De Nederlandse Sinterklaastraditie heeft zijn wortels in de negentiende eeuw. In die tijd was er een Amsterdamse leraar die een prentenboek maakte over de Sint en zijn knecht: Jan Schenkman.
Jan Schenkman (1806-1863). Bron: http://www.kunststad.nl
De Nederlandse Sinterklaastraditie heeft zijn wortels in de negentiende eeuw. Al ruim 150 jaar zingen wij uit volle borst liederen als ‘Zie de maan schijnt door de bomen’ en ‘Zie ginds komt de stoomboot.’ Het eerste komt van de hand van J.P. Heije die het lied in 1843 schreef. ‘Zie ginds komt de stoomboot’ is het tweede invloedrijke Sinterklaaslied, en is geschreven door de in Amsterdam geboren en getogen schrijver en onderwijzer Jan Schenkman. In deze tijd is hij een ietwat onbekend figuur, maar in zijn tijd – de negentiende eeuw – waren zijn boeken zeer populair, met name zijn prentenboek Sint Nicolaas en zijn knecht.
Het eerste Sinterklaasboek
Een echt Sinterklaasboek moet volgens het echtpaar Buijnsters in Lust en leering : geschiedenis van het Nederlandse kinderboek in de negentiende eeuw aan enkele eisen voldoen. De belangrijkste eis is dat Sinterklaas de hoofdrol in een geïllustreerd verhaal heeft. Daarnaast vertelt het verhaal over zijn komst, de spanning en wensen van de kinderen, de aankleding van de winkels, de letters van banket (tegenwoordig de chocoladeletters), cadeautjes voor arm en rijk en het straffen van stout gedrag (de zak en roe) en het belonen van goed gedrag (met zoetigheid en / of een mooi cadeau). Het prentenboek Sint Nicolaas en zijn knecht uit 1850 is, gezien de criteria, het eerste echte Sinterklaasboek. Jan Schenkman heeft hiermee een nieuw genre in het leven geroepen. Zijn Sinterklaasboek is meerdere malen herdrukt. In het boek staat in woord en beeld stap voor stap het Sinterklaasfeest opgetekend.
Negentiende-eeuwse pedagogiek

Het pedagogische aspect van Sint Nicolaas. In deze herdruk uit 1885 is de zwarte knecht uitgedost in kledij die wij vandaag de dag nog gebruiken. Dit in tegenstelling tot de uitdossing van de zwarte knecht in de eerste druk uit 1850. Bron: http://www.kb.nl/
Vóór de Reformatie werd er op 6 december een groot feest gevierd: de heilige bisschop Sint Nicolaas werd vereerd. Natuurlijk in een uitermate roomse saus. Na de Reformatie is geprobeerd dit feest in de gereformeerde gebieden uit te roeien, maar het feest bleek te zeer ingeslepen te zijn. De inhoud van het feest wijzigde wel in de loop der tijd. Langzaamaan veranderde Sint Nicolaas in Sinterklaas. Eind achttiende eeuw kwam het beeld op van bisschop Sint Nicolaas te paard die geschenken aan kinderen uitdeelt. In de negentiende eeuw beloonde hij de goede kinderen en strafte de slechte en was er aandacht voor de arme kinderen. Deze pedagogische elementen van de Sinterklaastraditie, die Schenkman in zijn prentenboek verwerkt heeft, zijn gestoeld op de opvoedingsidealen van de gegoede burgerij in die tijd. Voor het eerst ging men zich om arme kinderen bekommeren. Sinds de middeleeuwen waren er wel weeshuizen, maar verder werd er nauwelijks omgekeken naar kansarme kinderen. In de negentiende eeuw was er op grote schaal aandacht voor het individuele kind. Christelijke instellingen richtten (her)opvoedingstehuizen op, waarin arme kinderen opgevoed werden tot deugdelijk burger.
De laatste twee regels van Schenkmans lied herinnert aan de opvoedkundige normen van die tijd: ‘..Wie zoet was, krijgt lekkers; Wie stout was, een roe.’
Technologische hoogstandjes
Dat Jan Schenkman, een Amsterdammer die in de Jordaan onderwijzer was op een Stadsarmenschool, een Sinterklaasboek heeft geschreven, is niet verwonderlijk. Ten eerste was zijn nevenfunctie tekstschrijver en ten tweede was Amsterdam de plaats waarvan Sint Nicolaas al in de middeleeuwen beschermheilige was. De goedheiligman stond bekend als beschermer van de handel, zeevaarders en kinderen. Amsterdam was historisch gezien de belangrijkste handelsplaats van Nederland en kon de beschermende kwaliteiten van Sint Nicolaas goed gebruiken.
Schenkman introduceerde met zijn lied en bijhorende prent ‘Zie ginds komt de stoomboot’ de jaarlijkse Sinterklaasintocht in Amsterdam. Amsterdam is ook wel ‘de hoofdplaats der sinterklaasvreugd’ genoemd. Maar waarom gebruikte Schenkman de stoomboot als vervoermiddel van Spanje naar Nederland? In de negentiende eeuw werd een belangrijke uitvinding gedaan: de stoommachine.
In de tweede helft van de negentiende eeuw was de stoomboot een ontzettend modern vervoermiddel. Schenkman deed geheel recht aan de status van Sinterklaas door hem op een stoomboot te plaatsen.
Op het einde van het Sinterklaasboek vertrekt de goedheiligman samen met zijn knecht in een luchtballon. De luchtballon werd eind achttiende eeuw uitgevonden en only the happy few konden er gebruik van maken.
Zwarte Piet, wie kent hem niet?

