Jan Terlouw: ‘De Mens is absurd’ (1)

Jan TerlouwOnlangs heeft wetenschapper, politicus en schrijver Jan Terlouw ter ere van zijn tachtigste verjaardag, een nieuw, verfrissend boek gepubliceerd met daarin zijn opvattingen over tal van onderwerpen. Deel 1 van het interview met de auteur van Oorlogswinter.Jan Terlouw’s nieuwste boek “Hoed u voor mensen die iets zeker weten” ligt nu in de winkel.

Interview met schrijver, politicus en wetenschapper Jan Terlouw, deel 1. Deel 2 verschijnt binnenkort op www.historien.nl.

Jan Terlouw

Jan Terlouw. Bron: Wikipedia

Onlangs heeft wetenschapper, politicus en schrijver Jan Terlouw ter ere van zijn tachtigste verjaardag, een nieuw, verfrissend boek gepubliceerd met daarin zijn opvattingen over tal van onderwerpen. De zaken die hij behandelt variëren van de problemen rond de geredde Orka Morgan tot Aldous Huxley’s science fiction-roman Brave New World en van Joop Den Uyl tot de klimaatverandering op aarde. In zijn prachtige Gelderse koetsierswoning, die gelegen is aan een meertje in een stuk bos van 13 hectare groot, doet hij zijn verhaal.”
“Een interview over tal van ideeën en opvattingen die de Éminence Grise van D66 behandelt in zijn nieuwste boek. Terlouw: “Mijn boek is geen biografie en ik zie de teksten ook niet als memoires. Het zijn meer opvattingen. Zo heb ik het althans bedoeld.”

Jan Terlouw (80) heeft een zeer gevarieerd bestaan geleid en deed tal van verschillende zaken in zijn leven. Hij studeerde natuurkunde aan de Universiteit Utrecht, promoveerde op kernfusie en was daarna o.a. wetenschapper, kinderboekenschrijver, fractievoorzitter van D66, Minister van Economische zaken en vicepremier, Commissaris van de koningin in Gelderland, Senator in de Eerste Kamer, (thriller)schrijver, voorvechter voor mensen- en dierenrechten en voorzitter van het Platform Energietransitie (Pego).

De titel van uw nieuwste boek is: ‘Hoed u voor mensen die iets zeker weten’. Is dat uw levensmotto?

D66

D66 Bron: Wikipedia

Jan Terlouw: “Een van de hoofdstukken van mijn boek had ik de titel ‘hoed u voor mensen die iets zeker weten’ meegegeven. Dat is immers iets wat ik nogal eens zeg. Toen mijn uitgever voorstelde om dat dan de titel van mijn boek te maken, heb ik daarmee ingestemd. Er zijn een heleboel mensen die er op inspringen, dus is het wel een goede titel gebleken.”
“Ik heb hoe langer hoe meer een hekel gekregen aan mensen die iets zo zeker weten dat anderen het ook moeten geloven en aannemen. Ik heb immers een afkeer van mensen die niet openstaan voor dialoog. Ik vind dat wanneer mensen dingen zeker weten dat er geen voortgang is.”
“Ik ben ook lid van een partij die geen opgeschreven uitgangspunten heeft. Waarom hebben we die niet? Omdat die uitgangspunten ook weer veranderen. Ik wil daarmee echter niet zeggen dat D66 geen principes heeft.”

De boektitel ‘Hoed u voor mensen die iets zeker weten’ is dus duidelijk iets wat u belangrijk vindt?

Jan Terlouw: “Ja, een mens heeft zo van die slagzinnen waarvan hij steeds denkt: ‘dat klopt’. Dat zijn van die stokpaardjes en van die slagzinnen die steeds weer bruikbaar blijken. ‘Het hebben van plichten is een recht’ is er ook zo een die ik vaak gebruik. Als je plichten hebt, hoor je immers bij de samenleving en doe je mee. Nog een andere van mij is: ‘alles wat je niet aan een redelijk intelligent kind van 13 kunt uitleggen, begrijp je zelf niet.’ Die spreuk is namelijk echt waar. Ik kom het steeds weer tegen. Als je iets aan mensen probeert uit te leggen en je komt daar niet goed uit, dan betekent dat dat je het zelf niet echt begrepen hebt. Dat geldt ook voor de relativiteitstheorie van Einstein en voor andere ingewikkelde processen.”

