Interview met oud-Tourwinnaar Jan Janssen

Afgelopen week ging de 102e editie van de Tour de France van start in Utrecht. De Grand Départ begon met een tijdrit van ruim 13 kilometer door de straten van de Domstad. Voorafgaand aan de Tour was er op 2 juli een ploegenpresentatie in Utrecht. Daarbij was ook oud-Tour de France winnaar Jan Janssen (75) aanwezig. Dat de Tour naar Utrecht kwam, is mede aan hem te danken. Janssen heeft zich immers sterk ingezet om de Grand Départ naar de Domstad te halen. Aanleiding genoeg dus voor een gesprek met deze eerste Nederlandse Tour-winnaar en oud-wereldkampioen.

De Tour-overwinning heeft mijn leven sterk veranderd

Het interview met Janssen vindt plaats in een fietsenzaak in Houten. Toevallig of niet hangt er tijdens het gesprek een gele trui over de leuning van Janssen’s stoel. Aan tafel zit ook zijn vrouw Cora die Nederland in ’68 via de tv leerde kennen toen zij haar man begroette op de wielerbaan van Vincennes om hem te feliciteren na zijn heroïsche Tour-overwinning. Na 4685 kilometer fietsen had Janssen immers zijn grote concurrent Herman Van Springel met slechts 38 seconden voorsprong verslagen ! Tot dan toe was dit veruit de kleinste voorsprong van een Tourwinnaar op nummer twee in de geschiedenis van de Tour de France. Een unicum.

Een interview met Jan Janssen over wielrennen, de Tour de France en de Grand Départ in Utrecht. Janssen:

Ik zie de toekomst van het Nederlandse wielrennen positief in, maar op een nieuwe Tourwinnaar moeten we denk ik nog lang wachten.

Tour 2015

Tour de France 2015. Bron: wikimedia commons.

Was u aanwezig bij de Tour-start in Utrecht (Grand Départ)?

Janssen: “Uiteraard. Ik ben daar vijf dagen lang geweest (1-5 juli). De proloog was belangrijk voor de stad Utrecht omdat er een week lang bedrijvigheid was in het kader van de Tour de France.”

Jan Janssen

Jan Janssen in 1967. Bron: wikimedia commons.

Had u een speciale functie tijdens de Grand Départ? 

Janssen: ” Ik was daar pr-man. Ik moest hier en daar wat aanwezig zijn bij diners en presentaties van allerlei zaken (o.a. ook de ploegpresentaties). Je geeft dan de renners eens een hand en krijgt wat vragen van journalisten en televisiemensen.

Vond u Utrecht een mooie locatie voor de Grand Départ en wat was uw opinie over het parcours van de proloog en de 2e etappe?

Janssen: “Ik heb het tijdrit-parcours een aantal keren gereden met de auto, maar ook met de fiets. Het is natuurlijk fantastisch dat ze daar zo’n tijdrit kunnen rijden. Ik was er al een keer eerder met de toenmalige directeur van de Tour, Jean-Marie Leblanc. Dat was in 2005-2006. Leblanc sprak heel lovend over het parcours omdat je ter plaatse weinig hoeft op te breken of af te bouwen. Er zijn allerlei busbanen en het gaat langs prachtige gedeeltes van Utrecht.”

Zou het niet mooier geweest zijn als het tijdrit-parcours over de Utrechtse grachten had gelopen?

Janssen: “Dat kan niet. Dat is technisch onmogelijk. Niet te doen.”

Bij de proloog van de Ronde van Italië (Giro) van 2010 hebben ze dat in Amsterdam wel gedaan.

Janssen: “Ja, maar dat is toch iets anders. Hier is het technisch niet te doen.”

Tom Dumoulin

Tom Dumoulin. Bron: wikimedia commons.

Wie denkt u dat de proloog gaat winnen?

Janssen: “Tja, dat is een beetje koffiedik kijken, maar onze Nederlandse specialist Tom Dumoulin heeft natuurlijk een hele grote kans daarop. Maar ja, ik weet niet of hij de druk aankan, want ze schrijven al drie weken niks anders dan dat Tom Dumoulin de Gele Trui gaat pakken. Hij komt steeds meer onder druk te staan. Dat is niet gemakkelijk. De een kan daar veel beter mee omgaan en zoiets verwerken dan een ander. Het mentale gedeelte is daarbij heel belangrijk.”

Wie voorspelt u als uiteindelijke winnaar van de Tour de France dit jaar?

