Interview over nieuwe boek Karel V

KarelVan de hand van schrijver Gerben Graddesz Hellinga is een nieuw boek verschenen over keizer Karel de Vijfde. Een gesprek met de schrijver over het nut van geschiedenis, keizer Karel V, ontdekkingsreiziger Stanley, Erasmus, de Oranjes en zijn plannen voor de toekomst. Gerben Graddesz  Hellinga: “Karel de Vijfde was en bleef een Middeleeuwer die dacht dat hij een Karel de Grote kon worden”  

Karel
Karel V. Bron: Walburg Pers

Van de hand van schrijver Gerben Graddesz Hellinga is onlangs een nieuw boek verschenen over keizer Karel de Vijfde. Eind dit jaar brengt Hellinga ook nog een canon van de Vlaamse geschiedenis uit. Een gesprek met de schrijver over het nut van geschiedenis, keizer Karel V, ontdekkingsreiziger Stanley, de filosofen Erasmus en Spinoza, de Oranjes en zijn plannen voor de toekomst.
 
Gerben Hellinga (71) werd geboren in Zaltbommel als zoon van een huisarts. Na de middelbare school ging hij Medicijnen studeren om vervolgens psychiater te worden. Dat vak oefende hij uit tot aan zijn pensioen (Vut). Naast psychiatrische boeken schreef Hellinga ook science fiction, jeugdboeken en tegenwoordig historische werken.
 
Je hebt net een boek over Keizer Karel de Vijfde uitgebracht. Wat interesseert je zo aan hem?
Hellinga: “Het boeiendst aan Karel V vind ik de tijd waarin hij leefde. Mijn boek gaat daarom ook maar zijdelings over Karel de Vijfde zelf. Karel is wel de verbindende figuur in mijn werk, maar het gaat vooral over zijn bondgenoten en zijn tegenstanders.”
“In elk hoofdstuk beschrijf ik een land waarmee Karel op positieve dan wel negatieve manier te maken had. Ik ga in op de toestand van dat land rond 1500 en bespreek de belangrijkste mensen die in dat land een rol speelden. In Frankrijk waren dat koning Frans de 1ste en de hertog van Bourbon, die eerst voor de Franse koning en daarna voor Karel de Vijfde heeft gevochten. Verder komen onder andere Hendrik de 8ste en kardinaal Wolsey aan bod. Op die manier heb ik al de tijdgenoten van Karel V kort beschreven samen met de situatie van al die verschillende landen. Zo geef ik een tijdsbeeld waarin Karel de Vijfde een centrale rol speelt. Die rol was niet erg succesvol, maar dat is weer een ander verhaal.”
 
KarelEr zijn mensen die Karel de Vijfde als de grootste Nederlander aller tijden beschouwen. Zit daar wat in volgens jou?
Hellinga: “Er zijn zelfs mensen die Pim Fortuyn of Johan Cruijff de Grootste Nederlander vinden. Wat Cruijff heeft gepresteerd als voetballer is ongetwijfeld briljant te noemen, maar waar heeft dat op grotere schaal nu eigenlijk toe geleid? Pim Fortuyn was een ongelofelijke relnicht die af en toe verschrikkelijk leuke dingen deed, maar je moet er toch niet aan denken dat zo’n man de regering zou leiden?”  

“Dat soort verkiezingen vind ik kul. Maar om toch je vraag te beantwoorden: ik vind Karel V zeker niet de grootste Nederlander. Ten eerste was hij een Belg omdat hij in Gent geboren is. Ten tweede was hij als regeerder ook maar zeer ter zijde Nederlander. Hij was koning van Spanje, keizer van Duitsland, en de Nederlanden vond hij vooral interessant omdat zich daar zulke rijke steden bevonden waar hij veel geld van af kon pakken om zijn eigen verkiezing en zijn oorlogen mee te financieren. Ten derde is Karel de Vijfde helemaal niet zo groot geweest. Het was een man met betrekkelijk beperkte mogelijkheden die alleen vanwege zijn vele erfenissen op een enorm hoge positie is terechtgekomen en op die post eigenlijk niet zo veel succes heeft geboekt. Het enige wat Karel uitstekend gedaan heeft, is het afronden van de Bourgondische Kreits. Dat waren de gewesten van de lage landen, waaraan hij Friesland, Groningen, Overijssel en Gelre (na dertig jaar oorlog) heeft toegevoegd.  Het is samen een mooi geheel geworden. De uitvoering van zijn plan was keurig gelukt, maar dertig jaar later viel het toch weer in elkaar door de Tachtigjarige oorlog en de Acte van Verlatinghe. Karel’s enige echt goede resultaat werd toen dus alweer ongedaan gemaakt.”