Orka

Orka. Bron: Wikipedia

Uw boek is erg actueel. Ik zag dat zelfs de pinguïn Happy Feat en de geredde Orka Morgan er nog in voorkomen. U pleit en passant ook nog voor grotere stallen voor varkens. Wat vindt u van de Partij voor de Dieren? Spreekt hun programma u aan?

Jan Terlouw: “Ja, de Partij voor de Dieren heeft natuurlijk mijn sympathie omdat ze opkomen voor de dieren, maar als politieke beweging is het veel te beperkt. Politiek gaat over meer dan alleen de rechten voor dieren. Daarom ben ik liever lid van een partij die een heleboel dingen doet waaronder het zorgen voor dieren.”

Vindt u dat D66 op het moment voldoende opkomt voor dieren?

Jan Terlouw: “Ja, het is een van de beste partijen voor die kwestie. Maar het kan altijd beter natuurlijk. Ik ben een aantal jaren ambassadeur geweest voor de stichting Varkens in Nood. Daar was mijn boodschap vooral: gooi nu de schuld niet op de boeren met hun varkensstallen, maar geef de schuld aan de consument en de grootwinkelbedrijven en vooral aan de politiek die de randvoorwaarden moet aanscherpen waaronder je dieren mag houden. Want binnen de randvoorwaarden zoekt de markt de laagste prijs. Zo werkt het nu eenmaal. Anders kunnen de boeren niet bestaan.”
“De laagste prijs wordt nu gerealiseerd als je de varkens in zo klein mogelijke hokjes opsluit en niet laat wroeten. Dat betekent dus dat het vlees zo goedkoop mogelijk wordt binnen die randvoorwaarden. Die randvoorwaarden zijn bepalend. Het is de overheid en dus de gemeenschap die ze vaststelt. Als je betere condities wilt voor dieren, moet je veranderingen aanbrengen in die voorwaarden. Dat staat ook in mijn boek.”

Een ander belangrijk punt voor D66 is altijd de democratisering van Nederland geweest. D66 pleitte altijd voor meer inspraak van de bevolking. Nederland heeft momenteel geen verkozen staatshoofd, geen verkozen Commissarissen van de Koningin, geen verkozen burgemeesters, geen direct verkozen Eerste Kamer, geen verkozen rechters en geen Jury-rechtspraak. In de grondwet is ook niet vastgelegd dat er in Nederland een scheiding is tussen kerk en staat. Bovendien is de Europese Commissie ook niet erg democratisch samengesteld. Mag Nederland wel democratisch genoemd worden? Wat vinden u en D66 daarvan?

Bea

Beatrix. Bron: Wikipedia

Jan Terlouw: “Ik vind Nederland, in vergelijking met de rest van de wereld, niet speciaal zwak op dat punt. Maar al de dingen die u opwerpt kunnen beter. Ik vind de monarchie eigenlijk een anomalie in een democratie. Ik vind dat de koning geen lid van de regering moet zijn. Het is echter de werkelijkheid dat we hier drie koninginnen hebben gehad die het alle drie goed hebben gedaan. De koningen in de voor-vorige eeuw hebben heel wat steken laten vallen, maar de laatste koninginnen hebben het best aardig gedaan. En het volk houdt van ze, dus het afschaffen van de monarchie lijkt me niet zo handig en niet zo haalbaar. Maar de koningin in de regering daar kan ik niet voor zijn natuurlijk. Bovendien zou Willem-Alexander het helemaal niet moeten willen dat hij niet mag zeggen wat hij wil. Dan is hij straks de enige Nederlander die niet mag zeggen wat hij denkt. Dat mag hij nu al niet als kroonprins, want de regering is verantwoordelijk. Toen ik als minister het hoofd was van een economische delegatie naar Amerika, ontmoetten we Beatrix en Claus drie keer en was er een symposium. Daar hielden Claus en ik enkele toespraken. Ik kon eenvoudigweg alles zeggen wat ik wou, maar hij moest hetgeen hij zei door mij laten goedkeuren. Dat vond ik gênant. Claus was immers een prima man die heus zelf wel wist wat hij kon zeggen en zwijgen. Maar nee, volgens het staatsrecht moest ik goedkeuren wat hij ging zegen. Daarbij kwam nog dat ik mijn speech terplekke mocht aanpassen als anderen al een bepaald onderwerp hadden behandeld, maar hij mocht dat niet. Dat is toch beschamend. Die Claus was een hele hoogstaande man. Dergelijke toestanden moet je helemaal niet willen als koning.”

