Karel de Grote bezoekt Nijmegen

Nijmegen staat tegenwoordig ook wel bekend als Karelstad of keizerstad.  Twaalfhonderd jaar na de dood van Karel de Grote schenkt Nijmegen net als andere plaatsen in Europa aandacht aan zijn nalatenschap. In de achtste eeuw maakt de stad die toen Numaga heette deel uit van het noordelijkste deel van het rijk van Karel de Grote (geboren op 2 (?) april 742, of in 747,748, 749 – overleden op 28 januari 814 te Aken). Hij laat op het Valkhof, op de plek waar een Romeins castellum gestaan had, een palts bouwen. Wat betekent Nijmegen in het algemeen en deze burcht in het bijzonder voor hem?

Palts

Karel de Grote liet de Valkhofburcht in de achtste eeuw bouwen, al is het niet helemaal zeker of het werk tijdens zijn leven voltooid werd, of pas ten tijde van het bewind van zijn zoon Lodewijk de Vrome (778-840) klaar was. Zelf verbleef hij er in ieder geval wel in 777, 804, 806 en 808. Bij gebrek aan een staatsapparaat, ambtenarenkorps, een staand leger en parlement waren de Karolingische koningen en hun opvolgers gedwongen om rond te reizen. Dat was de enige manier voor een koning als Karel de Grote om zijn gezag te handhaven of bepaalde bestuurlijke maatregelen te nemen. Daarom had hij verspreid over zijn rijk vele koninklijke paltsen. Het Valkhof was er één van.

Een palts is een paleis dat bestaat uit verschillende gebouwen en een kerk. Van de burcht uit de tijd van Karel is echter niets over, behalve enkele Romeinse zuilen en stenen die vaker hergebruikt zijn. Het enige restant van de tijd vóór de ingrijpende verbouwingen van keizer Frederik Brabarossa in 1155 is de achthoekige Nicolaaskapel, die waarschijnlijk rond 1050 gebouwd is. Deze is overigens genoemd naar de heilige Nicolaas van Myra (geboren rond 280 – gestorven in 342 of 352). Deze heilige kennen we tegenwoordig beter als Sinterklaas.

Historiserende afbeelding van het bezoek van Karel de Grote aan het Valkhof. Cornelis Springer, 1862. Museum Het Valkhof te Nijmegen. Bron: www.verenigingrembrandt.nl

Historiserende afbeelding van het bezoek van Karel de Grote aan het Valkhof. Cornelis Springer, 1862. Collectie Museum Het Valkhof te Nijmegen. Bron: www.verenigingrembrandt.nl

De Valkhofheuvel torent aan de oever van de Waal boven zijn omgeving uit en was dan ook al lang voor de komst van Karel de Grote van strategisch belang. Vóór het begin van de jaartelling bouwden de Romeinen hier een deel van de oudste stad van Nederland, dat bekend stond als Oppidum Batavorum. In de vierde eeuw maakten zij er een castellum, ofwel fort van.

Vanaf het moment dat de Franken tijdens de vijfde eeuw geleidelijk de macht van eerst de Romeinen en later van andere plaatselijke leiders overnamen in het gebied werd dit fort bewoond, gebruikt en verbouwd als vesting voor de machthebbers. Voordat Karel de Grote opdracht gaf een palts op deze plek te bouwen, stond er vermoedelijk al een paleis uit de Merovingische tijd.

Grensgebied

Het gebied ten noorden van Rijn en Waal was in handen van de Friezen, terwijl de Saksen heersten ten oosten van de IJssel. Nijmegen was dus een grensgebied. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Franken in de eeuwen die volgden regelmatig strijd zouden leveren met de Friezen en Saksen.

Pas in de achtste eeuw maakte Karel ‘Martel’, ofwel de ‘strijdhamer’ (714-741), grootvader van Karel de Grote en naamgever van de Karolingische dynastie, definitief een einde aan de heerschappij van de Friezen in het huidige Nederlandse rivieren- en kustgebied. Zijn beroemde kleinzoon zou na succesvolle veldtochten tegen de Saksen de rest van het huidige Nederland en het aangrenzende Duitse gebied onder gezag brengen van de Frankische koningen.