Dat falen lag echter niet alleen aan Karel de Vijfde zelf. Het kwam ook door zijn machtige vijanden. Karel had immers te maken met Frans de 1ste die tussen zijn noordelijke en zuidelijke gebieden inzat en almaar oorlog tegen hem voerde. De Fransen begonnen die conflicten immers toch meestal. Dat was dus niet echt zijn eigen fout. Ook het gevaar van de Ottomaanse leider Suleiman I, die voortdurend Karel’s oostelijke grenzen bedreigde, viel niet te onderschatten. Daarbij komt nog dat hij ook veel te stellen had met al die maffe Renaissance-pausen die volstrekt niet geïnteresseerd waren in het leiden van een kerk, en alleen maar op macht uit waren en het leiden van een luxe leven (Leo de 10e  bijvoorbeeld). Het valt niet mee als je dit soort heersers tegenover je hebt staan. En vergeet niet dat juist tijdens zijn leven de hervormingsbeweging van Luther op gang kwam.” 

“Een bijkomend probleem was nog dat de afstanden binnen Karel’s rijk eigenlijk te groot waren. Als je vanuit Wenen een brief naar Madrid stuurde en hij er dertig dagen over deed om er te komen plus dertig dagen om het antwoord terug te krijgen dan was de zaak waarover het ging al twee maanden oud voor je antwoord kreeg. Zo kun je geen land besturen.”
“Om al die redenen kun je het Karel dan ook niet kwalijk nemen dat het hem niet gelukt is om één groot rijk te stichten.”
 “Karel V heeft wel slecht ingezien dat zijn volkeren te verschillend waren om er ooit een geheel van te kunnen maken. Hij had dat niet moeten willen, maar hij heeft het toch geprobeerd. In Nederland is het introduceren van de Spaanse inquisitie daarom ook gewoon mislukt. Daar had niemand zin in.”
 
“Karel was en bleef een Middeleeuwer die dacht dat hij een Karel de Grote kon worden. Dat was immers het grote voorbeeld dat hem voorgehouden werd door zijn opvoeders. Ze vertelden hem dat hij ook zo’n rijk kon scheppen. Er was echter een belangrijk verschil tussen beide leiders. Karel de Grote slaagde in zijn missie omdat hij geen last van Frankrijk had. Hij was zelf immers Frankrijk. Bovendien was Europa in die tijd zo versnipperd dat je dat als hele krachtige persoon wel stukje bij beetje bij elkaar kon veroveren. Dat kon Karel de Vijfde nooit evenaren.”
 
ErasmusWie zou je wel kiezen als Grootste Nederlander?    
Hellinga: “Erasmus, of eventueel Spinoza. Dat zijn voor mij de twee mensen die met kop en schouders boven de rest uitsteken omdat zij de tolerantie preekten in een tijd waarin ze voor die boodschap nauwelijks gehoor vonden.”
“Eigenlijk was Erasmus niet zo’n aangename man. Hij was wat hypochondrisch en voortdurend in geldnood waardoor hij soms moest bedelen bij andere mensen. Maar ondertussen heeft hij verschrikkelijk hard zijn best gedaan om de tegenstellingen van zijn tijd te overbruggen. In zijn publicaties heeft hij dingen gezegd die eeuwenlang toch een eye-opener zijn geweest voor heel wat mensen. Dat geldt ook voor Spinoza, die zijn boeken niet durfde te publiceren toen hij nog leefde omdat rabiate gereformeerden alle andersdenkenden op de brandstapel brachten of excommuniceerden. De boeken van Spinoza werden echter na zijn dood alsnog uitgegeven en hebben toen een hele grote invloed gehad op de Verlichting en op het denken van de Nederlander in het algemeen. Daarom vind ik beide mannen zo groot.”
 