“Als er een discussie losbarst over democratisering in Nederland dan gaat die bijna ogenblikkelijk over de rol van de koningin bij de kabinetsformatie. Maar die rol is vreemd genoeg nu juist prima. Als je net verkiezingen hebt gehad dan heb je een onafhankelijke voorzitter nodig die even de procedure begeleidt. Dat kan zo’n koning of koningin nu net prima doen, vind ik.”
“Maar hij of zij moet niet in de regering. Een ceremonieel koningschap wordt ook wel eens geopperd, maar dat vind ik denigrerend. Het koningschap is veel meer dan dat. Ik zie het Nederlandse koningschap namelijk als een samenbindend koningschap. Dat wil zeggen: een koningin die staatsbezoeken doet en bij rampen komt kijken etc. Ik heb meerdere malen meegemaakt dat dat echt werkt. Toen ik Commissaris van de Koningin was en er bij evacuaties veel mensen weg gehaald werden, kwam de koningin de geredde mensen bezoeken en kon je gewoon zien hoe fijn de mensen dat vonden. Dan werkt dat dus goed en daarom moeten we het er in houden.”

Soms wordt ook wel eens beweerd dat bij een ceremonieel koningschap zoals in Zweden de koning juist meer macht en invloed krijgt omdat hij toch alles mag zeggen. Er is dan geen parlement of regering die hem/haar iets in de weg legt. Hetgeen hij of zij zegt heeft ook altijd een zeker cachet waardoor men automatisch invloed heeft. Zit daar wat in volgens u?

Jan Terlouw: “Dat vind ik best. Als je dan toch, door de omstandigheden of omdat het volk dat graag wil, een ceremoniële koning krijgt, dan moet zo’n samenbindend ceremonieel koningschap maar ingevoerd worden. Dan roep je echter over jezelf af dat de koning wel eens iets roept dat je niet leuk vindt. Dat moet dan maar. Dat recht heeft hij of zij dan wel vind ik.”

In uw boek zegt u dat u een liberaal bent. D66 is ook een partij die die libertijnse beginselen altijd heeft uitgedragen. Vertrouwen liberalen echter niet te veel op de goedheid van de mens? Ze lijken er immers vanuit te gaan dat wanneer men de mens vrij laat alles wel goed zal komen. Is dat wel zo? U zegt immers in uw boek ook dat de mens beheerst wordt door emoties. Kunnen we al die vrijheid wel aan?

Thatcher

Margaret Thatcher. Bron: Wikipedia

Jan Terlouw: “Nee, de huidige financiële crisis bewijst dat dat niet gaat. Ik heb ook een hoofdstuk geschreven over liberalisme en de vrije markt, waarin ik zeg dat het neo-liberalisme niets voor mij is. Ik vind dat overheden hun verantwoordelijkheden veel te veel laten glippen. Precies om deze reden. Er zijn heel veel mensen van het neoliberalistische kamp zoals Thatcher en Reagan die zeiden dat de markt het beter kan. De markt kan inderdaad een heleboel dingen beter, maar je moet wel goed bedenken wat dan wel en wat niet. Wat de markt beter kan is innovatief, flexibel en dynamisch zijn. De markt heeft ook kapitaalkracht en kan zich voor een jaar of zeven investeringen veroorloven die niet meteen terug verdiend hoeven te worden, waardoor de return on investment niet meteen hoeft te komen. Het moet echter wel binnen een jaar of zeven rendabel blijken te zijn. Dat kan de markt allemaal. Maar je moet ook kijken wat de markt niet kan en dat is verantwoordelijkheid nemen voor de verre termijn. Dat kan de markt niet.”
“De markt kan nog wel meer niet. Kijk maar naar de financiële markten. Die hebben ons een crisis bezorgd in 2008. De markt kon dat niet aan. Kijk ook maar eens naar de klimaat-crisis. Die kan de markt ook niet beheersen. Het neo-liberalisme slaat door. Die denkt dat de markt alles kan. Dat is niet zo. De markt kan veel, maar niet alles.”