Janssen: “Er zijn 4 à 5 renners waarvan je zegt: ja, die kunnen hem winnen. Chris Froome is er een van, Alberto Contador nummer twee, dan Vincenzo Nibali en bij de Fransen zijn er ook nog een paar kanshebbers: Romain Bardet bijvoorbeeld (verleden jaar heel goed gereden) Die heeft bewezen dat hij heel goed in de bergen is. En de Colombiaan Nairo Quintana natuurlijk. Een paar aankomsten op zo’n berg is zijn speeltuintje natuurlijk. Daar kan hij wel mee weg.”

Wilco Kelderman

Wilco Kelderman. Bron: wikimedia commons.

Ziet u Nederlanders nog hoog eindigen in het klassement?

Janssen: “Nou, als er één eindigt bij de eerste tien dan zeg ik ‘chapeau’! Dan vind ik het al goed. Dat moet dan Wilco Kelderman of Steven Kruijswijk zijn, die tijdens de Ronde van Italië bewezen heeft dat hij in de bergen heel goed is. Dat kan echter ook een nadeel zijn. Kruijswijk heeft nu immers al een grote ronde in de benen en nu komt de Tour er weer aan. Dat kan ook te veel zijn. Maar op zijn leeftijd moet hij dat welk aankunnen. Er zijn zelfs renners die alle drie de grote rondes rijden.”

Wie zou er sportief wel eens kunnen gaan opvallen tijdens de Tour?

Janssen: “Ik mik op Wilco Kelderman. Dat vind ik een heel goede renner. Van Kruijswijk verwacht ik ook veel en dan zijn er nog twee outsiders: Ten Dam en Gesink. Maar achter beiden zet ik ook een vraagteken. Ik weet het niet.”

Tour van ´68

U was een groot kampioen. Wat zijn de voornaamste kwaliteiten die een renner nodig heeft om de Tour te winnen? Is dat talent, mentaliteit, werkkracht, een goede ploeg, zelfvertrouwen, geluk of een combinatie van al die zaken?

Janssen: “Dat ligt er aan wat voor renner je bent. Ben je een etapperenner of ben je een klassieke renner? Daar gaat het om. Ik was allebei een beetje. Ik reed klassiekers maar ook etappe-wedstrijden. Ik was een allrounder. Ik had geen onderdeel waar ik nou echt de beste in was. Ik kon goed klimmen, maar was er ook niet super in. Het was niet mijn specialiteit. Ik kon ook een goede tijdrit rijden. Dat is gebleken. Ik kon daarnaast wel erg goed bewegen in het peloton. Zelfs in sprinten was ik rap. Dus op alle terreinen was ik goed. Dat is ideaal voor een etappe-renner.”

Eddy Merckx

Eddy Merckx on Mount Royal Montreal Canada 1974 World Championship Road Race. Bron: wikimedia commons.

Eddy Merckx heeft eens gezegd dat het om het totaal-pakket gaat. Klopt dat?

Janssen: “Ja, Merckx had dat ook. Merckx had ook alles in zich. Bij mij blijkt dat bijvoorbeeld uit de groene truien die ik gewonnen heb in de Tour. Bij de groene trui kun je behalve in de vlakke etappes ook in de bergen je punten pakken. Dat deed ik dan ook. Het is me drie maal gelukt om hem naar Parijs te brengen. “

Col Tourmalet

Col Tourmalet. Bron: wikimedia commons.

Wat was uw moeilijkste moment ooit in de Tour?

Janssen: “Ik heb eens in 1968 (net als in 1964 overigens) een etappe gehad die loodzwaar voor me was. Toen heb ik de wereld echt aangezien voor een doedelzak hoor. Verschrikkelijk. Soms heb je wel eens een slechte dag. Dan gaat het niet. Dat gebeurt. Die komt iedereen wel eens tegen. In ’68, tijdens de etappe naar Saint-Gaudens, over de Col du Tourmalet heen, ging het echt slecht met me. Aah, dat was heel zwaar. Maar ik stond vooraan in het klassement, dus je moet je plaats verdedigen. Dan kun je toch ietsje meer dan wanneer je op het gemak naar huis rijdt, zoals vele renners dat doen.”

Op zo’n moment is het dus heel erg afzien?

Janssen: “Oh jongen. Dat is echt bijten. Het is toch die pijngrens proberen te verleggen. De ene gaat tot hier en de ander nog verder. Ik was daar behoorlijk bedreven in. Ik had natuurlijk talent maar was geen super-talent. Ik had echter een geweldige inzet. Dat gaf de successen aan mijn rijden.”