Je hebt ook een proefschrift geschreven over de ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley. Wat was de conclusie van dat proefschrift?
Hellinga: “Ik ben in Stanley geïnteresseerd geraakt toen ik in mijn studententijd al liftend door Kenia, Oeganda en Tanzania ben getrokken. Dat zijn allemaal landen waar Stanley ook was geweest. Hij heeft die streek als eerste Europeaan bezocht.”
“Ik heb die reis voorafgaand aan mijn co-schappen gemaakt omdat ik wist dat wanneer je als beginnend arts eenmaal aan het bed van doodzieke patiënten komt te staan je niet meer zo makkelijk met je duim omhoog langs de weg gaat staan liften. Dat bleek ook te kloppen. Ik ben blij dat ik het op tijd gedaan heb. Later ben ik veel over de 19e eeuwse ontdekkingsreizigers gaan lezen en de meest boeiende onder hen was Stanley.”
“Niet alleen zijn reizen in Afrika boeiden mij, maar ook zijn tochten door Amerika. Stanley is op de laatste Indian-campaigns uit de geschiedenis mee geweest, waarmee de indianen werden teruggedreven in de laatste reservaten. Daarnaast heeft hij ook in Ethiopië en Perzië gereisd.”
“Dat ik Stanley koos voor mijn proefschrift kwam echter niet alleen doordat ik hem als persoon zo boeiend vond, maar ook omdat geschiedenis altijd een hobby van me is geweest en ik zodoende mijn hobby en mijn promotie kon combineren.”
 
Stanley“Wat me erg fascineerde aan Stanley was dat hij altijd ruzie maakte met blanke medereizigers terwijl hij voor de zwarte mensen die hij bij zich had, een engel van geduld was. Dat vond ik raar. Het was vreemd dat hij steeds die ruzies maakte omdat hij daar uiteindelijk alleen maar zelf last van had. Ik wilde weten hoe dat kwam en ging alle mogelijke informatie over hem verzamelen.”
 
“In alle boeken over Stanley kwam ik tegen dat historici zich afvroegen waarom hij bepaalde dingen nu eigenlijk deed. Daar waren simpelweg geen antwoorden op. Omdat ik dat toch wilde weten, heb ik alle historici die over Stanley gepubliceerd hadden en nog in leven waren aangeschreven met de vraag of ze drie tot vijf zaken konden noemen die ze niet aan Stanley begrepen. Die vragen heb ik toen gerubriceerd en ben vervolgens gaan zoeken naar een referentiekader dat dat kon verklaren. Dat referentiekader werd me uiteindelijk geboden door de psychiater Alfred Adler.”

“Kort door de bocht had Stanley volgens mijn analyse last van een minderwaardigheids- complex dat hij overcompenseerde door fictieve doelen na te streven. In zijn geval was dat roem. Hij moest en zou beroemd worden. En iedereen die binnen zijn expeditie mogelijk een concurrent zou kunnen zijn bij het vergaren van die roem brandde hij na afloop meteen af in de pers. Dit om er voor te zorgen dat hij de enige was die de roem uiteindelijk zou krijgen.”
Stanley heeft bij zijn streven naar roem ook ongelofelijk gelogen over zijn jeugd. Zonder zijn leugens en zijn drang tot overcompensatie zou hij immers een veel minder interessante man geweest zijn.
Stanley haalde bepaalde zaken die hij vertelde over zijn leven puur uit Charles Dickens (Oliver Twist etc.) en deed vervolgens of het zijn eigen ervaringen waren. Dit terwijl hij wist dat veel mensen Charles Dickens gelezen konden hebben. Het paste allemaal in de fictie die hij over zijn eigen leven wilde plaatsen.” 

In de verhalen die Stanley over zichzelf ophing zijn intussen buitengewoon veel gaatjes geschoten. Toen ik mijn proefschrift schreef was daar echter nog zeer weinig over bekend. Men wist wel dat hij veel gelogen had, maar nog niet waarom. De vraag was echter wat er dan wel gebeurd kon zijn. Als je Stanley wilt begrijpen gaat het om die leugens.”
Hellinga: “Uit mijn onderzoek komt Stanley te voorschijn als het slachtoffer van een vreselijke achtergrond die zich manmoedig en met heroïsche inzet uit die ellende heeft weten op te werken. Stanley was immers de onechte zoon van een Ierse dienstmaagd die hem na de geboorte meteen heeft uitbesteed aan haar grootvader. Op zijn beurt heeft die grootvader Stanley meteen in een work-house geplaatst. Ondanks al deze ellende is Stanley uiteindelijk wel als Sir Henry Morton Stanley geëindigd. Dat is een hele prestatie natuurlijk. Stanley had een boel capaciteiten hoor, maar hij was wel zo verknipt als een ui. Hij had ongetwijfeld een persoonlijkheidsstoornis. Adler zou hem bij het zogenaamde ‘heersende type’ indelen.” 