Van Merovingen naar Karolingen

De Franken waren een Germaans volk dat bestond uit verschillende stammen. De zogenaamde Salische Franken beheersten het zuiden van het huidige Nederland en België. Verder was hun leefgebied niet nauwkeurig begrensd, kenden zij geen staatsverband en waren hun leiders vooral regionaal actief. Het waren militaire leiders die meestal als ‘koning’ aangeduid werden.

Vanuit Noord-Frankrijk breidde de Merovingische dynastie onder koning Clovis I (†511) haar macht stapsgewijs uit naar het noorden en oosten. Clovis slaagde erin om de verschillende Frankische deelrijken te onderwerpen aan zijn gezag. In eerste instantie hoorde Nijmegen en omgeving waarschijnlijk nog niet tot zijn rijk, maar slaagden zijn opvolgers er in de loop van de zesde eeuw wel in om dit gebied te controleren. Dit weten we niet helemaal zeker omdat er geen geschreven bronnen bestaan over Nijmegen tussen 400 en 777 (toen bezocht koning Karel Nijmegen).

Het oud-Germaanse gebruik onder de Franken om na de dood van een koning zijn rijk te verdelen onder al zijn volwassen zoons zorgde ervoor dat het onder Clovis verworven Frankische rijk, dat zijn directe nakomelingen nog iets wisten te vergroten, vrij snel weer in delen uiteenviel. Neustrië in het noord-westen en Austrasië in het noord-oosten waren de voornaamste. Af en toe werden deelrijkjes na oorlogen verenigd in grotere gehelen, maar minstens even vaak vielen deze nieuwe verbanden weer uit elkaar.

In de loop van de zesde en zevende eeuw komen uit de Frankische adel de zogenaamde ‘hofmeiers’ voort. Zij waren machtige edellieden die namens de steeds machtelozer wordende Merovingische vorsten verschillende Frankische rijken bestuurden. Één van hen, Pepijn ‘van Landen’ slaagde er in door zijn dochter in 613 te laten trouwen met de zoon van de machtige bisschop van Metz, Arnulf een zaadje te planten dat uit zou groeien tot een nog machtiger dynastie dan die van de Merovingers. Hun kleinzoon, Pepijn II ‘van Herstal’ lukte het om opperbestuurder te worden namens alle koningen uit de Merovingerdynastie. Vervolgens werd zijn zoon Karel ‘Martel’ (688/689-741) ook hofmeier en vestigde hij deze functie zo stevig dat hij begraven werd in de koninklijke abdij St. Denis, bij Parijs.

Zijn twee zoons streefden ernaar in de voetsporen van hun vader te stappen. Hoewel de oudste, Karloman, daar in leek te slagen, trok hij zich in 747 terug in een klooster. Het is waarschijnlijk dat hij hiertoe gedwongen werd door zijn jongere broer Pepijn III, ‘de Korte’, die vervolgens de alleenheerschappij uitoefende. Om zijn niet onomstreden positie verder te versterken liet hij zich adopteren door de Longobardenkoning Aistulf. Dit verhoogde zijn status aanzienlijk en maakte zijn volgende stap mogelijk: een staatsgreep. In 751 slaagde hij er namelijk in om de Merovingerkoning Childeric III af te zetten en zich door de Frankische edelen tot hun nieuwe vorst te laten ‘kiezen’. Bovendien werd hij gekroond door de later heilige bisschop Bonifatius. Uiteindelijk krijgt hij zelfs de zegen van paus Stephanus III. Op deze manier vestigt hij een nieuwe, naar zijn vader Karel genoemde, Karolingische dynastie.

Pepijn trouwde met Bertrada ‘met de grote voet’, de dochter van de graaf van Laon.
Zij schonk hem twee zoons: Karel en Karloman, die allebei geboren werden voordat hun vader zijn succesvolle greep naar de macht deed.

