Interview met Judit Polgar: de beste schaakster aller tijden

De Hongaars-Joodse Judit Polgar wordt alom gezien als de beste schaakspeelster aller tijden. Historien sprak met deze schaak-legende over haar leven en carrière.

Top-schaken kan een kunst zijn: creatief en complex.

Judit Polgar

Judit Polgar. Bron: wikimedia commons.

Judit Polgar was op 12-jarige leeftijd de jongste schaker ooit die de FIDE-top 100 binnen kwam (mannen en vrouwen samen). Op 15-jarige leeftijd werd ze zelfs de jongste grootmeester aller tijden, waarmee ze het record van de legendarische Bobby Fischer brak. Van 1989 tot 2014 was ze ononderbroken de beste vrouwelijke speelster ter wereld. Bovendien won ze partijen van talloze schaakgrootheden als Kasparov, Carlsen, Karpov, Spassky, Kramnik, Anand en Topalov en stond ze als enige vrouw tusen de mannen in de top 10 van de wereld. Ook won ze met haar beide zussen de 28ste Schaak Olympiade in het Griekse Thessaloniki (1988).

Nature versus nurture

De leer-methode van haar vader Laszlo Polgar was daarbij van groot belang. Deze briljante, excentrieke leraar en wetenschapspsycholoog hield zijn drie dochters (Judit, Susan en Sofia) thuis van school om hun leven geheel aan het schaken te wijden. Met succes want de meisjes haalden allemaal de wereldtop, met Judit als absoluut hoogtepunt. Laszlo wilde hiermee o.a. bewijzen dat opvoeding belangrijker is dan erfelijkheid (nurture beats nature). Volgens hem worden genieën namelijk niet geboren maar opgeleid en getraind.”

Judit en Sofia Polgar

Judit en haar zus Sofia in Thessaloniki, 1988. Bron: wikimedia commons.

Tegenwoordig woont Judit Polgar nog steeds in het Hongaarse Budapest en heeft ze haar eigen Schaakfestival.

Schaakt u nog veel in competitieverband tegenwoordig?

Polgar: “Nee, ik ben officieel gestopt met wedstrijd-schaken  in 2014.”

U heeft uw eigen schaak-festival opgericht. Wat houdt dat precies in?

Polgar: “We willen het schaken wereldwijd promoten en de vele gezichten van het spel aan de wereld tonen. In de komende 10 jaar willen we ons schaak-festival gaan delen met 5 miljoen geïnteresseerden. Onderdeel hiervan is een prestigieus Schaak-festival in Budapest. Het vindt plaats op schitterende locaties als het kasteel en het Paleis voor de Kunsten in Budapest. Er worden simultaan-partijen gespeeld en er zijn kunst-shows, educatieve conferenties plus veel entertainment. Het is bedoeld om het schaken te stimuleren en aantrekkelijk te maken voor iedereen. We willen mensen ermee inspireren.”

Er bestaat ook een Polgar Schaak Universiteit? Bent u daar ook bij betrokken of is dat helemaal het initiatief van uw schakende zuster Susan?

Polgar: “Dat is het initiatief van mijn zus. Ik ben daar niet bij betrokken, maar vind het wel een goed initiatief van haar.”

Vader Laszlo Polgar

Laszlo Polgar

Laszlo Polgar. De vader van schaaksters Judit, Sofia en Susan. Bron: wikimedia commons.

U begon al heel jong met schaken onder leiding van uw vader. U studeerde hard en veel onder zijn leiding. Soms gaat het mis als talentvolle sportende kinderen erg gedrild worden door hun ouders. Hoe is dat bij u gegaan? Heeft u nog een steeds goed contact met uw vader ?   

Polgar: “Ja zeker. Ook wij hadden natuurlijk wel onze conflicten, net als andere kinderen dat hebben met hun ouders, maar het is altijd behoorlijk goed verlopen. Ik heb goede relaties met mijn ouders en zussen.”

Kunnen mensen met een middelmatig IQ ook heel goede schakers worden met de befaamde methode van uw vader?

Polgar: “Wat mijn vader me leerde was niet direct een methode. Eigenlijk was het meer een levensstijl. Het was een soort “education by travelling”.  Ik ben begonnen met schaken toen ik 5 jaar oud was. Het begon toen ik op die leeftijd een huisvriend van mijn ouders versloeg  zonder op het bord te hebben gekeken (blind-schaak). Toen begon men in te zien dat ik talent had. Ik kreeg daarna thuis les van fantastische leraren (o.a. mijn vader en moeder), we reisden als gezin de wereld over en kregen veel levenslessen (life skills) mee. Als kinderen kregen we te maken met allerlei invloeden uit diverse, heel verschillende culturen. We moesten daar onze eigen gedachten over zien te bepalen. Het was een heel avontuurlijk leven, zeker voor jonge mensen als wij toentertijd. Dat vormt je.”

