel, verantwoordelijk voor de huishouding en fungeert als persoonlijk assistent van de werkgever.
Verder werkte het mannelijk huispersoneel in vroeger tijden vooral als huisknecht, koetsier, tuinman, chauffeur en landarbeider bij een boer.

De bekende Britse televisieserie ‘Upstairs, Downstairs’ geeft een bijzonder en realistisch tijdsbeeld van een chique en rijk Engelse huishouden van begin 20e eeuw met hoofdrollen voor de immer onkreukbare butler Hudson, de norse kokkin Mrs. Bridges en de hautaine Lady Marjorie Bellamy, haar familieleden en chique kennissenkring.
De romans van enkele bekende schrijfsters zoals Annie Oosterbroek-Dutschun, H.J. Nijnatten-Doffegnies, Catherine Cookson en Hennie Thijssing-Boer (zij werkte zelf als dienstmeisje) geven ook een realistisch beeld van de verhoudingen tussen de rijke boeren en burgerfamilies en het huispersoneel in vroeger tijden.

De butler leerde het vak in de praktijk bij de familie voor wie al gewerkt werd door zijn vader of op het landgoed waar men een boerderij pachtte van een rijke adellijke familie. De jongens hielpen mee in het huishouden en verrichten allerlei werkzaamheden zoals tuinieren, haarden aanmaken, jagen en slachten, enzovoort.

Tegenwoordig is de butler veel meer een manager, die onder andere ontvangsten organiseert, verantwoordelijk is voor de financiële administratie, ondersteuning geeft bij briefwisselingen, bezoeken aan de huisarts en verder heel veel regelt voor zijn werkgever. 
In tegenstelling tot het uitgestorven beroep van dienstbode is het beroep van butler een beroep dat met zijn tijd is meegegaan en waarvoor speciale butler opleidingen kunnen worden gevolgd. De huidige butler wordt ook wel Personal Assistant (PA) genoemd, die een grote verantwoording heeft en altijd discreet moet zijn.

Het huispersoneel in deze tijd

Vandaag de dag is er wel heel veel veranderd met betrekking tot het huispersoneel. Het huishoudelijke werk wordt nog steeds regelmatig uitbesteed aan huishoudelijke hulpen, die zich verhuren voor bijvoorbeeld één of twee dagdelen per week, al naargelang de vraag. Verder is er een grote groep mensen, die als alfa, thuishulp of gezinsverzorgster werken bij ouderen, gehandicapten en gezinnen die thuishulp nodig hebben vanwege ziekte en  andere omstandigheden. Zij werken doorgaans voor of via thuiszorgorganisaties bij cliënten thuis.

Ook het grote standsverschil is verdwenen en de verhoudingen zijn veel gelijkwaardiger geworden. De vroegere dienstbode of werkster heet nu hulp in de huishouding, alfa of thuishulp,  en het vroegere kindermeisje heet nu oppasmoeder, nanny of au pair. Ook de samenstelling van het huispersoneel is veranderd. Werkten vroeger vooral jonge ongehuwde meisjes uit eenvoudige (land)arbeidersgezinnen als huispersoneel, tegenwoordig werken getrouwde vrouwen van middelbare leeftijd, scholieren,  studenten en doorgaans buitenlandse au pairs als oppas of huishoudelijke hulp. Deze au pairs werken in hun gastgezinnen meestal als kinderoppas en verrichten daarnaast lichte huishoudelijke werkzaamheden en in hun vrije tijd volgen zij dikwijls taallessen.

Bronnen

www.wikipedia.org
www.jenneken.nl
www.geschiedenis.vpro.nl (Dienstmeisjes voor dag en nacht)
www.butler.startpagina.nl
www.intermediair.nl (Artikel De werkster de baas)
Groskamp-Ten Have, Amy, Hoe hoort het eigenlijk (Amsterdam 1939)

2 Reacties op Huispersoneel vroeger en nu

  • Pingback: Dienstmeisje zijn was echt verschrikkelijk! - Rovers vertelt! over vintage

  • Linda Nieman schreef:

    Mijn oma heeft ook gewerkt als dienstmeisje bij een familie in de sarphatistraat te amsterdam. Geboren in 1898. Zij was weesmeisje en woonde in het burgerweeshuis. Vanaf haar 12e jaar werd zij te werk gesteld. strenge mevrouw en familie. de loodgieter kwam ook wel daar thuis natuurlijk en zo heeft zij mijn opa leren kennen en zijn ze getrouwd. daarna hebben zij en later wij, het erg goed gehad als zelfstandig loodgieter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schrijf je in voor TOEN!