Tijdens het interview laat Hellinga zijn indrukwekkende kast met boeken van en over Stanley zien. Er zitten zelfs exemplaren tussen waarin de handtekeningen van Stanley en zijn expeditieleden staan geschreven. Gepassioneerd legt de schrijver uit hoe hij er aan is gekomen en waar ze precies over gaan.  

Wat boeit je vooral aan het schrijven over geschiedenis?
Hellinga: “Dat kan ik je niet goed zeggen. Ik weet wel dat ik het op school al een van de leukste vakken vond, afgezien van het onthouden van jaartallen, waar ik nooit goed in was vanwege mijn slechte geheugen. Ik ben zelfs een keer huilend thuis gekomen omdat ik alle jaartallen fout had tijdens een proefwerk. Ik dacht dat ik een vijf had gehaald terwijl ik op zitten blijven stond. Dat was niet zo best. Toen mijn moeder de geschiedenisleraar opbelde, bleek ik echter een acht te hebben gekregen. De leraar vertelde mijn moeder dat ik inderdaad geen jaartal goed had, maar ondertussen wel alle verbanden goed had gezien. Vanaf dat moment kon geschiedenis niet meer stuk bij mij. Hahaha.”  

Zijn er volgens jou lessen te trekken uit de geschiedenis of is dat onzin?
AfghanistanHellinga: “Ik vind van wel. Neem een recent voorbeeld als de oorlog in Afghanistan, die catastrofaal verloopt. Iedereen die weet dat de Engelse legers in de negentiende eeuw in totaal maar twee vernietigende nederlagen hebben geleden, en dat dat allebei de keren gebeurde in Afghanistan, die zou beter moeten weten. Dat land is met al die krijgsheren domweg niet te veroveren. Het is een volslagen onbegaanbaar gebied. Een natie die dergelijke historische kennis bezit, zou niet eens beginnen aan een bezettingsoorlog. Die zou hoogstens zeggen: ‘ok, we bombarderen het tuig dat er zit stuk en gaan dan meteen weer weg. En als ze het weer doen, dan bombarderen we opnieuw; net zo lang tot ze het afgeleerd hebben. Je moet in zo’n onherbergzaam land echter niet beginnen met bezettingstroepen. Dat is een les uit de geschiedenis.” 

“Als Hitler had gelezen wat er gebeurd was met Napoleon toen hij Rusland aanviel, zou het beleg van Stalingrad en aanverwante ellende waarschijnlijk ook niet plaatsgevonden hebben.”
 “Er is echter nog iets dat je kunt leren uit de geschiedenis Met geschiedenis-verhalen over oude periodes kunnen kinderen leren hoe het was om een straatarm jongetje te zijn in de tijd van de VOC. Ze gaan dan beseffen hoe het was om onder onmenselijke omstandigheden te moeten varen naar Indië en hoe het voelde om drie jaar later niet meer terug te kunnen keren omdat je beroofd was van al je geld, waardoor je opnieuw moest aanmonsteren. Dan zeuren kinderen niet langer dat ze huiswerk moeten maken. Met dergelijke historische lessen moet meer gedaan kunnen worden, vind ik.” 

“Je moet kinderen laten zien dat hun eigen wereld maar heel beperkt is. Dat leren ze tegenwoordig niet meer van de televisie. Daar krijg je voornamelijk emotie-tv voorgeschoteld waarbij men ervan uit gaat dat wanneer er veel gejankt wordt het ook een goed programma is. Dan heb je wat mij betreft veel meer aan historische kennis.”
 
Karl Marx heeft eens gezegd dat de geschiedenis zich altijd herhaalt. Eerst als tragedie en daarna als farce. Zit daar wat in volgens jou? 
Hellinga: “Die uitspraak van hem is nieuw voor mij. Ik weet wel dat hij het regelmatig had over: L’histoire se repète: een oud Frans spreekwoord. Ik ben het met die stelling eens. Er komen in de geschiedenis inderdaad een aantal dingen steeds terug, maar telkens in een ander jasje omdat de omstandigheden steeds weer verschillen.”
 