Wat was uw mooiste moment in de Tour de France. Was dat toch de overwinning in Parijs in 1968?

Janssen: “Ja, het moment dat ze zeggen ‘je hebt de Tour gewonnen’ was erg bijzonder. Ik heb ook veel andere mooie wedstrijden gewonnen en ben wereldkampioen geweest, maar de Tour is een monument. Dat staat op eenzame hoogte. Ook voor mensen die helemaal niks te maken hebben met fietsen of sport geldt dat: de Tour de France kent iedereen. Pas daarna komen er andere wedstrijden. Als je de Tour een keer kunt winnen, geeft dat altijd een stukje naamsbekendheid. ”

Heeft de Touroverwinning uw leven sterk veranderd?

Janssen: “Ja, absoluut. Ik ben later in zaken gegaan en heb een fietsen-fabriek gecreëerd met de naam Jan Janssen erop. Dat is summier begonnen en heb ik door de jaren heen uitgebouwd. Dat staat nu als een blok.”

Loopt het goed?

Janssen: “Ja, het gaat heel goed. Onze twee zonen (Jan en Pierre) doen dat nu. De ene is de technische en de andere de commerciële man. Dat gaat prima samen. De laatste jaren hebben beroepsrenners zoveel verdiend dat ze op hun lauweren kunnen rusten. In onze periode was dat niet zo. Ik klaag niet hoor want ik heb goed mijn brood verdiend, maar ik kon niet tot mijn 65ste jaar op een stoel gaan zitten. Dat was mijn natuur ook niet zo. Toen ik mijn zaak startte was het soms wel 7 dagen in de week werken. Dat wel. Ik was daar ook erg consciëntieus in en heb altijd veel inzet getoond, maar dat was mij niet onbekend. Het is heel goed gelukt. ”

Heeft de wereldtitel uw leven ook veranderd?

Janssen: “Als je geen Tour de France wint is zo’n wereldtitel natuurlijk het hoogst haalbare. Maar het wordt overvleugeld door een Tour de France-overwinning. Alle mensen kennen de heer Janssen als Tour de France winnaar: de eerste in Nederland. Dat is 47 jaar geleden. Jonge mensen van 25 jaar zeggen echter regelmatig: oh, heb jij de Tour de France gewonnen? Die weten dat niet eens. Dat is inherent aan de leeftijd. Niet al te sportieve jonge jongens weten het al helemaal niet meer.”

Herman van Springel

Herman van Springel. Bron: wikimedia commons.

De Belgische journalist Herman Chevrolet heeft een hele speciale theorie over uw Tour-overwinning in ’68? De Tour-directie zou er volgens hem bewust voor gezorgd hebben dat een grote kampioen als u de Tour zou winnen in plaats van een kleinere renner als Herman van Springel. Dat vond men beter op het palmares van de Tour staan. Wat vindt u daarvan? Volstrekte onzin?

Janssen: “Chevrolet heeft wel eens uitspraken waar ik een vraagteken achter zet.”

Komen dergelijke verhalen in de wereld doordat de Vlamingen teleurgesteld waren doordat u Herman van Springel op het allerlaatste moment had geklopt in de Tour?

Janssen: “Dat kun je wel zeggen ja. Daar heb ik nu nog steeds mee te maken. Toen ik een paar maanden geleden door Antwerpen liep, kwam er een echtpaar naar me toe van mijn generatie (65-70 jaar). Ze zeiden tegen me: “Jij hebt de gele trui van Herman van Springel gestolen!” Toen heb ik gezegd: “Ho meneer, u moet me niet gaan uitschelden. Toen heb ik hem even goed uitgelegd wat er toen precies gebeurd is. Die man ging daarna heel tevreden weg. Hij gaf me een hand en zei ‘sorry meneer Janssen, ik heb respect voor uw carrière’. Het was natuurlijk pijnlijk voor dergelijke mensen, zeker voor Belgen, dat er toen in die tijd opeens een Nederlander met een brilletje op, hun held kwam kloppen. Dat is echt zuur hoor. Dat is net als wanneer wij verliezen van Duitsland bij het Wereldkampioenschap voetbal. Dan is ook iedereen teleurgesteld. Verdomme weer die Duitsers! Dat is een beetje dezelfde context die je meemaakt in het wielrennen.”

Hebben de speciale banden (van zijde) waar u tijdens de afsluitende tijdrit van de Tour in 1968 op fietste, wel een grote rol gespeeld bij uw uiteindelijke Tourwinst?