“Waar we ook waren oefenden we altijd erg veel waardoor je snel vooruit gaat en gemotiveerd wordt. Het vele trainen was zeker de basis van het latere succes. Daar krijg je karakter van. Volharding is ook een belangrijke factor bij onze triomfen.”

Hoe hoog is uw IQ eigenlijk?

Polgar: “Dat is nooit gemeten, maar in kranten en tijdschriften werd het wel geschat rond de 170.”

Kasparov

Garri Kasparov

Garri Kasparov. Bron: wikimedia commons.

In de schaak-wereld bent u een groot idool en de beste schaakster ooit. Wie had u zelf als idool? Wat is volgens u de beste schaker aller tijden?  

Polgar: “Ik houd niet zo van die vraag. Er zijn immers veel uitmuntende schakers geweest in de historie. Denk maar aan Fischer, Tal en Kasparov, maar ook de huidige wereldkampioen Magnus Carlsen is exceptioneel. Absoluut. Ik beschouw hem als geniaal.”

“Als ik dan toch moet kiezen is mijn favoriet uiteindelijk Kasparov. Puur vanwege zijn aanvallende stijl. Die spreekt me zeer aan. Zelf speelde ik ook op die manier. Kasparov was in mijn jeugd daarom altijd mijn idool.“

Fantasie is belangrijk bij het schaken. Vooral in het middenspel.

Het onbewuste

Zijn instinct, intuïtie en gevoel belangrijk voor een schaker?

Polgar: “Ja, absoluut. Dat speelt allemaal een rol. Naast zaken als talent, oefening, kennis, hard werken en toewijding etc. is het onderbewustzijn ook zeer belangrijk. Veel zetten doe je instinctief en intuïtief. Niet alles is uitputtend doorgerekend. Soms komt er spontaan een bepaalde zet in je gedachten op die van groot belang blijkt te zijn.”

“Fantasie, irrationaliteit en verbeeldingskracht zijn niet te onderschatten elementen in ons spel. Vooral in het middenspel van het schaak. Bij de opening en het einde van het spel speelt het een minder grote rol.”

“Irrationaliteit is dan weer belangrijk om je tegenstander in verwarring te brengen zodat hij uit zijn evenwicht raakt en je onvoorspelbaar wordt.”

“Er zit zeker een sterk psychologisch element aan het schaak. Het is een psychologisch (steek)spel. Je zoekt toch steeds naar het zwakke punt van je tegenstander.”

Magnus Carlsen

Magnus Carlsen. Bron: wikimedia commons.

Is Schaken volgens u een vorm van kunst? Beschouwt u zichzelf als een kunstenaar?

Polgar: “Ja, Schaken kan een kunst zijn. Je moet als top-speler heel creatief zijn in het spel. Je ontwikkelt veel ideeën. Het spel dat geleverd wordt, is vaak zeer complex en schakers brengen veel offers voor hun professie. Dat leidt dikwijls tot vuurwerk op het bord. Allemaal elementen die we gemeen hebben met andere kunstenaars.”

Agressie

Heeft u ook andere sporten beoefend in uw leven?

Polgar: “Ja, ik heb me o.a. bezig gehouden met tafeltennis, zwemmen, skiën en aerobics.”

Hadden die sporten een overeenkomst met het schaken?

Polgar: “Ze zijn heel verschillend, maar de overeenkomst die ze voor mij hadden, was dat in al die sporten mijn karakter steeds weer naar boven steeg, wat ik ook deed. Ik merkte altijd dat de vechter en bijter in mij in elk spel weer naar voren kwam. Altijd wilde ik winnen op een directe, aanvallende, faire en snelle manier. Zo zit ik blijkbaar in elkaar.”

Wat doet u tegenwoordig?

Polgar: Ik heb mijn eigen schaakfestival en geef soms schaak-commentaar maar houd mij voornamelijk met de opvoeding van mijn kinderen bezig. Dat is mooi om te doen.”

Schaken zij ook? Zijn het talenten?

Polgar: “Ze kunnen schaken, maar ik zie ze geen professional of grootmeester worden. Daarvoor vinden ze het schaken (nog) niet boeiend genoeg. Ik heb ze er ook niet toe gedwongen. De opoffering die mijn ouders hadden, zal ik ook niet kunnen opbrengen.”

Dank u voor het interview

Websites van Judit Polgar:

http://www.juditpolgar.com/

http://www.globalchessfestival.com/

 

Historiën Twitter
Schrijf je in voor TOEN!