Kameroen en Nederland

Op 24 juni om 20:30 treffen het Nederlandse en Kameroenese voetbalteam elkaar op het WK in Zuid-Afrika. Welke historische contacten onderhielden Nederland en Kameroen op en buiten het voetbalveld?Op 24 juni om 20:30 treffen het Nederlandse en Kameroenese voetbalteam elkaar. Waar en hoe troffen Nederland en Kameroen elkaar in de historie op en buiten het voetbalveld?

Kameroen is vooral bekend van het spectaculaire optreden tijdens het WK voetbal dat in 1990 in Italië werd gehouden. Zij versloegen namelijk favoriet Argentinië in de eerste ronde en werden pas in de kwartfinales door Engeland uitgeschakeld. Nederland en Kameroen speelden twee keer eerder een vriendschappelijke wedstrijd tegen elkaar. Die vonden plaats op 27 mei 1998 in Arnhem en op 27 mei 2006 in Rotterdam. Uitslagen: 0-0 en 1-0 voor Nederland. Behalve deze ontmoetingen op het grasveld, gewapend met een bal, zijn er in het verleden tussen Kameroen en Nederland weinig conflicten geweest. Wel onderhouden beide landen al sinds de zeventiende eeuw handelscontacten.

Kameroen. Bron:http://www.pics4learning.com/

Garnalen
De eerste Europeanen die hun gezicht lieten zien aan de kust van het gebied dat wij kennen als Kameroen waren de Portugezen. Toen zij in 1472 de rivier de Wouri bij Douala opvoeren, waren zij onder de indruk van de grote hoeveelheden garnalen in het water. Daarom noemden zij de rivier “Rio dos Camaroes”: de rivier van de garnalen. Al gauw werd de naam Kameroen gebruikt om de hele kust aan te duiden.

Pre-koloniaal
De pre-koloniale geschiedenis van het gebied is zeer complex, omdat er zich meer dan tweehonderd volkeren vestigden met hun eigen achtergronden. Onze kennis van deze geschiedenissen is beperkt en berust grotendeels op mondelinge overlevering. Er leefden verschillende grotere en kleinere etnische groepen, waaronder de Fulani, een islamitisch herdersvolk. Zij dreven in de loop van de zeventiende eeuw andere volken uit het noorden van het gebied richting kust. In de westelijke hooglanden waren dat vooral de Tikar, de Bamoun, de Bamilèké en verschillende semi-Bantoe volkeren. Verder leefden in het zuidelijk regenwoud en in het kustgebied de Bantoe volken die in taal en cultuur nauw verwant zijn. De belangrijkste hieronder waren de Ewondo, Eton, Boulou en Fang. De volken in de kuststreek kenden een vergelijkbare maatschappelijke opbouw. Strakke organisatie en duidelijk aanwijsbare leiders ontbraken. De belangrijkste sociale eenheid boven de directe familie was de clan, waarvan de leden afstamden van dezelfde voorouder.

Tussenhandelaren
Langs de Kameroenese kust vestigden zich ook kleine etnische groepen zoals de Bakweri, Bassa en Douala. Zij legden de eerste contacten met Europese handelaren, missionarissen en zendelingen en monopoliseerden de handel met het binnenland. Vooral de Douala ontwikkelden zich vanaf de zeventiende eeuw als belangrijke tussenhandelaren. Een positie die zij tot ver in de twintigste eeuw wisten te handhaven. Vanuit Douala verkochten zij ivoor en slaven aan de Europeanen. Ook de Nederlanders hielden zich in de zeventiende en achttiende eeuw bezig met deze handel op de kust van Kameroen. De nadruk lag daarbij op de handel in de olifantenslagtanden.

Nederlanders over Kameroen
Samuel Blommaert (Antwerpen 1583-Amsterdam 1651) schreef over Douala, Rio del Rey en de handel op de kust rond 1630. Hij verbleef in 1602 in Benin en was tussen 1622 en 1629 en van 1636 tot 1642 bewindhebber van de Westindische Compagnie (WIC). Behalve op Douala dreven de Nederlanders volgens hem ook handel op Rio del Rey. De eerste plaats had een leider die “Monneba” werd genoemd, terwijl de leider van Rio del Rey bekend stond als “Samson” . Ook Olfert Dapper (Amsterdam 1636- Amsterdam, 1689) beschreef deze plaatsen. Hij is er echter nooit geweest, omdat hij liever vanuit zijn luie stoel schreef. Verder zijn er Nederlandse scheepsverslagen bewaard gebleven van schepen van de Middelburgsche Commercie Compagnie (MCC) die tussen 1732 en 1739 ivoor haalden in Kameroen.