Beschouwt u zichzelf dus als een gematigd liberaal in plaats van een neo-liberaal?

Jan Terlouw: “Ja, ik ben een gematigd liberaal. Ik ben een liberaal als ik zeg ‘het hebben van plichten is een recht’. Geef een mens daarom verantwoordelijkheid en vrijheid om zijn talenten te ontplooien. Verzorg hem niet en laat hem in de eerste plaats voor hem zelf zorgen en verantwoordelijkheid nemen. Besef immers dat wanneer eens mens geen verantwoordelijkheid draagt, hij er eigenlijk niet bij hoort. Dus is het een recht om plichten te hebben en erbij te horen. Daar ben ik een liberaal in, maar sla niet door en denk niet dat de markt alles kan. Het is de diepe basisgedachten van die neo-liberalen dat men het egoïsme van de mens zijn gang moet laten gaan. Dat is volgens hen goed voor het collectief. Iedereen doet in die visie wat goed is voor hem zelf waardoor het beste eruit komt, hetgeen goed is voor ons allen samen. Die mening deel ik niet.”

U heeft de Tweede wereldoorlog bewust meegemaakt. Heeft deze periode uzelf en uw (liberale) levensfilosofie sterk beïnvloed? Bijvoorbeeld in uw werk als politicus en schrijver?

Jan Terlouw: “Ja, ik denk heel beslissend. We leefden toen vijf jaar lang niet in een rechtsstaat met alle gevolgen van dien. Vooral het laatste oorlogsjaar heeft me sterk beïnvloed. De oorlog begon toen ik acht was. Dat herinner ik mij nog heel goed. Er gebeurden zo veel uitzonderlijke dingen. Dat heeft een grote invloed op je leven. We woonden in Wezep waar mijn vader dominee was. Op de dag van de bevrijding stond ik in de voordeur van de pastorie en ik zag de Canadezen aankomen over de Stationsstraat. Ik zag meteen dat het de bevrijders waren. Ze hadden andere voertuigen en uniformen dan de Duitsers. We verwachtten ze ook al een tijdje. Ik stond naar ze te kijken en vanuit mijn ooghoeken zag ik mijn vader uit de pastorie komen. Hij was een hele sportieve man in zijn hart, maar niet in zijn lijf. Hij kon niet schaatsenrijden en niet zwemmen. Hij liep niet op een vlotte, vrolijke manier, maar schreed eigenlijk meer. Toen hij de voordeur uitkwam en de Canadezen zag aankomen, huppelde hij echter opeens. Voor het eerst van mijn leven zag ik mijn vader huppelen; de bevrijders tegemoet. Zo’n beeld kan heel beslissend zijn. Ik zag in dat huppelen hoe onvoorstelbaar opgelucht hij was. Want als notabel van Wezep leefde hij continu in gevaar. De Duitsers pakten notabelen op en schoten ze dood als dat zo uitkwam. Daar heeft hij natuurlijk over in angst gezeten. Dat heb ik me als kind niet zo gerealiseerd, althans niet zo scherp, maar ik zag het terug in dat huppelen.”
“Als je kort na de oorlog dan ook nog eens hoort dat die Shoah (Jodenvervolging) had plaatsgevonden dan heeft dat mijn wereldbeeld vanzelfsprekend blijvend veranderd. Allerlei mensen die ik kende, waren domweg afgemaakt. Dat is heel beslissend in mijn opvattingen geworden als het gaat over religie of over de mens.”

Heeft u ook honger geleden in de oorlog?