Sint Nicolaas vertrekt met zijn zwarte knecht in een luchtballon (1850). Bron: http://www.dbnl.org
Op een centsprent uit 1800 wordt Sinterklaas nog vergezeld door een blanke deftige man met pruik. Dat Sinterklaas een zwarte knecht krijgt, is pas van latere tijd. In Duitsland is een aquarel uit 1825 bekend waarop Nikolaus wordt vergezeld door een zwarte helper met roede en zak. In Nederland dook het beeld van een zwarte knecht voor het eerst op in het prentenboek Sint Nicolaas en zijn knecht.
In de eerste editie uit 1850 is die knecht afgebeeld in een harembroek. In de herdruk van 1855 is de zwarte knecht afgebeeld zoals wij die nu nog kennen, in kledij van een ‘zestiende-eeuwse page’. De naam Zwarte Piet krijgt de knecht pas op het einde van de negentiende eeuw.
Schenkmans invloed
Jan Schenkman heeft oude thema’s van het Sinterklaasfeest beschreven en nieuwe thema’s toegevoegd. Het is plausibel dat Schenkman in belangrijke mate invloed heeft gehad op de viering van Sinterklaas. Hij heeft de tendensen van zijn tijd in het verhaal verwerkt; te denken valt aan de zwarte knecht die al eerder in Duitsland opdook, het pedagogische aspect van het Sinterklaasfeest en de stoomboot en luchtballon als technologische innovaties. Anderzijds heeft hij met de bestaande, zeer moralistische traditie in kinderboeken gebroken door de strengheid jegens kinderen te beperken en voornamelijk vrolijkheid te brengen. Het prentenboek was uiterst populair. Zijn boek wordt ook wel een revolutie genoemd. Op het infoblad Sint-Nicolaas van museum Catharijneconvent is te lezen: ‘Sinterklaas wordt nu echt een feest voor kinderen, gevierd op scholen.’ Eugenie Boer-Dirks oppert ook dat het Sinterklaasboek een behoorlijke invloed heeft gehad op de bestaande viering: ‘het effect van de nauwe samenhang tussen beeld en tekst was zeer indringend: zó was het en niet anders.’
Bronnen:

De knecht van Sint Nicolaas in ‘haremkledij’ (1850). Bron: http://www.dbnl.org
- F. Booy, ‘A A A Kijk, dat kreeg ik van Papa! : over de prentenboeken van Jan Schenkman’, in: Boekenpost : tijdschrift voor de liefhebber van boeken, strips en boekencuriosa., Jrg. 8, no. 46 en no. 50, maa-apr en nov-dec 2000, Groningen.
- Infoblad Sint-Nicolaas op bezoek, www.catharijneconvent.nl, 2009.
- P.J. Buijnsters en L. Buijnsters-Smets, Lust en leering : geschiedenis van het Nederlandse kinderboek in de negentiende eeuw (Zwolle 2001).
- Eugenie Boer-Dirks, ‘De Sint Nicolaas van Jan Schenkman’, in: Ons Amsterdam : maandblad van de Gemeentelijke Commissie Heemkennis,
afl. 1 (Amsterdam 1995).
Vind ons ook hier: