Interview met Molukse gijzelnemer

Polnaija 2_1.jpgDertig jaar na de gijzeling van de basisschool van Bovensmilde verzoent dader Tom Polnaija zich met de slachtoffers. Polnaija: “Ik heb spijt van de gijzeling. Nu wil ik de slachtoffers helpen met hun trauma’s.”

Tom_Polnaija.jpgIn de jaren zeventig voerden Molukse militanten in Nederland gewelddadige acties uit die niet onderdeden voor de terreur van de Duitse Rote Armee Fraktion (RAF), de Spaanse ETA en de Italiaanse Rode Brigades. Molukse jongeren die streden voor een Onafhankelijke Republiek der Vrije Zuid-Molukken (RMS) bezetten de Indonesische ambassade en hadden het plan koningin Juliana te ontvoeren. Er waren rellen, de bezetting van de Indonesische ambassadeurswoning en het consulaat, brandstichting in de Indonesische ambassade, twee bloedige treinkapingen en twee opzienbarende gijzelingen: het provinciehuis van Assen en de lagere school van Bovensmilde. In totaal vielen er veertien doden.

De actie in Bovensmilde was wellicht het meest aangrijpend. Heel Nederland herinnert zich de gegijzelde kinderen die uit het raam “Van Agt wij willen leven” schreeuwden naar de minister van Justitie. Uiteindelijk werd de gijzeling beëindigd door mariniers die met pantserwagens de school binnenreden en de gijzelnemers overmeesterden. De beelden gingen de hele wereld over en bezorgden menig kijker koude rillingen. Omdat de slachtoffers jonge kinderen waren, werd de actie alom als een buitengewoon onmenselijke daad beschouwd.

Tom Polnaija
De jongste en meest grimmige gijzelnemer van Bovensmilde, Tom Polnaija (48), heeft zich zeer onlangs samen met een andere gijzelnemer verzoend met twee van de kinderen die hij in 1977 gijzelde. Tijdens de ontmoeting heeft hij spijt betuigd en vergeving gevraagd. Samen met de slachtoffers pleit hij nu voor een monument op de plaats waar de verwoeste school ooit stond. Ook dat is nu opnieuw wereldnieuws. Polnaija: “Veel van de kinderen en hun ouders zijn nog steeds getraumatiseerd. Er zijn bijvoorbeeld vaak spanningen in hun relaties door de gijzeling. Ik wil ze nu helpen om het te verwerken.”

“Na de gijzeling werd ik tot zeven jaar cel veroordeeld en zat ik zo’n vijf jaar gevangen. Jarenlang ging het ook met mijzelf niet goed. Ik was zeer gefrustreerd en rebels. Ik dronk en gebruikte drugs, maar ik was niet getraumatiseerd zoals de kinderen. Eind ’97 ben ik bekeerd en is mijn leven ingrijpend veranderd.

Uiteindelijk heeft de hele affaire mijn leven verrijkt en mijn geloof verdiept. Ik heb geleerd goed van kwaad te onderscheiden. Vroeger speelde ik voor God. Nu wil ik leven in dienst van Christus. Hij is de enige weg. Vroeger was haat mijn drijfveer. Nu wil ik liefde uitdragen. Daarom wil ik de gegijzelde kinderen helpen met het verwerken van hun trauma’s. Verzoening is voor mij als gelovige een belangrijke opdracht.”

Het is duidelijk dat Polnaija – die nu in de rustige Betuwe woont – na zoveel jaren de gijzeling en de zwarte periode daarna definitief wil afsluiten. Het verhaal van zijn leven leest als een wrede Griekse tragedie die eindigt met een louterende, zuiverende ontknoping annex catharsis. Door schade en schande komt de hoofdpersoon uiteindelijk tot inzicht en leert zo doende zichzelf en het leven kennen. Dit gebeurt echter niet zonder littekens achter te laten bij zichzelf en anderen. Wie verlicht wil raken, moet immers eerst gekruisigd worden heeft Gerard Reve eens gezegd. Degene die een roos wil plukken, zal eerst de doornen moeten weerstaan.

Polnaija: “De verzoening met de gegijzelde kinderen is een radicale, maar goede stap geweest. Ik krijg veel positieve reacties op onze verzoenings-actie. Als er zich nog meer slachtoffers van de gijzeling bij me melden, zal ik zeker tijd voor ze vrij maken. Ik wil niks overhaasten en ze ongeforceerd helpen met hun trauma’s. Dat lijkt mij het beste. Je moet niemand dwingen. Er zijn heus ook wel gijzelaars die er nog niet aan toe zijn.”