Janssen: “Ja, door mijn slimmigheid in die tijdrit had ik een super-lichte fiets en speciale banden. Het was een echte tijdrit-fiets. Bij het tijdrijden heb je verder ook een motorrijder die de weg voor je opent. Ik had tegen hem gezegd dat hij niet te ver naar voren toe mocht uitrijden: hij moest op zo’n 50 meter blijven. Mijn motor-rijder heette Henri en ik kende hem al jaren. Hij deed die dag precies wat ik hem gevraagd had. Daardoor kon ik zien aan zijn achterlichten of er een lastige bocht aankwam. In dat hele verhaal van die tijdrit zitten misschien wel 10 seconden waarbij ik geprofiteerd heb van die motor-rijder die 50 meter voor me reed. Zoiets moet je aangeven. Dat had Herman Van Springel ook kunnen doen.”

Slimheid speelt dus een grote rol in wielrennen en topsport?

Janssen: “Ja, natuurlijk!”

Ik las een keer dat koffie (cafeïne) u ook geholpen had bij uw Tour-overwinning. Klopt dat?

Janssen: “Ja, koffie is toch ‘tussen aanhalingstekens’ een beetje opwekkend. Wij werden in die tijd behoorlijk fors gecontroleerd op dopingzaken, maar koffie mocht je hebben.”

Mag dat nu nog? Ik zag een documentaire over de Argos-ploeg (Nieuwe Helden – In het Hart van de Tour). Daar namen ze ook koffie-capsules. Is dat nog steeds toegestaan?

Janssen: “Ja, dat is toegestaan want of je nu tien koppen koffie drinkt voor de start of koffie-capsules neemt, dat maakt niet uit.”

Joop Zoetemelk

Kampioenschap Ploegentijdrit 1968 te Hoofddorp.
*31 juli 1968. Bron: wikimedia commons.

Wordt de Tour inderdaad door veel rusten in bed gewonnen zoals Joop Zoetemelk eens zei?

Janssen: “Ja, Zoetemelk was daar natuurlijk een expert in. Je moet in de Tour de France zo veel mogelijk herstellen. Dat wil zeggen: niet op straat gaan lopen en naar de auto’s en de mooie meisjes kijken en naar de mensen toe gaan. Nee, je moet op bed blijven, rusten en herstellen. Daar was Joop natuurlijk een meester in. Wij gingen daarentegen wel eens bij elkaar op de kamer om moppen te vertellen en om over allerlei dingen te praten en stiekem een sigaretje te roken. Dat was een ambiance die toch wel leuk was. Maar ja, Joop is Joop. Die heeft, moet ik zeggen, zichzelf 20 jaar lang uitstekend verzorgd. Met succes, want wat die vent allemaal gewonnen heeft! Pfoe. Ik denk wel dat hij veel heeft afgezien want het tekent hem nu nog steeds.”

In welke zin?

Janssen: “Uiterlijk. Hij heeft een smal gezicht gekregen”. “En hij ziet altijd een beetje wit” vult zijn vrouw aan .

Kon u minder goed rusten dan Zoetemelk?

Janssen: “Wmah, dat ging wel hoor. Maar ik was veel nerveuzer en energieker dan hij. Dat heeft ook zijn voordelen. Als je op de fiets zit en je bent oplettend en energiek dan kan dat erg nuttig zijn. Je bent dan zo energiek dat je je niet uit het veld laat slaan en bijna je stuur opvreet van de passie. ‘Grrr, godver nu ga ik ze kloppen’ denk je dan. Ik had af en toe wel eens ruzie met renners omdat ze te dicht tegen me aan kwamen. Dan gaf ik ze een elleboog of een duw. Ik was brutaal op de fiets. Als je dat niet bent, rijd je niet bij de eerste tien.”

Heroïek

Erik Dekker

Erik Dekker. Bron: wikimedia commons.

Oud-renner Erik Dekker heeft eens gezegd dat “wielrennen de enige echte sport is. De overige sporten zijn spelletjes.”Bent u het daar mee eens?

Janssen: “Ik denk zeker dat wielrennen een van de zwaarste sporten is. Bij voetbal krijgen ze ook schoppen hoor, maar dan maken ze daar altijd veel stampij over. Bij andere sporten dan wielrennen denk ik wel vaak: ‘waar hebben we het over?’ Wielrenners zitten vijf uur op een fiets, bergop, bergaf. Dat is echt het harde labeur.”