Jan Terlouw: “Niet ernstig. Het was wel heel povertjes allemaal, maar wij woonden te midden van boeren en die zorgden er wel voor dat we niet verhongerden. Ik heb wel veel mensen gezien die honger leden. Dat kun je je helemaal niet meer voorstellen tegenwoordig. De Zuiderzeestraatweg die van het Westen naar Zwolle toe loopt, kwam langs ons huis. In de Hongerwinter was die straat helemaal vol met mensen die op gymnastiekschoenen door de sneeuw liepen. Ze waren heel pover gekleed, duwden soms een kinderwagentje en waren hongerig. Ze hadden niks te eten en moesten hopen dat ze wat kregen. Het waren meestal oudere mensen, want de jongeren konden zich niet vertonen zonder opgepakt te worden. Die mensen gingen voor hun kleinkinderen op zoek naar een mud aardappels of een paar kilo rogge. Ze waren deerniswekkend om te zien.”
“Daar was ik eigenlijk de hele dag mee bezig. Ik kon niet naar school omdat je de IJssel niet kon oversteken om naar het Lyceum in Zwolle te gaan. Soms brak er een karretje en dan moest je een wiel repareren terwijl die mensen ook nog, voor de avond viel, onderdak gebracht moesten worden. Er waren immers geen hotels of restaurants. Daarom werden verenigingsgebouwen vol met stro gelegd waar de mensen vervolgens in ondergebracht werden. Wegens de avondklok moesten ze immers om acht uur van straat zijn. Mijn vader ging dan ’s avonds om kwart voor acht die stumpers even toespreken.”
“Eigenlijk was het praktisch onmogelijk om er te komen vanwege de duisternis. Je kunt je nu helemaal niet meer voorstellen hoe donker het in die dagen was. Je moet het je voorstellen als het herfst- of winterweer dat we momenteel hier hebben, maar dan zonder dat er ergens een lichtje brandt. Elektriciteit was er immers niet. Als er een kaarsje werd aangestoken, moesten er van de Duitsers namelijk pikzwarte gordijnen voor gehangen worden. Er mocht immers niks van licht naar buiten komen zodat de geallieerden zich niet konden oriënteren. Daardoor werd alles ontzettend donker. Met een knijpkat maakte je ook maar een klein richtcirkeltje op de straat. Dat hielp niet zo veel. Mijn vader kon daardoor eigenlijk helemaal niet bij die ondergebrachte mensen komen. Hij was slecht ziend en had erg dikke brillenglazen waardoor ik altijd met hem mee moest gaan. Als je 13 bent, kun je nog heel goed kijken, maar zelfs ik had toch nog moeite om er te komen.”
“Vervolgens kwamen we in zo’n verenigingsgebouwtje dat vol met stro lag en waar het hartstikke donker was. Er zaten dan vaak wat EHBO-ers bij een kaarsje blaren door te prikken. Dat kaarsje was het enige lichtpuntje dat te zien was. Dan schuifelden we tussen allerlei mensen door, die we alleen maar hoorden ritselen. Je zag niks. Zo gingen we naar dat lichtpuntje toe. Daar zei mijn vader dan een paar bemoedigende woorden tegen die mensen, die hij verder niet kon zien, en las tevens bij het kaarsje een paar regeltjes uit zijn Bijbeltje. Dat is vele malen gebeurd. Die situatie blijft je levenslang bij. Als we terugschuifelden wilden die mensen mijn vader altijd aanraken. Dat deden ze uit nood. Ze vroegen: ‘Dominee, mag ik even je jas aanraken’. Dat kun je je tegenwoordig helemaal niet meer
voorstellen. Hahaha.”
“Als je dat hoort als jochie van dertien, dan denk je: religie is eigenlijk uitsluitend hoop, hoop, hoop’. Hoop op beter. Mijn vader zei tijdens die avonden altijd: ‘Ik ben de dominee van het dorp en ik wil even iets zeggen. Als u mij niet wilt horen, houdt dan even u oren dicht.’ Maar nooit riep er iemand ‘houd je mond’. Integendeel. Ze riepen dingen als: ‘Ik ben in geen jaren in de kerk geweest, maar ik wil je toch even aanraken.’ Mensen zijn immers wanhopig als ze zo lijden en niet weten wat ze morgen aanmoeten met hun zere voeten en hun honger. Als je daar steeds mee geconfronteerd wordt in zo’n winter heeft dat natuurlijk invloed op je leven. Dat vergeet je nooit meer.”