Karel en Karloman

Wat weten we eigenlijk van kleine Karel, die later de Grote zou worden?

'Karolingische minuskel’. Bron: wikipedia.

‘Karolingische minuskel’. Bron: wikipedia.

Het is niet bekend waar Karel geboren werd. Soms wordt Jupille bij Luik genoemd, maar andere locaties worden ook geopperd. Over de jeugd en opvoeding van Karel en zijn broer Karloman weten we vrijwel niets, behalve dat ze met hun ouders meereisden langs verschillende ‘hereboerderijen’ en ondertussen onderwijs moeten hebben gekregen.

Ze hebben onderweg zeker leren lezen en schrijven, maar wel in het Frankisch. Om Latijn te leren moest je namelijk een kloosterschool bezoeken. De beroemde ‘Karolingische minuskel’, de fraaie nieuwe schrijfletter die tijdens zijn bewind werd ontwikkeld, heeft Karel nooit weten te leren. Dit bracht de mythe in de wereld dat hij op hoge leeftijd nog met letters oefende alsof hij een klein jongetje was. Het eveneens beroemde ‘Karolusmonogram’, dat te vinden is op een aantal van zijn verordeningen is geen voorbeeld van zijn schrijven: waarschijnlijk zetten zijn ambtenaren, doorgaans geestelijken, het er op. Verder is duidelijk dat Karel (als volwassen man) Latijn en zelfs wat Grieks beheerste.

Zijn broer en hij zullen verder naast hun intellectuele opleiding ook getraind zijn als krijgsman en politieke lessen hebben gekregen van hun vader en zijn adviseurs. Zoals alle jonge edellieden gingen zij regelmatig jagen. Dit hoorde bij hun opleiding en gaf hen gezag. Karel schijnt ook nog een persoonlijke hobby te hebben gehad: zwemmen.

‘Karolusmonogram’. Bron: wikipedia.

‘Karolusmonogram’. Bron: wikipedia.

Toen Pepijn in 768 stierf, volgden zijn beide zoons hem naar goed Frankisch gebruik op. Hij had hen voor zijn dood al laten zalven door de paus om zo hun posities te versterken. Zij werden co-koningen. Zoals wel vaker in de geschiedenis van de Franken zou dit tot spanningen leiden. Karloman kreeg de Frankische kernlanden, die aan de noord- en oostkant geheel omsloten werden door de eigendommen van Karel. Het lijkt nooit tot regelrechte broederoorlogen te zijn gekomen, maar als Karloman niet onverwacht gestorven was in december 771 had dit best kunnen gebeuren.

Karel nam de gebieden van zijn broer over en stond als enige koning aan het hoofd van de Franken. Wel moest Karel de twee zoontjes van zijn broer, die troonpretendenten waren, nog onschadelijk zien te maken. Mogelijk uit vrees voor hun lot zocht de weduwe van Karloman met haar kinderen toevlucht bij koning Desiderius van de Longobarden, die in Lombardije, Noord-Italië leefde. Mogelijk was hun aanwezigheid naast andere politieke motieven één van de redenen dat Karel in 773 ten strijde trok tegen de Longobarden en Desiderius in 774 wist af te zetten en zichzelf tot nieuwe koning van de Longobarden uitriep. Het lot van Karlomans weduwe en haar twee zoons is onbekend.

Van koning tot keizer

De opkomst van Karel de Grote ging niet zonder slag of stoot. Hij breidde zijn rijk uit door oorlog te voeren en wanneer het nodig was zijn veroverde landen met het zwaard te verdedigen. Dit ging onder meer ten kostte van de Saksen, Longobarden, Bajuwaren en Avaren.

Expansie van het Frankenrijk onder Karel de Grote. Bron: wikipedia.

Expansie van het Frankenrijk onder Karel de Grote. Bron: wikipedia.