Wielrennen is dus heroïscher dan veel andere sporten?

Janssen: “Ja, maar niet meer zoals vroeger. Vroeger was het echt heroïsch met (reserve)banden om je heen gebonden en als we dorst hadden, dronken we uit een fontein, in een café of langs de weg. Wanneer er een bierwagen langs de weg stond, klommen we erop om de bierflesjes eruit te halen enz. Dat heb ik allemaal meegemaakt, maar dat is niet meer. Nee, het wielrennen is wat humaner geworden, in die zin dat de etappes korter zijn dan vroeger. Ze rijden nu wel harder maar dat kan ook niet anders als je kijkt naar het materiaal dat ze hebben, de eetgewoontes, de kleding en de medische begeleiding. De Tour is ook nog maar 3500 kilometer lang. In mijn tijd was dat 4700 à 4800 km ! We hadden ritten van 300 kilometer op een dag bij een hitte van 37 à 38 graden. Dat was afzien. Ah.”

U bent katholiek. Heeft uw geloof u geholpen tijdens wedstrijden en in het leven?

Rozenkrans

Paternoster Rozenkrans. Bron: wikimedia commons.

Janssen: ” Ja, als mensen in angst zitten dan gaan ze bidden. Dat zie je in oorlogen en in gebieden waar ellende heerst. Daar zitten de kerken vol. Dat heeft een psychologische reden. Ik ben ernstig ziek geweest (Non-Hodgkin) en dan bid je ook.”

‘Het komt ook door mijn opvoeding. Wij moesten ’s zondags twee maal naar de kerk toe. Ik heb mijn geloof altijd behouden. Het is nooit verdwenen. Daar heb ik voordelen van gehad en nog steeds …”

Geeft het steun en hoop?

Janssen: “Ja, zowel steun als hoop. Ik heb veel halsbrekende toeren uitgehaald tijdens mijn carrière en had toch een soort engelbewaardertje op mijn schouder zitten. Er zijn nooit ernstige ongelukken met me gebeurd. Af en toe wel een valpartijtje natuurlijk, maar geen ernstige dingen.

De Belgische ex-renner Johan Museeuw had ook altijd een Paternoster (rozenkrans) bij zich om onheil af te weren. Die had hij twee maal niet bij zich met ernstige gevolgen. Toen kreeg hij namelijk een zwaar motorongeluk en een knieblessure met gangreen er over heen. Museeuw vroeg zich af of dat kwam omdat hij de rozenkrans niet bij zich had. Was het toeval of niet?

Janssen: “Toeval bestaat niet. Dat zijn dingen waar ik in geloof.”

Scherpenheuvel basiliek

Scherpenheuvel basiliek. Bron: wikimedia commons.

Wielrennen wordt wel een katholieke sport genoemd. Moeten we dat positief of negatief opvatten?

Janssen: “Positief. Je ziet Italiaanse of Spaanse renners dikwijls voor de start van een tijdrit, etappe of klassieker even een kruisje slaan. Drie keer soms. Of ze kussen een medaillon. Dat zijn van die rituelen die ik wel aardig vind om te zien. Dat waardeer ik wel. ”

“De paus, bisschoppen en dorpspastoors zegenen ook dikwijls fietsen en er zijn bedevaartplaatsen waar fietsers komen die een kaarsje aansteken In de Belgische bedevaartplaats Scherpenheuvel heb je een kerkje, met allemaal restaurantjes en cafeetjes eromheen, waar ze een kaarsje opsteken. Dat is fantastisch man! Geweldig.”

“Eén keer per jaar worden daar ook fietsen gezegend. Ze komen er vanuit allerlei dorpen naartoe. Elke week komen er fietsers om een kaarsje te branden en een hapje te eten. Het wordt zelfs van de preekstoel afgekondigd in Belgische kerken: ‘zondag fietsen we weer naar Scherpenheuvel !”

Madonna del Ghisello

Madonna del Ghisello wielerkerk. Bron: wikimedia commons.

In Italië en Frankrijk bestaan er echte wielerkerken en -kapellen. Wat vindt u daarvan?

Janssen: “Dat vind ik wel iets hebben. Ik ken de wielerkerk van Madonna del Ghisallo in Italië. Er zijn daar fietsen van beroemde renners en andere wielerobjecten te bezichtigen. De trui van Fausto Coppi hangt er etc.’

Hangt er ook nog iets van u?

Janssen: “Nee, nee, nee. Er is wel een biografie van Zoetemelk te vinden.”