Tegenwoordig schrijf je voornamelijk historische werken. Ben je ook nog steeds bezig met science fiction? 
Hellinga: “Vroeger hield ik de ontwikkelingen op gebied van techniek en wetenschap goed bij omdat ik science fiction-schrijver was. Dan moet je niet alleen bijblijven, maar ook voorop lopen en kijken hoe de toekomst zou kunnen worden. Daar ben ik tegenwoordig absoluut niet meer toe in staat. Ik ben daar echt te oud voor geworden. De ontwikkelingen in de technologie gaan zo snel. Alles verandert continu. Er hoeft maar een klein dingetje uitgevonden te worden en de hele wereld stelt zich er meteen op in.” 

“Daarom schrijf ik nu populariserende non-fictie boeken over geschiedenis. De historie ligt immers vast. Daar hoef je niet achteraan te hollen. Geschiedenis is ook altijd een hobby van me geweest en het schrijven erover bevalt me uitstekend. Ik heb nu zes historische werken gepubliceerd. Het zevende komt eind van dit jaar uit. Dat wordt een canon van de geschiedenis van Vlaanderen. Ik heb nu ook al een opdracht van mijn uitgever voor weer een nieuw boek. Dat moet volgend jaar uitkomen. Dus ik ben nog wel even bezig.”
“Ik vind het geweldig leuk dat ik na mijn vut als psychiater een compleet nieuwe carrière als schrijver heb kunnen opbouwen. Dat is een groot voordeel van deze tijd.”  

De genres die je beoefent, liggen nogal ver uit elkaar: psychiatrische werken, jeugdboeken, science fiction, historische boeken. Is dat omdat je veel diverse zaken interessant vindt?  
Hellinga: “Ja, alle interessante dingen die ik meemaak, wil ik direct productief maken. Om een voorbeeld te geven: ik heb vroeger gebridged met als resultaat dat ik dus een science fiction verhaal over bridgen heb geschreven. Begrijp je wat ik bedoel?”
“Ik vind het machtig interessant om me te verdiepen in een onderwerp waar ik nog niet zo veel van af weet en om vervolgens die materie goed te leren beheersen, zoals ik nu doe met de geschiedenis van Vlaanderen. Op die manier snap je de problematiek rond de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde in de Belgische politiek ook wat beter.”
 
“Passiviteit is iets dat me niet zo ligt. Ik wil als ik op reis ga graag veel dingen beleven en niet alleen maar iets zien. Ik ga daarom niet graag naar musea of plaatsen waarvan toeristen zeggen ‘dat moet je gezien hebben’. Ik begrijp die uitdrukking niet omdat als je iets gezien moet hebben je er ook de National Geographic of een catalogus op na kunt lezen. Dan heb je het ook gezien.”
“Ik ben laatst met mijn vrouw naar Oman geweest. Daar hebben we alles gezien wat we gezien moesten hebben, maar de ontmoetingen met de plaatselijke bevolking vond ik toch veel interessanter dan al die musea en architectuur bij elkaar.”
“Door dergelijke ervaringen word ik gevoed met zaken waar ik later iets mee kan doen. Dat is ideaal voor een schrijver.”
 
Je bent voor de Tweede Wereldoorlog geboren. Heeft die oorlog je beïnvloed als schrijver?
Hellinga: “Nee, eigenlijk niet. Wat mij vooral beïnvloed heeft als schrijver is het feit dat ik uit een familie van schrijvers kom en dat er dus inkt in mijn bloed zit. Mijn grootvader en zijn vrouw hebben allebei boeken geschreven. Taatske Hellinga Zwart heeft zo’n twintig kinderboeken uitgebracht. Haar man heeft een paar jongensboeken op zijn naam. Zij hadden twee zoons, Wytze en Grad. Wytze werd hoogleraar Nederlands in Amsterdam en heeft een enorme productie gehad van briljante boeken op wetenschappelijk gebied. Zijn zoon is de schrijver Gerben Hellinga, waar ik vaak mee verward word. Hij is mijn neef. Gerben senior schrijft hele knappe toneelstukken en toneelrecensies. Tevens heeft hij een paar hele goede thrillers geschreven, maar ook een paar pure shit-boeken. Ik vind het erg vervelend als ik met hem verward word omdat ik dan soms lof krijg voor een goed boek dat ik niet geschreven heb of kritiek krijg op een boek dat niet van mij is.”
“ Mijn vader heeft als arts ook een aantal boeken op zijn vakgebied geschreven. Op zijn 75ste heeft hij zelfs nog vier detective-boeken uitgebracht. Hij had het dus ook in zich. Mijn zus schrijft trouwens ook ontzettend leuke columns. Ik denk dus wel dat erfelijkheid een rol meespeelt in mijn schrijverscarrière. Voor de rest moet je het beroep natuurlijk wel zelf ontwikkelen anders lukt het je niet.” 