Polnaija is een vriendelijke, open man met een opvallende zwarte sik. Weinig tot niets doet meer denken aan de agressieve gijzelnemer van weleer. Lange haren zoals toen heeft hij niet meer. Alleen de slangen-tatoeage op zijn arm herinnert nog aan zijn ruige verleden. Opmerkelijk genoeg betekent zijn achternaam Polnaija  “omhels mijn kinderen” in het Maleis. What’s in a name? Na dertig jaar doet hij met zijn evangelisatiewerk onder jongeren zijn naam weer eer aan. Zou het dan toch waar zijn dat een naam grote invloed heeft op iemands leven, zoals soms beweerd wordt? Polnaija: “We zijn allemaal kinderen van God. Volgens mij maakt het niet uit welke kleur of nationaliteit iemand heeft. Voor God is iedereen gelijk.”

Polnaija was naar eigen zeggen ook al gelovig toen hij de gijzeling uitvoerde in 1977. Vlak voor de gijzeling deed hij zelfs belijdenis in de Hervormde kerk. Als hij er nu op terug kijkt, stelde zijn religieuze overtuiging toen echter niet veel voor. Polnaija: “Ik ging toen wel naar de kerk, maar als ik het met mijn huidige geloof vergelijk stelde het niet veel voor. Eind ’97 nam mijn vrouw me tegen mijn zin mee naar een opbouwdienst. Dat was de ommekeer. Ik werd echt gegrepen door God’s woord. Die bijeenkomst had een zeer ingrijpende invloed op me. Mijn geloof is verdiept en nu ben ik een veel betere volgeling van Christus geworden. Jezus stierf voor mij. Nu wil ik leven voor Hem. Ik kijk niet meer naar andermans fouten, maar probeer zelf goed te leven. Vroeger was haat mijn drijfveer. Nu is het liefde wat ik wil uitdragen. Je moet je schuldenaren vergeven. Zo probeer ik muren te doorbreken. ”

Plezierige jeugd
Ondanks dat zijn vader net als alle andere Molukse KNIL-soldaten na de Indonesische onafhankelijkheid ontslagen werd na aankomst in Nederland (1951), en er weinig toekomstperspectief was voor het gezin Polnaija, was Tom’s jeugd toch plezierig. Hij groeide op in de bosrijke omgeving van kamp Westerbork. Polnaija: “Dat was een hele mooie streek waar je als kind goed aan je trekken kwam. De problemen kwamen pas later toen ik besefte dat mijn ouders hier niet gelukkig waren en er veel wanhoop en frustratie heerste binnen de Molukse gemeenschap. Gediscrimineerd en vernederd werden we niet, maar we waren wel erg kwaad op de Nederlandse regering die in al die jaren niks voor ons gedaan had. Er is niet geprobeerd om een terugkeer naar de Molukken te realiseren. Ze hebben ons gewoon laten stikken. We zijn in de steek gelaten en voelden ons achtergesteld. Dat konden we niet verdragen.”
Polnaija is in de weekends veel met de Hervormde Molukse kerk bezig, was ouderling, is getrouwd met zijn vrouw Hanny, heeft twee kinderen en bouwt als hobby in zijn vrije tijd Molukse trommels die ook bij kerkdiensten gebruikt worden. Hoewel het lang geduurd heeft, voelt  hij zich tegenwoordig wel thuis in Nederland. Polnaija: “Ik blijf echter een overtuigd RMS-er. Vroeger in materiële of vleselijke zin, maar nu vooral in geestelijk opzicht. In de jaren zeventig streed ik voor een echte Vrije Molukse Republiek. Nu  ben ik niet meer voor een vleselijke RMS maar meer voor een geestelijke versie in de hemel. Vrijheid is een zaak van God.”

Toen hij in 1977 de 105 schoolkinderen van Bovensmilde gijzelde, was Polnaija timmerman van beroep. Opmerkelijk genoeg oefent hij dat vak nu nog steeds uit. Dat is waarschijnlijk een van de weinige zaken die nog hetzelfde zijn als toen. Vooral zijn geestelijke leven is erg veranderd. Zo zeer zelfs dat hij moeite moet doen om de vragen te beantwoorden over zijn gedrag tijdens de gijzeling in Bovensmilde. Het is duidelijk dat zijn gedachtegang toen heel anders was en hij zulke acties nu niet meer uit zou voeren. In de jaren ’70 waren Che Guevara en Fidel Castro zijn helden, nu is Christus zijn grote voorbeeld. Polnaija: “Ik heb altijd wel iets extremistisch en radicaals in mijn karakter gehad. Van extremistische nationalist ben ik een ware christen geworden.  Dat zijn weer twee uitersten.”