De overleden oud-renner Wim van Est was ook katholiek. Hij zei eens dat hij veel geleden had op de fiets. Er was volgens hem slechts één die meer geleden had in het leven dan hij. Daarbij keek hij met een schuin oog naar een naburig Christus-beeld.

Wim van Est

Wim van Est. Bron: wikimedia commons.

Janssen: “Hahaha. Dat is echt Wim van Est. Ik heb nog een leuke anekdote over hem. Ik reed eens een wedstrijd waarin Wim van Est voorop lag met een groepje van een man of 5 à 6 renners. Toen gingen opeens de spoorbomen dicht. In België noemen ze dergelijke spoorbomen ‘barelen’. Door de sluiting van de barelen kon het peloton weer aansluiten en hergroepeerde alles zich weer waardoor Wim van Est zijn voorsprong kwijt was. Na de finish was er een hoop tumult door het incident. Wim van Est werd direct omringd door een hoop journalisten en heeft toen tegen hen gezegd : “Wat denk je? Als die ‘bordelen’ niet gesloten waren geweest, dan win ik toch zeker de koers ! Hahaha ! Mooi hoor.”

“Van Est had veel humor. Wim kon het uitleggen hoor. Ik heb hem goed gekend en zelfs nog met hem gereden. Toen was hij 42. Jawel. Hij probeerde overal een slaatje uit te slaan. Dan zei hij na een koers: ‘ik heb voor je gewerkt en dus moet je betalen’. Dan antwoordde ik: ‘Kom Wim, we hebben toch niks afgesproken’. Zulk soort dingen daar stond hij bekend om.”

Tour 2015

Bent u aanwezig op de Champs-Elysées aan het einde van de Tour?

Janssen: “Dit jaar niet. Soms ben ik daar aanwezig maar niet elk jaar. Ik ben liever onderweg van de partij en dan vooral ’s morgens vroeg. Dan loop je door dat Tour-dorp heen en kom je die en die tegen en drink je een kop koffie etc. De bekenden van mijn generatie zijn echter wel steeds minder aanwezig. Of ze komen niet meer of ze zijn dood. Raymond Poulidor zie ik wel nog regelmatig net als Danguillaume. Het wordt steeds minder.”

Ziet u in de toekomst een Nederlander ooit nog de Tour winnen?

Janssen: “Dat is een goede vraag. Ik denk dat we nog heel lang moeten wachten. Ik hoop het nog mee te maken, maar ik zie het zwaar in. Zeg echter nooit nooit. ”

Waarom is dat?

Janssen: “De wielersport is helemaal veranderd. Vroeger was het min of meer een individuele sport. Nu wordt er echt per ploeg gereden en is het wielrennen mondialer geworden. De renners komen nu uit Kenia, Zuid-Afrika, Amerika, Rusland en nog veel meer verre landen. Daar komen hele goede renners vandaan. Het aanbod is veel groter geworden.”

Ziet u de toekomst van het Nederlandse wielrennen positief in?

Janssen: “Jawel. Dat heeft met verschillende factoren te maken. Fietsen is heel populair in Nederland en dat zal zijn effect hebben op het wielrennen. Je kunt je hier, zeker met al dat woon-werk-verkeer, beter per fiets verplaatsen dan met de auto. In Utrecht heb je al de verordening dat je met oude auto’s niet eens meer de stad in kunt komen.”

“Fietsen is ook een gezonde en plezierige bezigheid natuurlijk. Hier in Utrecht kun je bijvoorbeeld prachtig langs de Lek-dijk fietsen. Het is gezond en fijn om te doen. De mensen krijgen bovendien steeds meer vrije tijd en we hebben sinds enkele jaren ook de elektrische fiets waarmee mensen die nooit fietsten opeens op de fiets kwamen. Die fietsen nu ook. Dat is fantastisch. Als je 80 bent kun je tegenwoordig nog steeds op de fiets rijden zonder grote inspanning.”

“We hebben in Nederland bovendien 135.000 kilometer fietspaden. Dat is uniek in heel de wereld. Er is nergens zo’n fietsdichtheid als in Nederland. Ook niet in China. Iedereen van 4 tot 94 kan hier fietsen. Er zijn talloze mooie, rechte en platte wegen te vinden in ons land. Prima. Af en toe staat er wel wat wind maar so what. Ik zie daarom een grote toekomst voor het fiets-gebeuren.”

tourdefranceutrecht.com

letour.fr/us

janjanssen.nl

Schrijf je in voor TOEN!