Kerstmis en de geschiedenis van het kerstverhaal

Met kerstmis vieren we de geboorte van Jezus. Maar kunnen we bewijzen dat het kerstverhaal echt gebeurd is? Om die vraag te beantwoorden duikt Marlies Star in de Bijbelse geschiedenis. 

Ook dit jaar zal rond 25 december in veel kerken weer verteld worden over Jozef en Maria die naar Bethlehem reisden en daar een kindje kregen dat ze Jezus noemden. Onder kerstbomen worden stalletjes gezet met een kindje in de kribbe en koningen en herders die op bezoek komen, terwijl in de takken engeltjes en een verdwaalde ster hangen. De enige bronnen voor het verhaal rond de geboorte van Jezus bevinden zich in de Bijbel. De vier evangelisten, Johannes, Marcus, Matteüs en Lucas geven in de eerste vier boeken van het nieuwe testament ieder een beschrijving van het leven van Jezus. Alleen Matteüs en Lucas vertellen daarbij over zijn geboorte. In dit artikel zal ik, aan de hand van hun verhalen, op zoek gaan naar het verhaal achter het kerstverhaal en een antwoord proberen te vinden op de vraag of er enige historische waarheid schuilt in het kerstverhaal zoals wij dat kennen.

Geboorteverhalen hebben weinig overeenkomst

Het eerste dat opvalt als de geboorteverhalen van Matteüs en Lucas naast elkaar worden gelegd, is dat ze samen het kerstverhaal vormen zoals wij dat kennen maar dat ze onderling slechts weinig overeenkomsten hebben. Weliswaar wordt in beide gevallen Jozef als verloofde van Maria genoemd, is Maria in beide verhalen zwanger geworden terwijl ze nog maagd is en wordt bij zowel Lucas als Matteüs Jezus geboren in Bethlehem maar voor het overige lijken het twee compleet verschillende verhalen.

De aanbidding van Jezus door de herders. Schilder: Gerard van Honthorst. Bron: wikimedia commons

De aanbidding van Jezus door de herders. Schilder: Gerard van Honthorst. Bron: wikimedia commons

Zo woonden, volgens Matteüs, Jozef en Maria in Bethlehem in Judea toen Jezus werd geboren en een ster boven Bethlehem verscheen die door wijzen uit het Oosten werd opgemerkt. Zij geloofden dat de verschijning van deze ster er op duidde dat een grote koning was geboren in Israel en gingen op reis om deze koning te begroeten. Helaas reisden ze eerst naar koning Herodes van Judea, die zo schrok van hun mededeling over de geboorte van een grote koning dat hij besloot dat alle jongetjes jonger dan drie jaar in Bethlehem en omgeving omgebracht moesten worden. Deze kindermoord was voor Jozef en Maria aanleiding met hun pasgeboren zoontje vanuit Bethlehem naar Egypte te vluchten. Pas toen Herodes dood was, keerden ze weer terug naar Israel. Uit angst voor de zoon van Herodus, Archelaüs, gingen ze echter niet terug naar Judea maar vestigden ze zich in Nazareth in Galilea, waar Jezus verder opgroeide (1).

Tijdsbepaling van Jezus’ geboorteverhaal

Het geboorteverhaal van Lucas heeft een wat meer gecompliceerde tijdsbepaling. Zo laat Lucas de verkondiging van de geboorte van Jezus plaatsvinden ten tijde van koning Herodus, net als Matteüs. Van Herodus is echter bekend dat hij stierf in 4 of 5 voor Christus en Lucas laat de geboorte van Jezus pas plaatsvinden als Quirinius, namens Rome, het bewind voert over Syrië en, vanaf het jaar 6 na Christus, over Judea. Lucas begint het verhaal rond de geboorte van Jezus bovendien met de melding dat Caesar (“keizer”) Augustus een volkstelling uitschrijft in zijn hele rijk en daaronder viel Judea niet ten tijde van het koningschap van Herodus. Dit zou betekenen dat er zo’n 8 à 9 jaar zit tussen de verkondiging van de geboorte van Jezus en zijn daadwerkelijke geboorte, die bovendien plaatsvindt op een moment dat hij volgens Matteüs allang geboren zou zijn (2).

Los van deze ingewikkelde tijdsbepaling, vertelt Lucas ons dat Jozef en Maria, die volgens hem woonachtig waren in Nazareth in Galilea, vanwege de door Augustus uitgeschreven volkstelling naar Bethlehem reisden. Immers, iedereen moest worden geregistreert in zijn eigen stad en Jozef was een verre nazaat van koning David, die afkomstig was uit Bethlehem. In Bethlehem was geen plaats meer in de herberg, zodat Maria, die ter plaatse beviel, haar zoon in een kribbe legde. Lucas zegt niets over een ster en wijzen uit het oosten, maar laat in plaats daarvan een engelenkoor zingen en herders, die in een nabijgelegen veld hun schapen hoedden, op kraambezoek komen. Nadat Jezus was besneden en er bovendien een door de Joodse wet voorgeschreven bezoek aan de tempel in Jeruzalem was gebracht, reisden Jozef en zijn gezin weer terug naar Nazareth, waar Jezus verder opgroeide (3).

