Joop Den Uyl (1919-1987)

Joop den UylEr is ”heimwee naar de periode van het kabinet Den Uyl, toen de tijd rijp leek voor progressief beleid, toen de samenleving nog maakbaar scheen en toen hij aan die gedachte onder de leuze spreiding van kennis, inkomen en macht, gestalte gaf.
Joop den Uyl (1919-1987), minister, premier en oppositieleider
Er is ”heimwee naar de periode van het kabinet Den Uyl, toen de tijd rijp leek voor progressief beleid, toen de samenleving nog maakbaar scheen en toen hij aan die gedachte onder de leuze spreiding van kennis, inkomen en macht, gestalte gaf. Het is ook een heimwee naar een bevlogenheid en een weidsheid van visie die men in de Nederlandse politiek is gaan missen; het pragmatisme is sindsdien de boventoon gaan voeren.” 

Jeugd
Joop Den Uyl werd in 1919 in Hilversum geboren als zoon van een gereformeerde mandenmaker (een milieu dat in anti-revolutionaire termen tot “de kleine luyden” kon worden gerekend). Toen zijn vader in 1929 (het begin van de economische wereldcrisis ) overleed zette zijn moeder de winkel alleen voort.Van 1936 tot 1942 studeerde hij economie aan de Universiteit van Amsterdam. Al op jonge leeftijd had hij veel belangstelling voor het socialisme en las hij de geschriften van leidende Nederlandse en Duitse socialisten. Daarnaast toonde hij een grote literaire interesse. Ter Braak en Du Perron waren zijn favoriete schrijvers.

Tijdens de oorlog was Den Uyl ambtenaar bij het ministerie van Economische Zaken (1943 – 1945). In deze periode kwam hij ook in contact met de illegale Parool-groep. Na een kort redacteurschap bij het Parool stapte hij over naar het eveneens uit de illegaliteit voortgekomen Vrij Nederland, waar hij tot 1949 bleef. In 1946 was hij al (bij de oprichting) lid geworden van de nieuwe progressieve volkspartij de Partij van de Arbeid.

PvdA-ideoloog, minister en fractievoorzitter
Den Uyl had zich inmiddels ontwikkeld tot een vooraanstaand PvdA-ideoloog en de waardering daarvoor kwam tot uitdrukking in zijn benoeming tot directeur van de Wiardi Beckman Stichting (WBS), het wetenschappelijk bureau van de partij. Tot 1962 bleef Den Uyl directeur van de WBS, maakte hij bovendien deel uit van de Amsterdamse gemeenteraad en was hij (vanaf 1956) lid van de Tweede Kamer.
Van 1962 tot 1965 was Den Uyl wethouder Economische Zaken in Amsterdam. Daarna werd hij minister in het kabinet Cals (1965 – 1966). Na de val van het kabinet Cals (in de beruchte Nacht van Schmelzer) werd Den Uyl fractievoorzitter en leidde hij de oppositie tegen de kabinetten Zijlstra (1966 – 1967), De Jong (1967 – 1971) en Biesheuvel (1971 – 1973).

De verkiezingsnederlaag van de KVP (november 1972) en de interne verdeeldheid in de confessionele partijen leidden uiteindelijk tot een tot een inbraak in de ARP door de socialistische informateur Burger. Twee ARP-ers (De Gaay Fortman en Boersma) lieten zich overhalen in een progressief kabinet (met PvdA, KVP, D66, PPR) plaats te nemen. Den Uyl werd premier.

Het kabinet Den Uyl (1973 – 1977)
Kort na het aantreden van de eerste socialistische minister-president na Drees werd duidelijk dat zijn kabinet het zwaar zou krijgen. Met een internationale oliecrisis leek het sein gegeven voor een explosieve stijging van de werkloosheid en een stagnatie van de economie. De ambitieuze plannen die Den Uyl had ontwikkeld om allerlei maatschappelijke hervormingen in te voeren werden daardoor vaak in de kiem gesmoord. Een sterke oppositie zorgde er bovendien voor dat elke activiteit die geld kostte werd betiteld als geldsmijterij en onverantwoorde spilzucht. De liberale voorman Hans Wiegel verweet Den Uyl potverteren.

