De Katharen

Het woord ‘ketter’ is afkomstig van Kathaar. De geschiedenis van de Katharen is al vele malen beschreven. De publicatie van Malcolm Barber is de moeite waard, helaas is de vertaling slordig.

kaft_katharen_barber_uitsnede.jpg

“Na de val van het kathaarse fort in Montségur in 1244 werd er geen fabelachtige schat overgedragen aan de tempeliers. Er was ook geen graal verborgen in een grot in de bergen…” Malcolm Barber, professor Middeleeuwse Europese Geschiedenis aan de universiteit van Reading (Engeland) wacht niet tot het einde van het eerste hoofdstuk in De Katharen om af te rekenen met enkele onwaarheden over de katharen. Onwaarheden ontstaan door een gebrek aan kennis over de dualistische ketters die in de twaalfde en dertiende eeuw door de Kerk als een groot gevaar werden beschouwd. Dankzij Barbers boek is ‘ware kennis’ toegankelijk en worden vele mythen ontkracht. The Cathars: Dualist Heretics in Languedoc in the High Middle Ages is in 2000 uitgebracht.

In het eerste gedeelte van de recensie zal ik ingaan op de inhoudelijke kant van het boek. In het tweede gedeelte komt de lezenswaardigheid aan bod waarbij ik met name aandacht zal schenken aan de vertaling.

Verspreiding katharisme

Het eerste van de zeven hoofdstukken handelt over de verspreiding van het katharisme. De wortels van het dualistische geloof dat in de Languedoc werd beleden, worden verkend. Daarbij wordt duidelijk dat van de katharen eigenlijk geen sprake is. De katharen in de Languedoc geloofden in een goede en een slechte God; het absolute dualisme. In hoofdstuk 2 komt aan de orde wat de plaats van de katharen in de Languedocse samenleving was. De katholieke priester Guillaume de Puylarens vatte het halverwege de dertiende eeuw samen met de conclusie dat niemand zich tegen de ketters had verzet. De ketters konden zich vestigen waar ze wilden zonder dat lokale heren ingrepen. De feodale samenleving met verhoudingen die gestoeld waren op afhankelijkheid en onderdanigheid, was in het zuiden van Frankrijk niet doorgedrongen. Verbonden werden wel gesloten maar daarmee werd geenszins de eigen onafhankelijkheid opgegeven. In dit klimaat was er ruimte voor een “gevarieerde religieuze constellatie”. De leenheren waren niet bij machte om hun leenmannen voldoende te controleren zodat in de castra en de dorpen van deze mannen het katharisme kon ontstaan en voortbestaan.

Bisdommen

In hoofdstuk 3 blijkt des te meer dat de katharen hun geloof niet heimelijk hoefden te belijden. Er werd immers een kerkelijke organisatie van bisdommen opgezet. De gebruiken en rangen binnen deze Kerk zijn vanuit leerstellig opzicht alle commentaren op de katholieke Kerk. Zo is het consolamentum een inwijdingsceremonie om toe te treden tot de elite van de katharen. De sacramenten werden verworpen. Degene die het consolamentum onderging werd een perfectus of perfecta. Hij of zij leefde volgens strenge leefregels en handelde als voorbeeld voor de gewone gelovigen (credentes). Deze sobere leefwijze was mede bedoeld als een aanklacht tegen het gedrag van katholieke priesters.

Reactie katholieke Kerk

Het is dan ook niet bevreemdend dat de katholieke Kerk reageerde (hoofdstuk 4). De reactie was uitermate gewelddadig. Hoewel de Albigenzische kruistocht (1209-1229) niet de uiteindelijke ondergang van het katharisme betekende, slaagden de kruisvaarders onder leiding van Simon de Montfort, heer van Montfort l’Amaury, er deels in de structuren in het Languedocse klimaat te vernietigen waarlangs het katharisme zich verspreidde en in stand hield. Geconfisceerd land werd geschonken aan orthodoxe instellingen zoals die van de cisterciënzers. Het verdere verval, waarover hoofdstuk 6 gaat, moest nog volgen. Graaf Raymond VII van Toulouse, die evenals zijn voorvaderen, vanuit het oogpunt van de Kerk niet voldoende had opgetreden tegen ketterijen, werd verplicht alles in het werk te stellen de toevluchtsoorden voor de katharen in zijn gebied onbereikbaar te maken voor hen. Dit zou ze “kwetsbaar maken voor een beleid van actieve vervolging.” Voor die vervolging zorgden de inquisiteurs. Hun optreden zorgde ervoor, dat ondanks het nodige gewelddadige verzet, de katharen vervielen van de status van “hervormers tot leden van het ondergrondse verzet, en uiteindelijk vluchtelingen werden.”

Opleving

Een laatste opleving in de Middeleeuwen komt in hoofstuk 7 aan de orde. De groep rond de broers Autier moesten heimelijk optreden en werden gevoed door de gelovigen. De paden die de perfecti zowel letterlijk als figuurlijk moesten bewandelen om de gelovigen te bereiken waren gevaarlijk. In 1309 eindigde Guillaume Autiers leven op de brandstapel, zijn broer Pierre werd een jaar later geëxecuteerd. Het optreden van de inquisitie was effectief genoeg om het openlijk beleiden van het katharisme in de Languedoc te beëindigen. De laatste katharen sloegen op de vlucht of gingen op in heterodoxe geloofgemeenschappen in de Alpen.