Verschillen met andere bronnen

Niet alleen verschillen de geboorteverhalen van Lucas en Matteüs onderling sterk van elkaar, ze verschillen ook met wat uit andere bronnen uit de periode rond het begin van de jaartelling naar voren komt. Naast Romeinse geschiedschrijvers als bijvoorbeeld Publius Cornelius Tacitus, Suetonius en Plinius de Jongere voor wat betreft de Romeinse geschiedenis in het algemeen, is dat voor Israel in het bijzonder Flavius Josephus. Hij beschrijft in zijn boek “De Oude Geschiedenis van de Joden” nauwgezet de gebeurtenissen van zijn land, waaronder de regeerperiode van koning Herodus. Uit zijn stukken blijkt echter op geen enkele wijze dat Herodus een kindermoord zou hebben georganiseerd zoals deze door Matteüs wordt beschreven, terwijl hij andere gruweldaden van Herodus, waaronder de moord op zijn vrouw en hun twee zonen wel uitvoerig beschrijft. Ook van een ster die aan de hemel verscheen en voor de wijzen uit het Oosten zo’n bijzonder teken was, blijkt niet uit zijn geschriften (4).

Voor wat betreft het geboorteverhaal van Lucas wees ik al op de gecompliceerde tijdsbepaling. Daarbij komt nog dat de volkstelling van Lucas noch bij Josephus, noch in enige andere Romeinse bron, is terug te vinden in de vorm die Lucas hieraan geeft. Weliswaar heeft er een volkstelling plaatsgevonden in Judea in het jaar 6 na Christus, maar daarbij werd niet verwacht dat men zich ging registreren in de woonplaats van een voorouder die een groot aantal generaties eerder leefde, zoals in het geval van Jozef. Bovendien was Galilea, waarin Nazareth lag, uitgesloten van deze volkstelling en is er geen enkele reden om aan te nemen dat een timmerman uit Galilea alsnog verplicht zou zijn geweest zich te melden in Bethlehem (5).

Historische realiteit van Jezus’ geboorteverhaal

Kortom, als je gaat kijken naar de historische realiteit van beide geboorteverhalen, blijft er niet heel veel van over. Maar was het eigenlijk wel de bedoeling van Matteüs en Lucas om een historisch correct verhaal op te schrijven, of hadden ze wellicht een andere bedoeling met hun beschrijving van de geboorte van Jezus? We weten inmiddels dat de vier evangelisten geen van allen tijdgenoten van Jezus geweest en dat hun levensbeschrijvingen van Jezus allen uit de tweede helft van de eerste eeuw stammen, enige tientallen jaren na het overlijden van Jezus. De auteurs van de evangeliën waren ongetwijfeld toegewijde volgelingen van Jezus, ondanks het feit dat hij niet meer leefde, en wilden andere mensen overtuigen van zijn grootheid. Om die grootheid te onderstrepen, verwezen ze naar teksten die toen bekend waren onder de Joden en die nu zijn opgenomen in het oude testament. Belangrijk in dit verband is de verwijzing van Matteüs en Lucas naar Micha 5:1, waarin staat dat uit Bethlehem een heerser voort zal komen van wie de oorsprong van ouds is, van de dagen van de eeuwigheid. Maar ook de door Matteüs genoemde ster is terug te vinden in het oude Testament. In Numeri 24:17 wordt immers al gesproken over een ster die opgaat uit Jacob, een scepter die oprijst uit Israël.

De evangelisten vonden dat hun Jezus de in Micha 5:1 genoemde heerser was, maar stuitten daarbij wel op een probleem: Jezus kwam namelijk uit Nazareth en niet uit Bethlehem en dat was alom bekend, zoals onder meer blijkt uit een discussie die Johannes in zijn evangelie heeft opgenomen (6). Matteüs en Lucas losten dit probleem op door hun evangelie te voorzien van een geboorteverhaal dat er weliswaar mee eindigde dat Jezus opgroeide in Nazareth, maar waarin zijn daadwerkelijke geboorte plaatsvond in Bethlehem. Dat het vervolgens twee zulke verschillende verhalen zijn geworden, komt doordat beide auteurs, bij gebrek aan informatie, een eigen invulling aan “hun” geboorteverhaal gaven. Daarbij zagen beide Jezus als een afstammeling van David, maar zag alleen Matteüs hem tevens als een tweede Mozes (die eveneens aan een kindermoord ontsnapte en terugkeerde uit Egypte) (7).

Verschillende geboorteverhalen smelten samen

Het resultaat is uiteindelijk een tweetal verschillende verhalen over de geboorte van Jezus, die in de loop van daaropvolgende eeuwen zijn vervlochten tot één kerstverhaal waarin Jozef en de hoogzwangere Maria, ten tijde van het koningschap van Herodes, vanwege een door Rome uitgeschreven volkstelling, naar Bethlehem reizen. Een verhaal waarin Jezus wordt neergelegd in een kribbe omdat er geen plaats is in de herberg en waarin herders hem bezoeken, terwijl in de lucht de engelen zingen en een ster naar de stal wijst. Een os en een ezel werden in latere eeuwen toegevoegd en de wijze mannen uit het oosten veranderden in drie koningen. Het is een mooi verhaal waarvan velen elk jaar weer genieten, maar het is geen historische waarheid.

Bronnen

(1) Matteüs 1 en 2

(2) Robin Lane Fox, The Unauthorized Version, Truth and Fiction in the Bible, 1991, hoofdstuk 1-III

(3) Lucas 2:1-39

(4) E.P. Sanders, The Historical Figure of Jesus, 1993, hoofdstuk 7

(5) Flavius Josephus, Jewish Antiquities, book 18, chapter 1 uit The complete works of Josephus, vertaald door William Whiston, 1999, alsmede Robin Lane Fox, The Unauthorized Version, Truth and Fiction in the Bible, 1991, hoofdstuk 1-III, alsmede E.P. Sanders, The Historical Figure of Jesus, 1993, hoofdstuk 7

(6) Johannes 7:41-42

(7) E.P. Sanders, The Historical Figure of Jesus, 1993, hoofdstuk 7

2 Reacties op Kerstmis en de geschiedenis van het kerstverhaal

Historiën Twitter
Schrijf je in voor TOEN!