“Ik schaam me voor onze actie in Bovensmilde maar het was geen vergissing. Het paste in de periode van de jaren zeventig, maar niet meer in de huidige geïndividualiseerde tijd. Veel vrijheidsstrijders en terroristen pleegden destijds gijzelingen en kapingen. Overal waren vrijheidsstrijders of terroristen als Carlos de Jakhals, Palestijnse vrijheidsstrijders en de RAF actief.

De Molukse gemeenschap stond toen onder grote spanning. Er was veel onderlinge ruzie over de RMS en de slechte rol die Nederland in de affaire had gespeeld. Als je tegen de RMS was, kon het gebeuren dat je huis werd vernield. Zo erg was het. Indonesië haatte ik niet zo zeer maar de Nederlandse overheid wel. Er moest iets gebeuren, want de spanning werd te groot.
In die periode was ik een radicale vrijheidsstrijder voor de Republiek Maluku Selatan (RMS). Samen met een groep andere jongeren besloten we een school te gijzelen en een trein (De Punt). Sommige Molukkers zagen me na de gijzeling als held, maar dat hoefde voor mij nooit zo. Ik voelde me niet goed in Nederland en wilde me niet aanpassen. De gevangenis heb ik prima doorstaan, maar ik raakte nadien wel erg gefrustreerd over de toekomst van mijn volk. Ik wilde niet deugen, nam drugs en dronk veel. Dat was een moeilijke tijd die nu echter voorbij is. Bedreigd door medegevangenen of andere Nederlanders ben ik nooit. Nu zet ik me volledig in voor Christus en ben druk bezig met evangelisatie. Mensen die me van vroeger kenden en me nu bezig zien vinden dat ik ook dat weer op een extreme manier doe. Omdat ik Tom heet, noemen ze me nu  “Gelovige Thomas”. Dat is wel leuk en grappig om te horen.”

Koelbloedige Killers?
Hoe hij aan het wapen kwam waarmee hij de gijzeling uitvoerde, wil Polnaija eigenlijk niet zeggen. Polnaija: “We hadden verschillende wapens bij ons. Die waren gewoon in omloop en er was vrij makkelijk aan te komen. Ook hadden we de beschikking over een granaat om te dreigen. Maar het was slecht spul dat snel haperde. Het was ook nooit de bedoeling om die wapens tegen mensen te gebruiken. We hebben de kinderen nooit willen doden. We waren geen koelbloedige killers. We hebben wel geschoten maar dat was om de politie en de mensen te waarschuwen en op afstand te houden. Dat we in Jemen als guerrilla’s waren opgeleid door mensen van het Palestijnse Volkfront voor de Bevrijding van Palestina klopt niet. We hadden alles zelf georganiseerd.”

Polnaija: “De gijzeling was een spontane actie maar wel redelijk goed voorbereid. Het leek ons een goed idee om een school te gijzelen omdat jonge, kwetsbare kinderen goede onderhandelingswaar zijn. De overheid zou op die manier wel aan onze eisen toegeven, dachten we. De actie mislukte echter omdat de kinderen ziek werden. We besloten ze vrij te laten omdat ze buikloop hadden. Later bleek het een truc te zijn van de overheid, die laxeermiddelen in het eten had gedaan. Dat hadden we niet door. Je vecht tenslotte tegen een machtige staat, die sterker en slimmer was dan wij.”
Nu zou ik zoiets niet meer doen. Ik houd heel veel van kinderen en werk met ze binnen onze kerk. Dat is ook een belangrijke reden waarom ik het weer goed wil maken met de gegijzelde kinderen van Bovensmilde.”

KNIL-militairen
In 1951 kwamen 4000 Molukse KNIL-militairen en hun families met schepen als de Castel Bianco, Goya, Groote Beer en de Kota Inten aan in Nederland. Dit is volgens velen het startpunt van de Molukse tragedie. Omdat de militairen van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL)  Nederland gesteund hadden tijdens de politionele acties tegen Soekarno, konden ze niet terug. Door veel Indonesiërs werden ze immers gezien als verraders. Daarom besloten de – voornamelijk christelijke – Molukkers noodgedwongen tijdelijk maar naar Nederland uit te wijken, zonder de hoop op terugkeer los te laten. Hen werd door de Nederlandse overheid beloofd dat ze spoedig weer mochten terugkeren als er een onafhankelijke Molukse republiek was gerealiseerd.

