Geen sant in eigen landVraag aan honderd mensen in Nederland of Vlaanderen wat ze weten over Joos de Rijcke. Gegarandeerd antwoordt 98% van de ondervraagden:” Nog nooit van de man gehoord.” Tenzij de willekeurig gekozen voorbijganger toevallig uit het Oost-Vlaamse Buggenhout kwam. Nochtans, De Rijcke verdient beter.
Waarom in Buggenhout vrijwel iedereen wel weet wie Joos de Rijcke is? Buggenhout, een dorp met een goede 12.000 inwoners ligt tussen Mechelen en Dendermonde, op het snijpunt van de Belgische provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen. Hier ligt het geografisch middelpunt van Vlaanderen. En het is in alle andere opzichten eveneens een zeer gemiddelde gemeente, behalve dat het de bakermat is van de luier-multinational Ontex. Het was hier, in Buggenhout-bos dat drossaard Jan de Rijcke, jachtmeester op het jachtslot van de hertog van Brabant en grootvader van Joos, in 1504 een onprettige ontmoeting had met een humeurig everzwijn, die voor hem fataal afliep. Zijn weduwe richtte op de plaats des onheils een kleine gedachteniskapel op, die later verbouwd werd in barokke stijl en zich ontwikkelde tot een regionaal bedevaartsoord met een keer per jaar religieuze en folkloristische feestelijkheden (zoals een grote geitenmarkt), tot op de dag van vandaag.
In juli 2000 werd voor Joos de Rijcke in Gent een fraaie bronzen gedenkplaat onthuld, die op 2 maart 2002 een plaats kreeg naast die van zijn ordebroeder Pedro de Gante aan de gevel van het pas gerestaureerde justitiepaleis, waar vroeger het minderbroedersklooster stond van waaruit zij eertijds vertrokken naar de Nieuwe Wereld.
Wie meer wil weten over Joos, het leven in het Incarijk en in de Nederlanden ca. 1500, het reisverslag uit 1536, Pedro de Gante, oude handschriften en vroege wiegendrukken en nog een massa onderwerpen meer kan dat vinden op: users.telenet.be/joosdr/
Oorspronkelijk was zijn reisdoel het pas door Cortès veroverde Mexico van de Azteken. Maar twee maal wordt hij door stormen uit de koers geslagen en belandt in Nicaragua. Ondertussen doet het bericht de ronde dat in het zuiden het legendarische Goudland is ontdekt. Alles wat kan varen en zeilen trekt naar het Incarijk. En zo belandt Joos, volle drie jaar na zijn vertrek uit Middelburg, in het latere Ecuador.
Het is een uniek document met grote historische waarde. Behalve zijn belevenissen tussen Santo Domingo en Quito, beschrijft Joos zijn indrukken over de Incas, de vreemde zaken die hij onderweg ontmoet en zijn eerste maanden in Quito als zendeling. Hij doet ook een oproep om priesters uit de Nederlanden te zenden voor hulp bij het missiewerk, niet zonder voor de moeilijkheden te waarschuwen, en spaart zijn kritiek niet op de Spaanse conquistadores.
In het collectieve geheugen van de Ecuadoranen blijft hij voortleven als de man die voor het eerst graan invoerde in de Nieuwe Wereld, nieuwe landbouwmethodes introduceerde en zijn hele lange leven in de bres sprong voor de rechten van de Inheemse bevolking. Zijn levensloop overspant een bijzonder cruciale era in de geschiedenis van de Nederlanden en van de wereld: humanisme, hervorming, eenmaking en scheiding van de Nederlanden, de Tachtigjarige Oorlog, het tijdvak van de Grote Ontdekkingen … Een ideale gelegenheid om ons tijdsbesef aan te scherpen: al deze ontwikkelingen gebeurden in een mensenleven, dat van een werkelijk bestaande mens.
In zijn leven speelde het Lot -of het toeval- een grote rol. En na zijn dood eveneens. De Leuvense hoogleraar Spaanse literatuur C. De Paepe, die op zoek was naar literaire sporen van twee eeuwen Spaanse bezetting in onze streken, ontdekte in de jaren zeventig van de voorbije eeuw over de Rijcke een heel dossier, waarvan men dacht dat het vernietigd was bij de beruchte brand van de Leuvense bibliotheek, bij het begin van de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914 door de Duitsers aangestoken. Een moderne detective-story en meer nog: een zeldzaam voorbeeld van historisch serendipiteit (terwijl men op zoek is naar iets, onbedoeld iets totaal anders vinden).
In 1498 werd Joos de Rijcke geboren. Hij groeide op in Mechelen, op dat ogenblik zowat de feitelijke hoofdstad van de Nederlanden. De latere keizer Karel V werd er opgevoed door zijn tante Margareta van Oostenrijk, van 1507 tot 1530 landvoogdes der Nederlandse gewesten. Mechelen was ook de zetel van de overkoepelende, centrale instellingen. In 1507 wordt Adriaen Floriszoon Boeyens van Utrecht, professor aan de theologische faculteit van Leuven en een goede vriend van Joos” familie aan moederskant, de van Marselaers, leraar van Karel en in 1512 raadsheer van Margareta van Oostenrijk. Het is mogelijk dat Joos via Adriaen tot de speelkameraadjes van de latere keizer behoorde. (Adriaen wordt later de eerste en enige Nederlandse paus Hadrianus VI en overlijdt na een zeer kort pontificaat. Hij sterft zeer onbemind: hij streefde naar werkelijke hervormingen in de kerk en in het ongelooflijk corrupte rattennest van het toenmalige Vaticaan. De in weelde en wellust zwelgende kardinalen waren daarvan niet gediend. Met alle droevige gevolgen voor Europa en de godsdienst, tot deze tijd toe.)
Joos is evenmin familie van Karel V, zoals je vooral in Ecuadoraanse bronnen nog kunt lezen. (Vermoedelijk wordt hij verward met Pedro de Gante, die een bastaardzoon zou geweest zijn van Maximiliaan van Oostenrijk, Karels grootvader.) Maar dat hij goede rechtstreekse contacten had met het hof, zolang Karel V leefde, blijkt uit verschillende van zijn brieven.
Pas in 1532 begint het openbare leven van Joos de Rijcke en manifesteert hij zich voor het eerst als historische figuur, d.w.z. met eigen geschriften. Aanleiding was de bijeenroeping in mei 1532 van het algemeen kapittel van de franciscanen in de Zuid-Franse stad Toulouse om er de missionering van Amerika te bespreken. De Spaanse koningin Isabella van Portugal, echtgenote van Karel V, en koning Jan van Portugal hadden de generaal van de minderbroeders namelijk gevraagd om missionarissen te sturen naar de nieuwe overzeese gebieden. Dit is blijkbaar het ogenblik waarop Joos gewacht heeft. Op 28 april van dat jaar schrijft hij vanuit Middelburg (Zeeland) een brief aan zijn ouders met de mededeling dat hij op het punt staat in te schepen voor het kapittel van Toulouse. Ondanks de mogelijke gevaren verkiest hij over zee te gaan, liever dan de lange weg over land te nemen. Het vertrek heeft heel wat voeten in de aarde gehad, hij heeft geld moeten lenen van een nicht om de overtocht te betalen, maar nu is het eindelijk zover. Hij verontschuldigt zich bij zijn ouders dat hij geen afscheid is komen nemen, maar het kon niet anders wou hij op tijd in Toulouse aankomen.
Vind ons ook hier: