Is Oudheidkunde een (te) witte studie?

Is het curriculum van de studie Oudheidkunde te wit? Studente Emma-Lee Amponsah meent van wel. In 2014 volgde zij een minor Antieke Cultuur, maar dit beviel haar slecht. Er zou in de minor te weinig aandacht zijn voor de culturele bijdragen van de (naar haar mening) zwarte Egyptenaren aan de antieke beschaving. Bovendien zou het tekstboek Een kennismaking met de Oude Wereld de westerse cultuur, die in de oudheid zou zijn ontstaan, presenteren als een superieure beschaving. Dit ondanks het feit dat deze beschaving door middel van kolonialisme, racisme en slavernij veel onrecht teweeg heeft gebracht. Emma-Lee pleitte daarom bij haar docenten Jaap-Jan Flinterman en Gerard Boter voor meer aandacht voor het Afrikaanse perspectief. Ze verwees daarbij naar literatuur van vermeende Afrocentrische auteurs. Flinterman en Boter verwierpen deze auteurs vanwege de (naar hun mening) onwetenschappelijke basis van hun werk. Dat liet Emma-Lee niet op zich zitten en samen met New Urban Collective besloot ze een Eurocentrisme vs. Afrocentrisme-debat te organiseren. Op zaterdag 27 juni vond dit debat plaats: met VU-docenten Jaap-Jan Flinterman en Gerard Boter aan de ene kant, en dekoloniale intellectuelen Sandew Hira en Djehuti Ankh-Kheru aan de andere kant.

kaart

Eurocentrisme op de VU

Hoewel ik weinig op heb met het Afrocentrisme ben ik, als Oudheidkundige met een specialisatie in het oude Perzië, erg kritisch op het Eurocentrisme. Nadat ik op de middelbare school kennis had gemaakt met de Grieks-Romeinse wereld, raakte ik geïnteresseerd in de buren en vijanden van deze klassieke beschavingen: Feniciërs en Carthagers, Assyriërs, Babyloniërs en Perzen, Egyptenaren, Kelten en Germanen. Beschavingen van vergelijkbare complexiteit en meestal grotere ouderdom dan de Grieks-Romeinse beschaving. Ik wilde deze beschavingen van binnenuit leren kennen, om zo voorbij de partijdige en inaccurate beschrijvingen te kunnen kijken die de Grieken en Romeinen ons hebben nagelaten. Ik ben dan ook altijd een groot voorstander geweest van meer aandacht voor deze onderbelichte beschavingen. Het is ook om die reden dat ik naar de VU ging om Oudheidkunde te studeren, met een major Nieuw-Babylonisch/Assyrisch. Tijdens deze studie ging er een wereld voor me open. Een grote voorraad spijkerschriften, helaas zelden geraadpleegd door classici, gaf een fascinerende inkijk in een verloren gegane wereld. Toegegeven, aan de VU zijn er weinig docenten die gespecialiseerd zijn in het oude Perzië – mijn grote interesse – en is er (te) weinig aandacht voor het oude Egypte, maar dit heeft te maken met de specialisatie van het personeel; iets waar elke universiteit mee te maken heeft. Ik heb dit nooit gezien als een door Eurocentrisme gedreven keuze.

”De geschiedenis van de westerse beschaving zou er een van racisme en onderdrukking zijn”

Tijdens het debat kregen beide partijen eerst de kans om hun eigen standpunten te presenteren. Sandew Hira, van het ‘Afrocentrische’ kamp, nam als eerste het woord. Met zijn charisma en gevoel voor humor kreeg hij al snel de lachers op zijn hand. Het feit dat het publiek grotendeels bestond uit sympathisanten van Hira en Ankh-Kheru maakte het debat voor hen een warm bad. Hira ging vol in de aanval. De geschiedenis van de westerse beschaving zou er een van racisme en onderdrukking zijn. Zelfs de wetenschappers en filosofen die wij in het westen zo hoog hebben, zouden onverbeterlijke racisten zijn, hetgeen werd geïllustreerd door een bloemlezing van schokkende racistische citaten van deze denkers. Deze Eurocentrische manier van denken zou tot op heden op de VU onderwezen worden, zo trachtte Hira aan te tonen met een aantal uit hun context gerukte, en inderdaad soms wat ongelukkig geformuleerde, citaten uit Van de Spek & Blois’ Een kennismaking met de Oude Wereld. Hier raakte hij me echter kwijt.

Dat de Oudheidkunde is ontstaan in een wereld van Eurocentrische denkers en zelfs gebaseerd is op Eurocentrische aannames, is een stelling waar ik nog in kan komen. De negentiende eeuw zag een toenemende interesse in de Grieken en de Romeinen. Zij werden gepresenteerd als de geestelijke voorouders van de West-Europese beschaving en waren daarom de moeite van het bestuderen waard. De Grieks-Romeinse beschaving werd daarbij tegenover de ‘oosterse’ beschavingen geplaatst, die als fundamenteel anders en minderwaardig werden gepresenteerd. Deze manier van denken heeft tot diep in de twintigste eeuw de geschiedwetenschappen beïnvloed.

”De studie Oudheidkunde is onder meer opgericht om studies van de Grieks-Romeinse wereld en het Oude Nabije Oosten samen te brengen”

Echter, sinds de late twintigste eeuw is hier veel verandering in gekomen. Er kwam meer aandacht en waardering voor de invloed van Egypte en het Nabije Oosten op het archaïsche Griekenland, Edward Said brak door met zijn boek Orientalism, Global History raakte in opkomst en kolonialistische denkbeelden werden (terecht) gedegradeerd tot intellectuele doodzonden. De VU heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in de promotie van Global History en de studie Oudheidkunde is onder meer opgericht om de studie van de Grieks-Romeinse wereld en die van het Oude Nabije Oosten samen te brengen. Sandew Hira deed het echter voorkomen alsof Bert van der Spek, Jaap-Jan Flinterman en Gerard Boter een soort neokoloniale pseudowetenschappers waren. De instemmende geluiden vanuit het publiek versterkten deze indruk.