Hij zou zijn verworven macht consolideren door zich in Rome door paus Leo III tot keizer te laten kronen op kerstochtend van het jaar 800. Op deze manier stond hij namelijk duidelijk boven de andere vorsten die mede zijn rijk bestierden, inclusief de drie zoons die hij in 806 tot zijn opvolgers benoemde: Karel de jongere (772/773-811), Karloman/Pepijn (777-810) en Lodewijk (778-840). Deze jonge koningen waren vrij om hun eigen identiteit als koning te vestigen zonder dat dit het gezag van hun vader kon aantasten. Aangezien Lodewijk (‘de Vrome’ genoemd) de enige was die zijn vader overleefde, volgde hij hem na zijn dood in 814 op.

Karel werd in 800 ook keizer in plaats van koning over de gebieden rondom Nijmegen.

Karel de Grote bezoekt Nijmegen

Het rijk van Karel kende geen hoofdstad of vaste verblijfplaats van de koning. Hij reisde bijna altijd rond en gebruikte zijn paltsen, kloosters en bisschopssteden als tijdelijke hoven. De koning regeerde met steun van de adel. Die bestond uit grootgrondbezitters en hertogen. Het was politiek noodzakelijk om rond te reizen: alleen zo kon Karel zijn gezag doen gelden. Elke palts waar de koning verbleef was eigenlijk de tijdelijke hoofdstad van het koninkrijk. Tegelijkertijd waren de paltsen grote landbouwbedrijven waarvan de opbrengsten gebruikt werden voor het onderhouden van de hofhouding als de koning op bezoek was.

Op het Valkhof moeten verschillende bestuursgebouwen zijn geweest om Karel en zijn gevolg te huisvesten. De landerijen rondom deze palts besloegen waarschijnlijk grote delen van het huidige Rijk van Nijmegen. Tijdens zijn bezoeken aan Nijmegen hield hij grote Rijksvergaderingen op het Valkhof. Zijn gevolg bestond waarschijnlijk uit 300 tot 1000 mensen. Meestal verbleef hij ongeveer twee maanden in Nijmegen. Aangezien de lokale Nijmeegse gemeenschap in de Karolingische tijd uit ongeveer 1000 tot 1500 mensen bestond, was elk bezoek van Karel met recht een ingrijpende gebeurtenis te noemen. Uiteraard werden er jachtpartijen georganiseerd en feestmalen gehouden.

De Saksendoder

Het eerste bezoek van koning Karel vond plaats op 30 maart 777 met Pasen. Het was belangrijk dat hij zich hij zich in de grensstreek liet zien, omdat de Saksen zich tegen zijn gezag bleven verzetten. Daar hadden ze wel redenen voor. Tijdens een expeditie in 772 hadden de Franken een heilig object van de Saksen dat zich in Eresburg aan de Diemel bevond vernietigd: ‘de Irminsul’. Het is niet duidelijk wat dit precies was. Een heilige boom, een houten of stenen zuil of een beeld? In ieder geval vormde dit het hart van een heilige plaats voor de Saksen, een plek die met stenen gebouwen was omringd en bovendien rijk versierd was. Na het vernietigen van ‘de Irminsul’ en het plunderen van Eresburg trokken de Franken zich weer terug. Het vernietigen van sacrale plaatsen van de heidenen was een beproefde methode van de christenen in de vroege middeleeuwen om hen te kerstenen. Een methode die lang niet altijd succesvol was.

Waarom spande Karel zich decennia lang in om de Saksen te onderwerpen? Omdat de Rijn de oostgrens van het Frankische machtsgebied was. De steden in dat gebied waren militaire of religieuze centra en daardoor ook altijd politieke en culturele centra. Behalve Nijmegen gaat het om Keulen, Trier, Frankfurt, Mainz en Worms.