Katharen na het katharisme

In het laatste hoofdstuk schenkt Barber aandacht aan de katharen na het katharisme. Niet zelden zijn dergelijke sprongen in de tijd een verplichte doch vrij nutteloze kost. Het tegendeel is hier het geval. Aan de hand van diverse voorbeelden laat Barber ons kennis maken met personen en groeperingen die elementen van het kathaarse geloof of de levenswijze van de gelovigen voor hun eigen morele doeleinden inzetten. Zo werden connecties als die met fabelachtige schatten en de Heilige Graal gelegd. Dat men niet altijd gehinderd werd door historische kennis van zaken lijkt een uitgemaakte zaak. Niettemin werden in de Languedoc deze beelden van het verleden om culturele alswel commercile doelen vertaald naar monumenten die bewoners en toeristen moeten wijzen op de kathaarse geschiedenis van de streek.

Soepele schrijfstijl

Al deze wetenswaardigheden brengt Barber in een soepele schrijfstijl. Hoewel zinnen soms enkele regels beslaan, vormen zij geen kluwen woorden waaruit de lezer slechts door ontelbare herlezingen kan ontsnappen. Langere citaten, die veelal de tred van een tekst onderbreken, worden zelden gebruikt. Recensent dr. John Arnold van de universiteit van East Anglia (Engeland) verwijt het Barber te weinig aandacht te besteden aan de aard van de bronnen zelf aangezien de bronnen vaak onderdeel waren van een pennenstrijd en in dat licht moeten worden beoordeeld. Vanuit onderzoektechnisch oogpunt is dit inderdaad van groot belang. Mogelijk heeft Barber deze bronnenkritiek achterwege gelaten om de lezenswaardigheid te vergroten. Daarin slaagt hij ondanks de hoge dichtheid aan eigen- en plaatsnamen. Zeker als deze de lezer onbekend zijn, verhinderen deze vaak een vlotte lezing. Dit is mij echter niet overkomen bij De Katharen.

Slordige vertaling

De kaarten achterin helpen om het gebied van handelen snel eigen te maken. De andere bijlagen, chronologische tabellen, dienen meer een naslagfunctie. De aanbevolen literatuur biedt voldoende materiaal om de zoektocht naar de Katharen voort te zetten. Spijtig dat er geen aanvullende verwijzingen zijn naar andere Nederlandstalige literatuur. Dit is niet het enige verwijt dat te maken is bij de vertaling. Veel storender dan het ontbreken van een literatuurlijst zijn de vele fouten die de vertaler zich heeft gepermitteerd. Deze variëren van slordigheden, foutieve verwijzingen tot wel erg letterlijke vertalingen. Van alle wil ik enkele voorbeelden geven. Enkele slordigheden: gevlij (100); in ze zomer (112); plaaats (119).  Foutieve verwijzingen: kathaarse vrouwen, waaronder (29); geestelijken, waaronder (105); heren, waarmee (111). Op pagina 131 lijkt de vertaler het licht te hebben gezien (ketters van wie), maar verderop in het boek, wordt dezelfde fout gemaakt. Soms schemerde in het boek ook nog de oorspronkelijke taal door. Zinsneden als “ketterse haarden die onaangeraakt bleven” (124) en “speciaal in de vroege jaren veertig” (146) roepen herkenning op van de Engelse woorden ‘untouched’ en ‘especially’ waar fraaiere Nederlandse woorden voor bestaan dan die gebruikt zijn. Het zou overdreven zijn te stellen dat de fouten die ik heb opgesomd het topje van de ijsberg zijn. Niettemin ontsieren ze een prettig leesbaar boek dat een bijdrage kan leveren aan het vormen van een reëler beeld van de katharen.

De Katharen, Malcolm Barber

(Amsterdam 2004)

ISBN 9789043009485

Uitgeverij Pearson Education: www.pearsoneducation.nl

[bol_product_links block_id=”bol_5903863b82bcd_selected-products” products=”1001004001150549,666840896,9200000021924471,1001004002000925,1001004002037690″ name=”katharen” sub_id=”” link_color=”003399″ subtitle_color=”000000″ pricetype_color=”000000″ price_color=”CC3300″ deliverytime_color=”009900″ background_color=”FF9C38″ border_color=”D21C00″ width=”600″ cols=”3″ show_bol_logo=”1″ show_price=”1″ show_rating=”1″ show_deliverytime=”1″ link_target=”1″ image_size=”1″ admin_preview=”1″]

Leon Mijderwijk

Leon Mijderwijk (1975) studeerde voor Leraar Geschiedenis 2e graads aan de HU en deeltijd Geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht. Zijn aandacht gaat uit naar de vroege middeleeuwen, in het bijzonder van Engeland. Hij schreef artikelen en recensies voor Westerheem, Archeologie Magazine, So British & Irish, Muntkoerier en Filatelie. Leon is redactiemedewerker van het Detectormagazine en Historiën-redacteur. Hij onderhoudt contact met diverse uitgeverijen, archeologen en historici.

More Posts

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schrijf je in voor TOEN!