Kun je leven van je werk als schrijver?
Hellinga: “Nee, ik kan niet leven van mijn schrijven. Soms werk ik een jaar aan een boek waar ik dan uiteindelijk 4000 euro aan verdien. Pas als je de oplages van Geert Mak bereikt, kun je er van bestaan. Maar ik zou Geert Mak niet willen zijn hoor. Ik vind hem slordig schrijven. Hij maakt nogal eens fouten. Ik ben redelijk thuis in de Gouden Eeuw en de geschiedenis van Amsterdam. Als ik dan bij Mak op één pagina 2 of 3 dingen zie waarvan ik weet dat dat pas een halve eeuw later is gebeurd, dan erger ik mij daaraan en dat vind ik vervelend.” 

Als je alles opnieuw zou mogen doen, was je dan direct schrijver geworden in plaats van psychiater?
Hellinga: “Dat zou wel eens kunnen. Ik ben dokter geworden omdat mijn vader als arts heel graag wilde dat ik in zijn voetsporen zou treden. Afgezien van mijn ruige reis-periode in Afrika en Azië was ik een redelijk brave jongen en mede daarom heb ik ook aan zijn verzoek voldaan. Mijn vader masseerde me met zachte hand die kant op. Voor die medische studie was ik echter nauwelijks gemotiveerd. Ik werkte hard genoeg om het te halen, maar deed ook jaren niets. Je kon in die tijd immers best wel wat tentamens missen. Dat was niet zo erg.”
“Mijn afkeer van die studie bleef tot ik ontdekte dat de psychiatrie zo’n leuk vak was. Dat had mede te maken met het feit dat mijn moeder behoorlijke psychologische problemen had, maar ook met het gegeven dat psychiatrie toen nog geen medisch vak was. Het vak had in die tijd veel meer te maken met toegepaste psychologie. Ik vond het erg boeiend dat ik met Freud van alles kon verklaren wat ik mijn moeder, mijzelf en andere mensen zag doen. Vanaf dat moment ben ik gemotiveerd medicijnen gaan studeren en wilde ik definitief psychiater worden.”
“Maar als ik helemaal vrij was geweest in mijn keuze en niet met zachte, liefdevolle druk de kant van Medicijnen was opgemasseerd dan zou ik of bioloog of historicus geworden zijn. En als historicus zou ik ongetwijfeld ook geschreven hebben.”

Hoeveel boeken heb je inmiddels geschreven?
Hellinga: “Negenentwintig.”

Wat beschouw je als je beste boek?   
Hellinga: “Ik ben over al mijn werken wel tevreden. Van mijn historische publicaties vind ik echter Karel de Vijfde het beste boek. Ik ben tevreden over mijn eigen tekst en heel tevreden over de manier waarop de uitgeverij het boek uitgegeven heeft.” 

Waar zal je volgende boek over gaan?
Hellinga: “Dat wordt een canon van Vlaanderen en het komt eind dit jaar uit. Daarna verschijnt er van mijn hand ook nog een boek over de Oranjes. De uitgever wil dat ik 50 Oranjes – van Willem de Eerste tot prinses Amalia – op dezelfde korte manier beschrijf als in mijn portrettengalerijen, die eerder verschenen.” 

Heb je nog meer plannen voor de toekomst?
Hellinga: “Ik wil doorgaan met schrijven. Als schrijven in de toekomst echt niet meer gaat ivm uitdovende creativiteit dan denk ik dat ik biljartles ga nemen om die sport eens goed te leren. Dat is echter maar een marginale kwestie. Eigenlijk wil ik gewoon door blijven schrijven tot ik vind dat het niet meer gaat of tot mijn uitgever mijn werk niet meer in orde vindt. Nee, ik hoop wel dat ik dat moment voorblijf. Hahaha.”
 
Walburgpers
Titel: Karel V: Bondgenoten en tegenstanders van een opmerkelijk heerser
Lees ook de recensie op Historiën.nl
Auteur: Gerben Graddesz Hellinga
ISBN: 978.90.5730.670.9
Prijs (2010): 29,95 Euro

Foto’s: Wikipedia & Walburgpers

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schrijf je in voor TOEN!