In 777 verbleef Karel de Grote van maart tot mei in Nijmegen, waarna hij doorreisde naar Paderborn om daar een Rijksdag te houden. Hier verzamelde hij zijn troepen. In de jaren die volgden zou hij strijd leveren tegen legers van een Saksische leider die Widukind heette en die zich verbonden had met Deense koningen. In 782 werden de Franken zelfs verpletterend verslagen door deze coalitie. Hierna greep Karel zelf in en overwon de Saksen bij Verden. Zoals vaak gebruikelijk was, liet hij alle tegenstanders die nog leefden alsnog ombrengen: 4500 man in totaal. Dit historische feit was voor de Nederlandse bisschoppen die in 1923 betrokken waren bij het oprichten van de Katholieke Universiteit Nijmegen reden om deze niet naar keizer Karel te noemen.

Keizer Karel

Over het bezoek van Karel de Grote aan Nijmegen in 804 is weinig bekend, maar het was wel zijn eerste bezoek aan Nijmegen als keizer. Het is mij niet duidelijk of hij ook in 804 met Pasen in Nijmegen was, maar hij was er in ieder geval vóór november 804 want toen ontving hij de paus in Reims om vervolgens via Soissons door te reizen naar Aken om daar de kerst door te brengen.

Op 12 april 806 vierde Karel in ieder geval wel het paasfeest in zijn Nijmeegse palts. Op dat moment werd er een militaire expeditie voorbereid door zijn oudste zoon met zijn echtgenote Hildegard, niet toevallig ook Karel genaamd, tegen de Bohemers en Sorben. De laatstgenoemden waren Slavische nomaden die onder bevel van ene Miliduoch moeilijkheden veroorzaakten. De soldaten van Karel junior moesten voor drie maanden voedsel en zes maanden kleding en wapens krijgen. Deze middelen mochten niet geplunderd worden uit de gebieden waar het leger door moest trekken, met uitzondering van gras voor de paarden, hout voor het vuur en water. De soldaten moesten zelf wagens en knechten meebrengen. Na Pasen vertrok Keizer Karel naar Aken, terwijl zijn zoon tegen de Sorben, die langs de Elbe woonden, ten strijde trok. Hij versloeg hen en wist hun aanvoerder te doden.

Na kerstmis 807 ging Karel de Grote naar Nijmegen waar hij ook nog met Pasen, op 16 april 808, verbleef. Hier ontving hij de verbannen koning van Northumbrië (een Engels koninkrijk) Eardulf (Earwulf) die na een gesprek naar Rome vertrok. Deze vorst wilde namelijk de paus om hulp vragen in zijn strijd tegen de Denen die sinds 787 de kustgebieden van Engeland teisterden. Op de terugweg deed hij met een pauselijke gezant genaamd Aldulf, Angelsaks van geboorte, opnieuw Nijmegen aan. Hier kreeg hij van Karel twee gezanten mee: notaris Hruotfrid (Rodfrid) en abt Nanthar (Nothard) van St. Omer. Vervolgens zou hij zijn troon in Northumbrië met succes weer opgeëist hebben na terugkomst in Engeland. Dit is echter allerminst zeker, omdat er verder geen bronnen zijn die dit bevestigen.

Hiermee komt het verhaal over de bezoeken van Karel de Grote aan Nijmegen tot een einde.
Voor Karel was Nijmegen waarschijnlijk niet meer of minder dan een van de tijdelijke, strategisch gelegen residenties van waaruit hij zijn omvangrijke rijk bestuurde. In die zin kan Aken wellicht meer aanspraak maken op de titel ‘Karelstad’, omdat die stad zich wel tot een soort hoofdstad ontwikkelde tijdens de latere jaren van de keizer. De stad waar hij bovendien zijn laatste rustplaats vond. Het is echter wel zo dat Karel de Grote zijn stempel op Nijmegen heeft gedrukt: vele Duitse en andere vorsten zouden in de voetsporen van Karel het Valkhof als residentie gebruiken. Bovendien is en blijft hij natuurlijk een van de bekendste en invloedrijkste vorsten die de geschiedenis van Nijmegen rijk is. Reden genoeg om daar op een vrolijke manier bij stil te staan. De gemeente Nijmegen schenkt met een speciale website aandacht aan evenementen naar aanleiding van het Karel de Grote jaar in Nijmegen.