Heeft u ook beschietingen meegemaakt als kind?

Spitfire

Spitfire. Bron: Wikipedia

Jan Terlouw: “Ja natuurlijk, dat maakte iedereen mee. Er waren twee kazernes in Wezep en de IJsselbrug was niet ver weg. Daar waren regelmatig gevechten. De eerste keer dat er geschoten werd, schrokken we ons echt het leplazarus.”
“Later toen de geallieerden ten zuiden van de rivier waren aangekomen en de slag om Arnhem aan de gang was, gebeurde er ook veel onheil. Als er op de Zuiderzeestraatweg bijvoorbeeld een auto bewoog dan kwam er een jager – een Spitfire – en die vuurde erop. Als je in de buurt was, moest je snel wegduiken. Dat gebeurde vrij geregeld. Er werd veelvuldig geschoten en gebombardeerd in die buurt.”
“Op een dag kwam de familie Koopman midden-overdag opeens bij ons naar binnen: het waren een vader, moeder en drie kinderen. Ze woonden achter het station en er waren bommen dwars door hun huis gegaan. Een dochtertje had op de WC gezeten terwijl een granaat praktisch over haar knieën door de WC heen was geslagen in het volgende vertrek. Die mensen waren erg ontdaan. Hun huis was helemaal verwoest en daarom zijn ze een paar maanden bij ons ingetrokken. Zij hadden het overleefd, maar vele anderen niet.”
“Ik herinner me ook nog iets anders aparts: we zaten aan tafel met vader, moeder en vijf kinderen toen er opeens vlakbij een bom viel. Je schrikt je dan natuurlijk te pletter. Iedereen vloog op en holde weg. Je ging bijvoorbeeld onder de trap zitten om je te verbergen. Aan de schrikachtigheid van onze gezinsleden kon je precies zien hoe onze karakters waren. Mijn vader holde voorop. Hij was heel schrikachtig en de kinderen liepen daar achteraan naargelang hun angstigheid. De enige die recht overeind bleef zitten, was mijn moeder. Zij had niet bewogen. Hahaha. Zij was heel rustig van karakter.”

Wat was uw eigen reactie op dat bombardement?

Jan Terlouw: “Ik was halverwege ons vluchtende gezin geloof ik. Ik was niet de hardste loper, maar ik bezat ook niet de rust van mijn moeder. Het is allemaal ontzettend lang geleden, maar aan het feit dat ik het nog zo goed weet, kun je wel zien dat het grote invloed heeft gehad.”
“Dat was in het kort mijn oorlog, maar ik heb eigenlijk niks meegemaakt in vergelijking tot zo vele anderen die veel ergere dingen hebben moeten doorstaan. Toen mijn boek Oorlogswinter was uitgekomen, kreeg ik dan ook reacties van mensen die zeiden: ‘zo was het niet’. Toen realiseerde ik me dat je verschillende oorlogen hebt gehad in Nederland: een oorlog op het slagveld, een oorlog in het concentratiekamp, een oorlog in de hongerende stad en een oorlog in Wezep aan de IJssel etc. Iedereen had zijn eigen oorlog.”

OorlogswinterWat vond u eigenlijk van de verfilming van uw boek Oorlogswinter? Was u daar tevreden over?