Toen de Molukse KNIL-soldaten in 1951 aankwamen in Nederland werden ze – zeer tegen hun wil – meteen ontslagen en over het land verspreid. De 12.500 Molukkers leefden vaak in voormalige Duitse concentratiekampen als Vught (Lunetten) en Westerbork. Omdat hun verblijf tijdelijk was mochten ze niet opgaan in de Nederlandse bevolking. Ze konden niet stemmen of zich in het bevolkingsregister inschrijven en waren gedwongen slecht betaald werk te doen.

De Molukse gemeenschap vond dan ook dat de Nederlandse regering hen had laten zitten en had verwaarloosd. Twintig jaar lang hebben de Molukkers daar vervolgens op vreedzame wijze tegen geprotesteerd totdat ze in de jaren zeventig tot gewelddadige acties overgingen. Het ideaal van een Vrije Molukse Republiek was verder weg dan ooit,  maar verdween nooit. Tot op de dag van vandaag bestaat er een regering in ballingschap met als premier John Wattilete. Zelfs de tweede generatie Molukkers bleef het ideaal van terugkeer koesteren en radicaliseerde. Het koloniale verleden van Nederland kreeg een grimmig staartje. Polnaija is daar het bewijs van.

Polnaija: “Met het ontslag van de KNIL-miltairen in Nederland in 1951 is de ellende eigenlijk begonnen. Toen waren de Molukse soldaten opeens ambteloos en stateloos burger, hetgeen hen natuurlijk zwaar viel nadat ze zich jarenlang hadden ingezet voor Nederland. Velen hadden nog steeds de hoop op een terugkeer naar een onafhankelijke Molukse republiek en wie daar later anders over dacht binnen de gemeenschap werd soms bedreigd. Mijn vader was ook een ontslagen KNIL-militar. Ik zag het verdriet en de pijn van mijn ouders en wilde daar iets aan doen. Ik werd steeds radicaler en ontspoorde. Met de gijzeling in Bovensmilde wilde ik angst creëren. Volgens de kinderen was ik de meest grimmige gijzelnemer omdat ik wel eens een schop verkocht.”

Op de vraag of Polnaija inmiddels al eens op de Molukken geweest is, antwoordt hij ontkennend. “Ik heb wel familie op de Molukken maar een bezoek is er nog niet van gekomen. Ik probeer de mensen daar te ondersteunen en familieleden komen soms hier naartoe. Dus er is zeker contact. Ik ben al eens op Java geweest, maar nog niet naar mijn vaderland. Op zijn tijd wil ik er wel naar toe. Ik laat het afhangen van hetgeen God van mij verlangt. Ik ga alleen naar plaatsen toe waar ik nodig ben.”

“Ik weet ook niet of ik erg nog kan leven. Omdat ik in Nederland ben opgegroeid, heb ik ook een Europees wereldbeeld gekregen. Wij zijn toch individualistischer dan de mensen op de Molukken. Het leven is daar simpeler en eenvoudiger. De mensen leven er dichter bij de natuur en zijn ook zeer afhankelijk van die natuur. Zo leven wij natuurlijk niet meer. Ondanks de spanningen tussen christenen en moslims op de Molukken gaan ouderen soms wel weer definitief terug naar de Molukken. Daar worden zelfs informatie-avonden voor georganiseerd. De wil om terug te keren, blijft dus bestaan.”

“Mijn hoop is dat de derde generatie Molukkers, waar mijn kinderen ook toe behoren, een zegen voor de Nederlandse maatschappij mogen zijn. Velen hebben hun plaats hier wel gevonden. Dat is goed voor de integratie. Er zijn nu 50.000 Molukkers in Nederland en we hebben al enkele Molukse kamerleden gehad, maar ik hoop dat er meer komen. Bekende voetballers als Tahamata, Luhukay, Landzaat, Tuhuteru en van Bronckhorst (Molukse moeder) hebben het ook prima gedaan. Daar ben ik trots op en ik hoop dat die positieve ontwikkeling zich voortzet.”

Volgend jaar zal Polnaija zelf ook weer helemaal geïntegreerd zijn in de Nederlandse samenleving. Dan zal hij voor het eerst sinds 1977 weer mogen stemmen. Hij moet er zelf om lachen.

Tot slot
Twee afleveringen van het Polygoon journaal uit 1977. De eerste aflevering gaat over eerste dag van de gijzeling, de tweede aflevering overhet einde van de gijzeling:

[kml_flashembed movie="http://nl.youtube.com/v/LY75q93E3Jk" width="370" height="255" wmode="transparent" /] [kml_flashembed movie="http://nl.youtube.com/v/Y-Vp96RLLnk" width="370" height="255" wmode="transparent" /]

2 Reacties op Interview met Molukse gijzelnemer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schrijf je in voor TOEN!