De man met de baard?

We kennen Karel de Grote tegenwoordig als de archetypische middeleeuwse vorst met een flinke baard. Hij is zelfs de inspiratie voor de hartenkoning van het kaartspel.

Buste van Karel de Grote met kroon, gemaakt rond 1349. Ideaalbeeld van Karel. Onder de gouden kruin is zijn schedeldak opgeborgen. Waarschijnlijk zijn de buste en de kroon er op een schenking van Karel IV aan de domkapittel van Aken. Hier zijn ze nog steeds te bewonderen. Foto: Jos Wachelder, 2014.

 

Klopt dit beeld echter wel? Dit weten we niet. Er zijn namelijk helemaal geen eigentijdse portretten van hem overgeleverd. Op de schaarse geschreven bronnen die er zijn, van de hand van Einhard en Notker bijvoorbeeld, kunnen we ook niet echt vertrouwen. Deze staan bol van de symboliek en retoriek en spreken elkaar bovendien vaak tegen, zodat moeilijk vast te stellen is wat feit en fictie is.

 

 

 

Verder dan een signalement, zoals historicus Peter Rietbergen dit omschrijft, komen we dan ook niet:
Karel de Grote was ‘zeven voet’, ofwel: 1.90 meter.
Dat is reusachtig voor zijn tijd. Onderzoek op zijn in Aken begraven skelet bevestigt dit beeld.

Behalve een gigantisch lichaam had hij:

  • blond en later zilvergrijs haar;
  • een dikke buik;
  • een lange neus;
  • een snor (!), zonder baard dus;
  • grote doordringende ogen;
  • een goede stem, maar niet erg diep of zwaar.

Vrouwen en erkende kinderen

Met Himiltrud (gewoonterechtelijk, niet kerkelijk): één zoon, Pepijn ‘met de Bochel’
Met een dochter van Desiderius van Lombardije (?): geen
Met Hildegard ‘van de Zwaben’:
drie zonen, Karel, Karloman/Pepijn en Lodewijk
drie dochters, Bertha, Gisela en Rotrud
drie kinderen die binnen een jaar stierven
Met Fastrada ‘uit oost-Frankonië’:
twee dochters, Hildrud en Theoderada
Met Luitgard ‘uit Alemannië’: geen

Concubines en bastaarden

Vier concubines worden genoemd: Adelind, Gerswind, Madelgard en ‘Regina’
Drie bastaard zonen: Drogo, Hugo en Theodorik
Twee bastaard dochters: Adeltrud en Rothild
Drie andere onwettige kinderen worden niet door alle genealogen aan Karel toegeschreven

Bronnen

Gilst, Aat van, Karel de Grote (Soesterberg 2009)
Huis van de Nijmeegse Geschiedenis, tentoonstelling ‘In de voetsporen van Karel de Grote’ (Nijmegen 2014)
Kuys, J., Bots, H. (red.), Nijmegen. Geschiedenis van de oudste stad van Nederland (3dln, Wormer, 2005) dl. 2
Rietbergen, Prof. Dr.P.J., Karel de Grote: Vader van Europa?, miniaturen reeks, deel 30 (Amersfoort/Brugge 2009)
Thijssen, Jan, ‘2 Karel de Grote bezoekt Nijmegen’, in: Camps, Rob (red.), e.a., De 20 dagen van Nijmegen (Zwolle 2005-2007)
Wikipedia

Behoefte aan meer Karel de Grote? Ga naar:  www.kareldegrotenijmegen.nl

Tim Wachelder

Tim Wachelder studeerde geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Tijdens zijn studie specialiseerde hij zich in Europese Expansiegeschiedenis. Behalve over koloniale geschiedenis schrijft hij ook over militaire, culturele en Nijmeegse geschiedenis. Sinds 2007 is hij webredacteur bij Historiën.

More Posts

3 Reacties op Karel de Grote bezoekt Nijmegen

Schrijf je in voor TOEN!