Jan Terlouw: “Ik heb van tevoren veel over de verfilming gesproken met regisseur Martin Koolhoven. We hebben toen heel wat kleine strijdjes uitgevochten. Maar ik vind dat hij een mooie film heeft gemaakt. Wat ik er erg goed aan vond, is dat hij genoeg heeft weggelaten om geen gehaaste, afraffelende film te maken. Er zit rust in de film. Ik vind het belangrijke thema van een jongen die door de oorlog versneld volwassen wordt er goed in zitten. Het gaat tenslotte om een jongen die opgroeit van kind tot iemand met
verantwoordelijkheid.”
“Er zitten wel allerlei foutjes in de film. De hoofdpersoon doet bijvoorbeeld zomaar het elektrische licht aan en pakt veel te veel eten, maar toch herken ik veel van mijn eigen ervaringen erin. Ik werd zelf 13 in 1944. en werd in die laatste Oorlogswinter ook versneld volwassen door de omstandigheden. Ik vind dat dat er goed inzit. De hoofdpersoon is namelijk aan het eind van de film een hele andere jongen dan in het begin.”

Vanwege boeken als Oorlogswinter wordt Terlouw nog steeds veel gevraagd om op scholen te komen spreken, maar hij kan daar meestal niet op ingaan omdat hij ook veel andere zaken doet. Terlouw heeft, naar eigen zeggen, ook de voeling met de moderne jeugd een beetje verloren hoewel hij nog steeds ongelofelijk veel gelezen wordt door jongeren. Dat mag opmerkelijk heten.

Terlouw: Dat mijn boeken nog heel veel gelezen worden, is wel tamelijk uitzonderlijk. Het zijn tenslotte boeken van veertig jaar oud. Ik denk dat het komt doordat ik altijd heb geprobeerd om niet-modieuze thema’s aan te snijden. Het gaat om vragen waarop het antwoord nooit zal komen en die je toch altijd weer moet stellen. Het zijn blijvende, universele thema’s. Ik denk dat dat het succes verklaart want sommige van mijn boeken beginnen nu natuurlijk wat ouderwets aan te doen, maar dat kan de jeugd ontzettend weinig schelen als het een interessant, spannend verhaal is. Mijn streven is altijd geweest om een thema te nemen dat blijvend is en om het te verpakken in een spannend verhaal. Dat werkt. Dan wordt het gelezen.”

Heeft IKV Pax Christi u mede vanwege deze ervaringen in de oorlog, benoemd tot Minister van Vrede? Wat houdt deze functie precies in en wat is het nut ervan?

Jan Terlouw: “Ach, het is een beetje een stunt van IKV Pax Christi om weer eens iets anders te doen in de Vredesweek. Men wil een beetje aandacht trekken, want zo’n Vredesweek trekt zo weinig aandacht tegenwoordig. Ik moet toespraakjes houden en wat in de media doen. Het levert extra aandacht op. Als er door het jaar heen nog wat anders is dan doe ik dat ook graag voor ze.”
“Ik ben overigens helemaal geen lid van IKV Pax Christi, maar ik denk dat ze me gevraagd hebben vanwege mijn boeken. Mijn boek Zoektocht in Katoren behandelt het absurde feit dat in ieder industrieel land wapens worden gefabriceerd die daarna verkocht worden aan volkeren die die wapens zelf niet kunnen maken. Vervolgens schieten ze elkaar er daarna mee aan flarden en sturen wij Artsen Zonder Grenzen en het Rode Kruis er heen om ze weer op te lappen. Over dergelijke absurditeit heb ik in mijn boeken geschreven en ik denk dat het daarom is dat ik gevraagd ben door IKV Pax Christi.”

Nederland staat altijd in de top tien van grootste wapen-exporterende landen ter wereld. Doelt u dus ook op ons land?

Jan Terlouw: “Ja, Nederland staat in ieder geval heel hoog op die lijst. Maar ieder industrieel land doet er aan mee. Soms mag er naar bepaalde landen niet geëxporteerd worden, maar grotendeels is die markt toch vrij. Het is absoluut absurd dat we die wapenindustrie helemaal vrij laten. Waarom staan wij dat eigenlijk toe? Dat is puur vanwege de economie. Eigenlijk kan ik er niet over uit dat we nog niet zo ver zijn om dat te verbieden. Dat heb ik ook gezegd tijdens de Vredesweek.”

Dat is inderdaad heel vreemd. Je hoort er in de media ook vrij zelden iets over. Overheden houden zich op dit punt ook muisstil.