WIC en MCC
De handel met Kameroen was vanaf haar oprichting in 1621 in handen van de Westindische Compagnie. In 1720 verenigden zich echter kooplieden uit Middelburg in de MCC. Deze compagnie dreef ook handel op West-Afrika. Voornamelijk in goud en ivoor. Toen de WIC in 1730 het alleenrecht op de slavenhandel tussen Afrika en Zuid-Amerika verloor, ging de MCC zich ook toeleggen op slavenhandel.

VOC schip De Paerrel en WIC schip Den Dubbelen Arent. Reinier Nooms, rond 1650. Bron: Wikimedia Commons.

Slavenhandel
De meeste slavenhandel vond plaats aan de Goudkust, het tegenwoordige Ghana.
Het grootste deel van de slaven die vanuit Douala aan de Kameroenese kust werden verkocht aan de Europeanen waren afkomstig uit de “Cameroon Grassfields” in het noordwesten van de kuststreek. Onder de invloed van de Engelsen in de achttiende eeuw verschoof het zwaartepunt in de Europese handel met Kameroen van ivoor naar slaven. Zij besloten in 1820 de slavenhandel ten noorden van de evenaar te verbieden voor andere landen. In plaats daarvan konden die landen wel handelen in ivoor, wilde rubber, palmolie en palmpitten. Engeland schafte in 1833 de slavernij af en Nederland op 1 juli 1863. Hoewel de slavenhandel vanuit Kameroen een klein aandeel had in de totale Atlantische slavenhandel trok deze demografisch wel een zware wissel op de bevolking van het gebied. Veel gezonde mannen werden namelijk afgevoerd. Van de zestiende tot en met negentiende eeuw oefenden achtereenvolgens de Portugezen, de Nederlanders en de Engelsen voornamelijk invloed uit op de kust via hun handelsactiviteiten. Aan het eind van de negentiende eeuw werd Kameroen echter net als veel andere Afrikaanse landen onderworpen aan een Europees koloniaal regime.

Koloniale geschiedenis
In 1884 sloot een afgezant van Bismarck een verdrag met twee volkshoofden uit Douala en verklaarde Kameroen tot Duits protectoraat. Tussen 1884 en 1916 was Kameroen een Duitse kolonie. Dit was echter van korte duur. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bezetten Engelse en Franse troepen het land. Zij verdeelden het in een Engelse en Franse zone. Deze verdeling werd in 1922 door de Volkenbond erkend en de bezettingszones werden als mandaatgebieden overgedragen aan de nieuwe machthebbers. Het duurde tot 1 oktober 1961 voordat het land onafhankelijk werd. Toen ontstond de Federale Republiek Kameroen.
Tegenwoordig is Nederland nog steeds één van de voornaamste handelspartners van deze Republiek. Vooral vanwege de afname van cacao.

Bronnen
Austen, Ralph A. en Derrick, Jonathan, Middlemen of the Cameroons Rivers. The Duala and their Hinterland, c. 1600-c. 1960 (Cambridge 1999)
Emmer, P.C., The Dutch slave trade, 1500-1850 (New York/Oxford 2006)
Konings, P.J.J, De geschiedenis van Kameroen. Kameroen op zoek naar nieuwe verhoudingen (Kampen 1994) http://hdl.handle.net/1887/4608
www.wikipedia.org

Tim Wachelder

Tim Wachelder studeerde geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Tijdens zijn studie specialiseerde hij zich in Europese Expansiegeschiedenis. Behalve over koloniale geschiedenis schrijft hij ook over militaire, culturele en Nijmeegse geschiedenis. Sinds 2007 is hij webredacteur bij Historiën.

More Posts

Geef een reactie

Historiën Twitter
Schrijf je in voor TOEN!