Ondanks dit alles wisten Flinterman en Boter aardig stand te houden. Beleefd, welbespraakt en genuanceerd als altijd deden ze hun verhaal. Eerst gaven ze volop aandacht aan de intensieve culturele uitwisseling die tijdens de Oudheid heeft plaatsgevonden tussen het Griekenland, Egypte, Anatolië en het Nabije Oosten, waarna ze de meer extreme claims van Hira en Ankh-Kheru – dat de oude Egyptenaren zwart waren en dat de oude Grieken hun filosofie zouden hebben ‘gestolen’ van het zwarte Egypte – trachtten te weerleggen. Hoewel er in het begin, helaas, enkele mensen in het publiek waren die bij elke bewering die hen niet beviel sisten of de sprekers in de rede vielen, hield het merendeel van het publiek zich rustig. Over de stelling dat de oude Egyptenaren zwart waren zeiden Flinterman en Boter dat deze voornamelijk gebaseerd is op losse citaten die voor meerdere interpretaties vatbaar zijn, zoals Herodotus’ opmerking dat de Egyptenaren donker waren met wollig haar – iets dat door Afrocentristen wordt geïnterpreteerd als ‘zwart met kroeshaar’ en door de meeste anderen als ‘bruin met krullend haar’. De stelling dat de Grieken hun filosofie van de Egyptenaren zouden hebben overgenomen, zou voornamelijk gebaseerd zijn op mythevorming over het mysterieuze Egypte. Bovendien zijn de meeste Griekse filosofische concepten niet in Egyptische hiërogliefenteksten terug te vinden.

Donker maar niet zwart

Na de introductie van beide kampen volgde een open discussie. Na het respectvolle en genuanceerde betoog van Flinterman en Boter had ik gehoopt dat Hira en Ankh-Kheru in zouden gaan op de argumenten die zij tegen hun stellingen hadden ingebracht. Hier kwam echter weinig van terecht. Het Afrocentrische kamp bleef vooral de argumenten herhalen die al eerder naar voren waren gebracht, zonder de discussie daarmee ook maar een stap verder te brengen. Memorabel is de discussie of de Egyptenaren alleen ‘donker’ waren, of ook echt ‘zwart’. Flinterman meende dat ‘donker’ nog niet ‘zwart’ hoefde te betekenen, wat hem op veel hoongelach van het publiek kwam te staan. Hij had hier echter wel een punt. Er zijn veel volken die ‘donker maar niet zwart’ zijn. Afgaande op je definities van ‘zwart’ en ‘donker’ zou je daaronder de Indiërs, Zuidoost-Aziaten, Amerikaanse Indianen, Iraniërs, Arabieren, Berbers en zelfs de Grieken en Romeinen onder kunnen scharen. Door ‘donker’ en ‘zwart’ gelijk te stellen, draaiden de Afrocentristen echter om de vraag heen of de oude Egyptenaren inderdaad een Oost-Afrikaans uiterlijk hadden, zoals de Soedanezen, Ethiopiërs en Somaliërs, of toch een significant lichter Noord-Afrikaans uiterlijk, zoals de huidige Egyptenaren. Een West-Afrikaans uiterlijk, zoals de meeste Afrikanen in de diaspora, zullen ze in elk geval niet hebben gehad.

”Dit roept de vraag op of hier wel sprake was van een echt debat” 

De grootste teleurstelling van dit debat was dat de stemmingmakerij van Hira en Ankh-Kheru door hun achterban met veel instemmende geluiden werd onthaald, terwijl elke stelling en elk argument van Flinterman en Boter dat hen niet beviel werd overschreeuwd. Dit roept de vraag op of hier wel sprake was van een echt debat en, nog belangrijker, of deze discussie de bevordering van ‘Ancient Global History’, zoals ik het voor nu even zal noemen, wel ten goede is gekomen. Zoals ik eerder al stelde vind ik dat de VU al een heel eind in de goede richting zit. Het enige steekhoudende argument voor de stelling dat het curriculum van Oudheidkunde te wit zou zijn, is dat Afrocentrische theorieën als die van Hira en Ankh-Kheru er niet onderwezen worden. Dit heeft echter vooral te maken met het wetenschappelijke gehalte van dergelijke theorieën. Helaas zien veel Afrocentristen achter elke kritiek op hun wereldbeeld een vooringenomen racisme, zelfs als docenten als Flinterman en Boter de moeite nemen dit beeld te ontkrachten. Dit maakt een vruchtbare discussie met hen helaas erg moeilijk.

Door: Daan Nijssen

 

[bol_product_links block_id=”bol_55942169b9bb8_selected-products” products=”1001004001548852,1001004011296015,9200000022205839″ name=”Eurocentrisme” sub_id=”” link_color=”003399″ subtitle_color=”000000″ pricetype_color=”000000″ price_color=”CC3300″ deliverytime_color=”009900″ background_color=”FFFFFF” border_color=”D2D2D2″ width=”600″ cols=”3″ show_bol_logo=”undefined” show_price=”1″ show_rating=”1″ show_deliverytime=”1″ link_target=”1″ image_size=”1″ admin_preview=”1″]
Schrijf je in voor TOEN!