Jan Terlouw: “Ja, dat wordt allemaal doodgewoon gevonden. Ik vind dat wij mensen zo absurd zijn. Dat schrijf ik ook in mijn laatste boek. Ik heb tijdens mijn eerste toespraakje als virtuele Minister van Vrede gezegd dat we 18000 dollar uitgeven om de pinguïn Happy Feet vier keer te opereren, terwijl we talloze dieren mishandelen in de bio-industrie. Idioot. In mijn boek Zoektocht in Katoren heb ik het over een hangbuikzwijntje dat in een putje valt waardoor mensen totaal in paniek zijn geraakt omdat dat lieve beestje daar zo zielig hangt. Tegelijkertijd zijn er tal van varkensflats waar andere dieren het niet best hebben, maar waar niemand naar kraait. Absurd gewoon.”

Is dat absurde gedrag van de mens verklaarbaar of helemaal niet?

Jan Terlouw: “Ik heb in mijn boek wel een kleine poging gedaan om het te verklaren. Als wij mensen onze emoties uitschakelen, helemaal weg van religie en politiek blijven en puur rationeel nadenken, zoals in de zuivere wetenschap gebeurt, dan is het ongelofelijk wat we allemaal kunnen. Echt ongelofelijk. We kunnen naar Mars reizen en daar ter plaatse bestuderen wat er allemaal voor stoffen in de grond zitten. Ongelofelijk ver zijn wetenschap en technologie. De vooruitgang in de techniek is enorm. Anderzijds kunnen we er nog steeds niet voor zorgen dat er geen wapenhandel is.”

Komt dat doordat onze emoties ons in de weg zitten?

Chimpansee

Chimpansee. Bron: Wikipedia

Jan Terlouw: “Ja, de mens is voor het grootste deel toch emotie. Of liever gezegd: voor het grootste deel zijn we chimpansees. Voor 99 procent is ons DNA nog gelijk aan dat van die apensoort. Vijf miljoen jaar geleden hadden de chimpansees en wij nog een gelijke voorouder. Daarna is er een kleine splitsing gekomen, maar het overgrote deel van ons is chimpansee.”
“We zijn pas 20.000 jaar geleden mensen met taal geworden. Dat is niets in vergelijking tot die vijf miljoen jaar dat we taal-arme apen waren. En dus wordt heel veel van ons handelen nog steeds gestuurd door de chimpansee. De chimpansee is een agressief dier. Rationeel weten we heel goed dat we lange termijn-beleid moeten voeren voor onze kinderen, waar we heel veel van houden. Als je kinderen hebt, weet je immers dat je daar onmiddellijk alles voor over hebt, maar toch voer je geen lange termijn-beleid, hoewel het belangrijkste voor die kinderen is dat er een leefbare aarde blijft. En waarom doen we dat niet? Omdat een chimpansee het ook niet doet. Die wil hier en nu eten en veiligheid en is niet bezig met de verre toekomst Dat is denk ik de diepe reden ervoor.”

“Ook op politiek gebied zie je dat de mens weinig ten goede verandert. In mijn boek heb ik het bijvoorbeeld over de Griekse legeraanvoerder en historicus Thucydides. Als je hem leest zie je allerlei politieke, strategische en militaire overwegingen die heel erg lijken op wat wij nu doen. Ook bij Homerus kun je dat lezen. Als je de karakters uit die werken bestudeert, zie je dat de mensen toen al het zelfde waren als tegenwoordig. Ze bezaten dezelfde eerzucht, wraakzucht en mededogen. Ik wil er alleen maar mee zeggen dat in die paar duizend jaar de mens totaal niet veranderd is. Dat is ook geen wonder. Het is een veel te korte tijd.”

Binnenkort verschijnt deel 2 van dit interview.

Sites:
http://www.lemniscaat.nl/Jeugd/Kinder-%20en%20jeugdboeken/auteurs/Jan%20Terlouw

http://www.d66.nl/d66nl/persoon/jan_terlouw

 

1 Reactie op Jan Terlouw: ‘De Mens is absurd’ (1)

Geef een reactie

Historiën Twitter
Schrijf je in voor TOEN!