Johan Huizinga, Mijn weg tot de historie

Mijn weg tot de historie is de autobiografische schets van Johan Huizinga. Het beschrijft hoe Nederlands meest befaamde historicus ertoe kwam om zijn leven te wijden aan de geschiedenis.

 

Mijn weg tot de historie, 2016 en 1947. Foto Elise Mijderwijk, 2016.

Mijn weg tot de historie, 2016 en 1947. Foto Elise Mijderwijk, 2016.

Het getuigt van zelfbewustzijn als een historicus een autobiografie schrijft. Richt hij normaal gesproken zijn blik op het verleden, nu richt hij die blik op zichzelf.

Historisch bedrijf of historische context

Maar getuigt het ook niet van een hoge mate van ijdelheid om eigen persoon en werk centraal te stellen? Niet per se. Veel historici zijn actieve schrijvers en de kans is groot dat zij ook over hun eigen belevenissen notities maken. Als zij die in verhalende vorm -al dan niet op aandringen van hun uitgever- tot publicatie brengen, zijn hiervoor verschillende redenen. Zij doen dat om lezers te laten weten hoe het historisch bedrijf werkt, zoals Georges Duby in De geschiedenis gaat door, of om hun eigen historische context te beschrijven zoals te lezen is in Ernst H. Kossmanns Familiearchief.

Johan Huizinga

Vaak blijven de autobiografische geschriften verborgen voor het grote publiek. Johan Huizinga (1872-1945) begint zijn autobiografische schets Mijn weg tot de historie ook met de nodige terughoudendheid:

“Een neiging tot het autobiografische is mij tot nu toe vreemd geweest.”

Zijn tweede vrouw Auguste Schölvinck bevestigt in het voorwoord zijn terughoudendheid: “Tot het schrijven van een autobiografie heb ik mijn nu overleden echtgenoot niet kunnen overhalen – om verschillende redenen schrok hij hiervoor terug.”

Waarom hij dan uiteindelijk toch zijn weg uitlegt aan het publiek, verklaart hij zelf:

“Mijn ontwikkeling tot historicus is zonderling genoeg geweest om mij zelf de lust te geven, haar in enige meerdere uitvoerigheid dan in de genoemde voordracht [op een conferentie in 1936] vast te leggen.”

Het zonderlinge waaraan hij refereerde, is vooral dat Huizinga aanvankelijk niet als geschiedkundige in de wieg gelegd lijkt. Hij was juist hard op weg was om een taalkundige te worden. Via omwegen kwam hij bij de studie van geschiedenis uit.

Dat het ontdekken van wat je wilt en wat je goed kan niet per se een uitgestippelde route is, maakt zijn verhaal boeiend. Zoals Anton van der Lem in zijn ‘Wegwijzer’ bij deze heruitgave uit 2016 schrijft: “De grootste aantrekkelijkheid voor de lezer van nu ligt vooral in de openheid waarmee Huizinga en zijn opleiding tot historicus als een zoektocht presenteert en niet schroomt om zijn vergissingen en tekortkomingen mee te delen. Ondanks de wereldfaam die hij heeft verworven, is het vrijwel nergens een boekje geworden in de trant van ‘kijk mij eens even!’.”

Anton van der Lem

Mijn weg tot de historie verscheen voor het eerst in 1947, twee jaar na de dood van Huizinga. Nu ligt er een uitgave die bezorgd is door Anton van der Lem. Hij heeft een “paar grote en kleine leesfouten” die de eerste uitgave ontsierden, verbeterd. De bezorging van Huizinga’s past Van der Lem, mederedacteur van Huizinga’s Briefwisseling. Eerder bezorgde hij onder meer het meesterwerk Herfsttij der Middeleeuwen en zijn Nederlands beschaving in de zeventiende eeuw.

De verdienste van Van der Lem is dat hij het werk van Huizinga toegankelijk maakt. Huizinga spaarde de lezer normaalgesproken niet. Hij veronderstelde de nodige (historische) kennis en ook moest de lezer zijn vreemde talen beheersen. In Mijn weg tot de historie heeft hij “het –voor zijn doen- toch tamelijk eenvoudig gehouden omdat hij het als het ware voor zijn jonge echtgenote heeft geschreven”, concludeert Van der Lem.

Niettemin is het uitgebreide notenapparaat (dat op iedere linkerpagina is geplaatst, meestal samen met een illustratie) van nut want hier worden namen en zaken geduid die zeker voor de huidige lezer niet vanzelfsprekend bekend zijn. Zelf heb ik er voor gekozen om pas bij herlezen die verklaring en verdieping in te duiken die Van der Lem toevoegt. Dat houdt niet alleen de vaart erin bij het lezen maar dan komt ook de beeldende schrijfstijl van Huizinga het best tot zijn recht.

Voor mij is een boek geslaagd als ik erdoor word aangezet me verder in het onderwerp te verdiepen. Direct na lezen van Mijn weg tot de historie heb ik Johan Huizinga, Leven en werk in beelden & documenten (1993), geschreven door Anton van der Lem, besteld.

 

Mijn weg tot historie 2016 (voor) en 1947. Foto Elise Mijderwijk, 2016.

Mijn weg tot historie, uitgave 2016 (voor) en 1947. Foto Elise Mijderwijk, 2016.

Johan Huizinga

Mijn weg tot de historie & Gebeden

Bezorgd door Anton van der Lem
(Nijmegen 2016)
Uitgeverij Vantilt

[bol_product_links block_id=”bol_57742b442f535_selected-products” products=”9200000053830918,9200000056953532,666792358″ name=”Mijn weg tot de historie” sub_id=”” link_color=”003399″ subtitle_color=”000000″ pricetype_color=”000000″ price_color=”CC3300″ deliverytime_color=”009900″ background_color=”FF8E1C” border_color=”D2D2D2″ width=”600″ cols=”3″ show_bol_logo=”undefined” show_price=”1″ show_rating=”1″ show_deliverytime=”1″ link_target=”1″ image_size=”1″ admin_preview=”1″]

Leon Mijderwijk

Leon Mijderwijk (1975) studeerde voor Leraar Geschiedenis 2e graads aan de HU en deeltijd Geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht. Zijn aandacht gaat uit naar de vroege middeleeuwen, in het bijzonder van Engeland. Hij schreef artikelen en recensies voor Westerheem, Archeologie Magazine, So British & Irish, Muntkoerier en Filatelie. Leon is redactiemedewerker van het Detectormagazine en Historiën-redacteur. Hij onderhoudt contact met diverse uitgeverijen, archeologen en historici.

More Posts

Schrijf je in voor TOEN!