Den Uyl was als premier zeker geen teamleider. Hij had weinig oog voor de confessionele coalitiepartners en profileerde zich, mede onder druk van de Nieuw Links-groepering binnen de PvdA, meer als partijman dan als nationaal figuur. Met uitzondering van de Lockheed-zaak (prins Bernhard zou steekpenningen hebben aangenomen van de Amerikaanse vliegtuigfabrikant) waarin hij behoedzaam te werk ging en een constitutionele crisis voorkwam.

Zijn minister van Justitie en vice-premier Van Agt (CDA) ontwikkelde zich tot aartsrivaal en opponent van formaat. Daarbij, zo bleek vooral tijdens de formatie van 1977, ging het ook om een confrontatie tussen twee volkomen verschillende persoonlijkheden. Den Uyl werd wel afgeschilderd als de drammerige betweter die op alle punten zijn linkse gelijk wilde halen. Van Agt poseerde als de naïeve maar stijlvolle Brabantse hoogleraar, outsider in de bekrompen Haagse politiek, slachtoffer van de onstilbare machtshonger van Den Uyl. Terwijl de ministersposten al vrijwel verdeeld waren strandde begin november 1977 de formatie van het kabinet Den Uyl II en kwam er binnen de kortste keren een VVD-CDA kabinet (met 77 zetels steunend op een krappe meerderheid in de Kamer).Wat zijn finest hour had moeten worden (opnieuw premier na een klinkende verkiezingsoverwinning) werd de grootste nederlaag van Den Uyl.

Minister en oppositieleider (1977 – 1986)
Bij de verkiezingen van 1981 werd hij ernstig gehinderd door het radicale standpunt van het PvdA partijcongres tegen de plaatsing van kernwapens in Nederland. Volgens opiniepeilingen kostte het de partij een aanzienlijk aantal zetels.
In het tweede kabinet Van Agt (1981 – 1982) werd Den Uyl nog minister van Sociale Zaken (het ministerie werd op zijn uitdrukkelijke wens Sociale Zaken en Werkgelegenheid genoemd). De samenwerking met Van Agt en het CDA verliep echter zo moeizaam dat dit kabinet geen lang leven was beschoren. Na het aantreden van het eerste kabinet Lubbers (1982) nam Den Uyl opnieuw de rol van oppositieleider op zich. Toen de verkiezingen van 1986 de PvdA geen groot succes brachten trad hij af als fractievoorzitter ten gunste van FNV-voorman Wim Kok.

Balans
Er is, zo schreef John Jansen Van Galen in 1992, ” een heimwee naar de periode van het kabinet Den Uyl, toen de tijd rijp leek voor progressief beleid, toen de samenleving nog maakbaar scheen en toen hij aan die gedachte onder de leuze spreiding van kennis, inkomen en macht, gestalte gaf. Het is ook een heimwee naar een bevlogenheid en een weidsheid van visie die men in de Nederlandse politiek is gaan missen; het pragmatisme is sindsdien de boventoon gaan voeren.” (Jansen Van Galen en Vuijsje, 7).

Andere Tijden, 15 maart 2001, De kroonprinsenstrijd binnen de PvdA (over de opvolging van Joop Den Uyl door Wim Kok) http://geschiedenis.vpro.nl/dossiers/24987103/

Bronnen
John Jansen Van Galen en Bert Vuijsje, Joop Den Uyl. Politiek als hartstocht (Baarn 1992).
Klaas Kornaat, De pen in de aanslag. 100 jaar belasting in de politieke prent (Den Haag, 1995).
Dr. G. Puchinger, Nederlandse minister-presidenten van de twintigste eeuw (Amsterdam 1984).

1 Reactie op Joop Den Uyl (1919-1987)

Geef een reactie